Email   Print

De moed om dromen te verwezenlijken

Boekbespreking.

Tijn Touber | 38 mei/juni 2001 issue

Sinds het verschijnen van Paul Coelho's De Alchemist in 1987 zijn er wereldwijd meer dan elf miljoen exemplaren van verkocht. Het zegt iets over het universele karakter van het sprookje dat wereldwijd gevoelige snaren raakt.
Hoofdpersoon is de Spaanse herdersjongen Santiago, die met zijn kudde schapen een eenvoudig leven leidt. De rust wordt echter bruusk verstoord als een merkwaardige vreemdeling hem op een dag een voorstel doet. Santiago moet een voor velen herkenbare keuze maken: is hij bereid om zijn vertrouwde omgeving en leventje los te laten voor een onzekere toekomst? Of voelt hij zich zo verantwoordelijk voor zijn schapen, dat hij het avontuur niet aandurft?
Santiago is niet bang en volgt de roeping. Hij gaat op zoek naar de schat die op hem ligt te wachten bij de Egyptische piramides. Vanaf die dag zal hij nooit meer dezelfde zijn en al snel leert hij, dat omkijken geen enkele zin heeft.
Coelho laat zien, hoe gemakkelijk het is om bij elke nieuwe bocht je droom op te geven, vooral wanneer je je voldaan en comfortabel voelt. 'Mensen zijn bang om hun belangrijkste dromen te verwezenlijken, omdat zij het gevoel hebben dit niet waard te zijn of dat zij niet in staat zijn om het waar te maken. Wat het onmogelijk maakt voor dromen om uit te komen, is faalangst.'
Santiago is echter uit het goede hout gesneden en zet door. Hij gelooft de mysterieuze vreemdeling als deze op een dag zegt: 'Als iemand echt iets wil, dan werkt het hele universum mee om te helpen de droom te realiseren.' Natuurlijk wordt hij getest. Vele incidenten leiden hem af, of maken hem bang op zijn onzekere pad, dat niet alleen naar de toekomst leidt, maar verder, naar zijn bestemming.

Als lezer voel en beleef je de angsten, de keuzes en de overwinningen. Gedurende het hele boek zijn er voortekenen en boodschappen. We leren van Santiago om deze boodschappen serieus te nemen en erop te vertrouwen dat zij ons verder zullen leiden. Santiago leert luisteren, observeren en volgen. Hij ziet zijn grootste angsten en demonen onder ogen en leert te vertrouwen op de stem van zijn hart die het altijd bij het rechte eind heeft.
Als Santiago begint te twijfelen en allerlei vragen heeft, zegt de Alchemist: 'Luister naar je hart. Het weet alles, omdat het van de Ziel van de Wereld komt en daar op een dag weer in zal opgaan. Waar je hart is, daar zul je je schat vinden. Je hart leeft. Blijf luisteren naar wat het je te vertellen heeft.'

Halverwege het boek ontmoet Santiago de vrouw van zijn leven: Fatima. In een oase in de eindeloze woestijn vindt hij zijn bloem. Het sprookje van duizend-en-een-nacht lijkt compleet, maar ook hier moet Santiago kiezen. Blijft hij bij haar, of vervolgt hij zijn reis? Hij besluit zijn zoektocht naar de schat voort te zetten, overigens niet zonder te beloven bij haar terug te keren. Zijn hart vertelt hem: 'Iedereen op aarde bezit een schat die op hem ligt te wachten. Wij, menselijke harten, zeggen niet zoveel over deze schatten, omdat mensen er niet meer naar willen zoeken. Wij spreken hierover alleen tegen kinderen. Later laten wij het leven gewoon zijn gang gaan, zoals het gaat. Helaas volgen slechts enkelen het pad dat voor hen is uitgestippeld - het pad naar hun bestemming en naar geluk. De meeste mensen zien de wereld als een bedreigende plek. En om die reden is de wereld dit ook. En dus spreken wij, de harten, steeds zachter. Maar we stoppen nooit helemaal met spreken.'

Santiago bezit de gave om van het leven zelf te leren. De liefde die hij leert kennen, helpt ook anderen op hun pad om levensangsten onder ogen te zien. 'Dat is de kracht van liefde. Als wij liefhebben, dan streven wij er altijd naar om beter te worden dan wij zijn.' Uiteindelijk wordt Santiago zoals wij allemaal zouden willen zijn: een mens die naar zijn hart luistert en in staat is om perfect te navigeren in het spiritueel-emotionele landschap van zijn ziel.
Santiago heeft zijn schat gevonden en is nu klaar om terug te keren naar de oase, waar hij Fatima achterliet. 'De wind zette weer aan. Het droeg niet de geur van de woestijn met zich mee, noch de dreiging van een Moorse invasie. Maar in plaats daarvan de geur van een parfum dat hij zo goed kende, en de streling van een kus. Een kus die van ver kwam en heel, heel langzaam dichterbij kwam totdat het zijn lippen raakte. De jongen glimlachte. Het was de eerste keer dat ze dat had gedaan. "Ik kom eraan, Fatima", zei hij.'
Tijn Touber



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.