|
|
De kluizenaar als actievoerder
Als kind van methodistische ouders in Ohio begreep ik al dat je je uit de wereld terugtrok, wanneer je naar je kamer ging. Daar was ruimte voor contemplatie. De bijbel heeft het er ook over: 'Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.' Zo wist ik dat het gebed en het geloof te maken hebben met je uit de wereld terugtrekken om die wereld, jezelf en God beter te kunnen zien.
Ik kom uit een sociaal actieve familie. Mijn grootouders waren als zendeling in Afrika geweest en terug in Amerika hadden ze een positie aangenomen bij een kerk in Cleveland. Daardoor wist ik dat het geloof een tweevoudig doel dient: verlichting vinden door je uit de wereld terug te trekken en strijden voor waarheid en rechtvaardigheid door je voor de wereld in te zetten.
Toen ik ging studeren, was mijn sociale bewustzijn goed ontwikkeld: in 1961 leidde ik een studentendelegatie bij de National Turn Toward Peace Movement en probeerden we president Kennedy bij het Witte Huis ertoe te bewegen de kernproeven te staken. Later demonstreerde ik bij het huis van de gouverneur in Columbus, Ohio. We droegen spandoeken met: 'Kernproeven, nee. Weg met armoede, honger en ziekte' erop, want nu we toch met zijn tienduizenden tegen kernproeven demonstreerden, konden wij in een moeite door armoede, honger en ziekte de wereld uit helpen.
Ik werkte met straatjongeren in Cleveland en Hoboken en raakte betrokken bij de burgerrechtenbeweging en het protest tegen de Vietnam-oorlog. Maar toen Martin Luther King Jr. in 1968 werd vermoord, daarna Bobby Kennedy en nog geen twee maanden later geweld uitbrak bij de nationale conventie van de Democraten in Chicago, wilde ik niets meer weten van actie voeren. Ik wilde lichamelijk en geestelijk zo ver mogelijk weg uit het centrum van Amerika.
Ik ging naar noord-Vermont om te ontsnappen aan een samenleving in verval. Ik werkte met mijn buren in de bossen, mijn vrouw werd lid van de bibliotheekcommissie, ik werd gekozen in het schoolbestuur. En ik las Lao Tse's Tao Te King. Die tweeëntachtig hoofdstukjes - deels over de weg naar persoonlijke verlichting, deels over hoe een goede samenleving eruit moet zien - werden net zo belangrijk voor mij als de bijbel voor mijn ouders en grootouders was geweest. Ik was nog wel geëngageerd, maar hoefde niet meer in een weekend een eind te maken aan alle lijden. Het was genoeg, als ik een onderwijzer van de plaatselijke basisschool ervan kon overtuigen dat hij de kinderen niet moest dwingen te blijven zitten, tot ze in hun broek hadden geplast.
In die tijd ontdekte ik The Wisdom of the Desert, Thomas Mertons vertalingen van de spreuken van kluizenaars die in de vierde eeuw in de woestijnen van Egypte, Arabië en Perzië leefden. De woestijnvaders, zoals die eerste christelijke kluizenaars heetten, trokken weg uit de heidense steden, omdat ze de samenleving onherstelbaar verrot vonden, 'een zinkend schip dat iedereen moest verlaten, wilde hij het er levend afbrengen'. Het waren echte anarchisten 'die zich niet passief wilden laten leiden en regeren door een decadente overheid' en de eenzaamheid verkozen om 'in de ergste mate nederig en onthecht [van het zelf] te raken'.
Om die staat van onthechting te bereiken moest de kluizenaar afzien van elk uiterlijk vertoon, alle gekunsteldheid afzweren en simpel en eenvoudig worden - een gewoon iemand onder gewone mensen. Met zijn vertrek uit de wereld hielp de kluizenaar de wereld te redden door verder dan het zelf te kijken naar wat in oostelijke religies de ziel van het universum heet, de Ene, de Tao. De woestijnvaders noemden dat het mystieke lichaam van Christus.
Ik las dertig jaar geleden over deze ideeën en ze hebben me nooit meer losgelaten: hoe moest ik terugtrekking verzoenen met het actieve, geëngageerde sociale evangelie waar mijn grootvader in geloofde? En al kon ik tot onthechting komen, wat hadden anderen daar dan aan?
Mertons antwoord is eenvoudig: het zelf dat onthechting kent, is beter in staat 'de ware toestand' te zien, zoals hij het formuleerde, en dus buiten het zelf te treden en te helpen. Kluizenaars en sjamanen worden van oudsher beschouwd als mensen die de maatschappij tegen het duistere beschermen, als hoeders van de beschaving die ze zelf mijden. De Chinese geschiedenis kent van oudsher een dialectiek tussen gemeenschapsdienst en terugtrekking, tussen de kluizenaar en de actievoerder. Bill Porter schrijft in Road to Heaven: Encounters with Chinese Hermits: 'Afzondering en gemeenschapsdienst werden gezien als het donkere en het lichte deel van de maan, onafscheidelijk en complementair. Kluizenaars en ambtenaren waren vaak dezelfde mensen in verschillende stadia van hun leven. En ambtenaren die nooit rust en geestelijke concentratie hadden gekend, als ze zich met iets anders dan roem of rijkdom bezighielden, stonden in China niet hoog in aanzien.' Het beroemdste voorbeeld is misschien wel dat van Wang Wei, de dichter en schilder uit de T'ang-dynastie die na een respectabel leven als ambtenaar een kluizenaar en taoïstische wijze werd.
Sommige samenlevingen kennen dus het conflict, waarin ik niets tegenstrijdigs maar juist iets complementairs zie - een samengaan van het donkere en het lichte, het passieve en het actieve. Voor mij betekende dat de afgelopen jaren tijd alleen in de bergen, tijd om de I Tjing te lezen, hout voor de haard te hakken, te tuinieren, te wandelen. Het betekende ook betrokkenheid bij het Vermont Community Loan Fund, dat betaalbare huizen in Burlington subsidieert. Geen einde aan armoede, honger en ziekte, maar bescheiden prestaties die toch de moeite waard zijn. Ik vermoed dat voor de meeste mensen - en misschien ook wel voor mij - die terugtrekking wordt gerechtvaardigd door sociale activiteit.
Het zou niet moeilijk moeten zijn de kluizenaar en de actievoerder te zien als verschillende aspecten van een mens. Maar er is een radicale omslag in het denken en het geloof voor nodig om in de kluizenaar een actievoerder zien of in terugtrekking actie. In onze samenleving moet er plaats zijn voor het leven van de totale kluizenaar, iemand die niets doet. We moeten inzien dat contemplatieve mensen de maatschappij kunnen beschermen, dat ze de hoeders en bewakers zijn van het gemeenschappelijke goed, ook al zien we hen niet en doen ze niets.
Het is een oud idee - zo oud zelfs dat het nieuw is.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.