Email   Print

Pioniers van het biologische tijdperk

Amerikaanse 'bioniers' zoeken in de natuur naar oplossingen voor sociale en milieuvraagstukken

Karen Olsen | 37 maart/april 2001 issue

Vorig najaar overkwam me iets vreemds: ik zat midden in een menigte die enthousiast stond te juichen over onderzoek naar slijmzwammen en schimmels. Het waren geen academici en er waren ook maar weinig natuurwetenschappers bij. Het waren bioniers - of biologische pioniers - die ieder jaar in San Rafael in Californië bij elkaar komen om ideeën uit te wisselen over herstel van schade aan het milieu. Het beeld dat de bioniers schetsen, is niet prettig. Onze ecosystemen lopen gevaar. De biodiversiteit neemt schrikbarend af, de bovenste bodemlaag is vergiftigd en verdwijnt, maar weinig kinderen krijgen echt frisse lucht binnen en kanker neemt epidemische vormen aan. Maar deze idealistische pragmatici - boeren, studenten, priesters, advocaten, leraren, radiopresentatoren, ecologen, ontwerpers, schrijvers, kunstenaars en politieke actievoerders - zijn hoopvol gestemd over de toekomst. Ze geloven, dat na afloop van het industriële tijdperk het tijdperk van de biologie aanbreekt. 'Dit is geen zweverig New Age-geklets. Het berust op feiten', zei Kenny Ausubel, die in 1990 het initiatief nam tot de Bioniersconferentie en deze nu samen met zijn vrouw Nina Simons organiseert. Neem het werk van de mycoloog Paul Stamets, manager van Fungi Perfecti - een in Washington gevestigd bedrijf dat geneeskrachtige paddestoelen kweekt. Stamets en anderen hebben ontdekt, dat het mycelium van de paddestoel - het weefsel van draden dat zich in de grond onder de zichtbare hoed en steel bevindt - giftige stoffen kan filteren en afbreken. Toen het ministerie van transport in Washington twintig groepen uitnodigde deel te nemen aan een proef met verschillende biologische schoonmaakmethoden, stuurde Stamets zijn 'mycoherstelproces' in. Hij bracht paddestoelensporen aan op een berg met dieselolie vervuilde aarde en na een maand ontdekte hij, dat de paddestoelen er welig tierden. Het verrassende was, dat ze de vervuiling in de aarde hadden afgebroken zonder zelf olieproducten op te nemen. Stamets stelde vast, dat het mycelium onder andere de potentieel schadelijke E coli-bacterie kan opruimen. Maar Stamets, een rustige man die liever in de bossen is dan in de schijnwerpers staat, eist de eer voor deze ontdekkingen niet op. 'Het mycelium doet het werk', verklaart hij. 'Het enige wat ik doe, is volgen.'

Of neem eens een kijkje bij Janine Benyus, die in de Bitterroot Valley in Montana woont. Ze heeft een opleiding in de bosbouw gevolgd en werkt met 'biomimicry', 'de bewuste imitatie van het leven', zoals zij het noemt (zie ook de bespreking van het boek van Benyus in Ode 23). Wij proberen problemen op te lossen door ons af te vragen wat de natuur in zo'n geval zou doen, aldus Banyus. Als we een gezondere samenleving willen, kunnen we bijvoorbeeld naar plantensamenlevingen kijken. Volgens Benyus leven wij op dit moment als een eenjarig onkruid dat zich op omgewoelde grond waagt, waar het niet van plan is te blijven. Als we een gezonde samenleving wensen, moeten we het samenwerkingsmodel van het volwassen bos imiteren. William McDonough, een architect en ontwerper van internationale faam, is een van de weinige bioniers - samen met de auteur Alice Walker en Anita Roddick, de oprichtster van The Body Shop - aan wie de reguliere media aandacht besteden. Het tijdschrift Time noemde McDonough in 1999 een 'Held voor de planeet' vanwege zijn radicale opvattingen over ontwerpen. Stel je eens voor hoe onze wereld eruit zou zien als iedereen de vragen stelde die hij essentieel vindt bij het ontwerpen: 'Hoe kunnen we altijd van alle kinderen van alle soorten houden?' en 'Wanneer horen we hier thuis?' McDonough - wiens in San Bruno in Californië gevestigde Gap Corporation een schoolvoorbeeld van energiebesparing is - is op dit moment bezig met een nieuw ontwerp voor de beroemde Rouge River autofabriek van Ford in Dearborn, Michigan, dat een ecologisch industrieel gebouw moet worden. Overal zag ik bioniers fantastische dingen doen: de burgerrechtenadvocaat J.L. Chestnut speelde een belangrijke rol in het proces dat zwarte boeren in 1999 met succes hadden aangespannen tegen het Amerikaanse ministerie van landbouw wegens institutioneel racisme. De milieukunstenaar Jo Hanson bedacht een plan voor een kunstenaar-in-residence bij de vuilverwerkingsfabriek van San Francisco. Rebecca Adamson, voorzitster van het First National Development Fund, pleit voor economische ontwikkelingsmodellen die de rechten en cultuur van inheemse Amerikanen ondersteunen. Joel Salatin, een biodynamische boer, bedacht een stelsel van afwisselende begrazing waardoor er jaarlijks een laag van ten minste twee centimeter wordt toegevoegd aan de grond op zijn boerderij in de Shenandoah Valley in Virginia.

Velen doen hun werk in eenzaamheid, maar het netwerk van bioniers begint een nauw verweven, groeiend web van idealisten te worden, die de natuur als voorbeeld nemen. Het zijn niet zomaar actievoerders en wetenschappers. Het zijn spirituele leiders en leiders van gemeenschappen, deskundigen in de alternatieve gezondheidszorg, kruidenkwekers, database-ontwerpers en jonge mensen die een betere wereld wensen. Ze zien in, dat ze door samen te werken de aarde kunnen herstellen en de samenleving kunnen verbeteren. In de weinige media-aandacht die deze verzameling ecologische vernieuwers krijgen, worden de bioniers afgeschilderd als de eerste uitlopers van een ontluikende beweging. En misschien zijn de bioniers met hun oplossingen die gericht zijn op de toekomst, inderdaad wel volkomen nieuw. Maar eigenlijk kan de organisatie beter worden omschreven als de volwassen geworden milieubeweging, die in de jaren zestig ontstond. Nu het netwerk beter werkt, staan Ausubel en Simons te popelen om bioniersideeën verder te verspreiden. Ze hebben een radioprogramma samengesteld, Bioneers: Revolution from the Heart of Nature, dat in de Verenigde Staten en in Australië wordt uitgezonden. Ze willen een bemiddelingsbureau voor sprekers op congressen opzetten. En ze maken gebruik van Internet. De organisatie heeft een database met strategieën voor oplossingen (www.bioneers.org), waardoor nieuwsgierigen gebruik kunnen maken van een 'orgie van links'. De belangrijkste lezingen van de bijeenkomst in oktober 2000 werden 'live' op het web uitgezonden. Het is het vanzelfsprekende medium voor de bioniers, aldus Paula Gunn Allen, een Indiaanse docente en schrijfster uit de Laguna Pueblo in Nieuw Mexico: 'Internet is het eerste teken van een model van de werking van het universum.'

Is er bij al deze verwevenheid en integratie bij de bioniers nog ruimte voor de stem van de verontwaardiging en de politiek van het protest? Te oordelen naar de staande ovatie waarmee de beroemde bomenzitster Julia Butterfly Hill werd verwelkomd, is er nog ruimschoots waardering voor de principiële andersdenkende. 'Het is niet alleen ons goed recht om boos te zijn,' hield Hill haar aanhangers voor, 'het is onze plicht.' Het protest tegen de Wereldhandelsorganisatie in Seattle was voor de meeste aanwezigen een keerpunt. De milieuactiviste, schrijfster en lerares Starhawk, die in Seattle werd gearresteerd en vijf dagen in de gevangenis zat, zei dat Seattle een algemenere sociale verandering markeert. 'De wereld barstte open,' zei ze, 'en er werd iets anders geboren.' Dat andere blijkt collectieve actie te zijn. Auteur David Korten zei, dat het protest de aanzet gaf tot een 'wereldomspannende beweging voor een levende democratie', gebaseerd op natuurlijke systemen. Stony, een zestienjarige jongen uit Sonoma, Californië, vertelde dat hij niet in Seattle kon protesteren, maar dat hij en zijn vrienden - een groep die zich Planting Earth Activation noemt - organische tuinen in hun gemeente hebben aangelegd. 'We zitten in de overgangsfase tussen een cultuur waarin waarde wordt gehecht aan dingen, naar één waarin waarde wordt gehecht aan relaties', zei medeorganisator van de Bioniersconferentie Nina Simons. De belangrijkste boodschap van de bioniers is, dat herstellende oplossingen moeten zijn gebaseerd op verbanden: tussen mensen onderling, maar ook tussen mensen, dieren, planten en de aarde. Sommige strategieën zijn complex, gebaseerd op innovatieve technologieën en ontwerpen, maar andere zijn eenvoudig. De mededirecteur van het Rocky Mountain Institute, Hunter Lovins, formuleerde het zo: 'We zullen gemeenschappelijke vaardigheden moeten aanleren, willen we niet worden verpletterd door de krachten van de mondialisering.' Als afscheid gaf ze de bioniers een opdracht: 'Ga naar de buren, stel je voor, en vraag hoe het met ze gaat.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.