|
|
Gekke koeien? Gekke mensen!
Varkenspest en gekkekoeienziekte (BSE) hebben een belangrijk onderwerp op de agenda gezet: vlees eten. Velen weten niet beter dan dat vlees een vast onderdeel is van de dagelijkse maaltijd. Wat dat betreft is ons menu vandaag hetzelfde als het menu van de holbewoner van een paar duizend jaar geleden. Terwijl de omstandigheden niet te vergelijken zijn: Germanen hadden geen aardappels, laat staan bananen. Het is geen toeval dat vegetarische culturen vooral in warme landen zijn ontstaan. Tegen vlees eten pleiten zware argumenten: de vleesconsumptie veroorzaakt afgrijselijk dierenleed, zorgt voor hongersnood in de Derde Wereld, tast het tropisch regenwoud aan en heeft een duidelijke relatie met hart- en vaatziekten en kanker. De 'winst' van vlees eten is misschien de lekkernij, maar dan nog geldt, dat slechts een enkeling weet hoe lekker een vegetarisch menu kan zijn. Het stoppen van de vleesconsumptie is een weldaad voor de mensheid én - belangrijker - de planeet. Een pleidooi.
Het afgelopen jaar hebben wij - u en ik - zo' n negentigduizend varkens vernietigd. Zij waren ziek, zij kwijnden weg. Wij wanen ons gelukkig, dat deze dieren niet in onze voedselketen terechtkwamen, maar tachtig procent van de varkens die wij wél aten, leden aan alle mogelijke ziekten en aandoeningen. Ook aten we kippen, terwijl de Consumentenbond liet zien, dat tien procent van de kipfilets resten van antibiotica bevatten, dertien procent was besmet met de ziekmakende Salmonella-bacterie en bijna de helft met Campylobacter. Daarnaast stonden vrijwel alle dieren stijf van de groeihormonen en groeibevorderaars. Hoewel deze middelen verboden zijn, toonde een rapport van de Europese Commissie aan, dat dit verbod op grote schaal wordt overtreden. De kranten stonden vol van BSE-schandalen en het einde hiervan is nog lang niet in zicht.
Je vraagt je af waarom we nog vlees eten. Ondanks de vele miljoenen die het door de vleessector gefinancierde Voorlichtingsbureau Vlees jaarlijks spendeert om ons te overtuigen van de noodzaak van vlees, komt het onafhankelijke Voedingscentrum tot de conclusie, dat vlees geen onmisbaar bestanddeel van de voeding is en dat de voedingsstoffen in vlees ook voldoende voorkomen in andere producten. Vlees blijkt niet alleen overbodig te zijn, maar zo langzamerhand ook ongezond - om niet te zeggen gevaarlijk. Niet voor niets heeft de Gezondheidsraad de minister in mei vorig jaar geadviseerd om een waarschuwing op vlees te plaatsen, zodat de consument op de hoogte is van de mogelijke gevaren.
Ondanks de waarschuwingen nam vleesconsumptie per hoofd van de bevolking over de hele wereld de laatste jaren drastisch toe. We delen de planeet inmiddels met 1,3 miljard stuks rundvee, 1 miljard varkens, 1,8 miljard schapen en geiten en 13,4 miljard kippen. De gemiddelde Nederlander consumeert zo' n negentig kilo vlees per jaar. Als we alle dieren die voor de jaarlijkse Nederlandse vleesconsumptie nodig zijn in een goederentrein zouden stoppen, dan zou die 1.233 kilometer lang zijn - van Utrecht tot Rome. De consumptie van dierlijke producten - zoals melk, kaas, yoghurt, ijs en eieren - bereikte ook recordhoogten. Daarnaast worden dieren in alle mogelijke etenswaar verwerkt. Gelatine - gemaakt van beenderen - zit bijvoorbeeld in vrijwel elk toetje, koekje of ijsje. En wat we niet direct kunnen eten - hoofden, hersenen, magen, darmen, ruggenmerg, hoeven, staarten en bloed - wordt verwerkt tot alle mogelijke zaken, zoals kaarsvet, diervoeding en lipstick. Ja, lipstick!
We wisten al dat er een verband was tussen de onverzadigde vetzuren in vlees en de stijgende hoeveelheid hart- en vaatziekten. Inmiddels zijn er ook aanwijzingen te over, dat kanker een direct verband heeft met het eten van vlees. Vrouwen die dagelijks vlees eten, hebben - in vergelijking met vrouwen die minder dan een keer per week vlees eten - vier keer zoveel kans op borstkanker. De kans op prostaatkanker bij mannen die dagelijks vlees, kaas, eieren en melk consumeren, is - in vergelijking met mannen die dit zelden of nooit doen - ruim drie en een half keer zo hoog. Een andere ernstige bedreiging voor de volksgezondheid is het stelselmatig toedienen van antibiotica aan dieren. Het resultaat is, dat bacteriën resistent kunnen worden tegen de gebruikte antibiotica. Hierbij gaat het niet alleen om bacteriën die dierziekten veroorzaken, ook menselijke ziekteverwekkers ontwikkelen resistentie, doordat mensen voortdurend worden blootgesteld aan lage doses antibiotica. Er zijn inmiddels al bacteriestammen die resistent zijn tegen alle bestaande antibiotica. Als het zo doorgaat, kan griep straks weer dodelijk worden.
Als we de vleesconsumptie in mondiaal verband bezien, wordt het plaatje nog grimmiger. Er bestaat namelijk een directe relatie tussen de westerse vleesconsumptie en de honger in de Derde Wereld. Een derde van het graan dat wereldwijd wordt geproduceerd, wordt aan slachtdieren gevoerd. Door graan in dierlijk voedsel om te zetten, gaat negentig procent van de voedingswaarde verloren. Er is zestien kilo graan en soja nodig om een kilo rundvlees te produceren. Dit jaar zullen zo' n 60 miljoen mensen van de honger sterven (40 duizend kinderen sterven iedere dag de hongerdood). Wanneer in het Westen vijf (!) procent minder vlees zou worden gegeten, zouden diezelfde 60 miljoen mensen genoegzaam kunnen worden gevoed met het graan dat daarmee wordt gespaard. Het is niet overdreven te stellen, dat de wereldwijde vleesindustrie direct verantwoordelijk is voor de dood van vijftien tot twintig miljoen mensen als gevolg van honger en ondervoeding.
Alles bij elkaar sparen de 350 duizend Nederlanders die geen vlees eten, jaarlijks het leven van ongeveer zes miljoen dieren. Wie een leven lang geen vlees eet, spaart zes of zeven runderen, vijfenveertig varkens en enkele honderden kippen. Niet alleen graan, maar ook water wordt verspild. Om een kilo tarwe te produceren is 250 liter water nodig. Een kilo vlees kost 25 duizend liter. Elke hamburger kost zo' n tienduizend liter water. Indien dat water niet door de belastingbetaler zou worden gesubsidieerd, zouden hamburgers 180 gulden per kilo kosten. Maar een hamburger kost nog meer: zestien vierkante meter regenwoud. Immers koeien moeten grazen en dus zorgt de oprukkende vleesindustrie voor de teloorgang van het tropisch regenwoud. Sinds 1945 is de helft van de regenwouden platgebrand en weggebuldozerd. De bossen worden gekapt voor hout, maar vooral ook om de groeiende veestapels aan graasgronden te helpen. De hoeveelheid land die nodig is om vee te voederen, is twintig maal zo groot als het land dat nodig is om mensen te voeden. Er bestaat dan ook nauwelijks een effectievere manier om het milieu te sparen dan vegetariër te worden. Wie vegetarisch eet, spaart een halve hectare bomen per jaar. Wie geen vlees eet, spaart bovendien de mest die de bodem verzuurt en het drinkwater vervuilt.
De vleesindustrie maakt het ons veel te gemakkelijk om onze kop in het zand te steken. Een schoolreisje naar een slachthuis zou een hoop mensen voorgoed van het eten van vlees genezen. De dubbele moraal die wij er ten opzichte van dieren op nahouden, is ziek. We vertroetelen onze kat en vreten een konijn. We spreken schande van Chinezen die honden en katten eten, maar wat is het verschil tussen een kat en een varken? Een Amerikaan werd onlangs een proces aangedaan, omdat hij zijn hond had opgegeten. Je kunt van de man vinden wat je wilt, maar hij had tenminste nog de moed om de hond zelf te slachten. Dat moet ik de meesten van ons nog zien doen. Wij laten het vuile werk liever opknappen door goedbetaalde 'huurmoordenaars' . De massavernietiging van dieren speelt zich achter gesloten deuren af. De voorverpakte lapjes in de winkelschappen doen ons nog maar nauwelijks denken aan levende wezens. De vleesindustrie beschouwt hen ook niet als zodanig, maar als eenheden in een productielijn. Het enige doel van een dier is in zo kort mogelijke tijd en met een minimum aan kosten zoveel mogelijk voedsel op te brengen. Hiertoe worden zij zwaar mishandeld.
Opgesloten in donkere hokken, kisten en kooien worden zij volgepropt en gemanipuleerd. Om de kosten te drukken en niets te verspillen krijgen zij vermalen lijken te eten, waardoor veel dieren niet alleen zijn veranderd in carnivoren, maar ook in kannibalen. BSE zou wel eens het gevolg van deze ' handige bezuinigingsmaatregel' kunnen zijn. Een zachte ondergrond om op te staan is lastig voor de schoonmaak, dus staan dieren op roosters en tralies waar hun uitwerpselen doorheen vallen. Snavels worden zonder verdoving afgesneden of weggebrand, evenals nagels, hoorns of veren. Varkens leven in betonnen bunkers zonder stro of aarde. Zij hebben maar enkele centimeters bewegingsvrijheid. De jongen hebben vaak slechts toegang tot de tepels van hun moeder. Een beetje spelen en knuffelen is niet efficiënt en komt het vlees niet ten goede. Dieren die emotioneel en mentaal de gelijken zijn aan de huisdieren die wij dagelijks vertroetelen, wordt ieder contact - laat staan enige affectie - ontzegd. Deze dieren sterven niet alleen aan uitputting en ziekten, maar ook aan chronische stress, eenzaamheid en gebrek aan enige afleiding.
Koeien worden gedwongen tien keer meer melk te produceren dan voor een kalfje noodzakelijk is. Dit leidt tot ontstoken uiers (die overigens gewoon in uw leverworst verdwijnen) en - ondanks een onnatuurlijk eiwitrijk dieet - tot het afbreken van het eigen lichaamsweefsel om aan de productie te kunnen voldoen. Na vijf jaar is de koe versleten (normaal worden koeien zeker twintig) en wordt zij geslacht. In 1999 en 2000 zagen we de slijtersziekte bij koeien en in 2000 was er de nieuwe wegkwijnziekte bij varkens. Bij duizenden bedrijven zijn doodzieke koeien en varkens aangetroffen. Dat verhindert ons overigens niet om deze dieren in de voedselketen te brengen. Van slijterskoeien - die letterlijk niet meer op de poten kunnen staan - liggen melk en vlees gewoon in de supermarkt. Niemand weet wat de gevolgen zijn voor onze gezondheid. In juli vorige jaar informeerde de Amerikaanse voedselinspectie zijn vleescontroleurs, dat het een groot aantal ziekteverschijnselen anders ging definiëren. Zichtbare kankergezwellen, tumoren en etterende wonden werden nu gezien als 'esthetische problemen' . Na verwijdering van deze 'esthetische problemen' wordt het vlees weer als eetbaar beschouwd.
Los van de 'normale' praktijken worden veel dieren onnodig gemarteld. Zo worden er in Nederland jaarlijks tien miljoen biggetjes gecastreerd. De boeren doen dit zelf, zonder verdoving. De dieren lijden zoveel pijn, dat de arbeidsinspectie castrerende boeren aanraadt gehoorbeschermers te dragen om niet doof te worden van het indringende gegil. Arme boeren! De reden dat de biggetjes standaard worden gecastreerd, is omdat anders een klein percentage van het vlees na de slacht een onaangename geur kan bevatten. Het lot van veel kalfjes is niet benijdenswaardiger. Zij worden - tot zichtbaar verdriet van de moeder en van henzelf - na enkele dagen bij de moeder weggehaald om in een donkere kist te verdwijnen. Er ligt geen stro, omdat zij dit zouden kunnen opeten. Dit komt de kleur van vlees niet ten goede - kistkalveren krijgen een dieet dat is verstoken van ijzer en vezels. Zij hebben geen contact met andere dieren. Scharreldieren dan maar? Helaas, veel scharreldieren hebben net zo' n miserabel leven als hun niet scharrelende soortgenoten. De Europese norm stelt, dat van scharrelkip mag worden gesproken als er minder dan twaalf kippen worden gehuisvest op een vierkante meter - een leek weet niet eens dat er zoveel kippen op een vierkante meter passen.
Na een kort, miserabel leven worden dieren dan op transport gestuurd om te worden afgemaakt. Tijdens deze reis krijgen ze vaak niets te drinken of te eten. Nog steeds overlijden veel dieren onderweg. De gruwelen van het slachthuis kunnen wellicht alleen worden ingevoeld door mensen die in concentratiekampen hebben gezeten, of door mensen die de moed hebben om een slachthuis te bezoeken. Stel je eens voor hoe het voelt om aan een been (dat uit de kom is geschoten of gebroken) te worden opgehangen, terwijl je - vanwege een elektrische schok - niet in staat bent om te bewegen. Stel je dan eens voor hoe het voelt om bij je volle bewustzijn te worden afgeslacht doordat iemand je keel doorsnijdt. Recent Brits onderzoek wijst uit, dat tientallen miljoenen dieren jaarlijks hun bewustzijn terugkrijgen voordat ze worden vermoord. Hun laatste beeld is een put vol bloed waarboven ze hangen. Langzaam vermengt hun bloed zich met dat van hun voorgangers. Het vereist grote vaardigheid om een dier op de juiste manier te elektrocuteren, een vaardigheid die velen niet hebben of in de grote haast om zoveel mogelijk dieren te vermoorden niet gebruiken. Elektrocuteren is bovendien vreselijk pijnlijk. Als elektroshocktherapie op mensen wordt toegepast, worden zij eerst verdoofd. Het is absurd te veronderstellen, dat dieren niet zouden weten wat hen te wachten staat. Hun gedrag en gegil bewijzen het tegendeel. Bij een zogenaamd koosjere slachting wordt niet eens gepoogd een dier bewusteloos te maken. Het dier bloedt bij volle bewustzijn langzaam dood. Het hele idee van een schone, pijnloze dood is een fabeltje dat in stand wordt gehouden door diegenen die belang hebben bij het voorzetten van deze praktijken.
De Nederlandse overheid is inmiddels wel zover, dat dieren enigszins worden beschermd. Al in 1886 werden de eerste wettelijke bepalingen ter bescherming van het dier van kracht. Het ging echter niet zozeer om het dier, maar om de mens. Het Wetboek van Strafrecht stelde mishandeling van een dier strafbaar, omdat de zedelijke gevoelens van mensen die de mishandeling moesten aanzien of aanhoren werden gekwetst. Een wetswijziging in 1961 stelde het strafbaar een dier opzettelijk pijn te doen of te kwellen 'zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel ontoelaatbaar is'. Ook het onthouden van verzorging aan een dier waarvoor men verantwoordelijk is, werd strafbaar. Deze bepalingen waren echter zo ruim en vaag geformuleerd, dat het zeer moeilijk is op grond van deze wet voor de rechter iets te bewijzen. In 1992 trad de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in werking. Uitgangspunt van deze wet is het ' Nee-tenzij-principe'. Dat houdt in, dat handelingen met dieren in principe niet mogen, tenzij de wet daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft. In deze wet staat de eigen (intrinsieke) waarde van het dier centraal. Die waarde is onafhankelijk van het nut dat de mens van het dier heeft. Dat betekent, dat de belangen van het dier niet meer automatisch ondergeschikt zijn aan de belangen van de mens. Nadat deze wet in 1992 van kracht werd, zijn er uitvoeringsbesluiten en algemene maatregelen van bestuur genomen op tal van gebieden. De huisvesting van varkens moet nu aan bepaalde normen voldoen. Het plaatsen van volledige roostervloeren is bijvoorbeeld vanaf 1994 verboden. Daarnaast hebben de dieren recht op een minimum oppervlakte en op een minimum hoeveelheid licht. Een kip moet vanaf januari 1995 in de batterijkooi minimaal een ruimte van 450 vierkante centimeter tot haar beschikking hebben. Vanaf 2004 moeten in Europa alle kalveren ouder dan acht weken in groepen, dus niet meer individueel in hokken, worden gehouden. Als de kalveren in groepshuisvesting worden gehouden, moet elk dier over minimaal anderhalve vierkante meter ruimte kunnen beschikken.
Misschien zijn deze wetten een verbetering, maar wanneer je nuchter naar het resultaat kijkt, kun je alleen maar concluderen dat dieren nog steeds voor ons plezier worden gemarteld. Daarbij komt, dat de meeste boeren niet over de financiële middelen beschikken om de wijzigingen door te voeren. Het soepele beleid van de regering - veel van de veranderingen hoeven pas in 2006 te worden geëffectueerd - maakt de zaak voor de meeste dieren behoorlijk hopeloos. De stichting Wakker Dier deed onderzoek en concludeerde, dat de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van LNV (AID) varkensbedrijven gemiddeld eens in de zeventien jaar controleert. Van diezelfde AID verscheen afgelopen jaar een rapport waaruit bleek, dat meer dan de helft van de twintigduizend varkensboeren reeds jaren achtereen de minimale wetten van het Varkensbesluit overtreedt. Tachtig procent van de biggenproducenten houdt zich niet aan de regels van het Varkensbesluit. En als er een overtreding wordt geconstateerd, wordt dat meestal afgedaan met een waarschuwing, in plaats van een proces-verbaal. De boer knikt schuldbewust en kan de komende zeventien jaar weer zijn gang gaan. Voor sommige dieren bestaat er überhaupt geen enkele wettelijke bescherming. Eenden, kalkoenen, vissen en konijnen zijn vogelvrij. Konijnen worden in de bio-industrie in draadgazen kooien vetgemest. Hierdoor ontstaan verwondingen en door de prikkelarme omgeving verkeren de dieren in een constante stresssituatie. Vijfentwintig procent van de dieren sterft voordat ze worden geslacht.
Welk recht denken wij te hebben, dat wij dieren op deze manier kunnen behandelen? Is het niet merkwaardig dat wij - beschaafde, weldenkende - mensen het niet juist vinden om onderscheid te maken op basis van ras of sekse, maar blijkbaar wel op basis van soort? Racisten, seksisten en fascisten dragen dubieuze argumenten aan om te rechtvaardigen dat zij 'minderen' of 'zwakkeren' onderdrukken, uitbuiten of vermoorden. Welke argumenten hanteren wij, dat wij vinden dat wij dieren mogen misbruiken? Vinden wij onszelf intelligenter en zelfbewuster dan dieren? De verschillen tussen mens en dier zijn bovendien helemaal niet zo groot. Het gemiddelde verschil in de aminozuurstructuren van een mens en die van een chimpansee bedraagt minder dan een procent. Chimpansees staan genetisch dichter bij de mens dan bij andere apen. In hun gedrag en gevoelsbeleving zijn dieren ook net mensen. Dieren lachen, spelen, rouwen, knuffelen, vechten, maken het goed, vrijen, werken, maken instrumenten, pesten, huilen… Kortom, dieren zijn individuen met verlangens, gevoelens en interesses.
Het is te makkelijk om de op hol geslagen vleesindustrie toe te schrijven aan een falend overheidsbeleid of aan de wreedheid van boeren, slagers en slachters. Zolang wij een kilo kip voor nog minder dan een tientje willen kopen, blijft de gekte bestaan. We zijn zelfs dagelijks in overtreding. Immers, het is strafbaar om een dier opzettelijk pijn te doen of te kwellen 'zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel ontoelaatbaar is'. Er wordt geen redelijk doel gediend met het massaal slachten van dieren en voor het bereiken van dat onredelijke doel worden ontoelaatbare methoden gebruikt.
Dieren slachten dient heden ten dage geen redelijk doel meer. Ooit was het eten van vlees de enige manier om te overleven in koude, onherbergzame streken. Maar dit is niet meer de tijd van jagers in berenvellen. Weliswaar vallen bij ons de mango's en de bananen niet van de bomen, maar de moderne technologie brengt die heerlijkheden tegenwoordig probleemloos op ons bord. We hoeven onze eiwitten en koolhydraten niet meer uit wilde zwijnen en vette vis te halen. Het is tijd voor een stap voorwaarts in de evolutie van de mens. We hoeven niet te wachten tot de veeziekten zodanig om zich heen grijpen, dat we niets meer te kiezen hebben. We hoeven ook niet te wachten tot het milieu ons terugfluit. We kunnen nu kiezen voor een grote sprong in de tijd, misschien wel de belangrijkste stap naar een geweldloze wereld. In de woorden van schrijver Isaac Bashevis Singer: 'Er zal nooit vrede op aarde zijn, zolang wij dieren blijven eten.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.