|
|
De prijs van de mobiele telefoon
Het kapitalisme versloeg het communisme. De vrije keuze won van de schaarste. Maar wat is de prijs van de mobiele telefoon - van de vooruitgang? En wat is het verschil tussen de dictatuur van de markt en de dictatuur van de staat? In deze Ode twee visies op de werelden aan weerskanten van het voormalige IJzeren Gordijn. 'De beste manier om een dictatuur te handhaven, is klaarblijkelijk de mensen te dwingen om vrij te zijn. Vrijheid is niets meer dan een reclameslogan', schrijft Patrick van IJzendoorn. En BBC-correspondent in Hongarije, Neil Clark, stelt vast dat zijn nieuwe vaderland de slechtste in plaats van de beste aspecten van het Westen heeft overgenomen: 'Misschien valt de onverbiddelijke opmars van het monopoliekapitalisme en alle maatschappelijke kwaden van dien niet te stuiten en moeten we leren leven met misdaad, fast food en auto's, omdat ze onverbrekelijk verbonden zijn met het moderne leven.'
In 1994 kwam ik op een donkere decemberdag in de sneeuw in Hongarije aan. Ik was van plan vijf maanden te blijven, maar ik ben er nog steeds. Waarom bleef ik? Een vrouw? De goulash? De koning der wijnen? Ja, om alle drie, maar vooral omdat Hongarije in die lang vervlogen tijden zo anders was dan mijn eigen land. Verfrissend anders. De Hongaarse samenleving leek meer samenhang te vertonen en het opleidingsniveau in het algemeen leek veel hoger te liggen dan in het post-Thatcheriaanse Engeland dat ik had achtergelaten. De mensen leken veel en veel belezener en beschaafder, minder opschepperig en onbeschaamd dan de gemiddelde 'nieuwe Brit'. De nieuwe poenigheid moest in Boedapest nog opkomen. Zaterdagavond in de Hongaarse hoofdstad was in elk geval een stuk anders dan een avondje uit in een willekeurige grote Engelse stad. De politie te paard, de eindeloze sirenes en de constante sfeer van agressie miste ik niet. In Boedapest kon je op straat oogcontact hebben zonder het risico de volgende dag met krukken te moeten lopen. Berovingen waren een onbekend verschijnsel.
In 1994 leefde men nog in de verwachting, dat de degelijke sociale verworvenheden van het 'oude stelsel' behouden konden blijven en precies om die reden hadden de kiezers dat jaar in mei de socialisten (ex-communisten) opnieuw in het zadel geholpen. De hoop dat Hongarije kon worden afgeschermd voor de destabiliserende invloeden van de wereldeconomie, ging helaas al snel in rook op. Het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank voerden domweg de druk op en in plaats van de broodnodige investeringen in werk, scholen en ziekenhuizen kregen we het Bokros-pakket - een zo strikt stelsel van bezuinigingen op de overheidsuitgaven, dat zelfs Margaret Thatcher ervoor zou zijn teruggeschrokken. De socialistische leider Gyula Horn - gekozen op grond van een nostalgisch links programma - pleegde kiezersbedrog, privatiseerde het halve land en oogstte daarvoor de lof van de 'zakelijke leiders'.
En wat is vijf jaar later het resultaat? De politici onthalen ons bijna dagelijks op berichten over economische verbeteringen. De inflatie is laag, de nationale schuld is verkleind en we krijgen te horen, dat Hongarije een van de hoogste groeicijfers van de regio heeft. Maar waarom heerst er dan nergens - ondanks al dit schijnbaar goede nieuws - een sfeer van nationale tevredenheid of algeheel welbevinden? Ligt het soms aan de typische Hongaarse negatieve mentaliteit? Misschien, maar een veel overtuigender reden is ongetwijfeld de zichtbaar ongelijke verdeling van rijkdom in het land. Er is de afgelopen vijf jaar inderdaad sprake geweest van economische groei, maar voor wie? Voor de pensioengerechtigde die in de ondergrondse bloemen moet verkopen om rond te komen? Voor de werkloze mijnwerker die een vrouw en drie kinderen moet onderhouden? Of voor de alleenstaande moeder uit Miskolc die tienduizend forint kwijt is aan schoolboeken voor haar zoon, terwijl haar maandsalaris slechts dertigduizend forint bedraagt? De politieke bazen zeggen, dat we geduld moeten hebben, dan zal de nieuwe rijkdom uit die paar buitenwijken van Boeda vanzelf doorsijpelen naar de rest van de bevolking. Maar hoe lang moeten we wachten, terwijl de brandstof- en stookkosten steeds weer dreigen te stijgen?
Intussen begint de Hongaarse samenleving - geofferd op het altaar van de monetaristische leer - voor aller ogen te desintegreren. Het aantal inbraken, in het Hongarije van twintig jaar geleden iets ongekends, is tot recordhoogte gestegen en de cijfers voor autodiefstal in Boedapest behoren tot de hoogste ter wereld. Drugsgebruik, dat voorheen beperkt bleef tot een paar hasj rokende artistiekelingen in Boedapest, is wijdverbreid en amfetamine circuleert vrijelijk op scholen en universiteiten. De Hongaarse gezondheidszorg struikelt van de ene crisis naar de andere, terwijl het personeel gedemoraliseerd en onderbetaald is. Ook het onderwijs heeft te lijden doordat de politici met alle geweld het beproefde Hongaarse systeem op Anglo-Amerikaanse leest willen schoeien. Het probleem met het Hongaarse eindexamen schijnt te zijn, dat de vragen zo moeilijk zijn dat er wel eens een leerling zakt. Dat zou in Engeland niet kunnen.
En hoe zit het met het voorheen hoge peil van het Hongaarse culturele leven? Voor musea, theaters en galeries, die vroeger ruimschoots subsidie kregen, was het pompen of verzuipen in het nieuwe economische klimaat. Subsidies op toegangskaartjes werden ingetrokken en nu kunnen opnieuw alleen de rijken zich een avondje naar de opera veroorloven. Honderden kleine bioscopen, waar voornamelijk Hongaarse producties of kunstfilms werden vertoond, moesten de deuren sluiten om plaats te maken voor grote complexen waar de laatste kassuccessen uit Hollywood draaien. Ook televisieprogramma's worden dommer en dommer. In 1994 konden in de meeste huishoudens twee staatszenders worden ontvangen, die zich onderscheidden door programma's van hoge kwaliteit. Op prime time 's zaterdagsavonds werden meestal poëzievoordrachten en een klassiek concert uitgezonden. Nu kunnen we op zaterdagavond kiezen uit een stuk of twintig kanalen, die bijna allemaal verpletterend domme spelshows uitzenden of van bloed, vuil en schuttingwoorden vergeven Amerikaanse actiefilms. Geen wonder dat Hongarije, nu de televisie wordt overspoeld door dergelijk asociaal gedrag, in rap tempo verandert in een gewelddadige samenleving.
Een van de treurigste dingen van de afgelopen vijf jaar in Hongarije was voor mij de snelle verloedering van Boedapest. Burgemeester Gabor Demszky klopte zich in zijn herverkiezingscampagne vorig jaar op de borst, omdat hij een wereldstad had opgebouwd. Als dat zo is, dan is Chicago de eerste stad waarbij je aan Boedapest denkt. Begin dit jaar moest ik mijn flat in het centrum opgeven, omdat ik - en velen met mij - niet meer tegen de dag en nacht gillende politiesirenes kon. Het charmante, enigszins ouderwetse Boedapest is veranderd in een schaamteloze, lawaaierige en gevaarlijke metropool. Het aantal auto's in de stad is in de afgelopen tien jaar vertienvoudigd en dat hebben we geweten ook. De beroemde Nagykorut (Grote Boulevard) is door de mondialisering het prototype van de lelijkheid en de eenheidsworst geworden. Westerse fastfoodketens en buitenlandse banken domineren het straatbeeld - bijna nergens is een opschrift in het Hongaars te vinden waardoor je weet in welk land je je bevindt. Door de concurrentie van de gigantische winkelcentra die als paddestoelen uit de grond schieten, zat er voor de kleinere Hongaarse middenstanders niets anders op dan de zaak te sluiten en te verkassen. De oude zelfbedieningsrestaurants waar je voor een redelijke prijs een degelijke maaltijd kon krijgen, hebben nagenoeg allemaal plaatsgemaakt voor de eeuwige Big Mac die twee maal zo duur is en half zo goed. Eén hoeraatje voor de 'democratie'.
Kortom, een tamelijk somber beeld van maatschappelijk verval. Is er nog hoop voor de toekomst? Volgens de Hongaarse politieke elite ligt de redding in het lidmaatschap van de Europese Unie. Wanneer Hongarije volwaardig lid wordt, zal er een nieuwe 'gouden eeuw' beginnen. Premier Viktor Orban laat ons weten, dat Hongarije op bepaalde terreinen het Europese niveau al heeft bereikt. Als hij daarmee doelt op de prijs van benzine en telefoneren, dan heeft hij gelijk. Maar als het om de lonen gaat... Als de Hongaren ongeveer het prijsniveau van de Europese Unie moeten accepteren, zullen ze tenminste een navenant salaris moeten ontvangen.
Uit het ene na het andere onderzoek blijkt echter, dat de kloof tussen het loon in Hongarije en andere lidstaten van de Europese Unie steeds groter wordt. De gemiddelde Duitser verdient op dit moment ongeveer tien maal zoveel als de gemiddelde Hongaar, maar hij betaalt hetzelfde voor zijn benzine. Het loonspel is helaas een van de spelletjes die de Hongaren niet kunnen winnen. De productiecapaciteit in het land is merendeels in handen van buitenlandse bedrijven. Mocht het loonniveau stelselmatig stijgen, dan zullen de multinationals verder naar het oosten trekken, naar Georgië en Kazakstan, waar de kosten lager zijn en de shareholder value hoger ligt. Dan pas zal men inzien hoe dom het was om belangrijke, strategische bedrijfstakken in handen van buitenlandse maatschappijen te laten vallen.
Ik vertrek binnenkort uit Hongarije. Ik vind het jammer dat ik weg moet, want ik geloof nog steeds, ondanks alles, dat het land veel te bieden heeft. De vrouwen zijn nog steeds knap, de goulash en de wijn smaken nog net zo goed als vroeger. Maar met een triest gevoel van déjà vu zie ik het land dezelfde verkeerde weg inslaan als mijn oude vaderland twintig jaar geleden. Misschien valt de onverbiddelijke opmars van het monopoliekapitalisme en alle maatschappelijke kwaden van dien niet te stuiten en moeten we leren leven met misdaad, fast food en auto's, omdat ze onverbrekelijk verbonden zijn met het moderne leven. Nu - bij het begin van een nieuw millennium - hebben mijn ervaringen in Engeland en Hongarije mij geleerd, dat we verder dan ooit afstaan van een samenleving waarin de ware behoeften van mensen vóór die van banken en multinationals gaan. Sir James Goldsmith, de bekeerde aartskapitalist, klaagde tegen het einde van zijn leven dat 'overal de sociale samenhang wordt opgeofferd aan economische doelstellingen'. In het laatste decennium gold dat met name voor Hongarije. De Hongaren hebben de mobiele telefoon gekregen, maar die weegt niet op tegen wat er verloren ging.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.