|
|
Begeerte en afgunst
Boekbespreking.
Pas op. Dit is een bedwelmend boek. Het is, zo waarschuwt René Girard al bij het begin, een apologie van het christendom, maar zonder godsbewijzen of metafysische speculaties. 'Het evangelie', zo citeert hij Simone Weil, 'is niet een theorie over God, het is geen theologie. Het is een theorie over de mens, het is antropologie.' Girard heeft eerder geschreven over het verschijnsel van de zondebok: de onschuldige die de schuld krijgt en daarmee het ongemak van het volk, de stam of het dorp tijdelijk wegneemt. Daar gaat dit boek verder op in. Wat ligt er ten grondslag aan deze schuldoverdracht? Girard noemt als centrale vraag onze verhouding tot de Andere en de Anderse. Zodra er een verhouding is, is er spanning, want de Ander(s)e is iets of heeft iets dat wij niet zijn of hebben. Het is het krachtenveld van de vergelijking, het ook-zo-willen-zijn of ook-willen-hebben: 'mimétisme' in de woorden van Girard. Dat kan uitmonden in twee houdingen: de navolging of de rivaliteit. De eerste is liefdevol en eerbiedigt de Ander zo hij is. De laatste voelt zich door de nabijheid van de Ander tekortgedaan, en wil hem klein krijgen en plat maken. Girard noemt dit mimetische rivaliteit - je zou ook 'afgunst' kunnen zeggen - en hij duidt dit als een verschijnsel met een bijna persoonlijke kracht, als iets dat bijna lijfelijk aanwezig kan zijn tussen mensen. Wanneer dit bezit neemt van een menigte, ontstaat een bundeling in een meute. Het begrip dat wij voor dit verschijnsel hebben, zegt Girard, is 'Satan'. Het heeft geen levenskracht van zichzelf, zijn kracht is de kracht die mensen hem geven. Hij is een parasiet; Satan is 'de aap van God'.
Girard zet aan tot denken. Als wij de naam Satan gebruiken voor een complex sociaal en psychologisch verschijnsel, is dan hetzelfde aan de hand met de naam God? Het krachtenveld van de liefdevolle en eerbiedigende houding, is dat wat wij God noemen? De afgunst en wat eruit voortkomt, kan alleen maar werken wanneer de mensen zich niet bewust zijn van de krachten waaraan ze gehoorzamen. Dat nu is de kracht van het christendom, en daarop baseert Girard zijn apologie. In mythen wordt de Anderse het bos in gestuurd, tot opluchting van stam en volk, maar uiteindelijk wordt er een godsbeeld voor hem opgericht. Zie de mythe van de dubbel verstoten Oedipus. In het Evangelie gaat het anders; dat legt in het lijdensverhaal zonder een spoor van glamour vast wat er met het slachtoffer gebeurt: de volkswoede, de verkettering, de collectieve wreedheid. Daarmee trekt het de mat onder Satan vandaan, want wie weet hoe het werkt, is niet onbewust meer. Tenzij Satan alsnog, als meesterlijke tegenzet, de zaak weet te camoufleren door een nieuwe meute om het verhaal heen te zetten - een theologisch bouwwerk, of een kerkelijke hiërarchie.
'Gij zult niet begeren...', het tiende van de Tien Geboden, is waar het volgens Girard om draait. Het is geen kwestie van sociale ordening of geestelijke gezondheid. Waar het om gaat is, dat ik de deur openzet voor allerlei kwade dingen zodra ik begin te begeren, zodra ik me min voel. Daarom is dit boek zo bedwelmend: als je er oog voor krijgt, zie je het overal gebeuren. Tussen nazi's en joden, tussen mannen en vrouwen, in bedrijven en in gezinnen. En bij jezelf. Als een ander moet opdraaien voor jouw tekort, deugt het niet. Niet voor de ander, en niet voor jou. Afgunst is slecht voor je.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.