Email   Print

Handwerk

Als we niet oppassen, sterven onze handen uit. Steeds meer machines maken ze steeds meer overbodig. Onze handen blijven alleen nog praten.

Dinty W. Moore | 37 maart/april 2001 issue

Frustratie is een krachtig stuk gereedschap.
In mijn nieuwe tuin werd de achtermuur van mijn garage ondermijnd door een sering. De wortels zwollen steeds sterker op en drongen hardnekkig het oude rode metselwerk binnen. De achterste muur, die gedeeltelijk in de grond doorliep, was begonnen te scheuren, boog in het midden door en dreigde in te storten. En als die muur verbrokkelde, dan gingen de zijmuren mee, vielen de steunbalken en kwam het dak naar beneden. Je zou een beroerde huiseigenaar zijn, als je met je handen over elkaar bleef staan bij zo'n dreigende ramp.
De sering was zeker twee meter hoog en op het breedste punt zo'n 1,20 meter. Eén buurman kwam met een kettingzaag aanlopen, maar het probleem zat hem in de wortels, niet de takken. Een volgende buur stelde me voor om een stompvermaler te huren, een vreesaanjagende machine waarmee je hout tot pulp vergruist. In het plaatselijke telefoonboek staan zes bedrijven die bomen kunnen opruimen. Ik bel er drie bij mij in de buurt voor een prijsopgave. Ze bellen geen van alle terug. Hulp is lastig te krijgen in deze tijden van de krappe arbeidsmarkt.
Mijn gereedschapskist is spaarzaam gevuld. Het bezit van een gereedschapskist is voor mij op zich al een recent verschijnsel. In tegenstelling tot veel van mijn buren klus ik niet in het weekend voor de ontspanning. Een kapotte kraan, een dak dat lekt, een krakend vloerdeel weten mij niet te begeesteren. Ik voel me er juist machteloos bij, dom en onhandig. Als je de huiseigenaren in twee kampen kunt verdelen, hoor ik bij het deel dat het hele weekend aan de telefoon hangt, wanhopig op zoek naar een eerlijke klusjesman.
Op een zondagochtend in augustus heb ik me vol onderdrukte gevoelens van klunzigheid op de sering gestort, slechts gewapend met een botte, roestige hakbijl. Ik heb drie uur lang woedend staan hakken, in grijze tuingrond staan meppen, wortelscheuten staan doorklieven, op zoek naar de kluit, het anker van de struik. Het zweet biggelde omlaag, mijn hemd was doorweekt en ik smeet het van me af. Ik wreef met handen vol aarde in mijn ogen tot mijn gezicht er zwart van werd. Mijn nek was door de zon verbrand. Na dertig minuten werken begon mijn arm flink pijn te doen. Ik wou ermee stoppen, maar ik moest van mijn handen doorzetten. Mijn handen vonden dit heerlijk werk, genoten van hun greep op de houten steel en van de doffe dreun elke keer als de bijl een wortel wist te treffen. Ze genoten van de geruststellende herhaling, van hun duidelijke doel.
Ik had geen uitgewerkt plan, maar tegen die tijd hadden mijn handen het van mijn gedachten overgenomen: pak die bijl, zwaaien maar. Doorgaan tot er iets gebeurt.

Er wordt geen man op deze aarde geboren zonder dat zijn werk niet met hem wordt geboren. Werk is er altijd, en gereedschap om mee te werken, voor degenen die zulks willen. En gezegend zijn de eeltige handen die zwoegen. - James Russell Lowell

Mijn vader had opvallend grote handen. Olie had zich dikwijls in zijn handpalmen geperst, in zijn vingers en vulde iedere lijn en rimpel. Buddy, dat was zijn bijnaam, boende zich met speciale zeep, maar de olie gaf geen krimp. Zijn handen zaten vol littekens, wonden die net weer dichtgingen, nagels met vers vuil eronder. Zo'n snee - eigenlijk een gapende wond - was doorgaans zo groot en ernstig dat die mij - en hoogstwaarschijnlijk jou ook - naar de Eerste Hulp had doen rennen voor een paar hechtingen.Voor Buddy was het iets alledaags.
Mijn vader werkte met zijn handen. Ooit was er een tijd, dat we dat allemaal deden.
Buddy maakte me voor het eerst duidelijk wat handwerk betekent, toen ik zeven was. Hij stopte me een schroevendraaier in mijn handen, een eenvoudige kruiskop met een doorzichtig handvat van geel plastic, en zei: 'Hier, hou vast.' In die tijd woonde hij in een caravanpark boven op een heuvel en reed in een mosterdkleurige tweedeurs Datsun - de goedkoopste auto die hij kon vinden - met altijd de bedompte geur van Pall Mall-sigaretten zonder filter.
Mijn vader was het grootste deel van zijn leven autoreparateur geweest, sleutelaar in de smeerkuil van de plaatselijke Chevrolet-dealer, maar hij had geen grote liefde voor auto's. Een automobiel was gewoon een middel om ergens te komen, een werktuig om je te verplaatsen.
Er rammelde iets aan zijn oude Datsun. Ik weet niet meer wat het was - misschien wel een portier - maar voor de reparatie moest ik met de schroevendraaier een onderdeel op zijn plaats houden, terwijl hij een ander ding vastzette met een moersleutel. Het ligt niet alleen aan mijn gebrekkige geheugen, dat ik niet wat meer details kan geven. Mijn vader nam nooit de moeite om iets uit te leggen. Alleen kortaf: 'Vasthouden, en niet laten bewegen.' Natuurlijk schoot de schroevendraaier uit zodra Buddy aan het stuk metaal ernaast ging wrikken. Ik twijfel er niet aan, dat dit voor het grootste deel mijn schuld was. Ik verveelde me en lette meer op de caravan van de buren, omdat ik een glimp probeerde op te vangen van hun tienerdochter.
'Jezus', was de reactie van mijn vader. 'Geef hier.' Hij pakte het gereedschap in zijn linkerhand, draaide zijn lange, sterke rug in een moeilijke houding, strekte zijn armen uit om de afstand tussen de schroevendraaier en zijn sleutel te overbruggen en maakte het karwei af.

Ik maak er de laatste tijd een gewoonte van om bij mensen op hun handen te letten. Moet je eens proberen als je je zit te vervelen bij een lezing. Kijk goed naar de handen van de spreker. Of laat de volgende keer dat je in een restaurant bent, of in een snackbar, je blik eens dwalen over alle tafels. Handen zijn een bron van kracht. Leiden een eigen leven. Onvoorspelbaar.
Velen van ons zitten de hele dag, of we staan stijf rechtop. We stoppen er veel energie in om onze ledematen merendeels krampachtig op hun plaats te houden. We hebben het moderne leven zo ingericht, dat een kordate positie voor een scherm is vereist, achter een bureau, in de rij. Onze nek doet pijn, onze schouders zitten op slot, we zetten ons schrap. Dat wordt van ons verwacht.
Let op de mannen en vrouwen die zijn veroordeeld tot zakelijke kleding en je kunt je gemakkelijk inbeelden dat die soepele grijze stof van staaldraad is geweven. Iemand met een levendige uitdrukking valt ons op, want levendige uitdrukkingen beginnen zeldzaam te worden. Een onverstoorbaar gezicht valt goed in het zakenleven, in de meeste leidinggevende posities. We staan verstijfd rechtop in ons maatpak, maskeren ons gevoel en klimmen naar de top. Bezie de mannen en vrouwen in het hogere management, zowel zakelijk als politiek.
Maar onze handen blijven praten.
Kijk af en toe maar eens. Onze handen spelen hinkelbaantje op het tafelblad, strelen de katheder, doorklieven de lucht, alsof ze een eigen ritme, een eigen leven hebben. Dans was ooit een onderdeel van elke cultuur, van ieders leven, maar dat is klaarblijkelijk in het slop geraakt. Alleen onze handen houden de herinnering levend. Ik kijk nu nadrukkelijk naar de handen van mensen, omdat ik vermoed dat ze ons een teken geven: we zijn er nog, hoor. Vergeet het niet.

Ik schaf goedkoop gereedschap aan, en maak het stuk. Mijn vader had een onuitputtelijke hoeveelheid gereedschap, dat hij wegborg in een rode kist met zwarte wielen. Hij moest voor de lunch zijn kist afsluiten en als zijn dienst erop zat ook, anders zouden de mannen waarmee hij werkte zijn gereedschap lenen en zou hij zijn beitel nooit meer terugkrijgen. Toen zijn dagen als autoreparateur op hun eind liepen, begon Buddy aan zijn laatste baan, bij een staalfabriek zo groot als een huizenblok, kil en zonder franje.Gigantische plakken ontslakt metaal werden op trolleys naar de smederij gereden en mijn vader had tot taak om ze vlak te maken, de blauwdruk uit te voeren, ze zodanig vorm te geven, dat ze zelf een onderdeel konden worden, deel van een groter werktuig, van industriële persmachines die per schip overzee gingen en verder werden geassembleerd in Joegoslavië of Oekraïne. Wat mijn vader deed, leek sterk op het houtbewerken dat veel mannen nu als hobby in hun kelder doen. Maar als mijn vader een fout maakte, er links of rechts iets teveel vanaf haalde, een hoekstuk net een fractie van een graad verkeerd uitvoerde, dan was er niet gewoon een stuk hout verpest. Dan schoot het bedrijf er duizenden dollars aan metaal bij in, plus duizenden dollars aan arbeidstijd en een gemiste deadline.
Hij heeft me maar één keer meegenomen naar zijn werkplek - in de zomervakantie na mijn middelbare school - en leidde me zonder veel geestdrift rond. Maar ik merkte heel goed hoeveel waarde hij hechtte aan het rekenwerk dat hij bij zijn handelingen moest doen, hoeveel wiskunde erbij kwam kijken. Want als enige tussen alle andere mannen, waarvan sommige daar al jaren langer werkten dan hij, kreeg hij de grootste brokken metaal te bewerken, de meest veeleisende klussen.
Buddy nam me mee naar het ellendigste deel van de fabriek, vol viezigheid en herrie, en daar wees hij rond. 'Zie je dit?' zei hij. 'Daarom moet je van mij verder studeren.' Toen mijn vader doodging, liet hij zijn grote rode gereedschapkist achter. Mijn zwager nam het gereedschap over, en volgens mij de kist ook, maar ik wist nog een dasspeld te redden uit het bovenste laatje, die mijn vader had gekregen van een vertegenwoordiger van Snap On Tools. Ik heb hem opgespeld bij mijn eerste baan, als journalist in Pittsburgh, want ik wou om een of andere reden mijn afkomst als arbeider onderstrepen.

Soms word ik eraan herinnerd dat handwerkslieden en winkeliers niet alleen de hele ochtend in hun winkel zijn, maar 's middags eveneens. Ze zitten daar met gekruiste benen, in vele gevallen - alsof hun benen zijn gemaakt om op te zitten, niet om mee te staan of te lopen. En dan besef ik dat ze lof verdienen, omdat ze niet al lang geleden allemaal zelfmoord hebben gepleegd. - Henry David Thoreau

Volgens dichter Robert Bly is 'de neergang van de mensheid' het directe gevolg van het verdwijnen van lichamelijke arbeid. Daar zou Thoreau het hoogstwaarschijnlijk mee eens zijn. Mijn handen zouden er ook mee instemmen. Ze zijn nog nooit zo gelukkig geweest met zichzelf als toen ik die bijl in mijn greep hield en tegen de sering tekeerging. Ze wisten wat ze moesten doen, wat ze waren, wat er van hen werd verwacht en we vonden het alle drie prettig.
Uiteraard is ons werk veranderd, onvermijdelijk en dus ook ons gereedschap. De doe-het-zelf-catalogus biedt een professionele 1197-delige gereedschapsset aan - met 311 ring- en steeksleutels, 72 schroevendraaiers, 415 dopsleutels en 36 tangen - voor rond de vijfduizend dollar. En dat is dan alleen handgereedschap. In dezelfde catalogus staan bij het elektrisch gereedschap onder andere boormachines, boorkolommen, kantfoliemachines, nietpistolen, verfspuiten, vlakschuurmachines, polijstmachines, poetsmachines, drilboren, decoupeerzagen, verlijmfresen, draaibanken, schaafmachines, groefschaven, bandzagen, cirkelzagen, verstekzagen, kapzagen, radiaalzagen, metaalzagen, figuurzagen, zaagtafels en een waterpas met precisielaser om het peillood aan een touwtje te vervangen.
Dat is nu vooruitgang. We zijn een welvarend volk en dat blijkt uit deze uitstalling van gereedschap. Steeds vaker hoeven we onze werktuigen niet eens meer vast te houden: we schuiven het hout er doorheen, of klemmen het hout erin vast en doen een stap achteruit.
Bly betreurt het verdwijnen van fysieke inspanning.
Thoreau ziet vol droevenis onze benen steeds zwakker worden.

Ik maak me zorgen over onze handen. Het lijkt erop, dat we ze voor het merendeel niet echt meer gebruiken, niet voor iets wezenlijks. Niet voor ons leven, om in leven te blijven. Niet echt. Als ik de juiste software in huis had, had ik dit artikel ook aan mijn computer kunnen dicteren. Het gereedschap van morgen is digitaal, onzichtbaar, geen handen nodig. Maar is dat echt het enige waartoe onze handen dienen? Dingen vasthouden? We gebruiken onze handen nog steeds om mee te praten, godzijdank, maar ik vrees dat dit - net als Thoreau's rondlopen en de fysieke inspanning - als volgende gedoemd is te verdwijnen. Misschien worden de mensen over een aantal jaren beloond, omdat ze handen goed kunnen stilhouden. Dat zal dan van ons worden geëist. En er zal weer een hoekje van onze ziel zijn afgesloten.
Mijn vader werkte vroeger met zijn handen. Op een ochtend in augustus deed ik dat ook. Ik pakte een simpel stuk gereedschap en ging mijn probleem te lijf. Uiteindelijk slaagde ik erin om - tot mijn eigen oprechte verbazing - rondom de sering een geul van een meter uit te graven en de dikke kluit te vinden waar de wortels vandaan liepen. Een stompvermaler had het wellicht beter gedaan en dan in tien minuten. Maar ik kreeg het voor elkaar om net zolang in de dichte kluwen van onderaards hout te hakken tot de sering het opgaf en de wortelkluit er net zo makkelijk uitfloepte als een tand die al weken loszit.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
LaScuola, Nederland
riapool, Nederland