|
|
Sprookjes overwinnen het leven
'In een sprookje is alles waar. Het is de werkelijkheid van het leven die in beeldentaal wordt verteld.
Alle sprookjes gaan over ontwikkelingswegen. Als je een kind een sprookje vertelt, dan vertel je hem over de weg die hij als mens kan gaan. Sprookjes laten zien dat weerstanden, die nou eenmaal een realiteit zijn in het leven, kunnen worden overwonnen. Al zit je gevangen bij de heks, de ontwikkeling gaat verder. Sprookjes spreken de fantasie van het kind aan. Daarmee geef je je kind het vermogen mee om later uit die fantasiebron te putten en creatief met de werkelijkheid om te gaan. Kinderen verbinden de sprookjeswereld trouwens van nature met de dagelijkse realiteit. Dat is maar goed ook, anders verliezen ze zichzelf erin. Met een kind moet je ook niet gaan praten over een sprookje of hem beelden gaan uitleggen. In principe is geen enkel sprookje ongeschikt voor een kind, ook niet als er ogenschijnlijk enge gebeurtenissen in worden verteld. Maar als je als verteller moeite hebt met een bepaald sprookje - bijvoorbeeld omdat je vindt, dat het een kind vervreemdt van de werkelijkheid of dat het hem bang kan maken - dan kun je dat beter niet uitkiezen, omdat kinderen vaak feilloos de achterliggende emoties en oordelen van de volwassene opvangen.
Een sprookje op een bandje of op cd, waarbij de stemmen vaak erg overdreven intoneren, kan voor een kind beangstigend zijn. Je kunt een sprookje het beste zo objectief en terughoudend mogelijk vertellen. Je bent dan een bemiddelaar tussen het sprookje en het kind, dat vrij wordt gelaten om er zijn eigen beelden bij te vormen. Dat is vaak het probleem met rages als Teletubbies of Pokémon. Dat zijn voorgekauwde en door volwassenen ingevulde beelden, die over een kind worden uitgestort zonder dat hij daar een eigen voorstelling bij kan vormen. In mijn ogen maken die kant-en-klare beelden, waartegen een kind zich niet kan verweren, misbruik van de kinderziel. Het is een soort schaduwkant van wat hij werkelijk zoekt. Dat wil niet zeggen, dat je die dingen buiten de deur moet houden. Maar ik zou er andere beelden naast zetten die het kind wel steunen in zijn ontwikkeling. Als je een kind hebt dat wat zwaar op de hand is, probeer dan een sprookje te vinden dat juist de lichtvoetigheid aanspreekt. In 'Het Dappere Snijdertje' worden de weerstanden bijvoorbeeld met humor - en niet zozeer door strijd - overwonnen.
Het maakt uit, of je een sprookje voorleest of uit het hoofd vertelt, maar het belangrijkste is of je achter het verhaal staat. Leer in elk geval nooit een sprookje uit je hoofd. Wanneer je vrij wilt vertellen, dan is de eerste stap dat je de reeks gebeurtenissen in het verhaal voor je probeert te zien. Zelf doe ik dat het liefst als ik in beweging ben, dus lopend of fietsend. Stel je het donkere woud voor, het lichtje waar je naartoe gaat, het huisje met de roversvrouw die bij het vuur zit, de rovers die thuiskomen... Door dat proces beweeglijk te houden, voorkom je, dat je het verhaal uit je hoofd leert. De tweede stap is, dat je de tekst er weer bij pakt en die zo nauwkeurig mogelijk verbindt met de beelden die je hebt gevormd.
Voor het slapen gaan is een heel goed moment om voor te lezen. Er is dan weinig afleiding, het kind kan de beelden in alle rust opnemen en meenemen in de slaap. Als ik naar kleine kinderen kijk wanneer ik ze een sprookje vertel, dan word ik vaak ontroerd door die totale overgave aan wat ze horen. Uit hun blik spreekt dan iets, dat ik niet anders kan omschrijven dan als een religieuze stemming.' Bert Voorhoeve
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.