|
|
De heling van een kerstverhaal
Verhalen kunnen zich verbinden met de werkelijkheid. Ze kunnen ook de werkelijkheid opnieuw, op een andere manier, laten beleven. Conflicten en onvervulde behoeften kunnen in verhalen worden opgelost. Richard Stone miste zijn vader in zijn jeugd en dat gemis bleef zijn verdere leven hinderen. Totdat hem werd gevraagd een kerstverhaal te schrijven.
In mijn woonwijk werd de kersttijd van Florida altijd aangekondigd tijdens een warme dag, waarop de levensgrote kerststal in de voortuin van Paul McCloskey verscheen. Paul was mijn beste vriend en zijn vader, die arts was, had dit tafereel vervaardigd van prachtig beschilderd triplex: een kribbe en de drie wijzen die met een massa dieren Maria en Jozef omringden, terwijl ze in aanbidding waren van het kindeke Jezus. Een aan een boom opgehangen elektrische ster scheen op hen neer en de kerstman kwam met zijn kudde rendieren vanuit drie richtingen aangevlogen. Ik verbeeldde me altijd dat hij ook even wilde kijken. Een gelukzalige engel die op het dak zat, bezag alles met vreugdevolle instemming. Overal waren kleurrijke lichtjes bevestigd, twinkelend als kleine bakens in de nacht. Dit hoorde allemaal bij de kerst in de Terrace Drive, de straat waar mensen van heinde en verre naar toe kwamen om het meesterwerk van de dokter te bewonderen.
Paul hielp zijn vader altijd bij het opstellen van de kerststal en ik kwam steevast langs om te kijken en te helpen. Dokter McCloskey stond op een huishoudtrapje met een sigaret tussen zijn lippen en met een smoezelig T-shirt aan, dat aan zijn zweterige bovenlijf plakte. In deze tijd van het jaar was de lucht erg vochtig en in de garage was het dan tien graden warmer dan buiten. Pauls vader bromde en mompelde tussen zijn tanden de aanwijzingen, terwijl de askegel van zijn sigaret steeds langer werd. Ik wachtte in spanning op het moment dat de as op Pauls hoofd zou terechtkomen. Dokter McCloskey gaf het uitgezaagde triplex voorzichtig door aan Pauls uitgestrekte handen. Paul kon ze echter niet goed aanpakken, want ze waren te zwaar voor hem. Als Jozef dan uit zijn hand gleed en met zijn gezicht op de olievette garagevloer neerstortte, sloegen bij zijn vader de licht ontvlambare Ierse stoppen door en waren de vloeken niet van de lucht. Vervolgens keek hij dan naar mij en bulderde 'Sta daar niet zo te niksen als een slome koe. Kom hier en help eens een handje, knul!'
Zo nam ik - een keurige joodse jongen - Jezus, Maria en de lammetjes in mijn armen en had ik op mijn manier deel aan het kerstwonder. We droegen elk personage naar de voortuin, naar een plek tussen twee gigantische hulstbomen. Wanneer ze allemaal naar buiten waren gesleept, sloegen we palen de grond in, waarop ieder figuur met bouten op zijn plaats werd verankerd. En dit was nog maar het begin. Daarna moesten we met de kerstverlichting en de versierselen, zo groot als mensenhoofden, aan de gang. We haalden daarvoor twee grote dozen uit de verste uithoek van de garage. In die dozen zaten snoeren die wel kilometers lang leken, met gloeilampen eraan. Hoe zorgvuldig ze het jaar daarvoor ook waren opgeborgen, altijd waren die snoeren hopeloos in elkaar verstrengeld geraakt. Deze bende deed dokter McCloskey altijd mopperen, klagen en de schuld aan Paul geven van een wirwar die pas na een uur weer uit elkaar was gehaald. 'Hebben jullie weer lopen klooien met die lampen jongens?' 'Echt niet pa', antwoordde Paul dan, terwijl ook zijn Ierse opvliegendheid dreigde te ontploffen door de oplopende beschuldigingen van zijn vader. Ik stond daar hoofdschuddend bij en hoopte maar dat ik uit het spervuur kon blijven.
Het was dan al weer bijna één uur 's middags, als we bij wijze van proef de lichten aandeden. We hadden dan nog steeds geen lunchpauze gehad. Er bleek in één snoer met lampen een contactje los te zitten en aan andere snoeren moesten veel lampen worden vervangen. 'Verdomme', zei McCloskey, terwijl hij wegliep om zijn portefeuille te halen. We waren nu allemaal moe en hongerig, dringend aan een pauze toe. 'Kom op jongens', riep hij, toen hij minder geërgerd terugkwam. 'Ik trakteer jullie in The Old Meeting House op een hamburger. Daarna gaan we bij de ijzerhandel langs voor gloeilampen.' Tegen de tijd dat er patat en milkshakes werden geserveerd, was hij weer één en al glimlach en vol grapjes. 'Reken maar dat de kerststal dit jaar echt prachtig wordt.' In mijn ogen zou het weer even mooi zijn als alle andere jaren, maar voor Pauls vader was het, alsof hij het allemaal voor het eerst deed.
Tegen half vijf was het grove werk gedaan en konden we de laatste hand leggen aan het meesterwerk. Voorzichtig hingen we de versieringen aan de boomtakken. Dit was een werkje voor Paul en mij. Als apen roetsjten we de ladder op naar boven en klauterden we naar de takken die dokter McCloskey nooit hadden kunnen houden. Hij stond beneden zijn aanwijzingen te roepen. 'Een beetje verder... naar de volgende tak... Paul, luister nou naar me... nee, niet zo laag... voorzichtig nou, dat gaat vallen...' En ja hoor, je kon er ieder jaar op rekenen, dat Paul altijd wel één kerstversiersel liet vallen. Soms gebeurde er een wonder, dat nog groter was dan de onbevlekte ontvangenis. Zo'n ornament viel dan op de grond, stuiterde twee of drie keer in het gras en rolde dan even verder tot het ongehavend stillag. Maar negen van de tien keer spatte het in vier of vijf brokstukken uiteen. Dan schudde McCloskey zwijgend zijn hoofd, terwijl hij Paul woest aankeek en van binnen kookte. 'Weet je wel hoeveel die dingen kosten, goddorie? Wanneer let je nou eens op?'. Zijn stem stierf weg als Paul dan ineenkromp.
Als de klus was geklaard en Paul vanaf de laagste tak op de grond sprong, stuurde McCloskey ons naar de overkant van de straat om voor mijn huis toe te kijken als hij de lichtknop aandeed. Het was dan al schemerig geworden en het laatste daglicht ging op in een uitbarsting van rood en oranje gloed aan de westelijke avondlucht. Als de gekleurde spots, die gericht waren op de kribbe en de kerstman, aangingen, klapten Paul en ik en schreeuwden we uit volle borst. Vervolgens gingen de lichtjes die het huis en de bosjes versierden, aan en werden we stil. McCloskey liep vanaf de voordeur achteruit en stapte het trottoir af, zonder echt te zien waar hij liep. Als hij zich dan bij ons voegde, gebeurde er iets magisch. Hij legde zijn ene hand op de schouder van Paul, de andere op de mijne en kneep dan zachtjes. Eerst dat gevoel iets prachtigs gedaan te hebben, dan die erkenning daarvoor, dat was iets dat ik bijna niet had ervaren bij mijn vader. Al dat gedraaf en al die pogingen om het deze mopperige man naar de zin te maken, waren de moeite waard geweest. Hij gaf me het duizendvoudige ervan terug door die zachte kneep met zijn hand. Dankzij vader McCloskey was kerst iets glorieus en mystieks geworden, veel meer dan een religieus feest. Heel kinderlijk dacht ik toen, dat als wij ook een kerstboom zouden hebben, deze geest van kerst ook in mijn huis zou komen.
Het was niet zo'n moeilijke opgave om mijn ouders hiertoe over te halen. Mijn vader, een overtuigd agnost en rationalist, kon geen bezwaar hebben op grond van religieuze principes. In zijn ogen was mijn wens begrijpelijk, omdat al mijn vriendjes ook een kerstboom hadden. Hij stond verrassend genoeg sympathiek tegenover mijn kersboomidee.
Mijn moeder moest ik met de oudste kinderlist ter wereld voor mij zien te winnen; net zolang zeuren totdat ze er niet meer tegen kon, dan de duimschroeven aandraaien en gaan janken. Ze vond een 'Chanoeka (het joodse 'kerstfeest')-struik' in ons huis een vreselijk idee. Hoe we het ook noemden, het bleef gewoon een kerstboom. Door zo'n symbool tot in het hart van onze huiskamer te laten binnendringen, werd ze ongetwijfeld tot in haar diepste religieuze beleving beledigd, maar nog altijd lang niet zo erg als de mate waarin mijn gejengel op haar zenuwen werkte. In de week voor kerstmis gaf ze toe en nam mij mee naar Richard's Drugstore om een kunstboompje, engelenhaar, kerstversiering en onze eigen kerstlichtjes te kopen. Toen alles op zijn plaats stond, stopte ik de stekker in het stopcontact, deed een stap achteruit en was ik bijna net zo vergenoegd als toen ik met Paul en zijn vader uitkeek op onze creatie die zich uitstrekte tot aan alle randen van de voortuin.
Toen Hij neerzag op het glorieuze eerbetoon aan het kerstfeest van McCloskey aan de ene kant van de straat en het heiligschennende vertoon van een kunstmatige kerst in het huis daartegenover, moet God gegniffeld hebben. Ik vermoed, dat hij daarom ervoor zorgde dat rabbi Zielonka de zondag voor kerstmis mijn moeder opbelde. De rabbijn wilde ons die middag een bezoek brengen! Hij was nog nooit bij ons thuis geweest en daarom was het een slecht voorteken dat hij juist dit weekend had gekozen om langs te komen. Mijn vader, die altijd standvastig bleef onder tegenslagen, leek ook al een beetje bezorgd. We moesten een list verzinnen. 'We verplaatsen alles gewoon naar de slaapkamer van Richard, doen de deur dicht en wat niet weet, wat niet deert', zei mijn vader. Mijn moeder ging schoorvoetend akkoord, maar bleef intussen mokken dat het vooral de schuld van mijn vader was dat we nu in de nesten zaten. 'Ik denk dat God ons nu straft', zei ze half ernstig. Mijn vader grijnsde zelfgenoegzaam en schudde zijn hoofd. Hij, en niet God, was de situatie meester. Alles zou zonder problemen verlopen. Ik vroeg me heimelijk af of mijn moeder misschien toch gelijk had.
Toen rabbi Zielonka arriveerde, leek ons huis gezuiverd van alle kerstsmetten. Hoewel, vlak naast mijn bed lag het gevaar roerloos op de loer. We gingen in de huiskamer zitten, waar mijn moeder rondging met koffie en koekjes. Terwijl ze druk in de weer was met het inschenken en haar rol als gastvrouw perfect vervulde, stelde de rabbi vooral belang in mij. Hij wilde alles van mij weten, wat ik deed, dacht en leerde. In die tijd vormde de bouw van een replica van een torpedojager uit de Tweede Wereldoorlog het middelpunt van mijn bestaan. Hij was bijna een meter lang en ik beschreef de rabbi in detail hoe de geschutkoepels eruitzagen en dat de kleine granaatkartels dieptebommen waren die vijandige onderzeeërs moesten vernietigen. 'Weet je dat ik in de oorlog nog op zo'n schip heb gediend? Ik zou de replica graag even bekijken', zei hij, terwijl hij uit zijn stoel kwam. 'Staat hij op je kamer?'
Als in slow motion bestookten mijn ouders me allebei met alarmerende blikken die als pijlen uit hun ogen schoten. Ik had het gevoel dat mijn hart stilstond. Intussen was de rabbijn overeind gekomen, beleefd wachtend totdat ik hem voorging naar de gewisse ondergang. Ik sprong op en schoot de huiskamer uit, nog voordat hij maar een stap had kunnen zetten. 'Ik haal hem wel voor u op', riep ik, terwijl ik al halverwege de gang was. Ik glipte mijn kamer binnen en sloot de deur achter me en leunde buiten adem tegen het koude, harde oppervlak van mijn kamerdeur, terwijl ik besefte dat ik zojuist de dreiging van een eeuwige vloek op mijn familie had afgewend. Toen ik met het oorlogsschip terugkwam en hem ter bewondering aan de rabbijn overhandigde, overstelpten de ogen van mijn ouders mij met een stortvloed van dankbaarheid. Mijn moeder hervatte het inschenken van koffie en het presenteren van koekjes. Geheel tegen zijn gewoonte in, prees mijn vader mij om het vele werk dat ik in de bouw van het schip had gestoken. Toen deed hij iets totaal onverwachts. Hij liep helemaal naar mij toe, legde zijn hand op mijn schouder en gaf mij een liefdevolle kneep.
Naschrift:
Nu ik erop terugkijk, realiseer ik me dat het schrijven van 'Kerst in de Terrace Drive' een wonder in mijn leven heeft verricht. Ik kan me in werkelijkheid niet herinneren, dat mijn vader me na mijn vierde of vijfde jaar nog zo'n fysiek blijk van genegenheid en waardering heeft gegeven. Maar dat was wel wat ik het liefst van hem wilde. Gek genoeg is het niet duidelijk of hij het was die ermee ophield of dat ik het was die er niet meer om vroeg. Het zal wel van beide kanten zijn gekomen. Ik weet nog dat ik hem op een zaterdagmiddag in de huiskamer slapend op de bank aantrof. Ik stond er stil op ongeveer dertig centimeter afstand van zijn hoofd naar te kijken. In de hoop dat hij wakker zou worden en met mij zou gaan spelen. Mijn moeder wenkte me fluisterend naar de andere kamer en berispte me voor het feit dat ik hem lastig viel. 'Zie je niet hoe hard je vader moet werken? Hij is moe. Laat hem met rust en ga buiten met je vriendjes spelen.' Helaas vatte ik haar woorden te ernstig op en heb ik hem daarna nooit meer gevraagd met mij te spelen.
De meeste dingen in het verhaal zijn ook zo gebeurd, maar ik koos voor een einde dat regelrecht inging tegen de werkelijkheid die ik als kind zonder het te beseffen in het leven had geroepen. Het feit dat ik nu volwassen ben, houdt niet automatisch in dat ik geen behoefte heb aan een herinnering of, op zijn minst, een beeld van mijn vader als een liefdevolle en attente man. Dit was de vader die ik had willen hebben. Dit is ook de vader die ik nog steeds nodig heb. Nu ik het in de afgelopen jaren steeds opnieuw heb verteld, herinnert dit verhaal mij eraan dat mijn vader wel echt van mij heeft gehouden, ook al leek hij af en toe ver weg. En wat belangrijker is, dit verhaal heeft mij een model verschaft voor hoe ik nu met hem wil omgaan. In plaats van de ingesleten klap op de schouder van mannen onder elkaar, geef ik hem als ik op bezoek kom, een stevige omhelzing en knijp ik hem liefdevol in de schouder, terwijl ik vertel hoeveel ik van hem houd. En nu ik hem steeds uitnodig om de gebeurtenissen uit zijn leven te vertellen, ben ik erachter gekomen dat hij zelf geen vader had die hem wel eens bij de schouders pakte. Ook hij zocht naar bevestiging en erkenning. In plaats van te leven in een verhaal dat vertelt hoe weinig mijn vader er voor mij was, heeft zich een nieuw perspectief ontvouwd, vol van mededogen, begrip en waardering. Het zal u niet verbazen dat onze relatie zich nog steeds ontwikkelt. Die is vanuit mijn gezichtspunt alleen maar beter geworden. Ik had nooit gedacht, dat dit allemaal zou voortvloeien uit een simpel verhaaltje over engelenhaar en Chanoeka-lichtjes.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.