Email   Print

Akoestische aanranding

We kunnen onze oren niet sluiten voor het alomtegenwoordige geluidsgeweld.

Elbrich Fennema | 36 januari/februari 2001 issue

We reageren op geluid nog steeds als onze verre voorouders: als potentieel alarmsignaal. Het vitale belang van het opvangen van geluid blijkt ook uit het feit dat we - in tegenstelling tot onze ogen - onze oren niet kunnen sluiten. Dat betekent, zo stelt Natur & Kosmos (augustus 2000) vast, dat elke geluidsprikkel nog steeds een adrenalinestoot opwekt omdat we die ooit, omstreeks de steentijd of als Neanderthalers, nodig hadden om te vluchten of te vechten. Maar onze geluidsomgeving is sindsdien dusdanig veranderd, dat ons zenuwstelsel ervan overprikkeld kan raken en de geluidslawine onze hormoonhuishouding kan ontregelen. Ons auditieve oerinstinct heeft zich nog niet aan de moderne geluidsniveaus aangepast. Ook mensen die zelf zeggen geen last van geluidshinder te ondervinden, blijken er toch met verhoogde hormoonproductie en verhoogde bloeddruk op te reageren, zo is uit onderzoek naar voren gekomen. Uit een recente studie blijkt, dat mensen die in een lawaaiige omgeving wonen van meer dan 70 dB, dertig procent meer kans maken op een hartinfarct. De Hamburgse GGD classificeert de invloed van geluid als een potentieel hoger risico bij het veroorzaken van kanker dan luchtverontreiniging. Tijdens de slaap geeft een geluidsniveau van 30 tot 35 dB al aantoonbare stijging van adrenaline, noradrenaline en cortisol. Dat kan tot slaapstoornissen leiden. Overigens is de ervaring van lawaai heel individueel, zo voegt Wolfgang Babisch, de onderzoeker van de Hamburgse GGD, eraan toe. 'In lawaaiige woongebieden zijn er mensen die 's morgens wakker schrikken van vogelgekwetter en vervolgens de slaap niet meer kunnen vatten. Voor hen maken die vogels lawaai.'

In onze samenleving is geluid praktisch alomtegenwoordig. De behoefte aan een stil tegenwicht blijkt uit de talloze stilte-initiatieven die momenteel het daglicht zien. Onkruid (november/december 2000) heeft ze in kaart gebracht en de lijst is imposant. Een duidelijk teken aan de wand is het onverwachte succes van de bestsellende 'Stilte-atlas van Nederland', waarin Thom Breukel honderd plaatsen opnoemt om tot rust te komen. Het boek blijkt met stapels tegelijk te zijn opgekocht door personeelsfunctionarissen voor gestreste werknemers.
Het probleem met het in kaart brengen van stilteplekken is dat het er al gauw gedaan is met de rust. Leo Sloter, de uitbater van strandpaviljoen Aphrodite op het 'stille strand' tussen Scheveningen en Kijkduin, heeft een drempel opgeworpen tegen lawaaiige nieuwsgierigen door een toegangsprijs van vijf gulden te heffen. Zo beschermt hij de ware stilte-oase die hij binnen heeft gecreëerd tegen indringers. In zijn paviljoen kun je de stilte ervaren met uitzicht op de zee, met uitzicht op de duinen of met de blik naar het eigen binnenste.
Rob Vrakking is beeldend kunstenaar en initiatiefnemer van het Stiltemuseum Amsterdam. Toen hij binnen- en buitenlandse kunstenaars aanschreef om een op stilte geïnspireerd kunstwerk te maken, was de respons overweldigend groot. De kunstwerken zijn opgenomen in een catalogus en worden bij gelegenheid geëxposeerd. De laatste tentoonstelling was op stiltekasteel Nemerlaer, uiteraard in stilte - ook bij de opening. Het strijkje speelde onhoorbaar. En ondanks de honderden aanwezigen bij de opening werd de stilte slechts verbroken door een uit elkaar knallende ballon.
Zelfs het lawaaiige hart van Nederland, Schiphol, huisvest tegenwoordig een stiltecentrum.
Vanuit een heel andere optiek wordt er geijverd voor meer stilte door de stichting Bam: Bestrijd Akoestische Milieuvervuiling. Bam-voorzitster Lia Verhaar is sceptisch over de stiltecentra die als paddestoelen uit de grond schieten. 'Het lijkt mij verstandiger de omgevingsruis in Nederland met minstens de helft te verminderen, te beginnen met de radio. Dan is het helemaal niet nodig om half doorgedraaid in zo'n stiltecentrum te gaan zitten.'
Nu is radioruis nog een betrekkelijk onschuldige geluidsprikkel vergeleken met de genadeloos oprukkende biebjes van de mobiele telefoon, waar tegenwoordig geen ontkomen meer aan is. Is het al ergerlijk genoeg dat die alarmerende biebjes bij hele treincoupés adrenalinestoten veroorzaken terwijl ze maar voor één beller bestemd zijn, nog ergerlijker is het, als vervolgens op luide toon de meest intieme conversaties worden gevoerd, vindt Prospect (oktober 2000) in een artikel dat met verbazing de sociologie van mobiele telefoons inventariseert. Veel mobiele bellers gedragen zich, alsof ze zich in een cocon bevinden die hun directe omgeving buitensluit. Het probleem is dat de conversaties die in die denkbeeldige cocon worden gevoerd, wel degelijk inbreuk maken op ieders vrijheid binnen hun gehoorsafstand. Niemand ontkomt eraan mee te luisteren met details die je helemaal niet wilt horen of weten. Deze bellers overtreden de meest basale omgangsregels. Toch is zulk gedrag inmiddels heel normaal. Het is niet onopgemerkt gebleven door sociologen, die het verschijnsel 'het privilege van afstand' hebben genoemd. De persoon aan de lijn is belangrijker en heeft meer rechten dan de individuen die zich in de naaste omgeving bevinden.
Dat moet in de tijd van onze verre voorouders heel anders zijn geweest.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.