|
|
Verhalen
Het is een donkere avond in november. Buiten schittert een kristalheldere hemel, binnen is het warm. Toortsen zijn aangestoken en in het flakkerende licht zitten mensen in een kring bijeen. In het midden van die kring zitten er twee tegenover elkaar, knie aan knie, hand in hand. De één is helder wakker, de ander lijkt wel in trance.
De ogen zijn gesloten en hij laat zich zachtjes heen en weer wiegen. Na een lange stilte klinkt plotseling een stem, die van heel ver lijkt te komen. De zinnen komen in cadans naar buiten, op de maat van het wiegen en de verteller tapt uit een bron die nooit opdroogt. Het vertellen is bijna een soort zingen, de zinnen rijmen op elkaar en het voelt zo prettig aan, dat de meeste mensen langzaam ook in een halfslaap terechtkomen. Uren gaat dit zo door, terwijl buiten de maan en de sterren hun nachtelijke baan afleggen aan de inktzwarte hemel. De volgende avond herhaalt zich dit tafereel en weer stromen de woorden zingzeggend uit de mond van de zanger. Nergens is er een boek te bekennen, er liggen geen spiekbriefjes met aantekeningen op de grond. Het is alsof de tekst van binnen wordt gelezen aan de achterkant van de gesloten oogleden. Er valt geen woord te veel of te weinig, de tekst klopt precies en dit wonder houdt vele nachten achter elkaar aan.
Ik beschrijf hier de Laulajat, de Finse vertellers uit vervlogen eeuwen, die het immense Kalevala-epos uit hun hoofd konden vertellen aan de nachtelijke luisteraars uit hun stam. In de Kalevala strijden Finse helden om de hand van een wonderschone jonkvrouw en smeden ze de geheimzinnige sampo, een magisch voorwerp dat vruchtbaarheid en voorspoed brengt in het koude land van het Noorden. Huiveringwekkend is het verhaal bij vlagen en soms humoristisch, dan weer belerend en opvoedend, nooit vervelend en altijd meeslepend in rijm en ritme. Veel later pas, in de negentiende eeuw, is deze mythe op papier terechtgekomen en dat heeft zeer veel moeite gekost. Niemand kon zich het gehele verhaal nog herinneren en uit de brokstukken die vele oude vertellers uit hun geheugen wisten op te diepen, heeft een geniale schrijver er een compleet en kloppend epos van gemaakt, dat in druk wel vijftig hoofdstukken en twintigduizend versregels bevat. Eenzelfde lot ondergingen de Griekse mythen, de Keltische verhalen, de Edda en alle grote cultuurschatten die in de schoot van hun scheppers werden geboren, gekoesterd en als kinderen werden doorgegeven aan de volgende generaties. Of het nu de Ierse shanagie waren, de Keltische barden of de Siberische sjamanen, hun krachten zijn afgenomen en hun magische spraakvermogens lijken opgedroogd.
Schokkend is het verhaal van het Canadese Inuit-volk, dat uitblonk in het vertellen van verhalen en daarmee telkens een bron van wijsheid en opvoeding aanboorde in de lange winteravonden van hun landstreken. De Canadese regering drong aan op het plaatsen van schotelantennes voor de televisieontvangst. In één klap was het gedaan met hun eeuwenlange verteltraditie en zaten deze mensen uren per dag gekluisterd aan de televisie. Vervreemding en vereenzaming waren het gevolg. In zijn boek over de genezende kracht van verhalen vergelijkt Richard Stone deze culturele erosie met de erosie in de natuur, bijvoorbeeld als gevolg van het kappen van het kostbare tropische regenwoud. In het kale landschap heeft de erosie vrij spel en verdroogt het leven. Net als in het geval van ecologische verwoesting is het herstel van de vertelkunst als middel voor opvoeding en genezing een moeizaam - zo niet onmogelijk - proces. Je kunt verhalen uit een oude verteltraditie niet zomaar als zaden rondstrooien in een bodem die is doortrokken van haast en vervreemding, van stress en overvolle agenda's. We weten ons ook geen raad meer met verhalen, want de bron van de vertellingen stoppen we weg in bejaardentehuizen. De ouderen hebben geen gelegenheid meer om hun verhalen te vertellen en zich daarmee een volwaardig lid te voelen van de samenleving en de jongeren kunnen niet meer luisteren. Dat verarmt beide generaties.
Wat is er in de afgelopen eeuwen met het geheugen van mensen gebeurd, waardoor ze het fabelachtige vermogen zijn kwijtgeraakt om de Grote Verhalen te kunnen vertellen? Is ons geheugen zoveel slechter geworden of is de belangstelling voor de verhalen afgenomen en nam niemand meer de moeite om ze te herinneren? Het zal allebei wel waar zijn. Het levenstempo ging omhoog, de boekdrukkunst zette mensen tot lezen aan en de langzame kunst van het vertellen raakte op de achtergrond. Een kunst waarbij de tijd leek stil te staan en waarmee de eindeloze en lange winternachten konden worden verdreven. Maar niet alleen dat, want deze verhalen hadden ook een opvoedende functie. Ze beschreven de normen en waarden van een volk, de gewoonten en de samenhang van alle verschijnselen in de natuur. Uit de verhalen werd steeds opnieuw duidelijk gemaakt waar de mensen vandaan kwamen, wat ze ten diepste nastreefden en hoe de band was gesmeed tussen mensen en de natuur. In een tijd waarin de psychologie nog niet was uitgevonden, fungeerden de mythen, sprookjes en legenden als de metaforen voor wat er in het innerlijk van de mensen omging. Die herkenning van de archetypische motieven is de kracht van al deze verhalen, of het nu de mysterieuze en kleurrijke Turkse sprookjes zijn of de vrolijke en eenvoudige leringen van de spin Anansi uit de Afrikaanse traditie.
En waarmee zijn wij eigenlijk opgevoed? In het Westen behoren de sprookjes van de gebroeders Grimm tot de Europese cultuurschat en iedere sterveling is vertrouwd geraakt met Vrouw Holle en Sneeuwwitje. Ook die verhaaltjes werden uit het hoofd verteld en overgedragen van generatie op generatie. Pas toen mensen zich de verhalen niet meer zo goed konden herinneren, kwamen de gebroeders Grimm rond 1820 om de schatten te delven uit de monden van grootmoeders en oude tantes. Gelukkig voor deze verhalen zijn ze in gedrukte vorm gaan voortleven in ontelbare huisgezinnen, vooral als voorleesverhaal bij het slapen gaan. O wee, als er tijdens het vertellen een detail anders werd voorgelezen dan de avond ervoor! Alles moest wel precies kloppen, de prins had een blauwe jas aan en geen groene… Met een duim in de mond, een hand aan moeders rok en met glanzende ogen naar de bewegende lippen kijkend, zogen de kinderen bonkige reuzen en alwetende dwergen op en leefden ze intens mee met de listen van heksen en de dwaalwegen van onnozele prinsessen. Met de woorden kwam er namelijk nog iets anders mee met de verhalen en dat was het gevoel bij een doorlopende stroom van generaties te horen, bij een ver verleden dat toch altijd weer actueel is: 'Er was eens'. Die sprookjes waren weliswaar 'eens', maar je wist ook, dat ze eeuwig zouden zijn en nooit zouden veranderen. Je besefte - in een onderbewuste laag - dat je er nu nog van kon genieten, want de deuren van het paradijs zouden onherroepelijk eens dichtgaan en dan hoefden die verhaaltjes niet meer. Want verhalen stammen uit een bewustzijn van voor de verdrijving uit het paradijs. Dat geeft ze de onmiskenbare magie mee en ook het gevoel van absolute waarheid - ook al gaat het over wezens die toch onmogelijk kunnen bestaan. Waar zijn ze immers in het echt, die trollen, reuzen en heksen?
Eenmaal uit het paradijs - tegenwoordig steeds vroeger en zo rond het elfde levensjaar - mogen wij ons verheugen in een zakelijke opvoeding tot verstandige burgers, die weten wat er in de maatschappij te koop is. Dus leren we niet langer over draken, maar over dollars, kijken we met open mond naar beeldschermen in plaats van naar de mond van opa met zo'n vreemde pukkel op zijn bovenlip en snappen we alles van de samenstelling van DNA en niets meer van de beweegredenen van Merlijn of de woede van Zeus.
Dat knaagt op den duur. De volle rijkdom van de innerlijke bron laat zich niet zomaar wegpoetsen met de grijze vernis van het uiterlijke bestaan en hoe meer we worden omringd door de kilheid van Momo's Tijdspaarders, hoe meer we hunkeren naar het Verhaal. En zie, de verhalenverteller keert terug! Niet meer zo beladen met zijn mythische paukentrom, maar met kleinere verhalen, soms teruggrijpend op de oude tradities, soms met nieuwe, vol fantasie en de verbeelding prikkelend. Want daarover gaat het vertellen van verhalen: er is niet allen bij de verteller, maar ook bij de luisteraar een onnoemelijk rijke wereld van binnen, een bioscoop vol fantasievolle films, een wonderrijk van verbeelding. Fantasie, verbeelding en inleving zijn de elementen van ons innerlijk die het sterkst hebben te lijden van de moderne manier van informatieleren, efficiënt beslissen en leven in de permanente 'onzekerheden' van een overvloedmaatschappij. Met grote ogen kijken kinderen van drie tot tachtig naar de uiterlijke beelden van computer- en televisieschermen en staren in de leegte: door het bombardement van beelden die we niet zelf hebben geschapen, vluchten de innerlijke beelden weg als vossen voor een troep honden en blijft het verbeeldingsbos leeg achter. In die leegte staan de moderne vertellers op. Zij zijn de therapeuten van de fantasie, de medicijnmannen en -vrouwen van het vermogen tot inleven, de tuiniers die de opgedroogde akkers weer water geven. Veel water is er nodig, oceanen vol om de lange woestijntijd enig tegenwicht te bieden. Vandaar het overdonderende succes van de Harry Potter-boeken van Joanne Rowling: zij raakt de snaar van de verbeelding en zet deze in een glorieuze trilling.
Je kunt tegenwoordig in iedere stad wel een cursus verhalen vertellen volgen, voorstellingen van vertellers bijwonen en loslopende straatvertellers hun werk zien doen, al dan niet met een verhalenmand op de rug. Cafés houden speciale vertelavonden, natuurgidsen brengen hun publiek langs verhalende weg de wonderen van de natuur bij, festivals brengen de meest uiteenlopende culturen bijeen rond het vertellen van elkaars geliefde sprookjes en bij acteurs die aan het vertellen slaan, staan de mensen in de rij.
In Tiel, waar ik woon, was ik onlangs aanwezig bij een verhalenavond rondom een oeroude iep, die de dag erna zou worden geveld. De 160 jaar oude boom - naar verluidt de oudste iep van zijn soort in Nederland - was getroffen door de beruchte iepziekte en het vertellerscollectief oRare wilde de boom een passend afscheid bezorgen. Daartoe hadden ze zich verdiept in het leven van deze boom, de historie die hij had meegemaakt in zijn leven en in de verhalen die mensen rondom deze boom hadden geweven. Met de boom als decor vertelden en speelden zij alsof niet alleen het leven van de iep ervan afhing. Het publiek was ademloos en voelde de intentie achter de woorden. Zo vergaat het veel mensen die luisteren naar verhalen: achter en tussen de woorden wordt nog veel meer gezegd dan een kale tekst. Er spreekt vuur mee en passie, winden waaien met de klinkers en water stroomt in de adempauzes. Een kleurige en klaterende wereld treedt binnen bij de luisteraars en of je wilt of niet, je wordt meegezogen met het verhaal en je ziet nog meer details dan de verteller in al zijn ijver probeert aan te reiken.
Vertellen is geen eenheidsworst, want er zijn even zovele stijlen als er mensen zijn. Toch kun je enkele hoofdstijlen onderscheiden en ik beperk me tot drie. De ogenschijnlijk meest eenvoudige vertelstijl is in gebruik bij mensen die alleen een stoel nodig hebben en daarin doodstil zitten. Het enige dat beweegt, is hun mond en ze maken met het hoofd en de handen kleine gebaren ter ondersteuning van het verhaal. Je zou deze mensen ook achter een scherm kunnen plaatsen en dan is het verhaal nog uitstekend te volgen. Hun magie bestaat uit de kracht van de woorden, de ritmiek en het timbre van de zinnen en de kracht waarmee ze de spanningsboog van het verhaal kunnen vasthouden. Dit is een van de moeilijkste vormen van vertellen, omdat alle gebaren, kleuren en vormen uit de woorden zelf moeten komen en er zijn dan ook maar weinig mensen die deze kunst verstaan.
Een totaal andere stijl hebben de acterende vertellers. Die spelen soms met verdraaide stem hun typetjes na, leren letterlijk stukken tekst uit hun hoofd, gebruiken attributen en decors en ondersteunen met mimiek en dramatische gebaren de lijn van hun verhaal. Daarvan zijn er in Nederland steeds meer te bewonderen. Hun stijl is aanzienlijk anders dan de oude orale traditie, ook omdat ze met hun stijl een deel van de aandacht van het verhaal verleggen naar het zichtbare beeld. De werkelijk goede vertellers uit dit genre laten het zichtbare en het hoorbare beeld naadloos in elkaar overgaan. De slechte staan met zichzelf het verhaal in de weg en dan krijg je als luisteraar niet de kans om een eigen beeld op te bouwen.
Tussen deze twee stijlen in staat een overgangsvorm, waarbij zowel de soberheid van het woord als de kracht van het beeld de verhalen tot leven wekt.
Los van stijlen, professionaliteit of amateurisme, het vertelde verhaal is een kostbare parel waarvan de glans nog jaren mee kan gaan. Steeds even opnieuw een pareltje ophalen, een vertelling horen, geeft je de mogelijkheid om een snoer te rijgen waarvan de rode draad het besef is, dat er een onuitputtelijke rijkdom bestaat in het innerlijk, die zich niet laat wegvagen door al het uiterlijke geweld van de beursgenoteerde maatschappij. Vertellen doorbreekt het ratelen, herstelt het luisteren, kweekt aandacht en geneest mensen. Want vertellen is het luisteren naar een stem van binnen. In therapeutische situaties kan dat soms een heel genezend effect hebben. De Amerikaanse psycholoog Marshall Rosenberg beschrijft (in Ode 35) hoe hij in gevangenissen de mensen gelegenheid geeft en soms moet verleiden tot het vertellen van hun authentieke verhaal over de begane misdaad. Alleen al het empathisch luisteren naar deze verhalen heeft voor de gevangene een genezend effect. Ook is dat het geval als dader en slachtoffer aan elkaar hun verhaal kunnen vertellen. Het steeds weer vertellen van je verhaal, steeds vanuit een andere gezichtshoek, geeft de traumatische ervaringen een plek in het leven en doet de pijn verzachten. Want vertellen is delen en delen is helen. Niet alleen in de therapie, ook in het gewone leven werkt de 'zachte kracht' van het vertellen en het luisteren, want die twee zijn kop en munt van hetzelfde goudstuk. Door het luisteren en door het vertellen overwin je een harde kracht als haast, die voortkomt uit angst voor het moment. Dan ontstaat er weer innerlijke rust en win je aan levenskwaliteit. Het doet er dan helemaal niet toe of de verhalen echt zijn gebeurd of verzonnen, of ze dramatische episoden uit een leven beschrijven of vertellingen van een sprookje zijn. Ook sprookjes zijn altijd actueel, want je ontdekt er je eigen levensthema's van dat moment in. Die verhalen zijn eeuwig geldig, omdat ze de bronnen van het leven aanraken en archetypen presenteren die nu eenmaal bij ons diepste wezen horen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.