Email   Print

Erfenis

Ik graaf geen verdwaalde botten op, maar oude asresten, in de tuin van het traditionele Japanse huis met een strodak, waar ik de afgelopen winter ben ingetrokken. Om een plek te maken waar ik zwarte sojabonen kan planten, moet ik donkere hopen as verwijderen, waar ooit afval werd verbrand.

Jun Matsomoto | 36 januari/februari 2001 issue

Sojabonen hebben weinig mest nodig, behalve wat kalium dat altijd rijkelijk in as aanwezig is, dus als er hier alleen hout en onkruid was verbrand, had ik geen problemen. Maar papier, keukenafval, oude plastic zakken, kleren, speelgoed en schoenen zijn hier ook verbrand en ik heb geblakerd aluminiumfolie gevonden, glas, blikjes, plastic lepels, flessendoppen, halfvergane batterijen. En nog een paar dingen die ik niet thuis kon brengen. Volgens velen is dit soort as het gevaarlijkst, omdat sommige soorten plastic dodelijke dioxinen kunnen vormen als ze niet deugdelijk verbranden. Ik weet, dat vinylchloride bij uitstek schadelijk is en ik heb resten van paraplu's en regenkleding aangetroffen die daarvan waren gemaakt.
Ik moet die gifstoffen uit mijn tuin verwijderen voor ik ga planten, maar ik weet dat ik er nooit helemaal vanaf kom. Er zullen allerlei vervuilende stoffen in de bodem achterblijven en ik heb de as achter de heg gestort, waar ze nooit zal verdwijnen. Om helemaal zeker te zijn zou ik alle aarde tot op een diepte van zeker dertig centimeter moeten afgraven en ergens ver weg moeten kwijtraken. Maar ik heb geen geld om een kiepwagen te huren en ik zou me daar trouwens niet goed bij voelen. Op de dichtbevolkte eilanden van Japan is er nergens een stukje land dat niet ergens voor wordt gebruikt. Als ik mijn vervuilde grond ergens zou storten - zelfs al was het legaal - dan zouden de mensen die daar wonen er ongetwijfeld onder lijden. Er is niets aan te doen. Je zou kunnen opperen, dat ik deze gevaarlijke tuin maar moet laten voor wat hij is. Maar zoals gezegd, Japan is een klein land. Er is geen veilig plekje om naar te ontsnappen.
Ik graaf maar verder en voel me als een grondontginner uit vervlogen tijden. Japan is een vruchtbaar land, maar het bestaat uit bergachtige eilanden met weinig vlakke gebieden. In vroeger jaren hebben mensen zich afgebeuld om de steile hellingen van heuvels in bouwland te veranderen. Niet zo lang geleden zei men nog, dat een halve hectare genoeg was om een gezin van te laten leven. Boerenland was vroeger schaars en vruchtbaar. In de feodale tijd waren er torenhoge belastingen. Je moest je halve oogst afdragen aan de plaatselijke machthebber. Desondanks konden de mensen in leven blijven. Als je geloofde in de zon en hard werkte, zou de aarde je altijd belonen. En dus beschouwen de mensen van het platteland die rijstvelden en akkers nog altijd als hun meest kostbare bezit. Ze zeggen nog steeds: 'Dit land is onze grootste schat, ons erfgoed van heel lang geleden.' Tegenwoordig is de grond nogal in waarde gedaald en zijn de kosten van onderhoud gestegen. Dus is het land voor velen een last. Maar ze zullen hun 'erfenis' nimmer verkopen.
Ik heb dit altijd merkwaardig gevonden, want uit de geschiedenis blijkt, dat er veel opkomst en ondergang is geweest in de opeenvolgende boerengeslachten. Welvarende families zijn ten onder gegaan, hebben binnen één generatie al hun land verloren en arme families zijn sterk opgekomen om vervolgens die grond over te nemen. Dit is altijd zo gebeurd. Het land dat wordt gezien als 'een erfenis van lang, lang geleden' kan pas een generatie terug verworven zijn en ik vind het vreemd om je vast te klampen aan grond die je niet langer nodig hebt. Maar terwijl ik verder doorgraaf, krijg ik het gevoel dat ik een soort sleutel heb gevonden. Shinto, de nationale religie van Japan, lijkt niet op het christendom of het boeddhisme. Het is primitiever en minder geordend. Het is in wezen gebaseerd op gebeden om het natuurgeweld tot bedaren te brengen - met inbegrip van verstoorde geesten - en op het gedenken van de voorouders.
Maar vele shinto-heiligdommen hebben een tamelijk vreemde oorsprong. Vooral op het platteland zijn velen ervan gewijd aan de goden van een stam die hier vroeger domicilie had. Bijvoorbeeld een tempel die gebouwd is voor een slangengod, in feite het symbool voor een bergstam waarvan het land werd overgenomen door een stam uit de vlakten. Na hun verovering bouwden de overwinnaars een slangentempel en maakten dat dier tot hun eigen godheid. Dat lijkt merkwaardig, want als je met succes de macht hebt gegrepen, wat kan het je dan schelen? Zou het dan niet beter zijn om alles te vergeten wat je is voorgegaan? Maar dit was niet het geval. Waarom niet? Het antwoord zou kunnen zijn dat Japan zo'n klein land is, dat je nooit kunt ontsnappen aan wat er vroeger bestond. Er zal altijd van alles zijn dat je herinnert aan vroegere bewoners en dat maakt je onzeker. Je zult altijd een indringer blijven, en nooit een ware opvolger worden, zolang je wordt omringd door symbolen van je voorgangers. Als je in vrede wilt leven met al deze souvenirs, moet je jezelf bestempelen tot de geadopteerde zonen en dochters van je vroegere vijand. En daarom richtten die indringers altijd heiligdommen op voor de goden van verdwenen stammen.

De dingen veranderen nooit op deze kleine eilanden. Ik kom uit de streek van Kawachi, bijna tweehonderd kilometer van dit dorp vandaan. Ik heb hier geen enkel familielid wonen. Ik ben hier toevallig terechtgekomen en heb een woning gehuurd, maar er zijn veel dingen in dit huis achtergebleven - potten, pannen, spaden, tonnen, planken - van voor mijn tijd. Ik kan nooit doen alsof er hier voor mij niemand leefde. Omdat ik tussen hun spullen woon, ben ik benieuwd naar wat mijn voorgangers voor lieden waren. En het huis heeft zoveel onderhoud nodig. De vloeren moeten worden gerepareerd, het plafond moet worden schoongemaakt, er zit een gat in het dak dat moet worden dichtgestopt en het shoji-papier moet worden vervangen. Het huis is niet mijn bezit - misschien had ik de huisbaas moeten bellen en zeggen dat hij het onderhoud moest uitvoeren. Maar hij woont in Osaka en hij kan helemaal niets. Dus heb ik al die reparaties zelf geregeld en het werk aan het huis heeft me het gevoel gegeven dat ik hier op mijn plek ben.
De tuin was lange tijd niet gebruikt. Mijn huisbaas had me verteld, dat zijn moeder hier veel bloemen en groenten kweekte toen hij nog jong was. Hij zei dat ik de boel mocht omspitten en naar hartelust mocht zaaien en planten. Hij realiseerde zich niet, dat de weelderige tuin van zijn moeder een vuilnisbelt werd nadat hij het huis had verlaten en zij te oud en ziek was geworden om te tuinieren. Na haar dood is daar van alles verbrand, vóór mijn tijd. Ik kan de tuin niet in deze toestand laten, omdat de aanblik mij tegenstaat. Bovendien heb ik de groenten nodig om te eten. Als ik deze tuin weer tot leven wil wekken, moet ik de vervuilde grond als gegeven aanvaarden, net zoals ik het huis heb 'geërfd'.
Ik denk dat hier het denkbeeld van 'een erfenis van lang, lang geleden' op stoelt. Het gaat niet over geslachten, in de zin van een biologische band met je voorouders. Het doet er niet toe wie je bent. Als je in een dorp woont, zul je jezelf wel moeten beschouwen als een zoon - of dochter - van degenen die er vóór je verbleven. DNA is niet belangrijk in je dagelijkse bestaan. Zonder een elektronenmicroscoop kun je het niet eens zien. Maar als je in een landelijke omgeving woont, is wel van belang met wie je vriendschap sluit en voor wie je een heiligdom opricht. Zoals het gezegde luidt: 'Je echte ouders zijn degenen die je opvoeden, niet die je verwekken.' Biologische aspecten zijn futiel tegenover sociale verbanden.
Nu ik niet onder de gedachte uitkom dat ik dit huis heb geërfd, heb ik ook de vervuiling geërfd - of ik dat nou wilde of niet. En dan heb ik het niet alleen over de asresten in de tuin, maar over de vervuiling die overal op deze eilanden wordt aangetroffen. Ik heb dat plastic niet verbrand, ik heb geen radioactiviteit gelekt. Ik zou gewoon met kracht op mijn onschuld kunnen hameren. Maar als ik mijn bestaan op deze eilanden wil voortzetten, schiet ik met onschuldig zijn niets op. Ik kan de vervuiling niet bij toverslag laten verdwijnen, of een plek vinden waar ik eraan kan ontsnappen. Ik moet het met open vizier tegemoet treden. Ik ben het kind van de vervuilers. Ik ben zelf een van de vervuilers. Tot dit inzicht gekomen, met een schep in de hand, blijf ik doorgraven.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.