Email   Print

Psalm 40

Omdat er tijd over was in de studio, speelde U2 een rockversie van psalm 40 op het derde album van de band. Voor zanger Bono was het geen toevallige keuze: psalmen hebben iets van de blues. Waarom een psalm het slotlied werd van de optredens van een popgroep.

Editors | 35 november/december 2000 issue

Het is altijd lastig om geloof uit te leggen. Hoe leg je uit, dat er liefde en logica zit in de kern van de kosmos, als de hele wereld zo dolgedraaid is? Hoe zit het met de ideale waarheid van de bijbel, los van de feitelijke waarheid ervan? Is de vrije wil soms óns kruis? En hoe zit het met die lijpe types die rondspoken in dat boekdeel dat de bijbel wordt genoemd en beweren dat ze de stem van God hebben gehoord?
Het moet je wel interesseren, maar interesseert het God?
Het is onmogelijk om geloof uit te leggen... Droom in plaats van werkelijkheid... Intuïtie in plaats van intellect... Een liedjesschrijver speelt een akkoord, gelovend dat hij het volgende in zijn verbeelding zal horen.
Een van de schrijvers van de psalmen was een musicus, een harpspeler wiens talent in 'het paleis' nodig was omdat het de enige remedie was tegen de demonen van de humeurige en onzekere koning Saul van Israël - een gedachte die nog steeds inspireert, al verklaart ze nog niet waarom Marilyn voor Kennedy zong of de Spice Girls voor prins Charles...

Op mijn twaalfde was ik een fan van David, hij was een bekende voor me, op de manier waarop een popster een bekende lijkt. De woorden van de psalmen waren zowel poëtisch als religieus en hij was een ster. Een dramatisch personage, want voordat David de profetie kon vervullen en koning van Israël werd, moest hij nog veel doormaken. Hij moest in ballingschap gaan en kwam terecht in een grot in een grensstadje waar zijn ego instortte en hij door God werd verlaten. Maar toen werd de soap-opera pas echt boeiend, want daar zou David zijn eerste psalm hebben geschreven - een blues. Veel psalmen hebben iets van de blues, vind ik. De mens die tot God roept: 'Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Ver van mijn schreien om hulp?' (psalm 22).
Ik hoor de echo van die heilige ruzie in het There's a hellhound on my trail, uitgeschreeuwd door de onheilige bluesmusicus Robert Johnson, of in Sometimes I feel like a motherless child, gezongen door Van Morrison. Texas Alexander imiteert de psalmen in Justice Blues: I cried Lord my father, Lord eh Kingdom come. Send me back my woman, then thy will be done. De blues - geestig, soms blasfemisch - was ketterse muziek, maar juist het geboden verzet was vleiend het onderwerp van de volle neef van de blues, de gospel.
Verlating, ontworteling, het komt allemaal voor in mijn lievelingspsalmen. Het psalmboek mag dan een goudmijn voor de gospelmuziek zijn, maar voor mij onthult de psalmist in zijn wanhoop juist het karakter van zijn speciale band met God. Eerlijkheid, op de grens van woede. 'Tot hoelang, Heer? Verbergt Gij u durend?' (psalm 89) of 'Hoor naar mijn woorden, Heer' (psalm 5).

Psalmen en gezangen gaven mij een voorproefje van bezielde muziek. De tekst beviel me, maar de muziek niet zo - met uitzondering van die van psalm 23, 'De Heer is mijn herder'. In mijn herinnering klonken ze meer monotoon dan melodieus. En toch heeft het me gek genoeg voorbereid op de eerlijkheid van John Lennon, de barokke taal van Bob Dylan en Leonard Cohen, de klank van Al Green en Stevie Wonder - die zangers sluiten aan bij een deel van mezelf dat ik niet kan verklaren... mijn 'ziel' denk ik.
De woorden en muziek hadden een effect op mij dat doorwrochte, zelfs logische religieuze argumenten nooit hebben gehad: ze brachten me in contact met God, geen geloof in God, meer een ervaring van God. Mijn geest stond opener voor een combinatie van woorden en muziek dan voor kunst, literatuur of rede. Daardoor leek het boek Psalmen veel toegankelijker voor mij en bracht het me bij de poëzie van Prediker, het Hooglied, het evangelie volgens Johannes... Mijn geloof kon geen fictie zijn, maar het moest wel boven de feiten uitgaan. Het kon mystiek zijn, maar niet mythisch en beslist niet ritueel...
Mijn moeder was protestants, mijn vader katholiek - als het niet om Ierland ging, was dat niet zo opmerkelijk. De protestanten hadden in die tijd de beste melodieën en de katholieken de beste rekwisieten. Mijn vriend Gavin Friday zei altijd: 'Het rooms-katholicisme is de Glamrock van het geloof' met zijn kaarsen en psychedelische kleuren... kardinaalsblauw, paars en purper, rookbommen van wierook en het klingelen van de kleine klok. De protestanten waren beter in de grotere klokken, die konden ze betalen. In Ierland gingen rijkdom en protestantisme hand in hand; wie rijk of protestants was, moest wel hebben geheuld met de vijand, ofwel de Britten. Bij ons thuis ging dat niet op.
Nadat mijn vader naar de mis was geweest op de heuvel, in Finglas aan de noordkant van Dublin, wachtte hij voor het kerkje van de Church of Ireland onder aan de heuvel, waar mijn moeder met haar twee zoons naartoe was.
Ik hield mezelf wakker door te denken aan de dochter van de dominee en mijn blik te laten afdwalen naar het technicolor van de gebrandschilderde ramen. Die christelijke kunstenaars hadden de film uitgevonden... licht geprojecteerd door kleuren om hun verhaal te vertellen. In de jaren zeventig luidde het verhaal 'De Onlusten' en de onlusten kwamen door gebrandschilderd glas, met stenen die meer uit kwajongensachtigheid dan woede werden gegooid, maar de boodschap was dezelfde: het land zou langs sektarische grenzen verdeeld raken. Ik stond met één voet in het ene en de andere in het andere kamp, zodat het geloof zelf mijn Goliath werd: ik begon religie te zien als een ontaard geloof. En wat de vijf gladde stenen voor de slinger betreft: ik begon God overal elders te zien. In meisjes, lol, muziek, gerechtigheid, en toch - ondanks de verheven King James-vertaling - de bijbel...
Ik was om de meest banale redenen dol op die verhalen, niet alleen van het Nieuwe Testament met zijn bevreemdende begrip van een God die zich in een in armoede geboren baby kan openbaren - maar ook van het Oude Testament. Het waren actiefilms, met keiharde mannen en vrouwen... de achtervolgingen, de slachtoffers, het bloed en de lijken, er werd erg weinig in gekust...
David was een ster, de Elvis van de bijbel, als we afgaan op het beeldhouwwerk van Michelangelo. Kijk maar naar het gezicht - al snap ik nog steeds niets van die beroemde joodse voorhuid. En wat ongewoon was voor zo'n 'rock-ster', met zijn honger naar macht, naar vrouwen, zijn levenslust: hij had de bescheidenheid van iemand die wist dat zijn talent meer betekende dan hijzelf. Hij danste zelfs naakt voor zijn troepen... het bijbelse equivalent van een koning die zich onder het volk begeeft. David was duidelijk meer een performance-kunstenaar dan een politicus.
Afijn, ik ging niet meer naar de kerk en kwam terecht in een heel ander soort geloof. Lach niet, dat is een rockband nu eenmaal, en het is niet eens pseudo-religie... Showbusiness is sjamanisme: muziek is aanbidding, of het nu aanbidding van vrouwen of hun ontwerper, de wereld of zijn verwoester is, of het nu voortkomt uit die oude plek die we de ziel noemen of domweg uit de cortex, of de gebeden nu branden van een stomme razernij of een zachtmoedig verlangen... de rook gaat omhoog... naar God of iets wat je voor God in de plaats stelt... meestal jezelf.
Jaren geleden, toen we niets meer te zeggen hadden en nog veertig minuten opnametijd hadden voor we de studio moesten verlaten, waren we nog op zoek naar een song ter afsluiting van ons derde album, War. We wilden iets nemen dat expliciet spiritueel was, als tegenwicht voor de politiek en de romantiek, zoals Bob Marley en Marvin Gaye hadden gedaan. We dachten aan de psalmen... 'Psalm 40'... Er werd tegengesputterd. We waren een absoluut 'witte' rockgroep en de bijbel plunderen was taboe voor een witte rockgroep, tenzij het in 'dienst van de satan' was. Of erger, de barbaren.
'Psalm 40' is interessant, want dit gezang duidt op een tijd waarin de genade in de plaats komt van het karma, en liefde de zeer strenge mozaïsche wetten vervangt (dat wil zeggen vervult). Dat vind ik een fantastische gedachte. David, die de meest zelfzuchtige en de meest onbaatzuchtige dingen deed, vertrouwde erop. Dat het in de bijbel wemelt van de ritselaars, moordenaars, lafaards, vreemdgangers en huurlingen, vond ik vroeger schokkend, maar nu is het een bron van troost.
'40' werd het slotlied op optredens van U2 en bij honderden gelegenheden hebben werkelijk honderdduizenden mensen, rijp en groen, het refrein, dat we uit 'psalm 6' hadden gepikt, meegezongen: How long (to sing this song). Ik vond het altijd een beetje gezeur: een onzichtbare godheid, die we alleen vluchtig kunnen zien als we in liefde handelen, aan zijn jasje trekken. Hoe lang... honger? Hoe lang... haat? Hoe lang tot de schepping volwassen wordt en de chaos van zijn brutale, roekeloze pubers wordt opgeruimd? Ik vond het vreemd dat het verwoorden van zulke vragen zoveel troost kon brengen, ook voor mij.
Maar om terug te komen op David, het is niet zeker hoeveel psalmen David of zijn zoon Salomo echt heeft geschreven, als ze er al één hebben geschreven. Er zijn geleerden die beweren dat de koningen hun veer nooit hebben bevochtigd en dat er een hele serie spookschrijvers achter zat... Maar wat zou het? Ik kocht toch ook niet Leiber en Stoller; dat waren maar zijn liedjesschrijvers... ik kocht Elvis.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.