|
|
Eindelijk: het aids debat
In de zomer van 1999 publiceerde Ode een omslagartikel dat de heersende visie op aids bestreed. Op basis van diepgaand onderzoek van vele internationale wetenschappers betoogde Ode dat aids niet de gevreesde virusziekte is waarvoor de wereldgemeenschap nu al twintig jaar siddert. De andere visie op aids vraagt om een volledig andere behandeling van de ziekte. En daar ligt een uitdagend perspectief omdat de gangbare aanpak nog steeds weinig succes boekt. Een aids-medicijn is nog steeds ver weg. Het artikel in Ode maakte heftige emoties los. De reacties in de media werden vooral gekenmerkt door verontwaardiging en woede. Daartegenover stonden de hartverwarmende ervaringen van gesprekken met 'aids-slachtoffers' die dankzij de omarming van de andere visie op aids - en dus een andere aanpak van de verschijnselen - nooit ziek waren geworden. Wij schreven het verhaal over aids omdat wij menen dat met de andere visie op aids levens kunnen worden gered. En daarom organiseerde Ode vorige zomer - in reactie op alle emotionele uitbarstingen - ook een ontmoeting tussen de gangbare en de alternatieve visie op aids. Die ontmoeting mislukte omdat de wetenschappers die de heersende hypothese aanhangen weigerden om met hun 'dissidente' vakgenoten van gedachten te wisselen. Wat Ode niet lukte, lukte president Thabo Mbeki van Zuid-Afrika wél. Ondanks felle aanvallen in de internationale pers op zijn open standpunt, organiseerde Mbeki in juli een panelgesprek tussen de twee visies op aids. Voor het eerst zaten in Zuid-Afrika beide partijen met elkaar aan tafel. Dat werd geen makkelijk gesprek. Toch biedt de ontmoeting een doorbraak die een belangrijke bijdrage kan bieden aan het bestrijden van de ziekte die thans zoveel verdriet veroorzaakt. Ode vroeg Neville Hodgkinson - voormalig redacteur van The Sunday Times en auteur van het boek Aids, The Failure of Contemporary Science om in Zuid-Afrika verslag te doen van dit uiterst belangrijke gesprek, dat helaas in de gevestigde media wederom werd doodgezwegen. Hieronder staat zijn relaas.Jurriaan Kamp
In de vele jaren dat aids wetenschappelijk wordt onderzocht, was er nog nooit iets dergelijks ondernomen. Al vanaf 1984 nam de academische wereld vrijwel voetstoots aan dat het hiv-virus de oorzaak is van aids, en sinds het prilste begin werden pogingen om aids op enige andere manier te benaderen afgedaan als een gevaarlijke vorm van ketterij, met als argument dat onenigheid de publieke en politieke betrokkenheid bij deze medische ramp zou ondermijnen. Dus was het een genoegen om te zien hoe wetenschappers met inzichten die mij van belang leken, ten langen leste en voor het allereerst serieus werden genomen en zich konden uitspreken tegenover de toonaangevende leden van de orthodoxe hiv/aids-gemeenschap.
Natuurlijk deden zich problemen voor. Nog steeds was er wederzijds onbegrip tussen de verschillende groeperingen. Mensen zaten nog steeds gevangen in aparte hokjes, ook al werden ze aangespoord door de voorzitter van het panel, Khotso Mokhele, om zich in alle eerlijkheid als individu uit te spreken, namens de bevolking van Zuid-Afrika - 'of zelfs namens Afrika en de rest van de wereld' - en niet ter verdediging van een bepaalde groep of organisatie. Terwijl het merendeel van de medici die de algemene lijn volgen strak voor zich uitkeek, kon een aantal 'dissidenten' nauwelijks zijn frustratie beteugelen toen de kloof tussen de verschillende zienswijzen niet te dichten bleek. Met name Peter Duesberg, de Amerikaanse professor in moleculaire biologie die als eerste de problemen rond de theorie van hiv als aids-verwekker aankaartte, had het heel zwaar. Slechts met inzet van een strijdbare opstelling en venijnig reactievermogen heeft hij zich staande kunnen houden tijdens meer dan tien jaar van marginalisering, belediging en kortingen op zijn budget. Hier in Zuid-Afrika werd de wellevende, verzoenende benadering die Mbeki en zijn minister van Volksgezondheid, Manto Tshabalala-Msimang, hadden gekozen hem kennelijk te machtig, en ondanks zijn aangeboren charme deed hij voortdurend denken aan een vulkaan die op uitbarsten stond.
Er was ook een afgetekend meningsverschil tussen de 'dissidente' wetenschappers zoals Duesberg, die menen dat hiv als virus bij aids een 'passagier' is - vaak aanwezig maar niet in staat om schade aan te richten - en vakgenoten zoals de groep uit Perth in West-Australië, die stellen dat het virus nooit is geïsoleerd en misschien wel helemaal niet bestaat. Dit laatste betoog is niet te bevatten voor de aids-onderzoekers die geloven al vijftien jaar bezig te zijn aan een gevecht tegen een volstrekt reële vijand. Het moet waarschijnlijk ook wat krenkend overkomen bij wetenschappers als Duesberg, die zijn - tot voor kort enorme - reputatie vestigde met werk aan retrovirussen, waartoe hiv wordt geacht te behoren. Op een bepaald moment deed professor Malegaparu Makgoba, hoofd van de Medische onderzoeksraad van Zuid-Afrika, een oproep aan Duesberg - onderweg om voor de zoveelste keer de zaal te verlaten - en vroeg hem om te bevestigen dat het virus echt bestaat. Duesberg hield net lang genoeg halt om met één woord te antwoorden: 'ja'. Je voelde uit vele aanwezigen een zucht van verlichting opwellen - alsof althans dat deel van de controverse achter de rug was.
Maar dat was niet zo, en een van de meest spannende onderdelen van de hoorzitting was voor mij het moment dat medisch natuurkundige Eleni Papadopoulos-Eleopoulos, die behoort tot de groep uit Perth, en traumatologisch geneesheer Val Turner tegenover enkele van 's werelds meest vooraanstaande aanhangers van de hiv-theorie de stelling verdedigden dat noch Luc Montagnier, noch Robert Gallo, die gezamenlijk te boek staan als ontdekkers van het virus, erin zijn geslaagd om hiv bij aids-patiënten te isoleren. Dit was de eerste gelegenheid die hen ooit was geboden om dit te doen tijdens een wetenschappelijk forum van hoog niveau.
Eleopoulos en Turner bleven bij hun overtuiging dat wanneer immuuncellen door een breed spectrum aan stimuli worden belaagd - zowel door chemische stoffen als na infecties - deze signalen kunnen afgeven die ten onrechte worden gezien als teken dat er een virus aanwezig is. Onder deze signalen vallen ook deeltjes genetisch afval, waarvan enkele het etiket 'hiv' hebben gekregen. Maar nog niemand heeft kunnen aantonen dat dit genetische materiaal toebehoort aan een unieke, nieuwe infectiebron, laat staan dat deze bron immuuncellen doodt en aids veroorzaakt. Met andere woorden, de verschijnselen die 'hiv' worden genoemd, zijn volgens de groep uit Perth het gevolg van een immuniteitstoornis, en niet de oorzaak. Ze boden schriftelijk bewijsmateriaal aan ter ondersteuning en nodigden de onderzoekers die de gangbare opinie aanhingen, waaronder Montagnier, uit om tegenargumenten te leveren vanuit de wetenschappelijke literatuur. Die kwamen niet naar voren. Montagnier erkende dat het 'bijzonder lastig' was om het virus uit het bloed te isoleren en stelde daar met een aantal anderen tegenover dat deeltjes hiv zichtbaar zijn gemaakt in lymfeklieren. Maar de bewering dat de aard van deze deeltjes onduidelijk blijft, was met succes verdedigd. Zolang men dergelijk materiaal niet bij een patiënt kan afnemen en zuiveren - zodat je ermee kunt werken zonder externe vervuiling - en kunt aantonen dat het de infectie-veroorzakende en overige effecten vertoont die je bij een virus verwacht, blijft de identiteit ervan onzeker.
De strijd rond het bestaan van hiv is er tot op zekere hoogte een van terminologie. Iedereen is het erover eens dat er in de immuuncellen van aids-patiënten een abnormale genetische activiteit heerst. De hoofdmoot van de aids-onderzoekers schrijft dit graag toe aan een besmettelijk virus dat het genetisch materiaal van cellen binnendringt - waarmee het de benaming van retrovirus verdient - na te zijn overgedragen langs seksuele weg, of van moeder op pasgeborene. De groep rond Duesberg gelooft dat het klompje genetisch materiaal dat als 'hiv' wordt aangeduid, weliswaar een retrovirus mag worden genoemd, maar wellicht een van vele overeenkomstige entiteiten is binnen het menselijk genoom. Duesberg is het eens met de groep uit Perth dat hiv bij aids opduikt als gevolg van prikkeling van het immuunsysteem, en niet als de oorzaak. De groep uit Perth stelt dat het genetisch materiaal zó wisselend van samenstelling is - en zoveel kenmerken van een virus mist - dat het de benaming 'retrovirus' niet waardig is. Professor Etienne de Harven, een Franse wetenschapper die jarenlang bij in de Verenigde Staten aan het isoleren van retrovirussen heeft gewerkt, steunde hun motivering. Hij vertoonde opnamen door een elektronenmicroscoop van werkelijk geïsoleerde virussen, waarop we een grote massa identieke deeltjes konden zien, en vergeleek die met foto's van een bonte verzameling cel-puin dat 'hiv' moest vertegenwoordigen.
Een van de aanwezige aids-onderzoekers zei dat ze het virus elke dag wel isoleert, maar het werd duidelijk dat ze daarmee bedoelde dat ze genetische of biochemische signalen vastlegt waarvan wordt aangenomen dat ze duiden op het binnendringen ervan. De kwestie is dat die aanname foutief kan zijn, want zonder een direct verband tussen die signalen en een gezuiverd, geïsoleerd virus kun je niet weten wat ze betekenen. Het ware belang van dit meningsverschil schuilt in de vraag wat het betekent voor ons begrip van wat 'hiv-positief' eigenlijk wil zeggen.
Het onvermogen om hiv in zuivere vorm te verkrijgen, vormt de basis van de problemen die zijn gerezen bij alle tests die infectie met het virus moeten aantonen - of ze nu gebaseerd zijn op veronderstelde antilichamen tegen het virus, of zogeheten 'virus-tellingen' (metingen van genetische activiteit die moet verwijzen naar een dodelijk virus, al is dit niet bewezen). De dissidenten slaagden erin om sommige van hun argumenten over te brengen en één fundamenteel resultaat van het panelgesprek was de afspraak dat een kleine groep de geldigheid van de hiv-test gaat onderzoeken. De redenering van de critici verloopt als volgt:
- Cellen binnen het afweersysteem kunnen overbelast raken als gevolg van een grote reeks biologische aanvallen. Als dit gebeurt, zenden ze biologische signalen uit die in de begindagen door aids-onderzoekers ten onrechte werden gezien als teken van een nieuwe, besmettelijke en dodelijke ziekte.
- Onder de stimuli voor deze reactie vallen de blootstelling aan een heel spectrum van bekende infecties - waarvan tuberculose de meest gangbare is - met name bij arme en ondervoede mensen wier afweer toch al wankel is, indringend contact met bloed, bloedproducten en andere lichaamsvloeistoffen, waaronder sperma, en zwaar drugsgebruik.
- Het lichaam produceert antilichamen in respons op deze reactie, maar deze antilichamen zijn producten van de ontregelde cellen en kunnen niet als specifiek voor een unieke virale indringer worden gekenmerkt.
- Arme mensen in Afrika en elders lopen bij uitstek de kans op een positieve test op deze antilichamen, maar dit komt niet door de verspreiding van een seksueel overdraagbaar virus. Dit komt omdat ze meer risico lopen op blootstelling aan reeds lang bekende infecties die een positief resultaat bij een hiv-test veroorzaken.
- Mensen die positief worden getest, lopen een vergroot risico om ziek te worden en te sterven. Dit betekent echter niet per se dat ze besmet zijn door een nieuw, dodelijk virus. Als de omstandigheden waardoor de test positief uitviel, kunnen worden veranderd, zullen ze waarschijnlijk gezond kunnen blijven.
Door niets van wat hierboven staat, moeten we de seksuele hygiëne aan ons laars lappen met het idee dat aids een waanbeeld is. We moeten daarentegen inzien, dat mensen vrijwel zeker stoornissen in de afweer oplopen, en hiv-positief worden, vanwege een hele reeks oorzaken, waarvan er een aantal niet werd opgemerkt voordat aids zich voordeed. Het is mogelijk dat er onder de producten van de ontregelde afweercellen deeltjes zijn die een rol spelen in het ziekteproces, ook al zijn ze niet de voornaamste oorzaak. Het is eveneens mogelijk dat deze deeltjes via het sperma kunnen worden doorgegeven. Regelmatige blootstelling aan dergelijke producten via onbeschermd passief anaal geslachtsverkeer met een zieke partner kan iemand vatbaar maken voor een auto-immune respons, waarbij het afweersysteem van het lichaam in de war raakt en zelfvernietigend gaat reageren. Passief, onbeschermd anaal geslachtsverkeer vormt zeker een belangrijke risicofactor voor het krijgen van aids.
In een voorlopig verslag van de hoorzitting, opgesteld door zes wetenschappers die door de regering als rapporteur waren aangewezen, zijn niet al deze nuances van de discussie aan bod gekomen. Hoewel de verschillende zienswijzen worden weergegeven, geldt dat niet voor het merendeel van het aanvullend bewijsmateriaal. Het rapport is overduidelijk geschreven vanuit de invalshoek dat hiv een reëel bestaand virus is, hoewel het oproept om direct een serie onderzoeken uit te voeren 'om voor eens en altijd vast te stellen of hiv wel of niet aids veroorzaakt'.
Op dit moment gaan de onderhandelingen verder tussen de verschillende partijen in hoeverre het verslag kan worden aangepast om de afwijkende meningen uitgebreider weer te geven. Omdat ik weet hoe lang ik er zelf over deed om de reikwijdte van de kritiek op hiv te bevatten, toen ik al vele jaren de conventionele visie op aids had uitgedragen, betwijfel ik of de opstellers van dit document iedereen tevreden zullen kunnen stellen, en wellicht is uiteindelijk niemand tevreden. De dissidente onderzoekers zullen alles afwijzen dat maar zweemt naar de aanvaarding van het bestaande hiv-model, terwijl de wetenschappers die de gevestigde mening aanhangen waarschijnlijk liever helemaal geen verslag zouden zien dan een dat de tegenpartij ook maar een schijntje geloofwaardigheid verstrekt.
Alle deelnemers aan het debat zijn beschaafde mensen met de overtuiging dat ze zich verstandig gedragen. Maar wetenschappers die het gevestigde standpunt aanhangen, stellen zich af en toe wel arrogant op, zoals te lezen is in citaten uit een dagboek dat een van hen heeft bijgehouden, en later werd gepubliceerd in de Zuid-Afrikaanse krant Mail & Guardian. Uit niets bleek een bereidheid om iets te leren. De anonieme schrijver verwijst door het hele stuk naar degenen die de hiv-theorie aanhangen als de 'rond-aarders', en naar de rest als de 'plat-aarders' of 'ontkenners'. Hij onthult ook waarom een discussie op internet, waarbij aan onderzoekers was gevraagd om de bewijzen voor hun standpunten door te geven, en te reageren op elkaars argumenten, geheel was mislukt, aangezien op bijdragen van de dissidente wetenschappers geen antwoord volgde: 'De meeste rond-aarders besloten dat spelen met hun nieuwe vriendjes tijdverspilling was en hen een gevoel van intellectuele collaboratie zou geven als ze hun krakkemikkige ideeën zelfs maar in overweging namen'.
Dit is misschien geen grote verrassing, na de ruim vijftien jaar waarin het hiv-model zo'n exclusieve greep heeft gehad op de wetenschap en de medische wereld, en derhalve ook op de maatschappij in het algemeen. De enorme kloof tussen de twee visies spruit voort uit de jaren dat door een verschillende bril naar aids is gekeken. Er is alleen al in de VS zo'n vijftig miljard dollar besteed aan onderzoek en behandeling van het hiv-virus, en zo'n berg geld mist zijn uitwerking op het intellect toch niet. Het is niet alleen een kwestie van gehechtheid aan onderzoeksgelden, liefdadige activiteiten, professoraten, farmaceutische winsten en politieke en academische geloofwaardigheid. Het gaat ook puur om de kolossale intellectuele inspanning die al is geleverd ten gunste van het hiv-concept, dat het voor mensen zo moeilijk maakt om de zaak eens anders te bekijken. En evenzo hebben de 'dissidenten', na jaren van spot en verwaarlozing, een grote emotionele plus intellectuele investering gedaan in hun eigen opinie.
Ondanks al deze tekortkomingen vertegenwoordigen de hoorzitting en het rapport een wapenfeit van belang. Het rapport vormt het eerste officiële document waarin de verschillende zienswijzen worden onderzocht, terreinen van overeenstemming worden onderstreept, en leemten in de kennis worden aangeduid. Het is een grote stap voorwaarts, niet in het minst omdat nu veel meer mensen weten dat er twijfels bestaan over de hiv-theorie. Ik denk - ik hoop - dat het niet zal lukken om de mening van de dissidenten nog veel langer in de doofpot te houden.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.