|
|
De top van de evolutiepiramide wankelt
Mensen, computers en robots zijn allemaal onderdelen van de toekomst van de schepping.
| 35 november/december 2000 issueTerwijl wij ons in de tang genomen voelden door de mondialisering, hadden we in elk geval nog ons denken en ons bewustzijn om ons op terug te trekken, als schipbreukelingen op een rotseiland in de grote wilde oceaan. Maar helaas, de vloedlijn stijgt en binnenkort zullen we ook van deze droge plek worden verdreven. We hebben computers gebouwd en robots, we maakten ze steeds slimmer en sterker en we dachten dat wij de baas zouden blijven. Een computer zal nooit een handschrift kunnen lezen, menselijke spraak kunnen herkennen of vormen, of een schaakgrootmeester kunnen verslaan, zeiden we ooit. Het waren iedere keer nauwere verdedigingsgordels waarachter we ons terugtrokken, en telkens weer waren het stellingen die we moesten verlaten, kort nadat we ze hadden betrokken. Maar het bewustzijn dan, het associatieve denken, de creativiteit, roepen we nu: een computer zal nooit een liefdesgedicht kunnen maken of ontroering kunnen voelen. Maar als ervaring iets waard is, zal de volgende Shakespeare uitsluitend virtueel bestaan. En de prachtigste teksten zullen voortkomen uit de ontastbare knooppunten van het ethernet - vooropgesteld dat hij/zij/het er al belangstelling voor heeft zulke sentimentaliteiten voort te brengen voor lage bewustzijnsvormen zoals wij. Ja, maar een computer kan geen longontsteking krijgen, zullen wij op het laatst snikkend uitbrengen. Zullen het uiteindelijk onze gebreken zijn die de mensheid definiëren?
Heersers der schepping voelden wij ons ooit, de top van de evolutiepiramide. De aarde was het centrum van het heelal en zij was als het ware om de mens heen geschapen. Wat ziet ons wereldbeeld er nu onherkenbaar anders uit! Het menselijk genoom suggereert, dat we niet meer dan computerprogramma's zijn, met ACG en T-aminozuren in plaats van enen en nullen, maar niet wezenlijk anders dan de programma's waarop onze Compaqs en Apples draaien. Robots bouwen inmiddels robots, in een soort superversnelde evolutie, waarbij de geproduceerde robot volmaakt is toegesneden op de hem toebedachte taak. Wie heeft ons nog nodig, vroeg één van Silicon Valley's pioniers Bill Joy zich af (zie Ode 33, pagina 60). Wat kunnen we eigenlijk nog als we niet kunnen heersen en beheersen? Waartoe dienen we eigenlijk?
Waar dien ik toe, dat is de vraag die een eencellige amoebe zich in het geologische Precambrium ook stelde. Het antwoord was: zorg dat je over vijfhonderd miljoen jaar met een miljard van je collega's beschikbaar bent om één liter benzine te worden. Dan ga je een jou onbekend individu van een zelfs nog onbekende levensvorm één keer van Purmerend naar Amsterdam brengen. Dat moest voldoende antwoord zijn, want er was niet meer. Zelfs Purmerend was er niet. Waar dien ik toe, en niet waar heers ik over - dat is de verandering in perspectief waarvoor de mensheid staat. En het kon wel eens het belangrijkste kruispunt zijn in de geschiedenis van de aarde en voor de toekomst van de schepping. Als heersen ons doel blijft, zullen wij machtsmiddelen blijven gebruiken - machtsmiddelen die intussen zo'n vernietigingskracht in zich dragen, dat ze alleen maar te gebruiken zijn ten koste van onszelf - robots en computers incluis. En ten koste van de toekomst. Alleen als we bereid zijn ons dienend op te stellen ten opzichte van de toekomst, zal er een toekomst zijn. Ook dan zullen wij ooit onze tijd gehad hebben. Maar als wij kunnen bijdragen aan het totstandkomen van een superieur bewustzijn, dan hebben ook wij ons aandeel geleverd en worden wij deel van het grote bestaansfundament dat nu ons draagt.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.