Email   Print

De Spelende moeder

Met fantasie en spel door de tijd.

Laurel Dawson | 35 november/december 2000 issue

Het is tijd om te gaan. Eliza van drieënhalf en Chloe van achttien maanden gooien steentjes in de vijver. 'Over vijf minuten gaan we', kondig ik aan. Soms is dat genoeg. Ze stoppen met wat ze aan het doen zijn en vijf of tien minuten later gaan we weg. Maar vandaag hebben ze het te druk. Mijn wereld van tikkende klokken, rijdende auto's, naderende middagdutjes en huishouden is volkomen onbelangrijk vergeleken met het geplons van de steentjes die in het glinsterende water zinken. Er gaan vijf minuten voorbij. Tien minuten. We moeten echt weg. Ik word streng, pak de kinderen en maak me klaar om te gaan. En dan herinner ik me ineens: ik kan ook spelen!
'De trein komt eraan,' zeg ik luid, 'ik heb de kaartjes.' Ik pluk vlug een paar grassprietjes die voor kaartje moeten doorgaan en 'lees' ze. 'Eliza en Chloe, hier zijn jullie kaartjes.' De meisjes springen op en pakken ze aan. De fluit van de trein weerklinkt en daar gaan we, tsjoekend over het spoor op weg naar huis. Het gaat zo goed, dat twee andere kinderen, die we niet kennen, ons volgen.

Spelletjes kunnen lastige momenten en moeilijke klussen leuk maken. Als ik maar bedenk, dat treinen bij het strand kunnen komen om ons op te halen, dat jasjes kunnen zingen en schommels je uit kunnen wuiven, gaat alles beter. Geleidelijk aan heb ik de kunst geleerd om dingen soepel te laten verlopen. Ik praatte tegen mijn baby en legde uit wat we gingen doen. Ik zei bijvoorbeeld: 'Nu gaan we ons aankleden. Hier zijn je kleertjes. Eerst trekt mama dit hemdje over je hoofdje en dan gaat dit aan, en dan, ploep, komt je hoofdje er opeens uit.' Soms speelden we kiekeboe met een hemdje voordat ik het haar aantrok. Ik probeerde aankleedliedjes te verzinnen. Ik zing niet bijster goed, maar een goede stem is niet belangrijk voor Eliza. Als ik zong: 'Jasje aan, schoentjes aan, kom maar gauw, de lucht is blauw!', dan lachte ze. De overgang naar zingende haarborstels was niet groot meer. Bij ons thuis kunnen haarborstels zingen en verhalen vertellen over doornstruiken die moeten worden ontward en over prachtige watervallen die moeten worden gevonden. Eenzaam speelgoed dat her en der op de grond ligt, roept om hulp wanneer het de weg naar huis niet kan vinden. Fantasie kost moeite, maar die moeite wordt beloond. In hopeloze situaties krijg ik altijd hulp van onbezielde voorwerpen met een stem en onzichtbare treinen met een aardige conducteur.

Op zekere dag hoorde ik een dodelijk vermoeide moeder zeggen: 'Kleed je aan, Eliza.' Opeens besefte ik, dat ik die uitgeputte vrouw was en dat mijn kind helemaal niet in de buurt van haar commode stond. Ik had de pasgeboren Chloe aan de borst en ik had werkelijk niet de energie om Eliza op te tillen en naar haar commode te brengen. Ze zou trouwens toch weer wegrennen. Ik voelde me niet erg fantasievol meer, maar kwam op het idee een kledingwinkel te openen. Ik zei dat de winkel openging zodra ik haar kleren op bed had uitgestald. Ze stond meteen te popelen om zich aan te kleden. Een andere keer besloot Eliza, dat ze echt niet zelf van het park naar huis kon lopen. Ik kon een baby en een kind wel een eindje dragen, maar niet de hele weg. Nadat ik had geprobeerd uit te leggen waarom ze moest lopen en net voordat ik in huilen uitbarstte, kreeg ik een idee. Ik zei tegen Eliza, dat ik vooruit zou rennen om me te verstoppen. Zij moest me zoeken. Al verstoppertje spelend kwamen we thuis.
Het dag-dag-spelletje werkt het beste bij de baby. Zelfs als Chloe al boos is omdat we uit het park weg moeten, dan kan ze nog met een lach afscheid nemen als ik blijf staan en zeg: 'Dag schommel, dag glijbaan, dag zand.' Het lijkt misschien raar om tegen dode dingen te praten en zingend en dansend door de stad te gaan, maar mijn dochters weten het te waarderen. Voor hen leeft de wereld. Als ik dat voor hen bevestig, kunnen ze met mij meegaan en zich aan mijn schijnbaar belachelijke volwassen rooster aanpassen. Bovendien is het veel leuker om mijn armen te spreiden en een groot moedervliegtuig te zijn met twee kleine vliegtuigjes naast me dan om een serieuze volwassene te zijn die twee ongelukkige kinderen meesleurt naar de auto.

Soms is mijn fantasie uitgeput. Laatst was het tijd voor het middagdutje en ik was doodop. Ik zei: 'Kom meisjes, bedtijd.' Ik had geen puf om mijn fantasie te gebruiken, ik wilde alleen nog slapen. En ik zei: 'Ik ga naar bed.' Ik liep naar de slaapkamer en de meisjes kwamen achter me aan rennen. `Mama,' fluisterde Eliza, 'kunnen we niet een wasberenfamilie spelen?'
'Asberen', echode Chloe.
Natuurlijk ben ik niet de enige die wel eens chagrijnig wordt. Als ik te maken heb met twee kinderen die helemaal op zijn en gewoon naar huis moeten, dan zeg ik zoiets als: 'Eliza, Chloe, we moeten weg. We kunnen een muizenfamilie spelen en dan wordt het leuk, of we kunnen gillend en krijsend weggaan en dan zijn we heel ongelukkig. Maar we gaan wel.' Op een of andere manier is het makkelijker voor muizen om naar hun holletje te trippelen dan voor vermoeide kinderen om naar huis te gaan. Als ik de dag met beleid indeel en over dingen praat voordat ze gebeuren, kunnen we meestal overal zonder al te veel ophef aankomen en weggaan. Maar op die momenten dat door een deur lopen al een opgave is, brengt de taal van het spel en de stem van het ritme ons verder dan woorden. Naarmate mijn kinderen ouder worden, veranderen lastige situaties in werkbare oplossingen. Overgangen die vroeger stroef gingen, verlopen nu soepeler. Doordat ik mijn volwassen verplichtingen moet zien te laten samengaan met de behoefte aan spel van mijn kinderen, houdt in ons gezin iedereen rekening met elkaar. Giechelend komen we de dag door.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.