|
|
De rekenkunde van fascisten
Arundhati Roy won internationale prijzen met haar romans. Maar de afgelopen twee jaar toonde zij zich het kritische geweten van India. Eerst hekelde zij de proef die India nam met een zelf geproduceerde atoombom (zie Ode 23). Vervolgens schreef zij een aangrijpend essay over de miljoenen armen die in India worden verdreven door de bouw van stuwdammen. Hieronder volgt een ingekorte versie van dat essay, waarin Arundhati Roy overtuigend laat zien dat in de moderne wereldeconomie de meeste mensen er niet toe doen. Arundhati Roy zal spreken op de internationale conferentie die Ode op 1 en 2 december organiseert.
Ik stond op een heuvel en moest heel hard lachen. Ik was de Narmada per boot overgestoken vanuit Jalsindhi, en klom vanaf de andere oever op de landtong waar ik de primitieve dorpjes Sikka, Surung, Neemgavan en Domkhedi kon zien liggen, verspreid over lage, kale heuveltoppen. Ik keek naar hun wankele huizen, waarin de wind vrij spel had. Ik zag hun akkers en de bossen erachter. Ik zag kleine kinderen met nog kleinere geitjes door het landschap scharrelen. Ik wist, dat ik keek naar een beschaving die ouder was dan het hindoeïsme, en die op de nominatie stond om - met goedkeuring van de hoogste rechters in ons land - bij de volgende moesson te worden opgeslokt, zodra het peil van het stuwmeer bij Sardar Sarovar stijgt en alles onder water verdwijnt.
Waarom moest ik zo lachen? Omdat me ineens de tedere bezorgdheid te binnen schoot waarmee de leden van het Hooggerechtshof in Delhi - voordat ze de schorsing inzake de voltooiing van de dam bij Sardar Sarovar ongedaan maakten - hadden geïnformeerd of de kinderen die in de nieuwe vestigingen weer in stamverband gingen leven, wel een park zouden hebben om in te spelen. De advocaten van de regering gaven de verzekering, dat dit zonder meer het geval was, en dat bovendien elk park voorzien was van wippen, glijbanen en schommels. Ik keek omhoog naar de grenzeloze hemel en omlaag naar de rivier die voorbij kolkte, en heel eventjes werd mijn razernij door de waanzin van dit alles op zijn kop gezet, en moest ik lachen. Het was niet arrogant bedoeld.
Het gevecht tegen de dam bij Sardar Sarovar, dat nu tien jaar duurt, is in India veel meer gaan betekenen dan de strijd voor één rivier. Het werd een debat dat sterk in de publieke opinie ging leven. Daardoor werd de inzet steeds feller en veranderde de aard van het gevecht. Begonnen als de strijd om het lot van een rivierdal, kwam gaandeweg ons gehele politieke systeem erdoor onder vuur te liggen. Inmiddels staat het wezen van onze democratie zelf ter discussie. Van wie is ons land? Van wie zijn de rivieren? Onze bossen? De vis? Dat zijn grote vragen. En ze worden door de staat enorm serieus genomen. Ze worden door elk instituut onder zeggenschap van de staat unisono beantwoord. En niet zomaar beantwoord, maar volstrekt eenduidig, op een verbitterde, meedogenloze manier.
Ik werd naar dit dal gelokt door een gevoel dat de strijd om de Narmada een nieuwe, nog treuriger fase was ingegaan. Ik ging erheen omdat schrijvers door verhalen worden aangetrokken, zoals gieren door iets dat dood ligt. Medeleven was niet mijn motief. Het was pure gretigheid. Ik had gelijk. Er lag een verhaal te wachten. En wat voor een verhaal. In de vijftig jaar na de Onafhankelijkheid, sinds de vermaarde toespraak van Nehru over 'dammen als de hedendaagse tempels van India', heeft zijn voetvolk zich met een onnatuurlijke ijver gestort op de dammenbouwerij. De constructie van dammen kwam gelijk te staan met de opbouw van de natie. Alleen al hun enthousiasme had ons direct achterdochtig moeten maken. Het resultaat is, dat India tegenwoordig met trots kan melden op twee na de grootste damconstructeur van de wereld te zijn, in het bezit van 3.600 dammen in de categorie 'groot'. Er worden er op dit moment nog duizend bijgebouwd. Desondanks beschikt eenvijfde van de bevolking - tweehonderd miljoen mensen - niet over veilig drinkwater, en ontbreekt het tweederde - zeshonderd miljoen - aan standaard riolering. India heeft vandaag de dag meer gebieden die kwetsbaar zijn voor droogte en overstromingen dan in 1947. De grote dammen gingen vol belofte van start, maar eindigen nu jammerlijk. Overal ter wereld groeit het verzet ertegen. In de westerse wereld worden ze ontmanteld of opgeblazen. De vaststelling dat ze meer kwaad doen dan goed, is niet langer slechts een vermoeden.
Grote dammen zijn achterhaald. Ze zijn niet cool. Ze zijn ondemocratisch. Ze zijn voor de regering een manier om haar gezag te vergroten. Ze zijn een onfeilbare manier om de boer van zijn wijze inzichten te beroven. Ze zijn een brutale manier om water, land en irrigatie af te nemen van de armen en die aan de rijken te schenken. Door hun stuwmeren worden immens grote bevolkingsgroepen van hun plek gejaagd, waardoor ze dakloos en berooid achterblijven.
Ook wat betreft het milieu zijn ze uit de gratie. Ze slaan de aarde kaal. Ze veroorzaken overstromingen, waterstuwing, verzilting en een sterke verspreiding van ziekten. De bewijzen stapelen zich op dat er een verband is tussen dammen en aardbevingen. Het is nu in brede kring aanvaard dat dammen het omgekeerde doen van wat hun pr-mensen beweren - de mythe van 'uw beetje pijn is voor het landsbelang fijn' is volledig onderuitgehaald.
Om al deze redenen kampen de dammenbouwers in de westerse wereld - met een omzet van ruim twaalf miljard pond per jaar - met problemen en werkloosheid. Dus worden hun activiteiten overgebracht naar de Derde Wereld onder het mom van ontwikkelingshulp, net als hun ander overtollig materiaal als achterhaald wapentuig, bejaarde vliegdekschepen en verboden landbouwgif. De Indiase regering, elke Indiase regering, fulmineert overtuigd van het eigen gelijk tegen de westerse wereld, en betaalt goed geld om er de rotzooi in cadeauverpakking van over te nemen. Een groot deel van Afrika is verpest door financiële steun. Bangladesh is door alle bijstand geheel uit het lood geslagen. We weten dit allemaal exact, tot in elk ontmoedigend detail. Maar in India gooien onze leiders de poort wijd open met een kruiperige glimlach - en vervaardigen atoombommen om hun haperende zelfrespect op te krikken.
De regering van India houdt over de meeste zaken gedetailleerde statistieken bij. Maar zij beschikt niet over cijfers van het aantal mensen dat door dammen werd verdreven, of op andere manieren werd geofferd op het altaar van 'de vooruitgang in ons land'. Hoe kun je de vooruitgang beoordelen als je niet weet wat die kost, en wie ervoor moet opdraaien? Hoe kan de 'markt' de prijs van dingen bepalen als zij de werkelijke productiekosten niet laat meetellen? Volgens een doorwrocht onderzoek bij 54 grote dammen, uitgevoerd door het Indiase instituut voor regeringsbeleid, bedraagt het gemiddeld aantal mensen dat door een grote dam ontheemd raakt 44.182. Ik geef toe dat 54 op de 3.300 geen overtuigende steekproef vormt. Maar laten we een afwijking toestaan richting de uiterste voorzichtigheid en een gemiddelde aanhouden van 10.000 per grote dam: 3.300 maal 10.000 = 33 miljoen. Daar komt het dan op neer - 33 miljoen mensen. Alleen vanwege grote dammen uit hun woonplaats verdreven gedurende de afgelopen vijftig jaar.
Hoe zit het met degenen die met duizenden tegelijk werden verdreven door andere ontwikkelingsprojecten? Tijdens een lezing op persoonlijke titel schatte N.C. Saxena, secretaris van de planningscommissie, dat dit aantal in de buurt lag van de vijftig miljoen - waarvan veertig miljoen verdreven door dammen. We mogen het niet hardop zeggen, want het is geen officiële verklaring. Het wordt niet officieel verklaard, omdat we het niet hardop mogen zeggen. Je moet het maar mompelen om niet van overdrijving te worden beschuldigd. Je moet het maar tegen jezelf fluisteren, want het klinkt werkelijk ongelooflijk. Het kan niet waar zijn, heb ik mezelf voorgehouden. Ik moet met de nullen hebben zitten knoeien. Ik kan nauwelijks de moed opbrengen om het hardop te zeggen. Vijftig miljoen mensen. Ik voel me alsof ik zojuist bij toeval een massagraf heb blootgelegd.
Vijftig miljoen is meer dan de bevolking van de deelstaat Gujarat. Bijna driemaal het inwonertal van Australië. Meer dan drie keer het aantal vluchtelingen dat in India het resultaat was van de afscheiding. Tien keer het aantal Palestijnse vluchtelingen. De westerse wereld worstelt op dit moment met de toekomst van één miljoen mensen die uit Kosovo zijn gevlucht.
Een groot deel van de ontheemde mensen woonde in stamverband. Als je daar de Dalits bijtelt (vroeger de Onaanraakbaren genoemd), dan worden de cijfers onsmakelijk. Volgens de commissaris voor de demografie van kasten en stammen liggen die rond de zestig procent. Als je nagaat dat in India de mensen in stamverband slechts acht procent van de bevolking uitmaken en de Dalits vijftien procent, dan komt dit verhaal in een heel ander perspectief te staan. De etnische 'vreemdheid' van hun slachtoffers maakt het leven wat makkelijker voor de lieden die aan onze natie werken. Vergelijk het maar met een onkostenrekening. Iemand anders betaalt alle nota's. Mensen uit een ander land. Een andere wereld. De armste mensen in India financieren de lifestyle van de allerrijksten.
Wat is er met al deze miljoenen mensen gebeurd? Waar zijn ze gebleven? Niemand die het precies weet. Ze bestaan niet meer. Als onze geschiedenis wordt opgetekend, komen ze er niet in voor. Sommigen van hen zijn vervolgens nog eens drie of vier keer gedwongen van plek veranderd - door een dam, een militair oefenterrein, nog een dam, een uraniummijn, een krachtcentrale. Als ze eenmaal op drift zijn geraakt, is er geen rustplaats meer te vinden. De grote meerderheid wordt uiteindelijk opgenomen in de sloppenwijken aan de buitenrand van onze geweldige steden en smelt daar samen tot een immens grote voorraad bouwvakarbeiders - die weer nieuwe projecten uitvoeren waardoor nog meer mensen ontheemd raken. En nog komt aan de nachtmerrie geen einde. Ze worden zelfs weer uit hun afgrijselijke krotjes gejaagd door bulldozers van de regering, die over het land uitwaaieren voor een schoonmaakactie als de verkiezingen prettig ver weg zijn, en de rijke stadsmensen nerveus doen over de hygiëne. In steden als Delhi lopen ze de kans te worden doodgeschoten door de politie als ze poepen in het openbaar.
De miljoenen ontheemde mensen in India zijn niets anders dan vluchtelingen bij een niet officieel verklaarde oorlog. En wij gedogen dit door de andere kant op te kijken. Waarom? Omdat ons wordt verteld dat dit allemaal gebeurt met oog op het algemeen belang. Dat het gebeurt in naam van de vooruitgang, in naam van onze nationale prioriteiten. En daarom geloven we wat we te horen krijgen, graag, kritiekloos, en bijna dankbaar. Het is een feit dat India is vooruitgegaan. Het is waar dat er in 1947, toen de koloniale tijd formeel ten einde was, voedselschaarste heerste in India. In 1950 produceerden we 51 miljoen ton graan. Tegenwoordig produceren we tegen de 200 miljoen ton. Het is waar, dat de staatssilo's in 1995 overstroomden met 30 miljoen ton graan dat niet kon worden verkocht. Maar het is ook een feit, dat tegelijkertijd veertig procent van de bevolking van India - meer dan 350 miljoen mensen - onder de armoedegrens moest leven. Dat is meer dan het bevolkingsaantal bedroeg in 1947.
De mensen in India zijn te arm om het voedsel te kopen dat hun land produceert. Ze worden gedwongen om het soort voedsel te kweken dat ze zichzelf niet kunnen veroorloven. Onze leiders zeggen dat we atoomraketten moeten hebben om ons te beschermen tegen de dreiging van China en Pakistan. Maar wie beschermt ons tegen onszelf? Wat is dit voor een land? Van wie is het eigenlijk? Wie bestuurt het? Wat gebeurt er precies?
Het wordt tijd om een paar staatsgeheimen te verklappen. Om de mythe te ontzenuwen van de Indiase staat die inefficiënt is, stuntelig, corrupt, maar uiteindelijk wel menslievend en in wezen heel democratisch. Slordigheid vormt geen verklaring voor vijftig miljoen onvindbare mensen. Laten we onszelf niet voor de gek houden. Hier steekt opzet achter, doelgericht, meedogenloos en voor honderd procent mensenwerk.
India is als staat niet mislukt. De staat heeft indrukwekkende successen geboekt bij wat ze zich had voorgenomen. Ze is onbarmhartig efficiënt geweest bij het naasten van India's natuurlijke hulpbronnen, die ze vervolgens aan een uitverkoren elite toespeelde - ongetwijfeld in ruil voor enkele gunsten. Ze is fenomenaal bedreven in het afschermen van het hogere kader binnen de met aandelen behangen bovenlaag. Maar haar topprestatie is, dat ze dit allemaal voor elkaar krijgt, en er toch nog onbezoedeld uit tevoorschijn komt. Dat ze haar geheimen weet te verbergen, informatie onder de pet houdt die het dagelijks bestaan van één miljard mensen direct raakt, in de bestuurlijke dossiers die alleen toegankelijk zijn voor de wachters van de tempel - ministers, bureaucraten, staatsbouwmeesters en defensiespecialisten. We maken het ze natuurlijk ook wel gemakkelijk. Wij, de onderhorigen. We willen de walgelijke details ook liever niet weten.
India leeft in de dorpen, krijgen we om de haverklap te horen in weer een schijnheilige publieke redevoering. Dat is het zoveelste vijgenblad uit de propvolle klerenkast van onze regering. India leeft helemaal niet in de dorpen. India sterft in de dorpen. India wordt gemangeld in de dorpen. India leeft in de grote steden. De dorpen van India leven alleen om haar steden van dienst te zijn. De dorpelingen zijn de slaven van de stadbewoners en horen daarom onder gecontroleerde omstandigheden in leven te blijven, maar ook niet meer dan dat.
De voorstanders pronken ermee, dat Narmada het meest ambitieuze waterbouwproject in een rivierdal is dat ooit werd opgezet. Ze hebben het voornemen om 3.200 dammen te bouwen, die van de Narmada en haar eenenveertig zijrivieren een oplopende reeks reservoirs zullen maken. Twee van de grotere dammen in deze serie - de Sardar Sarovar in Gujarat, en de Narmada Sagar in Madhya Pradesh - zullen gezamenlijk meer water opstuwen dan in enig ander reservoir op het Indiase subcontinent. Hoe je er verder ook tegenaan kijkt, het ontwikkelingsproject in het dal van de Narmada is gigantisch. Het zal de ecologische toestand langs de complete loop van een van de grootste rivieren in India wijzigen. Het zal het bestaan van de 25 miljoen mensen die in het dal leven, diepgaand beïnvloeden.
Alle beweringen van de voorstanders over de enorme voordelen waarop wordt gerekend, zijn stuk voor stuk ontmaskerd. Zelfs de Wereldbank heeft zich uit het project teruggetrokken. Toch bijt de regering zich fanatiek vast in het besluit om te bouwen. Alleen al de dam bij Sardar Sarovar zal circa een half miljoen mensen dwingen te verhuizen - 200.000 volgens de officiële schattingen, maar die kloppen nooit.
De regering beweert, dat zij de ontheemden het best denkbare pakket maatregelen ter compensatie aanbiedt. Ik heb een aantal van deze 'locaties voor herhuisvesting' bezocht. De mensen zijn gedumpt in hutjes van golfplaat en blik in een lange rij. 's Zomers een oven, 's winters een vrieskist. Sommige zijn gesitueerd in droge rivierbeddingen die tijdens de moesson veranderen in een wilde stroom. Rillende kinderen hurken als vogeltjes op de rand van hun bed, terwijl kolkend water hun blikken huis binnendringt. Met angstige, koortsige ogen kijken ze toe hoe de stroming potten en pannen door de voordeur naar buiten sleurt, hoe ze over de verdronken akkers dobberen en hun knokige vaders er achteraan zwemmen. Als het water zich terugtrekt, rest er slechts verwoesting. Malaria, diarree, ziek vee dat zich vastloopt in de drek. De oeroude teakhouten balken die ze uit hun vorige huis hadden gesloopt en zorgvuldig hadden weggeborgen als een droom voor later, zijn nu beschimmeld, verrot en onbruikbaar. En zij hebben nog geluk gehad - dit zijn degenen die door de regering officieel werden erkend als benadeeld door een ontwikkelingsproject, de zogeheten Pap's (Project Affected Persons). De rest wordt simpelweg uit zijn huis gesmeten en moet zichzelf verder maar redden.
Het is oprecht onbegonnen werk voor een landsregering - van welk land dan ook - om te slagen in de hervestiging op deze enorme schaal van een volk dat zo kwetsbaar is als in dit geval. Het is alsof je een heggenschaar gebruikt om bij een kindje de nagels te knippen. Dat lukt niet zonder de vingertjes mee te nemen. Hoe verdrijf je 200.000 mensen (de officiële schatting), waarvan er 117.000 in stamverband leven, en verschaf je die een nieuwe verblijfplaats, allemaal op een humane manier? Hoe hou je hun leefgemeenschap intact, in een land waar vrijwel alle lopende civiele rechtszaken draaien om geschillen over grondbezit?
Waar liggen al die puike, ongebruikte landbouwgronden klaar om deze ongeschonden leefgemeenschappen op te nemen? Het antwoord is, dat ze er eenvoudigweg niet zijn. Niet eens voor de mensen die door deze ene dam 'officieel' ontheemd zijn geraakt. Hoe zit het met de rest van de dammen? Hoe moet het met de overige duizenden Pap's die het stempel voor totale ondergang al dragen? Zullen we maar gewoon de jodenster op hun deurpost spijkeren en er een eind aan maken?
Onder deze omstandigheden betekent louter de deelname aan een debat over herhuisvesting al een eerste stap richting het opschorten van elk rechtsbeginsel. Tweehonderdduizend mensen van woonplaats doen veranderen teneinde drinkwater te leveren aan veertig miljoen - of de pretentie te hebben dat zoiets kan: er is hier iets faliekant mis met de schaal waarop te werk wordt gegaan. Dit is de rekenkunde van fascisten. Hierdoor worden verhalen gewurgd, details doodgeknuppeld en worden volstrekt redelijke mensen verblind door een misleidend maar sprankelend visioen.
De komende julimaand brengt ons de laatste moesson van de twintigste eeuw. De uitspraak van het Hooggerechtshof die toestaat dat de bouw van de dam doorgaat, houdt in, dat nog dit jaar dertig van de 245 dorpen onder water zullen staan. De mensen kunnen nergens naartoe. Ze hebben verklaard niet te zullen wijken als het water van het stuwmeer bij Sardar Sarovar stijgt en hun land en woningen zal overspoelen. Of je nu fel voor of tegen de dam bent, het is in ieder geval nodig dat je inziet welke prijs ervoor wordt betaald. Dat je de moed opbrengt om toe te kijken hoe de schuld wordt ingelost, en de rekening wordt vereffend.
Onze schuld. Onze rekening. Niet die van hen. Zorg dat je erbij bent.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.