|
|
Verlangen naar kachels
Zijn programma heet tegenwoordig: 'Vermeulen weet het beter'. Want beleren mag Bram Vermeulen (53). Van hemzelf. Hij miste de kans om hippie te worden, maar vond toch alsnog zijn eigen weg. De artiest werd ook een onderzoeker. Zijn missie: het niet-tastbare tastbaar maken. Een gesprek over kachels en andere serieuze zaken op een zomermiddag in een Noord-Hollandse polder: 'Ik wil snappen hoe het in elkaar zit.'
'Ik heb mijn hele leven eigenlijk alleen maar dingen gedaan die ik leuk vond om te doen. Volleyballen bijvoorbeeld. Ik stond op het punt om daar geld mee te gaan verdienen, toen cabaret ineens ook erg leuk werd. Helaas was dat ook op zaterdagavond. Na een middag voor me uit te hebben zitten staren, ben ik naar de club gestapt en zei "jongens, ik stop ermee". Dat is in mijn leven met veel dingen zo gegaan. Ik deed wat ik wilde doen. Hoewel… je wordt natuurlijk al snel in een hoek gedrukt. Zeker in ons deel van de wereld. Hier wordt je vanaf je geboorte niet gevraagd wie je bent, maar wie je wilt worden. Ik vind dat een bizarre vraag, want je bént al iemand. Hoe kun je nou aan iemand die iets is, vragen wat hij wil worden? Toch doen wij dat en dan gaan we allerlei opleidingen volgen. Heb ik ook gedaan - ik ben psychologie gaan studeren. We kiezen allemaal de omweg.
De klap komt later. Zo tussen de veertig en vijftig zie je het erin sluipen. Dan hebben ze volstrekt voldaan. Het bootje ligt op de Kaag, het huisje staat in Frankrijk, de kinderen zijn zo ongeveer volwassen en beginnen hun eigen weg te gaan. Maar waarom ben ik nu dan niet gelukkig? Waarom is het godverdomme niet gelukt? En dan - ineens - hoor je dat hele kleine stemmetje van vroeger: "Je wou dit ook helemaal niet worden. Je wás al iemand. Je hebt hén geloofd, in plaats van jezelf." Je moet zoeken naar wie je was, niet naar wie je wou worden. Dat is het moment waarop de golf hartaanvallen toeslaat - de midlife-crisis. Je hebt dan twee oplossingen: je doet het allemaal nog eens over - een andere vrouw, nog twee kinderen - en deze keer doe je het goed. Of - het andere uiterste - je gaat 's avonds het beroemde pakje sigaretten halen en komt nooit meer terug. Al die mannen met jonge vrouwen hebben vaak niet in de gaten, dat de rest van de wereld naar ze kijkt als sukkels. Zelf denken ze dat ze het geweldig doen.
Mijn pakje sigaretten was zo'n Davy Crockett-jasje. Met van die suède slierten. Het zal 1969 zijn geweest, ik had lang blond haar. Ik weet nog, dat ik met dat jasje aan terugkwam in het studentenhuis. Freek zat daar en een paar andere vrienden. Die kregen dus onmiddellijk de slappe lach. Zij begrepen niet waarom ik zo geraakt was. Zij begrepen niet, dat ik eigenlijk naar de hoek was geweest voor een pakje sigaretten. Het was natuurlijk ook ontzettend stom dat ik terugkwam. Ik had gewoon door moeten lopen naar San Francisco. Maar dat zat er niet in. Ik heb het jasje opgehangen en ben het later zelfs kwijtgeraakt. Een tijdje terug zat ik in het programma van Rik Zaal. Hij vroeg me of ik iets in mijn leven zou willen overdoen. "Ja, ik had in 1969 dat jasje aan moeten houden. Ik had gewoon hippie moeten worden." Uit de hippiecultuur is onbeschrijflijk veel voortgekomen. Heel Silicon Valley bestaat uit ex-hippies die anders durfden te denken, die buiten de doos zijn gegaan. Ik was er aan toe om buiten die doos te gaan, maar ik durfde niet. Nog niet.'
Een Noord-Hollandse boer trekt zijn tractor langs de sloot en het gesprek in de zomerse polder valt even stil. Bram Vermeulen spreekt over gebrek aan moed - de man die met Freek de Jonge in Neerlands Hoop shockeren tot een kunstvorm verhief. Hij die volle zalen trok, had misschien liever anoniem op de Dam willen slapen. In de terugblik die het leven zo eenvoudig maakt, leek dat de kortere weg naar het doel. Welk doel?
'De eerste vijfendertig jaar van mijn leven was mijn blik gericht op mensen die commentaar leverden, die kritisch waren. Ik vond mensen die dat goed deden, de leukste mensen die er waren. Maar het was ook een wereld waarin ik vastliep. Ik raakte aan de drank en droeg alleen nog maar zwarte kleding. Voor elke buitenstaander was volstrekt duidelijk dat ik in een crisis zat, maar voor mij natuurlijk niet. Ik zat in dat vissenkommetje. Buiten de vissenkom zei men: "Die goudvis is niet te houden. Leg er een bord op, want die springt eruit." Toen begon een zoektocht naar alle kanten. Op een ochtend werd ik opgebeld door Shireen Strooker van het Werktheater. Ze zaten omhoog met een stuk en hoorden dat ik tijd had. De samenwerking klikte meteen zo verschrikkelijk goed. Alles wat Freek en ik nooit hadden gedaan, gebeurde daar juist wel. Met Freek werkten we vanuit een surplus. We maakten van alles en als het niet goed was, gooiden we het gewoon weg en maakten we weer iets nieuws. We vroegen ons nooit af waarom iets niet goed was. We spraken nooit op die manier over de inhoud. We maakten gewoon nieuwe inhoud. Bij het Werktheater leerde ik om me af te vragen waarom ik de dingen deed zoals ik ze deed. En daarbij kwam de ongelooflijke band met Shireen. We voelden direct aan dat dat verder ging dan alleen maar werk. Shireen is een veel spiritueler mens dan ik - die was mij op dat pad al tien jaar voor. Ik maakte dus een geweldige inhaalslag, een geniale coup.
Ik leerde het leven van een andere kant zien. Het is behoorlijk confronterend als iemand de dingen heel anders doet dan je gewend bent. Als ik bijvoorbeeld koffie zet, dan moet die koffie gewoon zo snel mogelijk op tafel. Als Shireen het doet, vraag ik me af waarom ze geen haast heeft. We hebben niet voor niks het espressoapparaat uitgevonden, dat betekent nota bene letterlijk "haast". Bij haar is koffie zetten een ritueel. Ander voorbeeld: ik had altijd oude auto's. Van die auto's die er in de Alpen in een rivierbedding mee ophouden. "Jongens, dit is een ramp", riep ik dan, terwijl ik tegen de auto schopte. De rest had alleen maar de slappe lach. Avontuur! Als je in de praktijk meemaakt dat mensen anders reageren, dan ga je nadenken. Dat is geen filosofie, maar persoonlijke ervaring - levenswijsheid.
Je kunt een kind vertellen dat de kachel heet is, maar dat zegt hem niets. Als hij zich een keer brandt, hoef je het hem nooit meer uit te leggen. Ik ben tegenwoordig stopa (stiefopa, red.). Het is - dit zullen alle opa's en oma's onderschrijven - heel anders als je naar je kleinkind kijkt die richting de sloot loopt, dan als je naar je eigen kind kijkt. Ik wacht gewoon totdat hij in de sloot valt. Dan vis ik hem eruit en denk: "Aan die kachel zal hij zich niet meer branden." Maar sommige kachels zijn subtiel. Het is verbazend hoelang we zaken kunnen wegdrukken. Zo heb ik ooit eens een buitenlichamelijke ervaring gehad. Ik zweefde boven mijn bed. Pas veel later - vijftien tot twintig jaar - werd me duidelijk dat ik allang het bewijs had dat je uit jezelf kunt treden, maar ik vond dat toen eng, dus moest het weg. De eerste stap is, dat je je openstelt voor dit soort ervaringen. Ik vind het leuk om daaraan mee te helpen, om met mensen te praten over die rare momenten in hun leven. Vaak zijn het crises - dat je vader of moeder doodging, dat je ernaast zat en dat je opeens zag hoe leven eindigt. Dat is voor heel veel mensen de sleutel, hét moment dat ze over dingen gaan nadenken. Het vreemde is, dat we het allemaal interessant vinden om te praten over onze dromen en rare gebeurtenissen, maar dat we de boodschap ervan niet echt aanvaarden.
Ik volg nu een opleiding aan de Ramtha School of Enlightenment om meer inzicht te verwerven in spirituele dimensies en principes. Ramtha levert kachels. Zo doen we bijvoorbeeld aan blind boogschieten. Ik raak dan gewoon viermaal de schijf, terwijl ik niet eens weet waar ik sta. Hoe verklaar je dat? Je wordt vijf keer rondgedraaid, kan niets zien, weet niet waar je bent en raakt vervolgens het doel. De enige verklaring is, dat het doel in mijn hersens zit. Vervolgens projecteer ik dat naar buiten en schiet op het doel wat hier van binnen zit. Dat blijkt dan hetzelfde doel te zijn. Ander voorbeeld: zeshonderd mensen hangen allemaal een eigen kaart op aan een hek in een groot weiland. Dan lopen we allemaal naar het midden van het weiland, doen een blinddoek om en gaan op zoek naar onze eigen kaart. Na vijf minuten hebben de eersten hun kaart al gevonden. Er is zelfs een oud dametje dat haar kaart altijd vindt. Met camera's en alle mogelijke apparatuur is dat onderzocht. Vroeger noemde je dat een wonder. Nu doe je het zelf. Dat is die kachel: "Shit, kan ik dat?" En dan maar oefenen om er nog beter in te worden. De kunst is om die analytische, kritische geest uit te schakelen. Vooral bij tekenoefeningen zie je dat duidelijk. Ik probeer dan te tekenen wat jij in je hoofd hebt. Ik teken bijvoorbeeld vier lijnen en een dwarslijn. En dan komt het, ik ga interpreteren: het zal wel een tafel zijn. Dus maak ik er een tafel van. Als we later de tekeningen vergelijken, heeft de ander een huis getekend. Ook die vier lijnen, maar ik moest er zonodig een tafel van maken. Verbijsterend om te merken dat je er steeds iets van wil maken dat te verdedigen is. Het moet veilig zijn, iets wat je al kent.'
Vermeulen spreekt met groot enthousiasme over deze oefeningen waarin spiritualiteit tastbaar wordt. Het is zijn verlangen naar kachels. Het is dezelfde gedrevenheid waarmee hij thans voor de RVU televisie- en radioprogramma's maakt en met kijkers en luisteraars in dialoog gaat over graancirkels op de website www.vermeulenweethetbeter.nl. Ook daar blijkt, dat hij zijn missie als 'kachelleverancier' heeft gevonden. En op die wijze slaat Bram Vermeulen een boeiende brug tussen de softe, zwevende new age-beweging en die mensen die handvatten - kachels - nodig hebben om hun leven een nieuwe richting te geven. Geholpen door de kracht van de humor is dat een kansrijk experiment. Want hij blijft lachen.
'Ik heb het heel lang vreselijk gevonden als iemand mij belerend noemde. Nu zeg ik: "Ja goed hé, wil je nog meer weten?" Ik heb niet meer zo de neiging om iemand alle mogelijke wijsheid door de strot te duwen. Maar de weg naar wijsheid vind ik wél interessant. Daarmee bemoei ik me graag: het openstellen voor het ontvangen van wijsheid. Ik ben een gleufjesmaker. Je hebt een leeg spaarvarken waarin dubbeltjes moeten. Die dubbeltjes zijn wijsheid. Ik ben niet het dubbeltje, ik ben ook niet het spaarvarken. Ik maak er alleen een gleufje in, zodat een ander daar wijsheid in kan duwen. En intussen leer ik steeds meer om gewoon te zijn. Mijn jongste zoon kon dat al op zijn zestiende. Vreselijk! In zijn eindexamentijd zat hij dan voor een leeg bureau gewoon voor zich uit te staren. Om de zoveel tijd liep ik dan met stapels wasgoed in mijn armen langs zijn kamer en zag hem dan nog precies zo zitten. Na enige tijd vroeg ik: "wat doe je?" Hij antwoordde: "niets". De tranen sprongen me in de ogen. Niets - twee weken voor zijn eindexamen. En ik het maar altijd druk hebben! Als iemand op die leeftijd gewoon kan zitten nietsdoen, dan heb ik er alle vertrouwen in dat het wel goed komt. Als kinderen zich vervelen, laat ze zich in godsnaam vervelen. Ze gaan dan vanzelf iets origineels doen. Als je ze zegt dat ze iets moeten gaan doen, dan ontneem je ze de kans iets origineels te doen, want dan gaan ze natuurlijk altijd iets doen wat ze al kennen. Het begin van openstaan is nietsdoen.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.