Email   Print

Offerdieren

Gesprek met Peter Delahay, een beroemdheid waar u nog nooit van gehoord heeft.

Tijn Touber | 34 september/oktober 2000 issue

'Beroemdheden zijn offerdieren die een collectieve taak moeten verrichten. Bij wildebeesten in Afrika zie je dat heel duidelijk. De leider van de kudde is de hele dag bezig om zijn macht tentoon te spreiden. Hij heeft geen privéleven, maar dient de kudde om de hierarchie aan te brengen. Dat is een groot offer, want de rest van de dieren kunnen daardoor ongestoord spelen en hoeven geen verantwoordelijkheid te nemen. Het mannetje wordt op een instinctieve manier beloond, maar wordt uiteindelijk uitgestoten wanneer een sterker mannetje opstaat: de tol van de roem. Beroemdzijn heeft dus altijd een collectieve kant. Niemand wordt los van het geheel beroemd. Een beroemdheid verstaat de kunst om dat wat in het collectieve onderbewustzijn leeft naar buiten te brengen en vorm te geven. En omdat het toch al aan het rijpen was, herkent iedereen dat. Beroemdheden kunnen dus nooit te ver voor de kudde uitlopen, anders worden ze niet meer begrepen en herkend. De ideale vorm is dat een beroemdheid het collectieve onderbewustzijn persoonlijk bewust maakt en het dan naar buiten brengt. Er zijn ook beroemdheden die een goede neus hebben om het collectieve onderbewustzijn dat door anderen bewust is gemaakt naar buiten te dragen. Die mensen zijn echter nooit in hun centrum, zij creëren niet van binnen uit. De echte genieën zijn hun tijd zo ver vooruit, dat ze niet worden herkend. Drie mannen uit de negentiende eeuw - Van Gogh, Rimbaud en Nietsche - waren eigenlijk van de eenentwintigste eeuw. Pas na hun dood werden zij begrepen en beroemd.
Er is echter een verschil tussen beroemd zijn en invloed hebben. Beroemdzijn kan een gestolde sociale beweging worden. Het begint met een vreugdevolle communicatie tussen individu en maatschappij, maar als het beroemde individu zich vastklampt aan zijn status dan stagneert de zaak. Een professor die zich verbonden heeft aan zijn theorie wil graag op zijn troon blijven zitten. Voor de maatschappij is het echter beter, dat hij van zijn voetstuk valt. Einstein, bijvoorbeeld, wilde van kwantummechanica niets weten, maar al het onderzoeksgeld ging wél naar hem toe. Toen hij overleed, was dat een verlossing voor de wetenschap. Einstein heeft dus na zijn dood het offer van zijn ego gebracht. Dat is het gevaar van beroemdheid. Maar beroemdzijn kan ook handig zijn. De hoogleraar die zijn handtekening zet onder de scriptie van de briljante student bereikt een groter publiek. Het is pijnlijk voor het ego van de student maar beter voor de samenleving als geheel, omdat het de snelste weg is.
In 1992 heb ik een lezing gehouden op een conferentie rondom de chaostheorie. Ik introduceerde daar het woord raft organization als nieuwe organisatiestructuur. Sheets erbij. Leuke tekeningetjes gemaakt. Drie jaar later verschijnt een boek van een professor uit Harvard: The Raft Organization. Dat boek is voor het grootste deel op mijn sheets gebaseerd. Het kan heel goed zijn dat die hoogleraar mijn sheets onder ogen heeft gehad. Maar wat je ook vaak ziet, is dat bepaalde uitvindingen tegelijkertijd op verschillende plaatsen ontstaan. In dit geval wordt de hoogleraar er beroemd mee. Hij heeft de toegang tot het collectieve podium wat ik niet heb. Ik had er overigens nooit zelf een boek van kunnen maken. Ik stuurde eens drie bladzijden naar de uitgever. Hij belde me op, dat hij na het lezen barstende koppijn had. In mijn geval wordt het óf een boek van drie bladzijden, óf een geweldig geklets met eindeloos veel voetnoten. Ik ben gewoon geen schrijver. De rol van nar ligt me beter.
Die rol is de ideale methode om ideeën kwijt te kunnen. Beroemdheid is dat niet. Mensen met geweldige ideeën, kunnen maar beter schlemielen zijn - anders zijn ze te bedreigend voor grote ego's. De nar dringt overal binnen en hoeft het gevecht met de grote ego's niet aan te gaan. Het buitenbeentje moet niet te dominant zijn. Hij moet aan de zijlijn blijven, voor de kat z'n kont leven. Zolang je doet of het allemaal niet belangrijk is wat je zegt, kun je je overal met je ideeën naar binnen vreten. Als je achter ieder briljant idee toevoegt: "Ik ben ook maar een boerenlul", dan komt het vanzelf aan. Dan zal de correctie van de maatschappij of de gevestigde orde niet volgen, want je hebt jezelf al gerelativeerd. Maar als je zegt: "Hé jongens, luister even, ik heb iets belangrijks", dan is het meteen afgelopen. Dus de mensheid is het meest gebaat bij de lucide, vrije expressie van de nar.
De invloed van de nar is echter enorm, zijn bekendheid daarentegen nihil. Noem het arbeidsverdeling. De nar heeft de beroemdheid van een groot ego nodig - en andersom. Ken je dat programma van Willibrord Fréquin? Stel, er is iemand met echte problemen en er is geen overheid die er wat aan wilt doen. Je staat machteloos - en dan kun je bij Fréquin terecht. Dat doet hij uiteraard voor zichzelf, maar hij bereikt er tegelijk mee, dat heel veel mensen doorhebben dat er van die lullen bij de overheid werken. Symbiose: hij gebruikt de problemen vanb anderen om zich mee te voeden. Het samengaan van het machteloze probleem en de machtige probleemloze. Want wat kan Willebrod zonder probleem in zijn programma? Hi zal het probleem bij anderen ,moeten halen onm zijn eigen beroemdheoid te voeden. De ideale televisie-entertainment symbiose. Want Fréquin heeft macht. Zíjn aanval is invloedrijk. Dus heb je beiden nodig om vooruit te komen.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.