|
|
Pythagoras kende zijn stelling niet
De wet van Murphy luidt: 'Alles wat verkeerd kan gaan, zal ook verkeerd gaan.' Maar Murphy heeft die wet helemaal niet verzonnen. Eigenlijk is het de wet van Finagle - waarmee is bewezen dat Finagle gelijk had. Sterker: geen enkele wetenschappelijke ontdekking is vernoemd naar haar oorspronkelijke ontdekker. Aldus de wet van Stigler.
'Wie is begraven in de kist van Grant?' Dat was de bonusvraag die Groucho Marx in de jaren vijftig altijd aan zijn arme gasten stelde in zijn quizprogramma 'You Bet Your Life'. Het antwoord lijkt gemakkelijk, maar pas op: zulke vragen kunnen verraderlijk zijn. Kijk maar: wie ontdekte de stelling van Bayes? Wie ontdekte de paradox van Giffen? Wie ontdekte de stelling van Pythagoras? Wie ontdekte Amerika? Wie achtereenvolgens 'Bayes', 'Giffen', 'Pythagoras' en 'Amerigo Vespucci' antwoordt, gaat niet door naar de volgende ronde.
Eponiemie is het verschijnsel dat dingen worden genoemd naar - bestaande of legendarische - mensen die er iets mee te maken hebben. Je hebt eponiemische begrippen ('guillotine', 'molière', 'sadisme'), eponiemische plaatsnamen (Pennsylvania, de Peloponnesus) en eponiemische uitdrukkingen (het 'copernicaanse stelsel', de 'komeet van Halley'). Wanneer zulke uitdrukkingen in de wetenschap opduiken, gaat iedereen ervan uit, dat het ding is ontdekt door de wetenschapper die zijn naam eraan heeft gegeven. Niets is minder waar. U denkt misschien dat ik overdrijf, maar dan kent u de Eponiemiewet van Stigler niet. In simpele bewoordingen: 'Geen enkele wetenschappelijke ontdekking is vernoemd naar haar oorspronkelijke ontdekker.' De wet kreeg zijn naam van Stephen Stigler in zijn zojuist verschenen boek Statistics on the Table. Onbescheiden? Niet echt. Als de wet van Stigler waar is, impliceert de naam zelf al, dat Stigler hem niet heeft ontdekt. Met zijn verklaring dat alle lof eigenlijk moet gaan naar de vooraanstaande wetenschapssocioloog Robert K. Merton, toont Stigler niet alleen zijn bescheidenheid, maar maakt hij de wet waaraan hij zijn naam leende ook zelfbevestigend.
Waarom is de wet van Stigler waar? Allereerst zou je kunnen wijzen op Mertons beroemde hypothese: 'Alle wetenschappelijke ontdekkingen zijn in wezen "veelvouden".' Misschien wordt uit de vele ontdekkers wel altijd de verkeerde gekozen. Maar de wet van Stigler heeft een interessantere kant. Neem de stelling van Pythagoras. Pythagoras behoorde niet tot de ontdekkers. De stelling was vóór hem al bekend en is pas ná hem bewezen. Mogelijk heeft hij niet eens het belang ervan voor de meetkunde ingezien. Er zijn legio voorbeelden van verkeerde naamgeving. De econoom Robert Giffen heeft de naar hem vernoemde paradox van Giffen - 'hoe groter de vraag naar bepaalde goederen, hoe hoger de prijs' - niet zelf bedacht. Bij het controleren van die bewering vond ik in een encyclopedie een lemma over sir Thomas Gresham, de Engelsman uit de zestiende eeuw naar wie de wet van Gresham is genoemd ('slecht geld verdrijft goed geld'): 'Algemeen werd aangenomen dat Gresham de eerste was die dat principe formuleerde, maar inmiddels is bewezen, dat het vóór zijn tijd is ontdekt en dat hij het niet eens heeft geformuleerd.'
Zulke eponiemische blunders hadden uitzondering in plaats van regel kunnen zijn als de naamgeving van wetenschappelijke ontdekkingen aan wetenschapshistorici was overgelaten. Maar nee, het zijn altijd wetenschapsbeoefenaars die de beslissingen nemen. En hoe krachtdadig ze zich ook voordoen, historische kennis bezitten ze niet. Stigler stelt vast, dat 'namen zelden worden gegeven en nooit ingeburgerd raken als de naamgever niet ver van de geëerde wetenschapper is verwijderd - hetzij in ruimte, hetzij in tijd.' Dat is om de schijn van onpartijdigheid op te houden. Als een stelling of komeet naar je wordt genoemd, krijg je immers een soort intellectuele onsterfelijkheid en de geleerde gemeenschap moet erkennen, dat die eer berust op verdienste en niet het gevolg is van nationale belangen, persoonlijke vriendschap of politieke druk.
'Eponiemen worden pas na lange tijd of van grote afstand toegekend, en dan nog uitsluitend door actieve - en dikwijls historisch slecht geïnformeerde - wetenschappers die vooral uit zijn op erkenning van iemands verdienste in het algemeen en niet van een unieke prestatie', stelt Stigler. 'Het is dan ook geen wonder dat de meeste eponiemen ten onrechte worden toegekend. Het is zelfs mogelijk - zoals ik wel eens chargerend heb beweerd - dat alle ingeburgerde eponiemen strikt genomen onjuist zijn.'
Ik zou massa's voorbeelden kunnen geven, maar het is bijna etenstijd en ik verheug me op iets wat hoogstwaarschijnlijk niet is uitgevonden door de vierde graaf van Sandwich.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.