Email   Print

Een grens aan groei

Mahatma Gandhi is tegenwoordig vooral een romantische figuur. Een filmheld die voortleeft in nietige, heroïsche bevrijdingsbewegingen die nog altijd uitgaan van geweldloosheid. Maar Gandhi was een politicus die vrijwel alleen een koloniale wereldmacht tot staan bracht. De filosofie van Gandhi is misschien de enige politieke erfenis van de twintigste eeuw die het verdient in stand te blijven. Zijn motto 'loslaten en genieten' is misschien het enige antwoord op de kaalslag van de kassa en de beursvloer.

Bill McKibben | 33 juli/augustus 2000 issue

Zoals velen ben ik behept met goeroe-fobie. Baghwans, swami's en allerlei andere soorten heiligen in oranje gewaden doen mij niets. Ik kan echt wel op eigen houtje achter de waarheid komen - ben ik lid van de bibliotheek of niet? En dus was het voor mij een geheel nieuwe ervaring om in een mistige uithoek van Marin County in Californië te zitten praten in een ashram met een man die Eknath Easwaran heet. Tientallen van zijn leerlingen zaten ons gesprek te volgen, knikten bij elke uitspraak die hij deed en keken hem stralend aan. Ik voelde me ver verwijderd van het kleine methodistenkerkje dat als thuishonk voor mijn vage geloofsbeleving fungeert. En toch was het enerverend. Deels omdat ik de laatste jaren een groot deel van Easwarans kalme en wijze boeken had gelezen en zelfs had geprobeerd om zijn nuchtere adviezen op te volgen over hoe je moet mediteren. Maar nog meer omdat Easwaran als jongeman Gandhi had bezocht in zijn ashram in Midden-India, wandelingen met hem had gemaakt in de hitte van de late middag en op een bepaalde manier zijn leven had zien veranderen. Dichter bij Gandhi zou ik nooit komen.

'Ik ging wandelen met hem en we konden geen van allen zijn tempo bijhouden', vertelde Easwaran mij. 'Hij is snel als een steltloper op het strand. De golf krijgt hem nooit te pakken.' Die lichtvoetigheid spreekt uit elke afbeelding van Gandhi. Hij is vel over been, heeft nauwelijks kleren aan zijn lijf en glimlacht meestal geamuseerd. Hij ziet er letterlijk uit alsof hij zo weg kan waaien. Hij was uiterlijk zonder meer de meest broze leider uit de recente geschiedenis en hij was zeker een van de meest onverzettelijke. 'De eerste keer dat ik Gandhi opzocht, ging ik bij een groepje staan dat voor zijn huisje stond te wachten, waar de hele dag al een vergadering aan de gang was', zegt Easwaran. 'Ik verwachtte dat er een uiterst getergd man zou verschijnen. Toen ging de deur open en kwam er een tiener van in de zestig naar buiten, die eruitzag of hij de hele tijd bingo had zitten spelen. Daardoor werd ik werkelijk diep geraakt.'
Die lichtheid ontstond uiteraard niet doordat hij maar wat speelde. Die kwam voort uit hard werken aan het loslaten van de wereld. Gandhi deed afstand van het verlangen naar seks, naar geld en bezit, naar amusement, en naar persoonlijk gemak. In de kern liet hij het recht los om zichzelf centraal te stellen en koos er liever voor om te leven ten bate van anderen. Een journalist vroeg hem een keer: 'Kunt u mij in enkele woorden het geheim van uw leven verklaren?' 'Ja', grinnikte Gandhi. 'Loslaten en genieten.'

Bijzonder weinig grote levensvragen wisten de bloederige politieke strijd van de twintigste eeuw te overleven. Het fascisme kent geen intellectuele aanhangers - hoewel het in zijn vele verschijningsvormen wel ontelbare wapenkletterende geestverwanten heeft. De diverse marxistische stromingen zijn verpulverd en weggeblazen. Een vorm van liberaal kapitalisme - gesteund door een wereldwijd marktmechanisme - is op de meeste plekken oppermachtig, zij het afgebladderd door het geregeld instorten van opkomende economieën. De reuzengestalten van de gestorven eeuw zijn nog steeds reusachtig, maar ze zijn nu gefixeerd en onveranderlijk in onze gedachten geplaatst: Hitler, het zinnebeeld van het pure kwaad, Lenin, model van ideologische verbetenheid en Roosevelt, het symbool van het triomferende pragmatisme.
Van de bekendste namen uit de vorige eeuw blijft volgens mij alleen die van Gandhi wisselend gewaardeerd. Wat is zijn erfenis? Geweldloosheid? In zekere zin, hoewel zelfs zijn geboorteland India zijn voorbeeld volslagen lijkt te negeren door twee jaar geleden kernbommen te laten ontploffen. Ik denk, dat hij eerder moet worden beoordeeld op zijn visie, dat een diep moreel besef een alternatief kan bieden voor de gangbare politieke praktijk. Zijn roep om te streven naar zedelijke volmaaktheid - een radicale, verzakende nederigheid - lijkt zelfs nog vollediger te worden weersproken door de loop der geschiedenis. Sinds zijn dagen zijn we de consumptie gaan omarmen als het enige ware geloof.
Toch blijft zijn voorbeeld op intrigerende wijze vol van potentie - het gevoel heerst dat we wellicht zijn ideeën niet ver genoeg hebben doorgevoerd om te zien of ze werkelijk ergens doodlopen, of dat ze compleet nieuwe wegen kunnen openleggen. Hij is de enige grote persoonlijkheid wiens balans nog niet is opgemaakt in het kasboek van de afgelopen eeuw, de enige grootse rafel. En dat concept van verzaking raakt aan de kern van dit alles.
Nu Gandhi steeds meer wordt geromantiseerd, moeten we niet vergeten dat deze steltloper vele jaren lang dicht bij het centrum van de wereldpolitiek heeft vertoefd. Hij wist niet alleen de Engelsen uit India te verdrijven, maar zette ook de aanval in op de logica van de apartheid in Zuid-Afrika en op de rechtvaardiging van het wereldwijde kolonialisme. In India zelf begon hij een gevecht voor volwaardige burgerrechten van de meest onderdrukte groepering, de paria's binnen de hindoereligie. Zelfs na zijn dood bleven velen in hem geloven, ook al bewezen Nehru en zijn clan slechts lippendienst aan de principes van de Mahatma in hun streven om het subcontinent naar westerse snit te moderniseren. Vinoba Bhave was de leider van de Gramdan-beweging en doorkruiste het hele land te voet in een poging om complete dorpen ervan te overtuigen dat zij het bezit van hun grond gemeenschappelijk moesten maken. Hij boekte tastbare resultaten, net als een andere plaatsvervanger van Gandhi, Jayaprakash Narayan, die de oppositie tegen Indira Gandhi (geen familie) en haar ondemocratische bewind leidde. De beweging van de Chipko - ofwel het boomknuffelen - in Noord-India, de boerenprotesten in de Central Valley van Californië, de beweging voor burgerrechten van Martin Luther King jr. - allemaal waren ze direct schatplichtig aan de ideeën, strategie en voorbeelden van Gandhi. Sit-ins, 'laat je maar wegdragen', boycots: dat waren de tactieken die hun inspiratie vonden bij de satyagrahis uit India. In Zuid-Afrika, waar Gandhi zijn werk was begonnen, bleef zijn invloed voelbaar tijdens de strijd tegen de apartheid. In het Midden-Oosten bemiddelden groepen van mennonieten tussen de joden en Arabieren in steden vol spanning als Hebron. Vrijwilligers van de beweging Witness for Peace reisden naar Midden-Amerika om te proberen op duistere plekken wat licht van buiten te laten schijnen. 'Je treft de gebeurtenissen en mensen die het verhaal van geweldloosheid hebben geschreven, het verhaal dat tot op heden nog verteld moet worden, in uithoeken aan die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben', schrijft wetenschapper Michael Nagler, die Gandhi bestudeert. 'Je moet op een of andere manier al die feiten en personen inventariseren en hun geschiedenis bijeenhouden met de lijm van je eigen inzicht.'

Maar als je eerlijk bent, moet je dit vaststellen: een aanpak à la Gandhi komt nergens ter wereld ook maar in de buurt van effectieve politieke macht. Het is per definitie een marginale methode, een protestbeweging, en zelfs in die marge moet het opboksen tegen de traditionele technieken van geweld en het kiezen van een zondebok. De politiek op onze planeet wordt gedomineerd door geld, met name het nastreven van een wereldomspannende consumptiemaatschappij. En die cultuur van consumptie brengt een heel eigen ideologie met zich mee. In plaats van het debat dat tijdens een groot deel van de moderne tijd heeft gewoed - tussen het uitgangspunt dat je de mensen moet veranderen om een menslievend systeem op te bouwen (de benadering van Gandhi) en dat je de systemen moet wijzigen om het goede in de mens te laten floreren (het principe van Marx) - zijn we volwassen geworden met een nieuw beginsel dat krachtig genoeg is om die andere twee van de kaart te vegen.
Het kapitalisme van het laisser faire - dat zich over de wereld verspreidde tot het zelfs de Sovjet-Unie deed tuimelen - had een simpele aantrekkingskracht: je hoefde de structuren niet te veranderen en de aard van de mensen ook niet. Integendeel, je kon ervan uitgaan dat de duistere kant van ons karakter - de hebzucht, de agressie en het materialisme die Gandhi zo tegenstonden - op wonderbaarlijke wijze tot rijkdom zouden leiden, zoveel rijkdom dat vele mensen werkelijk van het gemakkelijke leventje konden genieten dat de utopisten en volkscommissarissen alleen maar konden beloven. Dat is de revolutionaire gedachte in onze dagen en die heeft de twee voorgaande ideeën diep in de schaduw gesteld. Zowel Gandhi als Lenin lijkt nu ver van ons verwijderd. We wantrouwen moraliserende praat evenzeer als we de overheid wantrouwen. In deze cynische tijden stellen we ons hoogste vertrouwen in de idee dat vertrouwen onnodig is, dat iedereen eenvoudigweg zijn eigen welzijn moet bevorderen.
En het moet gezegd worden dat deze aanpak meer vrucht heeft gedragen dan de andere - zeker meer dan het gruwelkamp van het communisme en waarschijnlijk meer dan al het goede werk dat door Gandhi is geïnspireerd. Ondanks alle waarschuwingen over de sterke ongelijkheid die de marktwerking heeft opgeleverd - al zijn die nu noodzakelijker dan ooit tevoren - is het niettemin waar, dat het kapitalisme op wereldschaal de kwaliteit van het bestaan op vele plaatsen heeft verhoogd, mensen langer doet leven, de voedselvoorziening heeft verbeterd en het onderwijs meer inhoud heeft gegeven. Hiermee kan voor altijd het meningsverschil tussen de moralist en de revolutionair tot zwijgen zijn gebracht, nu ze beiden zijn weggedrukt door de logica van de kassa en de beursvloer.
Of misschien wel niet. Het 'probleem' dat het onbegrensde wereldwijde kapitalisme zo krachtdadig lijkt op te lossen, is de vraag hoe je alles laat toenemen. De economieën moeten verder groeien, de oogsten moeten groter, er moeten meer spullen worden geproduceerd. In grote lijnen heeft de vraag in feite het aanbod geschapen en dat is waarschijnlijk veel beter gelukt dan volgens de methode van Gandhi, die zou luiden: 'Deel alles. En verlang sowieso niet zoveel.' Maar stel, dat het kernprobleem van de eenentwintigste eeuw zichzelf in een andere gedaante voordoet. De kranten staan vol met de ene crisis na de andere: de ergste droogte in dertig jaar in het Midden-Atlantische gebied, de hoogste zomertemperaturen uit de geschiedenis overal in Rusland en een tweede jaar vol woeste overstromingen langs de Yangtse-kiang. Al deze problemen - en nog wel duizend meer - kunnen logischerwijs aan de groei worden geweten en aan de opwarming van de aarde in het bijzonder. Onze fossiele brandstoffen verhogen de temperatuur van de atmosfeer en aangezien warme lucht meer water kan bevatten dan koude, zien we het peil van verdamping en neerslag stijgen, zijn er meer droogte en meer stortvloeden. Wetenschappers melden ons, dat 1998 het warmste jaar was sinds er metingen worden vastgelegd, dat de lente op het noordelijk halfrond nu al een week eerder begint, dat zelfs het zoutgehalte van de oceanen verandert nu smeltende gletsjers immense hoeveelheden zoet water in de zee doen stromen. Onze groei heeft gevolgen voor alle natuurlijke systemen aan de oppervlakte van onze planeet en ook voor die erboven.

In december van 1997 kwamen de landen van de wereld in Kyoto bijeen om deze klimaatsverandering te bespreken. Ze gingen van start met een paar harde feiten op tafel - zowel van wetenschappelijke als politieke aard. Ten eerste is er slechts een beperkte hoeveelheid lucht waarin je de afvalproducten van onze groei kunt lozen. Ten tweede wordt verwacht dat de wereldbevolking de komende vijftig jaar met de helft zal groeien - tot negen of tien miljard. En de meesten van die mensen zullen arm zijn en verlangen naar een beter leven. Owel: het debat is, ondanks alle technische details, tamelijk helder. De rijke landen - en dus de rijke mensen - moeten veel minder fossiele brandstoffen verbruiken en zullen wat geld moeten inleveren. En ze zullen geld en technologie moeten overhevelen naar arme landen, om ze te helpen bij het opzetten van alternatieve energievoorzieningen. Doen we dat niet - tja, China en India hebben genoeg goedkope steenkool in hun mijnen om het koolstofgehalte in de atmosfeer in de nieuwe eeuw met de helft op te schroeven.
Vele andere milieuproblemen - van ontbossing tot de uitputting van visgronden - komen neer op hetzelfde kernprobleem. Als je voor meer mensen moet zorgen - en als grenzeloze groei niet meer zo wenselijk is - dan zou het probleem toch kunnen zijn hoe je dingen moet gaan delen. Met dit beeld loop ik al lange tijd rond in mijn hoofd: door de eeuwen heen slingert zich een lange colonne van heiligen in witte gewaden, goeroes en halve garen, tenminste tot aan de Boeddha. Jezus hoort erbij en Franciscus van Assisi, en Thoreau en Gandhi - allen mensen die we in theorie hebben vereerd en voornamelijk genegeerd. Ze vragen ons om een verandering, die moet plaatshebben uit spirituele en morele motieven. Om ons leven volmaakter te laten zijn. We negeren ze, omdat verandering te zwaar is en omdat we het prettig vinden om menselijk te zijn, vooral diegenen van ons aan de top.
Bij deze parade sluit er zich nog een aan, van mannen en vrouwen in witte laboratoriumjassen. Wetenschappers, natuurkundigen, milieudeskundigen. Deze optocht is veel korter. Hij beslaat slechts een jaar of twintig. Ook zij vragen om een verandering, maar om zeer praktische redenen, die samenhangen met hogere temperaturen, niveaus van ultraviolette straling en de snelheid waarmee de biologische soorten uitsterven. Ze willen dat we eenvoudiger gaan leven, omdat de hoeveelheid koolstof in elke kubieke meter atmosfeer veel te snel toeneemt.

Ik heb op sporadische momenten geprobeerd te mediteren volgens de raadgevingen in het eenvoudige en heerlijke boek Meditation van Easwaran. Daarin dringt hij er bij beginners op aan om niet verder te gaan dan een half uur, uit angst dat ze 'diep in zichzelf kunnen wegzinken' en terechtkomen in een wereld van emotie en psychologie die ze nu nog niet aankunnen. Dit is voor mij nooit een probleem geweest. Waarschijnlijk ben ik de slechtste mediteerder ter wereld, niet in staat om mijn geest meer dan een paar seconden kalm te houden voordat er weer een gedachte, commentaar, plannetje, reclamekreet of citaat op mijn innerlijke scherm aanfloept. Mijn gedachten kwebbelen door over hun eigen besognes op het moment dat ik probeer om langzaam de bezielende passages te herhalen die Easwaran in zijn geschriften aanbeveelt, fragmenten uit de heilige boeken uit de hele wereld en van vele goeroes. Een van de meest bemoedigende van die citaten - aangehaald in Easwarans boek God makes the rivers to flow - komt van Gandhi zelf:

Ik ken het pad: het is recht en smal
Het is als het scherp van de snede
Ik jubel als ik erop loop
Ik ween wanneer ik struikel
Gods woord is: 'Wie streeft gaat nooit ten onder'
Ik vertrouw die belofte blind
Daarom kan ik in mijn zwakheid duizend maal falen
Nooit zal ik wanhopen

Wat betekent het om op het scherp van de snede te lopen? Als het wil zeggen dat je het stelsel van ascetische discipline moet volgen, dat het leven van Gandhi bepaalde, dan is de soort politiek die ik 'à la Gandhi' heb genoemd helemaal geen politiek, maar een haast sportieve inspanning die zich beperkt tot kloosters en ashrams. Zoals George Orwell al stelde in zijn tweeslachtige herdenking van Gandhi: 'Veel mensen willen helemaal niet heilig zijn', vooral niet als heiligdom inhoudt dat je geen seks meer hebt met je wederhelft of dat je net als Franciscus as in je eten strooit om het slechter te laten smaken. Maar bestaat er een discipline - een echte discipline - die in deze tijd en op deze plek door genoeg mensen kan worden overgenomen om echte verandering te brengen in de wereldse gang van zaken? In de temperatuur op de planeet?
De ashram van Easwaran heeft één boek uitgegeven dat werkelijk een groot publiek heeft bereikt: Laurel's Kitchen, een vegetarische publicatie die op een miljoen keukenplanken staat. Lager in de voedselketen je eten uitzoeken is ook een soort discipline - het betekent dat je de logica waarmee je bent opgegroeid moet herzien. En als grote groepen mensen dit in praktijk zouden brengen, zou de druk op de boerenbedrijven en akkers in de wereld iets worden verlicht. We zouden meer graan voor ons lichaam produceren en minder voor onze koeien. Voor veel mensen - zoals met name voor Gandhi - is een verandering in eetgewoonten de eerste stap bij het wijzigen van andere vaste patronen, de eerste stap op weg naar een diepgaander politiek inzicht. Gandhi had kunnen instemmen met het credo uit de jaren zestig dat het persoonlijke politiek is, maar hij had gegrinnikt bij de gedachte dat 'bevrijding', 'je eigen gang gaan', de uitweg vormde. Loslaten! Het klinkt zo akelig, als een soort braakmiddel dat je door de strot wordt geduwd, een soort haarlemmerolie voor de consumptiemaatschappij. Maar het is een concept dat langzamerhand een nieuwe geldigheid kan gaan krijgen.

Het is gemakkelijk genoeg om schamper te doen over de beweging van 'vrijwillige eenvoud', het stilletjes terrein winnende besef dat we er goed aan zouden doen om de omvang van het krijgen en uitgeven in ons leven te verminderen. In zijn vele verschijningsvormen is het vaak niet veel meer dan de laatste gril uit verlichte gebieden in de Verenigde Staten, een smoes om een hele nieuw voorraad spullen in te slaan (lapjesdekens!) of om je heiliger dan de rest te voelen. Niettemin is het uitdijende verlangen naar eenvoud geweldig boeiend, juist omdat het ontstaat in de rijkste delen van de rijke wereld.
Politiek protest heeft altijd het probleem gehad dat het makkelijker is om de onderdrukten te organiseren dan de onderdrukkers. De eersten moeten alleen hun angst maar afwerpen, de tweeden moeten hun vaste gewoonten loslaten. En toch is het fenomeen niet onbekend. Ik heb een tijd vertoefd in de zuidelijke Indiase deelstaat Kerala, een staat met dertig miljoen inwoners. Daar begonnen in de jaren dertig veel brahmanen - onder sterke invloed van Gandhi - hun privileges op te geven en hun land weg te schenken. Zeker niet allemaal, maar ook niet slechts een enkeling. Het resulteerde in een staat met een voor deze wereld uitzonderlijk evenwichtige spreiding van inkomen en een plek waar - ondanks een doorsneejaarinkomen van nog geen vijfhonderd gulden per hoofd van de bevolking - zowel de gemiddelde levensverwachting als de alfabetisering die van het Westen benadere (zie ook Ode 26, pagina 62).
Dus kun je je in ieder geval voorstellen, dat wat begint in Californië een grootschaliger effect kan hebben, dat de verzaking zich kan verspreiden. Maar alleen als daardoor mensen gelukkiger worden dan via het alternatief - de consumentenmaatschappij waarin we allemaal zijn opgegroeid. Verzaking lijkt zo'n vreugdeloos woord. Maar vergeet niet, dat Gandhi's geheim in het leven luidde: 'Loslaten en genieten!' Dat is de geheime reden waarom sommige mensen in de rijke wereld zijn begonnen om een aantal spullen de deur uit te doen, kleiner zijn gaan wonen, hun eten lager in de voedselketen zijn gaan kiezen, zich verplaatsen per fiets, hun uitgaven zijn gaan terugbrengen en hun carrière op een lager pitje zetten: als je je leven kunt vereenvoudigen en daar is een zekere minimale welstand voor nodig, dan kun je meer plezier hebben dan de buren.

Dit is niet altijd zo geweest. Lange tijd is materialisme gewoon leuker geweest in ons leven. Waarom? Omdat we niet veel spullen hadden. We woonden op het platteland of in een achterbuurt, we sloegen ons door de Depressie heen, ons materiële bestaan was behoorlijk magertjes. Elke nieuwe aanwinst bracht wat meer comfort, een groter gemak. En op de meeste plekken in de wereld is dat nog steeds zo - in die dorpjes in Kerala is een stoel in de meeste hutten nog een luxe. Maar binnen de middenklasse en welgestelden hier hebben we een verzadigingspunt bereikt waarbij nieuwe dingen niet langer een toename van het levensgeluk betekenen. Je kunt maar op één stoel tegelijk zitten. De gewerkte uren die nodig zijn om een iets betere stoel te kunnen betalen, zijn de moeite niet waard. Ons voedsel is overdadig, onze wijnen zijn krachtig, onze kleren luxueus.
Ons leven dreigt zelfs vast te lopen in nog meer van hetzelfde. Uit onderzoeken blijkt, dat slechts een kleine minderheid van de meeste mensen zich aan het einde van hun vakantie 'opgewekt' voelt. Waarom? Omdat de vakanties die wij vieren, werden ingevoerd in een andere tijd, toen een berg glimmende spullen ons nog echt opwond, toen inkopen doen voor de vakantie een avontuur was. Maar tegenwoordig hebben we zoveel, dat onze voornaamste zorg is waar we het allemaal moeten laten. Nog meer pakjes kunnen ons niet meer boeien.
Wat ons volgens mij wel steeds directer gaat aanspreken, zijn de dingen die niet voor geld te koop zijn. Tijd, bovenal. Vicki Robin en Joe Dominguez stelden in hun enorm populaire boek Your money or your life, dat 'geld iets is waar je simpelweg je levensenergie voor moet inleveren'. Hun voorstel: ruil zo weinig mogelijk tijd in om aan de kost te komen, voornamelijk door je uitgaven te beperken. Hun volgelingen letten op de kleintjes en kopen aandelen, waardoor ze jaren eerder dan wij allemaal stoppen met werken, een uurtje langer aan de ontbijttafel kunnen zitten om, jawel, hun kruidenthee te drinken en dan vrijwilligerswerk gaan doen met een groep jongeren of wandeltochten maken, tuinieren, of iets anders waardoor hun leven compleet voelt. Ze hebben 'losgelaten' - hun boot, hun grote vakantiehuis, de cruise, wat het ook maar was. En ze hebben genoten.
Stel nu, dat deze gedachte terrein wint. Zou het zelfs maar in theorie tot een nieuwe politiek kunnen leiden? We verkeren in een periode van haast ongelooflijke welvaart in de rijke wereld. Uiteraard niet gelijkelijk verdeeld, maar desondanks ongelooflijk. Nu de ouders van de babyboomers gaan overlijden, zal een bedrag ter grootte van tien biljoen dollar in handen van hun kinderen overgaan. Dat geld kan worden besteed door nog meer van hetzelfde aan te schaffen. Het gemiddelde huis, dat sinds de Tweede Wereldoorlog in omvang is verdubbeld terwijl het aantal bewoners afnam, kan nog tweemaal groter worden. Het kan ook worden gebruikt om een overgang te maken naar een minder hectisch leven, waarin we niet te veel uren maken, niet de rest van ons leven tussen ons werk moeten proppen, niet proberen - wat steeds vaker mislukt - om onze emotionele behoeften te bevredigen door nog meer te kopen.

Vroeg of laat lopen we aan tegen het probleem van de status quo. Als we zo groot mogelijk zijn gegroeid - zowel wat betreft bevolkingsaantal als consumptiedrift - zullen we op een ander concept moeten overschakelen om onze economie in balans te houden, ons politieke systeem en ons privé-leven. Wat komt als de groei voorbij is, blijft onduidelijk. Even onduidelijk voor links, rechts en partijen in het midden, die stuk voor stuk gedurende het merendeel van de afgelopen eeuw hebben gedacht dat 'meer' de oplossing bood en alleen van mening verschilden over hoe je dat bereikte.
De overige adviezen uit de twintigste eeuw zijn verbruikt, als kauwgom waar de smaak af is. Enkele adviezen - die van Lenin, bijvoorbeeld - waren van meet af aan niet zo denderend. Sommige waren heel aardig, hoewel we er thans door in een doodlopend ravijn terecht zijn gekomen. Maar we zijn nog nauwelijks begonnen met het aftasten van Gandhi's adviezen. Misschien blijkt het uiteindelijk toch te straf voor ons te zijn. Maar als we de kaalslag die de menselijke soort op deze planeet teweegbrengt, onder controle willen houden, dan weet ik niet zo gauw een andere veelbelovende politieke strategie te verzinnen dan die van Gandhi.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.