|
|
De zee reinigt zichzelf
Het beste recept na een olieramp: niets doen.
En nu het goede nieuws over het milieu. Natur (mei 2000) ging terug naar de stranden van Bretagne die op 16 maart 1978 ernstig vervuild raakten door de ernstigste ramp met een olietanker uit de geschiedenis. De Amoco Cadiz sloeg lek op een rots voor de kust en verloor 230.000 ton ruwe olie. Het wrak van de tanker ligt enkele honderden meters uit de kust op de bodem van de Atlantische Oceaan. Met 340 meter lengte en 50 meter breedte is het het grootste wrak ter wereld, groter nog dan de Titanic. De auteur van het artikel in Natur beschrijft zijn ervaring: 'Al uren graven wij met spaden in het zand, we laten algen door onze handen glijden, bestuderen krabbetjes en we kunnen het nauwelijks geloven: alleen maar helder water en schoon zand. Wat eigenlijk doodnormaal is, is op dit strand een sensatie.' Natur spreekt met de Franse bioloog Michel Glémarec die zegt: 'We dachten destijds werkelijk dat de natuur hier voor decennia vernield zou zijn.' Maar al zes maanden na de ramp was er op de stranden nog maar nauwelijks olie te vinden. En minder dan tien jaar later was de hele kust weer schoon. 'Dit wonder hebben we uitsluitend aan de natuur zelf te danken', zegt Glémarec. Allereerst zorgde de golfslag voor het herstel, maar daarnaast is de schoonmaak het werk van miljarden, microscopisch kleine bacteriën die met behulp van de warmte van de zon de olie hebben 'opgegeten'.
De ervaring van Bretagne logenstraft de wijdverbreide overtuiging dat een tankerramp niet te herstellen ecologische schade veroorzaakt. In Brest in Frankrijk werd naar aanleiding van het drama met de Amoco Cadiz het CEDRE-instituut opgericht om olierampen te onderzoeken. Het instituut heeft sindsdien belangwekkende conclusies getrokken, bericht Natur. Zo blijken reinigingswerkzaamheden over het algemeen meer schade toe te brengen dan dat zij daadwerkelijk bijdrage aan de schoonmaak. Zo stelden de Franse experts vast dat chemicaliën die worden gebruikt om de olie in water te laten oplossen, beter niet kunnen worden gebruikt. De bacteriën kunnen beter hun werk doen als de oliesmeer bij elkaar blijft. Ook het reinigen van rotsen op de kust met hete waterdamp of hogedrukspuiten is niet verstandig. Daarmee worden ook de laatste schelpdieren gedood die juist van belang zijn om het eco-systeem te herstellen. Volgens het CEDRE-instituut kan de mens niet meer bijdragen dan de monnikenarbeid om met een schep het vervuilde zand af te voeren.
Na het goede nieuws van Bretagne reist Natur door naar Alaska waar de tanker Exxon Valdez in maart 1989 voor een ramp zorgde. De Exxon Valdez verloor 40.000 ton olie. Ook het water in de Sleepy Bay blijkt helder en de stenen op de bodem van de baai zijn schoon. Maar op de kust ligt onder stenen nog steeds een stinkende laag olie. Natur verklaart het verschil met Bretagne: op de plaats van het onheil in Alaska is de stroming veel minder en bovendien is het er kouder waardoor bacteriële processen meer tijd nodig hebben. Het tijdschrift wijst overigens ook op de enorme schoonmaakoperatie die door Exxon werd georganiseerd. Er werd twee miljard dollar uitgegeven ondermeer aan 10.000 mensen die met hogedrukreinigers en chemicaliën de vervuiling te lijf gingen. Maar de Franse ervaring was juist dat dergelijke goedbedoelde activiteiten eerder een averechts effect hadden. Natur concludeert dan ook dat de natuur zelf de beste heelmeester van olierampen is.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.