|
|
Verliezen is gezond
Ik denk dat het spel in sport is gediend met een beetje minder aandacht
Mijn schooltijd draaide om sport. In de pauze voetbalden we - als het even kon - buiten op het veld. Na school voetbalden of hockeyden we op straat. Er waren hockeytrainingen en -wedstrijden in het weekeinde. De bal rolde voortdurend. We hadden onze eigen voetbalteam Quick Tempo, waarvoor we op woensdagmiddag worstelend met een typemachine het clubnieuws in elkaar zetten. Ik herinner me ook de rolschaatswedstrijden waarbij we over twee dagen - naar het voorbeeld van Ard en Keessie - vier afstanden reden. Na afloop werd de kampioen gehuldigd voor het huis van een vriend op een stoepje dat diende als schavot. Met een kam en een papiertje speelden we het Wilhelmus. En - toegegeven - het ging er fanatiek aan toe. Ergens in dit nummer zegt hockeycoach Tom van 't Hek dat 'verliezen gezond is'. Het is een waarheid die ik stampvoetend heb leren erkennen.
Maar veel kwaad school er niet in al dat gesport. Er waarde in die tijd een geest rond waarop Leo Beenhakker waarschijnlijk doelde toen hij nog niet zo lang geleden als trainer van Ajax sprak over de in de watten gelegde 'patatgeneratie'. Ergens is het misgegaan met de sport. Wij streken onze eerste zelfplakkende rugnummers op allemaal verschillende soorten shirts - en die vielen er na twee keer wassen dus weer af -, tegenwoordig staan op de shirts van jongens B3 de namen van de spelers en op hun trainingsjacks de naam van de sponsor. Toch zeg ik niet dat vroeger alles beter was. Ik denk eerder dat het fanatisme van mijn generatie de kiemen voor de uitwassen in de moderne sportwereld heeft gezaaid: sport was een obsessie van schooljongens, maar is nu de obsessie van de hele samenleving. In het naoorlogse verleden van mijn ouders was sport een leuke bijzaak. Sport ging over ontspanning en aardigheid, het echte leven ging over het veilig stellen van het dagelijkse bestaan - de beurskoersen stegen toen nog niet vanzelf. Met de toenemende welvaart kwamen ook bijzaken als sport in een ander perspectief te staan. Er kwam geld voor sport, veel geld - zelfs voor jongens B3. Dat geld heeft onmiskenbaar veel goed gedaan, maar ergens ook een beetje de geest gedoofd die de essentie van het spel is: mensen die met zichzelf en met elkaar bezig zijn en daarvan genieten. Het is de geest die je terugvindt in de fotoreportage over voetbalgoals in die delen van de wereld waar de westerse welvaart nog niet is doorgedrongen (zie thema sport vanaf pagina …).
Ik denk dat het spel in sport is gediend met een beetje minder aandacht. Kan dat nog? Dichtbij ligt een kans. Op zaterdagochtend zie je op de sportvelden evenveel ouders als sportende kinderen. Misschien wordt de dagelijkse prestatiemaatschappij daar wel iets te veel overgedragen? Misschien hebben alle goede bedoelingen ook een minder gunstig effect op het spel en het plezier. Onlangs zei een Engelse jeugdcoach in een interview: 'Het zou beduidend beter gaan met de jeugdsport als die alleen door wezen werd beoefend.' Tragische gedachte met een kern van waarheid.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.