|
|
Heeren in een getto
Sport wordt nauwelijks meer beschouwd als een vorm van morele opvoeding. Maar in een van misdaad vergeven getto van Los Angeles wordt jonge bendeleden op het sportveld geleerd hoe ze zich op straat als een heer moeten gedragen. Met dank aan cricket.
Vroeger werd sport beschouwd als een beschavende kracht. In de Victoriaanse tijd moest sport leiderschap, teamgeest en beschaving bijbrengen. Wie zich niet als een heer gedroeg, of wie vals speelde, werd als een verrader beschouwd. In zekere zin was hij dat ook: Groot-Brittannië had eerlijke ambtenaren nodig voor haar wereldrijk en de sport werd uitgevonden om daarvoor te zorgen. Wie een loopje nam met de regels, schoot zijn doel voorbij. Het draaide bij sport om eergevoel en plichtsbesef, en winnen zonder die twee zaken was helemaal geen winnen. De huidige sporters verdienen geld - vaak veel geld. Sport is een echte carrière: een doel op zichzelf, niet een methode om een beter mens te worden. Sport is, net als de advocatuur en de geneeskunde, een vrij beroep. Maar door de retoriek van de beroepssport is de morele doelstelling van de sport afgekalfd. Sport wordt nu gezien als vermaak - en voor vermaak geldt, binnen de grenzen van de wet, dat alles mag.
En toch zouden we allemaal graag zien dat sport iets moois voortbracht. Is het wel goed dat sportlieden die al miljoenen verdienen nog meer eisen? Hoe moeten we individueel succes in de sport afzetten tegen persoonlijke eer? Is sport niet gewoon de zoveelste tak van de vermaakindustrie geworden, slechts onderworpen aan de wetten van de vrije markt? Of kan sport nog steeds een moreel doel dienen?
De meeste mensen zien sport tegenwoordig misschien als zuiver escapisme, maar in Los Angeles is een project gestart dat de strengste Victoriaanse hoofdmeester zou zijn bevallen. Toepasselijk genoeg speelt cricket er een hoofdrol in - het spel waarmee de Britten het rijk hoopten te civiliseren. Maar het verrassendste is, dat de thuisbasis van het project het van misdaad vergeven getto Compton is. De bedenker van het plan is Ted Hayes, een flamboyante activist met grijzende dreadlocks, die met zijn inspanningen ten behoeve van de armen van Los Angeles een plaatselijke beroemdheid is geworden. Hij is goed opgeleid en goed gebekt, en combineert het radicalisme van Malcolm X met de overtuigingskracht van Martin Luther King. Nadat Hayes twaalf jaar vrijwillig op straat had geleefd, stichtte hij het Dome-dorp, een kolonie van iglovormige hutten, waar daklozen kunnen afkicken en iets nieuws leren. Hayes maakte vier jaar geleden via het chique Beverley Hills-team kennis met cricket en was er zo aan verslingerd, dat hij besloot een eigen team te vormen. Al gauw had hij genoeg inwoners van Dome-dorp en nieuwe recruten uit Compton overgehaald om de 'LA Krickets' op te richten. Prins Edward is de beschermheer van zijn team, dat al een tournee door Engeland heeft gemaakt. Maar het is niet alleen maar leuk. Hayes betoogt, dat 'cricket een beschavend, zelfs verheffend effect heeft op de plaatselijke gemeenschap'. Als het aan hem ligt, zal het geluid van schoten in Compton binnenkort worden verdrongen door het geluid van leer op slaghout.
Het lijkt een bizarre droom om cricket naar de Amerikanen te brengen. Hoewel cricket de op een na populairste sport van de wereld is geworden, laat de sport de meeste Amerikanen koud. Sommigen verwarren cricket met croquet of lacrosse; anderen zien het spel als het vervelende stiefbroertje van honkbal: onnodig langdurig, tergend langzaam en elitair. Tot nu toe misschien. Want Ted Hayes is van plan cricket tot een rage te maken in de Verenigde Staten. Hij voorspelt, dat er nog voor zijn dood een internationaal cricketstadion in Compton en internationale wedstrijden in Los Angeles komen. Disney staat op het punt een film te maken over zijn team en zijn zoon Theo heeft een rap-cd over cricket gemaakt. Intussen trainen de LA Krickets driemaal per week en is er een nieuwe Californische cricketbond opgericht.
Toen ik ze op een zondagochtend kort voor Kerstmis zag, waren ze vastbesloten om ondanks het koude weer te spelen tegen een plaatselijk immigrantenteam. Ook toen het veld te nat werd verklaard voor een fatsoenlijke wedstrijd, begonnen ze een oefenwedstrijd, zodat ik hen in actie kon zien. (Ze zien namelijk niet vaak mensen die, zoals ik, beroepscricketspeler zijn.) Hun enthousiasme wordt slechts geëvenaard door hun excentriciteit. Ze paren een gekunstelde ouderwetse Engelse stijl aan honkbalachtige slagen. Maar ze hopen alle Amerikaanse accenten weg te werken. Ze hebben het enthousiast over 'de linkerelleboog ophouden', 'de pols draaien' en 'bat en beenbeschermer bij elkaar houden'. Sergio, een 'spin-bowler' die vroeger lid was van een bende genaamd de Killer Society, bekent nu verlegen dat hij de 'W.G. Grace van de eenentwintigste eeuw' wil worden. Een allrounder zag zichzelf als 'de nieuwe Ian Botham'. De Engelsen - mogelijk gevleid door de anglofilie van het team - zijn geestdriftige supporters. Het prikbord in het Dome-dorp is behangen met felicitatiebrieven van Buckingham Palace, Downing Street 10 en de Engelse consul-generaal in Los Angeles. Voor Hayes betekent deze erkenning door de Engelse top nog meer dan het briefje dat hij van het Witte Huis kreeg.
Bemoedigd door de steun van zijn nieuwe Engelse vrienden hoopt Hayes cricket te propageren als protest tegen de overheersing van de commercieel ingestelde Amerikaanse takken van sport. 'De afgelopen vijf jaar hebben in iedere belangrijke Amerikaanse tak van sport spelers gestaakt', merkt Hayes op. 'Cricket zou wel eens kunnen profiteren van een reactie tegen de commercie, die onze nationale sporten heeft verpest. Ook als onze miljoenen verdienende sportsterren wel op het veld verschijnen, zie ik hen spugen, joelen en honen. Wat moeten Amerikaanse kinderen daarvan leren?' Hayes denkt, dat cricket een beter voorbeeld kan geven. 'Bij cricket ga je niet in discussie met de scheidsrechter, je laat niet merken dat je het niet met hem eens bent en je bespot je tegenstanders niet als ze verliezen, ook je teamgenoten niet als ze een vergissing begaan.' Ook de regels van het spel kweken, volgens hem, bescheidenheid aan. Omdat de batsman maar één kans krijgt bij het wicket, zal zelfs de beste speler wel eens falen, want iedereen is nu eenmaal feilbaar. Leren omgaan met teleurstellingen is in het spel ingebakken. Hayes gelooft dan ook, dat cricket een spel is dat je karakter vormt. En hij wil de mensen in het getto ermee voorbereiden op het volwassen leven.
Veel mensen in Compton komen natuurlijk niet eens zo ver. Compton is de levensgevaarlijke schiethoofdstad van de wereld. In San Francisco wordt evenveel gemoord en dat is maar liefst zeven keer groter. Geen wonder dat Compton de wieg was van de 'gangsta-rap' en de inspiratiebron van de wanhopige film Boyz N the Hood. Voor de meeste mensen is Compton een stedelijke nachtmerrie met economisch verval en culturele leegte. De plaatselijke bedrijven zijn gevlucht naar veiliger buurten, zodat er praktisch geen werkgelegenheid of zakenleven is. Wie niet zelf iets kan verzinnen, heeft niets te doen gedurende de lange zonnige dagen in Compton. Door de ingesleten verveling en het gebrek aan angst iets zinnigs te verliezen, is geweld een geliefde hobby geworden. Ted Hayes denkt de oplossing te hebben gevonden: wie de tijd doodt, kan geen mensen doden. En dus spoort hij jongeren aan om 'het pistool te verruilen voor het slaghout'. Door kinderen kennis te laten maken met cricket wil hij hen beschermen tegen de oppervlakkige betovering van riskantere vormen van vermaak. Misschien werkt het ook wel. Wat kan een betere tijdspassering zijn dan cricket voor mensen die op het randje van het gevaar leven?
Maar hanig gedrag is nog lang niet verdwenen uit Compton. Hayes heeft ervoor moeten zorgen dat cricket niet werd gezien als 'iets voor mietjes'. Bij een oefenspel gooide hij een cricketbal naar een chagrijnig kijkende toeschouwer: 'Als jij zo stoer bent, vang die dan eens zonder honkbalhandschoen.' Toen de jongen een stap opzij deed, zei Hayes hatelijk: 'Ik dacht dat jij een kerel was, ik dacht dat je uit Compton kwam!' De toeschouwer, Ermidio, is nu wicket-keeper en de beste batsman van de LA Krickets. Hays heeft geprobeerd cricket zowel modieus als ethisch te maken. Hij heeft ouderwetse Engelse manieren vertaald in de taal van de straat. Hij skeelert in Central Park, houdt van rapmuziek, maar citeert met respect de koningin-moeder. Hij is een surrogaat-Engelsman gekleed in wijde afro-Amerikaanse kleren. Hij komt op voor de daklozen, maar verfoeit de verzorgingsstaat.
Misschien moet je wel een beetje gek zijn als je cricket beschouwt als de oplossing van de sociale problemen van Los Angeles. Maar Hayes' lef heeft iets inspirerends. 'Is het niet ironisch,' zegt hij, 'dat een groep daklozen het nobele Engelse cricketspel introduceert in de beruchte, door bendes beheerste getto's van LA? Als dat kan, is alles mogelijk.'
Ook ironisch is het, dat het Engelse cricket zich tot de zakenwereld wendt om zijn toekomst zeker te stellen, net nu de cricketers van Compton proberen de beschaafde sfeer van het Britse rijk op te roepen. De Engelse Cricket Board heeft toegegeven, dat er behoefte bestaat aan een duidelijke commerciële analyse, wil cricket zijn plaats in het Engelse leven behouden. Eindelijk wordt het Engelse interprovinciale cricket in twee divisies verdeeld om meer dynamiek en een sterkere concurrentie te introduceren in de binnenlandse competitie. Ook op clubniveau komen er hervormingen, waardoor spelers rechtstreeks kunnen worden geselecteerd voor de provinciale ploegen. Men hoopt dat de provincieteams daardoor sterker worden en de nationale ploeg meer succes krijgt. Dan mag men hernieuwde belangstelling van het publiek en meer inkomsten van commerciële sponsors verwachten, waarmee de sport op basisniveau kan worden gepropageerd. Alle sporten moeten nu vechten om de belangstelling en het geld van het publiek en bij cricket is men er eindelijk achter dat dit spel geen uitzondering vormt.
En dus wordt er gekeken naar Amerikaanse reclamecampagnes om de fans binnen te halen. Kleurige kleding, rijke sponsors, televisiereclame en dieren als mascotte zijn erbij gehaald. Bij de verlichte dag-en-nachtspelen in de 'Foster's Oval' van vorig jaar kon je de spelers van Surrey naar de wicket horen lopen onder de klanken van The Eye of the Tiger. In deze tijd van beroepssport worden ook de spelers geacht anders te ogen en te praten. De cricketers van nu worden gestimuleerd om chagrijnig te doen, niet beleefd of welbespraakt, laat staan beschaafd. Rauwdouwerij is het summum. Het is per slot van rekening een bedrijf, en een glimlach zou een indruk van onverschilligheid kunnen wekken. Amateurisme is een scheldwoord, synoniem met sloomheid en zwakte. Cricket heeft zich bij de vermaaksindustrie gevoegd; de mensen willen niet alleen donzige mascottes zien, maar ook hardwerkende professionals.
Betalende toeschouwers willen bij beroepssport zelfs steeds vaker drama zien, dat uit het leven van Compton gegrepen is. Ze willen conflicten; ze willen actie; ze willen verbale intimidatie. Sport is massaal voyeurisme en naast de knusheid van het moderne leven is het melodrama van de sport des te spannender. Naarmate de levensstandaard stijgt - zodat alle ongemak wordt weggepoetst - projecteren we steeds vaker onze fascinatie voor lichamelijk lijden en heldendom binnen de lijnen van het sportveld. In deze vreedzame tijd komt sport tegemoet aan onze behoefte aan stammenoorlogen.
De cricketers van Los Angeles - voor wie stammenoorlogen een dagelijks gegeven zijn - zien geen reden die op het sportveld nog eens dunnetjes over te doen. Zoals de rugbyfan op zijn sofa, die verzot is op een knokpartij, zien ook zij sport als een uitweg uit de sleur van hun dagelijks bestaan. Alleen betekent zo'n ontsnapping voor hen geen conflict, maar beschaafdheid; dat is de verklaring voor hun enthousiasme voor cricket. Engels cricket heeft voor hen dezelfde romantische aantrekkingskracht als de wereld van de 'gangsta-rap' voor blanke Engelse burgerjongens. Onze sportvoorkeuren zijn dus een omgekeerde spiegel van onze ziel.
Intussen zou de sportindustrie niet zomaar zijn vermogen tot zelfverbetering moeten verkwanselen. Als de beroepssport wordt overstelpt met bedriegers en uitslovers en niet meer wordt gezien als een beschavende kracht, zullen ouders op den duur geen cricketshirts en geen kaartjes voor wedstrijden meer kopen. Misschien kan de industrie iets leren van Compton, Los Angeles.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.