Email   Print

De kluizenaar als activist

Politieke verandering komt uit jezelf.

Marco Visscher | 32 mei/juni 2000 issue

Voor veel mensen lijkt de kunst van contemplatie in de verste verte niet op het 'activistische' imago van sociale vernieuwing. Maar gedisciplineerde meditatie of zelfreflectie zou wel eens een betere weg kunnen zijn naar een betere wereld dan de weg langs protestacties, stille marsen en werkonderbrekingen. Dat is de uitdagende visie van The Center for Contemplative Mind in Society, een Amerikaans centrum dat toewerkt naar een model waarin spirituele bespiegeling doordringt in bepalende sectoren van de samenleving, zodat het niet alleen individuen zijn voor wie de innerlijke verrijking geldt. Door contemplatieve oefeningen te stimuleren in een geseculariseerde samenleving hoopt het centrum, dat steeds meer mensen het inzicht en de wijsheid ontwikkelen om de wereld te verbeteren. De laatste jaren heeft dit centrum zijn vaardigheden geïntroduceerd in een rijke schakering van sleutelsectoren, waaronder het onderwijs, de advocatuur, de journalistiek en het bedrijfsleven. Mirabai Bush, directeur van het centrum, erkent dat contemplatie geen 'toverstaf' is. 'Het is niet een plotselinge tussenkomst die even iets "repareert" en onmiddellijk resultaten laat zien', zegt Bush in Noetic Sciences Review (maart/juni 2000). 'We proberen voorwaarden te scheppen, zodat compassie en wijsheid worden gestimuleerd en zodat oplossingen voor problemen dichterbij komen. Ons werk is gebaseerd op het geloof dat de mogelijkheid voor positieve verandering vanuit onszelf komt. Als we mensen het gereedschap kunnen geven om het bewustzijn van hun innerlijke staat te verhogen, dan zullen ze gemakkelijker nieuwe wegen ontdekken om een betere wereld te creëren.'

Het idee van Bush is juist zo boeiend, doordat het praktischer blijkt te zijn dan vooraf was gehoopt. Zo sponsorde The Center for Contemplative Mind in Society een serie retreats en bijeenkomsten om de advocatuur aan te vullen met oefeningen in meditatie, die een dieper inzicht en een betere dienstverlening aan de samenleving zouden opleveren. Veel advocaten zijn specifiek getraind om verbaal scherp te oordelen en bij het luisteren vooral te letten op uitspraken die hun eigen cliënt zouden kunnen dienen. Om aankomende advocaten te leren in meditatie op een ander niveau te luisteren, ging het centrum naar een van de meest vooraanstaande rechtenstudies: aan de universiteit van Yale. Niet iedere student zal na het afstuderen onmiddellijk in innerlijke rust de rechtszaal betreden, maar een groot deel van de studenten gaf aan, dat de oefeningen hen hadden geïnspireerd en op nieuwe gedachten hadden gebracht. De sessies werden veelal ervaren als een welkome aanvulling en correctie op een beroep, waar geen traditie is om 'te denken zonder te oordelen'. Maar ook op een aantal universiteiten heeft het centrum een belangrijke invloed. Voor het eerst sinds de Middeleeuwen is op de Amerikaanse universiteiten sprake van contemplatieve oefeningen, inclusief het onderwijs over de waarde ervan voor het creatieve proces van mensen. Want ook beschouwing is een manier om te leren. Steeds meer docenten beginnen een college met een stiltemoment om de studenten kalmte te bieden in hun drukke lesroosters en volle agenda's. Die oefening brengt hen niet alleen dichter bij zichzelf, maar verbetert ook hun vermogen naar anderen te luisteren. Bovendien kunnen ze de inzichten gebruiken in andere aspecten van hun leven en hun latere werk.

Ook in het bedrijfsleven beginnen contemplatieve oefeningen een rol te spelen, een tendens waarover econoom Henk Tieleman in deze Ode schrijft (pagina XXX). The Center for Contemplative Mind in Society is onder meer op bezoek geweest bij chemieconcern Monsanto, dat de biotechnologie aanvoert. De keuze om juist met deze grote multinational samen te werken, heeft veel kritiek opgeleverd. Onterecht, vindt Mirabai Bush, want juist de werknemers van dít bedrijf zouden een moment moeten nemen om te overwegen of Monsanto's positie in de wereld wel een juiste is. Een aantal werknemers is in ieder geval diep geraakt door de zelfbeschouwing, maar het is duidelijk dat het een lange weg is om een grote organisatie te veranderen. Ingrijpende veranderingen beginnen immers niet op macro-, maar op microniveau - en dat besef is misschien wel het grootste verschil met het traditionele activisme. Om die reden heeft het centrum er ook voor gezorgd, dat er meer meditatielessen worden gegeven in gevangenissen. Doordat veel ex-gevangenen na hun vrijlating opnieuw in de cel belanden, is het belangrijk om hen tijdens hun gevangenschap te leren, dat ze wel degelijk in de samenleving kunnen worden opgenomen en kunnen functioneren als brave burgers. Door vriendelijk en respectvol met gevangenen te werken, probeert het centrum hun mentale stabiliteit te ontwikkelen. Opvallend is, dat het gevangeniswezen alle voorwaarden voor meditatie heeft: stilte, eenvoud en afzondering. Maar doorgaans worden die aspecten negatief gewaardeerd. Meditatieleraren willen onderstrepen, dat ze juist waardevol zijn om te kunnen inzien dat hun eigenlijke, diepere moraal geweld afkeurt. Het ontbreekt vooralsnog aan een gedegen onderzoek om achteraf te bekijken of deze vorm van contemplatie inderdaad effectief is, maar er zijn aanwijzingen dat de gevangenen die meer inzicht in zichzelf hebben gekregen, minder geneigd zijn terug te vallen in hun oude, criminele patroon.

Een man die er bewust voor heeft gekozen de demonstraties te negeren en door een vorm van contemplatie de wereld te veranderen, is dichter en essayist David Budbill. In Shambhala Sun (januari/februari 1999) beschrijft hij, hoe hij in de jaren zestig als student voor het Witte Huis demonstreerde om te protesteren tegen de voorgenomen kernproeven. Op het bord dat Budbill meedroeg, had hij ook geklad: 'End poverty, hunger and disease' - als je toch actie voert, kun je ook meteen álles vragen. Maar toen politiek activisme steeds meer uitliep op geweld, keerde Budbill zich af van de spandoeken en protestmarsen. Via de Tao Te Ching van Lao Tse en The Wisdom of the Desert van Thomas Merton zag Budbill in, dat het actieve engagement heel goed kan worden aangevuld door zich terug te trekken. Want degene die onbaatzuchtig is, kan de ware aard van belangrijke kwesties beter doorgronden en van daaruit behulpzaam zijn. Voor Budbill betekende dit, dat hij als een kluizenaar leefde in de bergen en boeken las, zijn tuin bijhield, wandelde. Maar het betekende ook, dat hij werd betrokken bij een lokaal fonds dat betaalbare woonruimte financierde en plaatsnam in het bestuur van de school van zijn kinderen. 'Het activisme rechtvaardigt het terugtrekken', besluit hij. 'Om de kluizenaar te zien als een activist, vereist een radicale gedachtesprong. We moeten toewerken naar een begrip dat zelfbeschouwende mensen - hoewel we ze niet kunnen zien en hoewel ze niets doen - de verdedigers van een samenleving kunnen zijn, waarvan zij de beschermers zijn.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.