Email   Print

'Eigenlijk moet je met je bloed schrijven'

Zijn vak: liedjesmaker. Zijn doel: zijn ziel onder woorden brengen en op muziek zetten. Componeren is het instrument waarmee Stef Bos het leven probeert te doorgronden. De tekst is geen versiering van de melodie - elk woord moet een beetje meer zichtbaar maken van de betekenis van het leven. Gesprek met een mens die het onmogelijke wil zeggen. 'In onze tijd is muziek maken heel moeilijk geworden, omdat iedereen bezig is met marketing.'

Helene de Puy | 32 mei/juni 2000 issue

Er is heel wat gebeurd met dat schuchtere jochie uit die kleine gereformeerde gemeenschap. Die jongen die liever niet in de schijnwerpers stond. Zijn heldere blauwe ogen kijken inmiddels uitdagend de wereld in. Zijn diepe stem spreekt gepassioneerd over het leven en als hij na ons gesprek het podium betreedt, zit hij niet met het orkest van Cor Bakker in de schouwburg in Apeldoorn, maar in zijn huiskamer waar hij zijn vrienden heeft uitgenodigd om gezamenlijk 'de ziel uit het lijf te kotsen'. Voor Stef Bos lijkt het niet meer uit te maken waar hij is en met wie hij is. Stef Bos is vooral Stef Bos.
'Tsja, dat podium. Ik vond het in eerste instantie inderdaad helemaal niet makkelijk om op een podium te staan. Er wordt zo naar je gekeken. Ik begon me pas op mijn gemak te voelen, toen ik ging doen alsof ik thuis was. En dat die mensen toevallig bij me langskwamen om te kijken. Ik kom natuurlijk ook niet uit een nest waar het evident was, dat je op een podium ging staan. Niet dat ze me tegenhielden, maar ik ben toch heel lang onzeker geweest of ik wel iets te vertellen had. Toch ben ik naar Antwerpen gegaan om de toneelschool te doen. Na verloop van tijd wordt alles gelukkig relatief. Als je jezelf een beetje in het kader van de wereldgeschiedenis plaatst, ben je maar een onnozele mug die rondvliegt. Dat is een zeer aangenaam uitgangspunt. Er zijn al zoveel dingen vóór jou geweest en er zullen ook nog zoveel dingen na jou komen. Toen ik dat eenmaal in mijn hoofd had zitten, ben ik pas echt met muziek bezig gegaan.'

Het succes kwam begin jaren negentig toch nog onverwacht. Niet gewend aan zoveel aandacht, liep Stef Bos in zijn eigen woorden 'als een kip zonder kop rond'. Maar al snel kwam de relativering. Hij besefte, dat succes niet het doel van zijn zoektocht was. 'Het is natuurlijk fantastisch en mooi meegenomen. Er is ook niets mis met aandacht en erkenning, maar het zet niet aan tot ontwikkeling. Om dingen te kunnen maken heb je vrijheid nodig - ongebondenheid, zeker in je hoofd. In onze tijd is muziek maken heel moeilijk geworden omdat iedereen bezig is met marketing. Iedereen is op zoek naar iets "dat klinkt als…" Neem dan Afrika. Muziek is daar een deel van het dagelijks leven. Als muzikant word je niet op een voetstuk geplaatst. Als ik in West-Afrika in een dorp zit en 's avonds voor het slapen gaan wat speel, zingt iedereen mee. De dag wordt sowieso afgesloten met zang en dans. En dat is dan niet het Nederlands Danstheater, maar het danstheater van Bamakal, een dorpje waar honderd mensen wonen. Bij ons wordt muziek - of elke vorm van kunst - buiten het leven gehouden. Terwijl de essentie van theater en muziek is, dat mensen samen iets doen. Niet iets dat zich afzondert van de rest en zich laat bekijken als een film. Toen ik dat had meegemaakt, had ik mijn spoor gevonden. Het was zo bevrijdend om in Afrika met alle mogelijke muzikanten te spelen.'

Stef Bos is speciaal voor een hommage aan Boudewijn de Groot overgevlogen uit Zuid-Afrika, waar hij bezig is met een tournee. Geen grote band, maar alleen een gitarist als begeleider. 'We hebben een middag gerepeteerd en in het midden gelaten hoe lang een solo duurt of welk akkoordenschema we pakken. Als we goed naar elkaar kijken, volgen we elkaar vanzelf. Het is een zoeken naar telkens meer vrijheid. Het is als een huwelijk tussen goed voorbereid zijn en de dingen op zijn beloop durven laten. En soms - zoals vorige week in Pretoria - levert dat wonderlijke avonden op. Dan voel ik dat ik ineens tot meer in staat ben. Dan gebeuren er dingen op de piano waarvan ik denk: fuck wat gebeurt er nou? Het lukt niet altijd. Soms ben ik teveel afgeleid, dan wordt het een gevecht. Maar dat gevecht kan ook heel interessant zijn. Het is boeiend om alle bestaande systemen achter je te laten of - zoals ik - letterlijk en figuurlijk uit je biotoop te stappen. In het begin kopieerde ik Afrikaanse muziek. Nu kom ik in de samenwerking met Afrikaanse muzikanten tot momenten waarin onze muziekstijlen in elkaar overlopen. Dan wordt de samenwerking echt interessant. Dan wordt het ook authentiek, zonder per se nieuw of origineel te willen zijn.
Ik wil graag blijven vernieuwen, creëren, bouwen - al weet ik, dat er altijd wel iemand achter mij staat om het neer te mikken. Maar als ik stop met creëren, verval ik in een soort cynisme - wat heeft het allemaal voor zin? Dat is fnuikend. Als je echt wil leven, moet je wel optimistisch zijn. Dat is niet altijd makkelijk, maar door de jaren heen ben ik verschrikkelijk veel mensen op mijn pad tegengekomen die op dezelfde manier denken. Alleen hebben zij soms een minder grote mond en schreeuwen het wat minder hard van de daken.'

Op cynisme kun je Stef Bos inderdaad niet betrappen. Op zich een prestatie, want hij is grootgebracht in de traditie van het Nederlandse cabaret, waar cynisme en sarcasme regeren. Zijn teksten zijn raak, scherp, bewogen en soms fel, maar nooit afbrekend of kwetsend. Daarvoor is zijn oprechte betrokkenheid te groot. Een man die - wat deze houding betreft - een beslissende rol in zijn leven speelde, is de Belgische zanger Raymond van het Groenewoud. Nadat deze een tekst had beluisterd waarin Stef van alles op iedereen aan te merken had, merkte hij fijntjes op: 'Voordat ge de klootzak in iemand anders beschrijft, zoudt ge hem beter eerst in uzelf beschrijven. Dan zal iemand anders zich meer aangesproken voelen.' Stef herinnert zich de terloopse opmerking als de dag van gisteren: 'Raymond zei bijna nooit iets. Deze ene zin is vijf jaar in mijn kop door blijven denderen. Er moest met een hele culturele ballast worden afgerekend, want in Nederland heeft iedereen een mening. Ik schrijf nu meer vanuit mijzelf. Dat is niet altijd even makkelijk, want - al is het autobiografisch - het moet niet alleen gaan over Stef Bos, geboren in 1961 te Veenendaal. Daar begint het misschien, maar dan moet het groter worden dan ikzelf. De kunst is om te verbinden met iets wat al langer bestaat. Vervolgens moet je dat weer weten terug te brengen naar iets kleins. Ik blijf een zoeker. Eigenlijk moet je schrijven met je bloed.'
Die drang naar oprechtheid spreekt treffend uit zijn lied 'Papa'. Stef Bos zingt over de relatie met zijn vader:
Ik heb dezelfde ogen, en ik krijg jouw trekken om mijn mond
Vroeger was ik driftig, vroeger was jij driftig
Maar we hebben onze rust gevonden, en we zitten naast elkaar
En we zeggen niet zoveel, voor alles wat jij doet, heb ik hetzelfde ritueel
Papa, ik lijk steeds meer op jou

Ik heb dezelfde handen, en ik krijg jouw rimpels in mijn huid
Jij hebt jouw ideeën, ik heb mijn ideeën
En we zwerven in gedachten, maar we komen altijd thuis
De waarheid die je zocht, en die je nooit hebt gevonden
Ik zoek haar ook, en tevergeefs, zolang ik leef
Want papa, ik lijk steeds meer op jou

Vroeger kon je steng zijn, en ik heb je soms gehaat
Maar jouw woorden, ze liggen op mijn lippen
En ik praat nu, zoals jij vroeger praatte
Ik heb een goddeloos geloof, en ik hou van elke vrouw
En misschien ben ik geworden, wat jij helemaal niet wou
Maar papa, ik lijk steeds meer op jou

Jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel
En ik geloof in niks, dus we komen elkaar na de dood
Na de dood nooit meer tegen
Maar papa, ik hou steeds meer van jou
'Op een dag heb ik het cassettebandje bij mijn vader achtergelaten met de mededeling: je moet er maar een keer naar luisteren. Toen ik hem weer zag, zei hij: "Nou jongen, we zijn het niet in alles met elkaar eens, maar je hebt het beschreven zoals het is." Dat was zijn manier om te zeggen, dat het kon worden uitgebracht. Het is een respectabel man. Toen ik niet meer naar de kerk ging, was hij de eerste die mij in het dorp verdedigde. Dat verbaasde mij, ik had het tegenovergestelde verwacht. Mijn vader zei: "Die jongen heeft een ander idee over het leven, maar zolang hij een idee heeft, vind ik het goed." Een vader-zoonrelatie is als een vriendschap die zwaar moet worden bevochten. Je leeft dat grote gevecht, oog in oog als in een soort toernooi. Toen ik zestien werd, zijn we bij wijze van volwassenwordingsritueel met zijn tweeën naar Zwitserland gegaan. Ergens in Zuid-Duitsland kreeg ik een soort hele slechte seksuele voorlichting. Dan had hij het er net een beetje over en dan riep ik iets van "ja, dat weet ik allemaal wel", en dan reden we weer door zonder er nog een keer over te beginnen. Op een avond kwamen we in een hotel aan waar we in hetzelfde bed sliepen - erg onhandig met je vader in één bed. Voordat we gingen slapen, knielde hij en begon te bidden. Ik stond daar een beetje als een hansworst naar mijn vader te kijken, die eigenlijk ook voor mij knielde. Hij is een man die niet veel over godsdienst spreekt, hij leeft het. Hij had altijd de schurft aan evangelische toestanden.'

Stef Bos schrijft voor een deel om iets 'uit zijn systeem te gooien', om dingen zichtbaar te maken, voor zichzelf en daardoor ook voor anderen. Maar de bron van de inspiratie wil hij niet kennen: 'Het mooiste is, als je zinnen begint te schrijven en denkt "waar komt dat vandaan?". Maar dat dan eigenlijk niet echt wil weten. Je moet ophouden waar de vraag het antwoord wordt. Soms heb ik pas jaren later in de gaten waarom ik toen iets schreef. Je schrijft soms dingen die je eigen toekomst voorspellen. Schrijven is een soort leegmaken. Het begint met een idee, maar daarna moet dat idee zichzelf vormen. Als je daar bovenop gaat zitten, wordt het niet meer dan een gedachte of een bedenking. Schrijven is -gelukkig - deels een onbewust proces.
Ik ben niet selectief in wat ik van mijzelf laat zien, omdat ik daar bewust voor kies. Ik ben selectief, omdat ik blinde vlekken heb. Wat je niet kunt zien, kun je niet schrijven. Voor mij is het leven een proces van telkens vallen en opstaan om die horizon te verbreden en tot meer inzicht te komen, vanuit het besef dat ik de kern van de zaak waarschijnlijk nooit zal pakken. Toen ik een jaar of twintig was, wilde ik de wereld bestormen en het heelal vatten. Na verloop van tijd voel je je beperkingen en realiseer je je, dat je er misschien niet toe in staat bent. Als je het dan toch weer probeert, begint het pas echt. Want op dat moment zie je een heleboel dingen die je niet zag toen je twintig was. Als je twintig bent, denk je dat je eeuwig leeft. Maar misschien begint het leven pas als je beseft dat je doodgaat. Na mijn dertigste begon ik te schrijven vanuit de wetenschap, dat ik wellicht nooit zal kunnen zeggen wat ik echt wil, maar dat ik het toch ging proberen. Ik weet dat ik vaak het onmogelijke, het onzegbare probeer te zeggen. Ik weet dat het een contradictie is, maar doe het toch…
Soms lees ik woorden waarvan ik denk: ja, dat is het precies. Laatst, tijdens een interview met de Nederlandse radio vanuit Johannesburg, werd er een gedicht van Hans Andreus voorgelezen. Magistraal, het bestond uit maar zes regels, maar alles zat erin. Andreus is in staat om in heel weinig zinnen zo verschrikkelijk veel te zeggen. Hij slaat me uit balans.'

Credo Uit 'Is dit genoeg' - (een stuk of wat gedichten) van Hans Andreus

De dichters weten wat zij niet weten
zij spreken in hun vreemde taal
zij gaan de dood in tot het begin
zij ontdekken het leven
en zien de wereld aan met hun hartstochtelijke onschuld
en veranderen de aarde in de werkelijke aarde

'Misschien komt er een moment waarop ik moet stoppen. Op een bepaald moment heb ik misschien gezegd wat ik kon zeggen. Niet wat ik wílde zeggen, maar wat ik kon zeggen - wat voor mij mogelijk was. En dan hoop ik, dat ik in staat ben om te stoppen.'
Voorlopig lijkt hij nog genoeg stof te hebben. Dat kan ook niet anders, want hij is gewend dieper te kijken dan de ogenschijnlijke realiteit. Nieuwsgierigheid is een bron van inspiratie. Oog voor de 'onderstroom' is hem met de paplepel ingegoten. 'Vroeger gingen we met het gezin eens per jaar met vakantie naar Katwijk aan Zee. Als er mensen verzopen, waren dat altijd Duitsers. Zij kenden de kracht van de onderstroom niet. De zee kan er namelijk heel rustig uitzien, maar er zitten nogal wat muien in het water. Mijn moeder waarschuwde ons daarvoor: "Tot je naveltje in het water". Het idee voor het lied 'De Onderstroom' ontstond op een mooie middag op een terras in Antwerpen. Ik zat naar de golfjes van de Schelde te kijken. Ineens realiseerde ik me, dat het in feite de onderstroom is - het onzichtbare - die de werkelijke richting bepaalt.

De golven zijn de dagen, de dagen van het jaar
Het lijkt of zij vertellen hoe het ons vergaat
Maar de onderstroom die niemand ziet
bepaalt de richting op elk gebied

Als je de krant leest, weet je ook niet wezenlijk wat er gebeurt. De krant registreert de oppervlaktegolven. Om werkelijk te weten wat er aan de hand is, moet je dieper kijken. We besteden zoveel tijd en energie aan nutteloze zaken. Dat noemen we onderwijs, maar wij leren op school niet om te leven. We leren een onderdeel te zijn van een economisch systeem en daarin te functioneren - element te zijn van het bruto nationaal product. We leren op school rekenen; niet om de afstand naar de maan te kunnen zien en dan te bedenken hoe ver dat wel niet is en ons dan heel klein te voelen, nee, we leren rekenen om debet- en creditnota's te maken. We leren taal om sollicitatiebrieven te schrijven, niet om onszelf te uiten.
Ook in Afrika zie je deze manier van denken nu oprukken. De grote steden zijn poelen van ellende, doordat mensen daar volstrekt tegen hun traditie in westerse normen hanteren. Mensen trouwen en als bruidsschat geven ze een walkman. Vroeger was dat een koe. Maar een koe is natuurlijk veel praktischer in zo'n land dan een walkman. Ik wil Afrika helemaal niet idealiseren. Het is geen pretje om voornamelijk met overleven bezig te zijn, maar eenvoud van leven heeft ook zijn voordelen. Wij in het rijke Westen hebben de luxe om ons weemoed of melancholie te veroorloven. Onze relaties worden zwaar onder druk gezet. Man-vrouwverhoudingen zijn volstrekt buitenproportioneel met absurde verwachtingspatronen. Het christelijke gezinsdenken leidt ertoe, dat een kind maar een of twee belangrijke identificatiefiguren heeft. In Afrika worden kinderen vooral door de gemeenschap opgevoed, waardoor ze een veel bredere kijk ontwikkelen.'

Van Afrika terug naar de Veluwe, waar de levensreis van Stef Bos begon. De liedjesmaker heeft de begrenzingen van zijn opvoeding, religie en cultuur doorbroken: de vrijheid werd verworven zonder te schoppen, zonder te beschuldigen. De vrijheid om te verwonderen, om te genieten van schoonheid van het leven. 'Als ik de weg van Johannesburg tot Bloemfontein afleg en ik zie een horizon met wolkenmassa's, dan denk ik: dit is mooier dan elk lied dat ik ooit heb gehoord. En dan stopt het voor mij, het is zo verwonderlijk. Ik probeer dan maar geen antwoord op vragen als waarom, en waartoe te formuleren. Voor mij stoppen dingen bij de verwondering.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.