|
|
Meer dan zaagsel
De held van Britse voetbalstadions en Londense nachtclubs legt het af op de bruiloft van een gokbaas.
Liam kwam bij mij terecht via een vriend van een vriend. Een week geleden zat ik in Manchester rustig te lunchen in de Chinese wijk, toen er een grote duistere schaduw over mijn Peking-eend viel en daar stond hij: een slungelige jongeman met ogen alsof zijn schildklier te hard werkte en één ontbrekende voortand. Door het gat tussen zijn tanden zag hij eruit als een uit zijn krachten gegroeide peuter en toen hij ging zitten, had hij op zijn adem de niet onprettige geur van anijsballetjes. 'Ik kom praten over de ijsbeer', zei hij.
'Welke ijsbeer?' vroeg ik.
'Hij heet Eric', zei Liam, reeg een van mijn pannenkoekjes aan een vork en begon er hoisin-saus op te smeren. 'Hij is een soort legende.'
Later bleek, dat de beer in zijn hoogtijdagen een fenomeen was geweest in Manchester. Er was een tijd dat hij op wacht stond buiten de nachtclub van George Best, maar iemand had hem gepikt. Toen was hij opeens weer opgedoken in de hal van Sacha's Hotel en werd hij vervolgens nogmaals gestolen. Daarna was hij voorgoed verdwenen. Niemand wist waar hij was gebleven. Als je het zou vragen, zouden de meeste mensen zeggen dat hij inmiddels waarschijnlijk dienst deed als vloerkleed of wandtapijt. Maar dan zouden zij zich wel vergissen. Want volgens Liam was hij nog steeds intact. 'Er is heel wat op zijn pad gekomen, maar het is een taaie, die Eric.' Hij had de afgelopen pakweg vijftien jaar in een kelderverdieping doorgebracht en wachtte op het juiste moment voor een come-back. Recentelijk had een van Liams vrienden voor hem gezorgd, maar die vriend zat thans achter slot en grendel in Safeways en Eric werd doorgeschoven naar Liam zelf: 'Net op tijd.'
Was de wereld volmaakt, dan had Liam hem met alle plezier willen houden. Een beer geeft toch cachet aan je huis. Maar hij zat nou net toevallig een beetje krap in de ruimte en de centen. Hij was net terugverhuisd naar het noorden des lands na een gedwongen vakantie van anderhalf jaar en hokte tijdelijk samen in één kamertje met zijn vriendin in Cheetham Hill. Je kon er je kont toch al niet keren en een beer erbij helpt dan niet. En dus was hij wel tot verkoop gedwongen, geheel tegen zijn zin.
Ik zag inmiddels duidelijk welke kant dit opging, dus deed ik mijn best om hem bij voorbaat de pas af te snijden. 'Geen sprake van', zei ik. Maar Liam liet zich niet ontmoedigen. Hij vroeg niet het onmogelijke, zei hij, niet meer dan een kleine handreiking. Om mij de waarheid te zeggen, ging het hem meer om een goed baasje voor Eric dan om er aan te verdienen. 'Vierhonderd pond contant.' Heel raar, maar ik had dat bedragje niet bij me. 'Goed dan,' zei Liam soepeltjes. 'dan maken we er vijfentwintig pond van.' En toen zelfs die vlieger weigerde op te stijgen, ging hij terug naar tien. 'Kom tenminste even naar hem kijken. Dan kan toch geen kwaad, of wel soms?'
Ik was bang dat het wel kwaad kon en ook zou doen, maar ik werd door nieuwsgierigheid overmand en ik liep met hem mee de straat op. Toen we het restaurant Moon Wah uitkwamen, was de lucht mistig door een koude motregen. Langs het trottoir stond een vrachtwagen met een open laadbak en een gebroken ruit. Op de cabinevloer lag een berg viezigheid. 'Hij is van mijn vriendin. Ik gebruik deze zolang tot de Beamer weer terug is uit de garage', probeerde Liam me uit te leggen. Met een stroomdraadje startte hij de motor, die reutelend tot leven kwam de zesde of zevende keer dat hij het vriendelijk vroeg en we hobbelden langzaam de Chinese wijk uit. 'Hier, een anijsballetje', zei Liam en we sloegen de weg naar Cheetham Hill in.
Het doel van de reis was een kraakpand in een uitgewoonde huurkazerne. De kooi van Eric stond in een manshoge slaapkamerkast, die hij moest delen met de kleren van Liams vriendin. Aan zijn snuit bungelde een beha met kantjes en tegen zijn kruis stond een stofzuiger gepropt. Hij had overduidelijk de pest in, dat zag je zo. Hij zag er ook dodelijk ziek uit. Toen Liam hem de kast uitsleepte, rechtop en grommend op zijn achterpoten, zag ik dat zijn bont verkleurd was van wit tot een gore tint geel, een van zijn klauwen was verbrijzeld en er ontbrak een nagel. Nog erger was, dat hij leek te lijden aan een kwaal die hem uitmergelde. Grote delen van zijn lichaam leken ingedeukt te zijn, terwijl het op andere plekken weer uitstulpte als een muur die het begaf.
Geen probleem, zei Liam tegen me. Het was alleen een kwestie van foutieve opslag. Door een te hoge temperatuur was het formaldehyde waarin Eric was gemarineerd, gaan lekken en vlekken. Nog zes maanden en de schade was onherstelbaar geweest. Maar Liam had er het volste vertrouwen in dat hij er bijtijds bij was geweest om het probleem aan te pakken. Hij had de beer opnieuw met zaagsel gevuld, op zijn plaats gehouden met een houten plug die in zijn achterwerk was gestoken. 'Zo goed als nieuw', beloofde hij en streelde Eric langs zijn ingevallen wangen, hoewel Eric zelf niet al te overtuigd leek. 'Hij heeft alleen een andere omgeving nodig. Ruimte en licht, en een beetje liefde.'
Op een onbewaakt moment was ik kennelijk, zonder het zelf goed in de gaten te hebben, benoemd tot assistent-verkoopleider. Liam vond het vanzelfsprekend dat ik beschikbaar was voor zwaar sjouwwerk en morele steun en toen ik met eigen ogen zag hoe het beest eruitzag, bracht ik het niet meer op om weg te lopen. Samen sukkelden we met Eric de trap af en kregen hem met moeite achter op de laadbak van de vrachtwagen. Stevig vastgesnoerd met stukken tuinslang zag hij er onrustbarend uit, alsof hij zojuist op de snelweg was platgereden, maar toch had hij nog een zeker decorum. 'Stijl kun je nooit verdoezelen. De klasse druipt bij hem uit elke porie,' zei Liam. Nou, er sijpelde zeer zeker iets uit hem weg.
Gezien het kleurrijke verleden van Eric moesten we omzichtig te werk gaan. Als we hem open en bloot dwars door het stadscentrum zouden tronen, kon dat wel eens ongewenst de aandacht trekken, dus hebben we die hele middag door achterafstraatjes onze weg gezocht. Karaoke-bars, biljarthallen en zaaltjes van het British Legion. Een buurtcentrum, een homo-disco en een bejaardenhuis. Maar nergens lachte het geluk ons toe, niet eens een 'misschien'. 'Wat mankeert die mensen? Waar is hun gevoel voor avontuur gebleven?' vroeg Liam. In het spiegeltje zag ik hoe de vastgebonden beer bij elke kuil in de weg opveerde en heen en weer schudde. Door de regen was zijn vel verkleurd tot een grauwig soort grijs, uit elke lichaamsopening lekte hij nu zaagsel, en een van zijn glazen ogen hing aan een draadje te bungelen. 'Zie het maar als een bewijs van ons doorzettingsvermogen', zei Liam.
De volgende ochtend ging ik terug naar Londen en probeerde het hele verhaal te vergeten. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, want in mijn dromen spookten manshoge kleerkasten rond, houten pluggen en rondvliegende glazen ogen. Het was bijna een opluchting toen de telefoon ging, en ik Liams stem weer hoorde. Hij stond vlak bij mij om de hoek, zei hij. Hij had Eric bij zich en ze zaten boven op een hele goede kans. Een gokbaas in Chipping Ongar had grote interesse. Zijn dochter trouwde vandaag en een ijsbeer was precies wat ze nodig hadden om de gasten op de receptie wat te ontdooien. Voor de speciale gelegenheid was Eric wat opgefleurd met roze lintjes, een valse nagel was aangebracht en zijn loshangende oog was weer op zijn plaats genaaid. Hij was ook met bleekwater geschrobd, zodat zijn vel weer enigszins aan wit deed denken, maar echt niet zo wit als de sneeuwpiste aan kamerbrede vloerbedekking die ons opwachtte in de sjieke woonkamer van de gokbaas, toen we eindelijk aan kwamen schuifelen, groezelig en uitgeput na een zwerftocht
van uren op de M25. Hoogpolig albasten tapijt, zacht als scheercrème - alleen al lopen op zo'n vloerbedekking leek een soort heiligschennis, laat staan die te bevuilen met Eric, voetbalvandaal onder de beren. De gokbaas zat er mollig en welvarend bij in zijn grijze trouwpak en glimlachte toen hij ons in het vizier kreeg. Maar toen we dichterbij kwamen, trok er twijfel over zijn gezicht, en daarna verontrusting. 'Je had gezegd in zeer goede staat', zei hij beschuldigend.
'Geen probleem,' was Liams antwoord. 'jij wou topkwaliteit en die krijg je ook.' Hij schonk hem een grijns minus één tand en gaf Eric een klap op zijn rug. Het was eigenlijk niet meer dan een liefdevol klopje. Maar een fractie te hard, niettemin. Erics gestel scharnierde even, er voer een rilling door hem heen en toen zakte er binnen in hem iets weg. 'Geen probleem', zei Liam nogmaals, ditmaal een tikje nerveus. Te laat. Iets trok plotseling samen in Eric en de plug vloog uit zijn kont en landde op de maagdelijk witte vloerbedekking. De gokbaas hapte naar lucht. Het orkestje stopte midden in een wals. De blozende bruid keerde discreet haar blik af. En de rest was zaagsel.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.