Ikke ikke ikke, maar ook de rest
Individualisering is een mythe.
Marco Visscher
| 31 maart/april 2000 issue
Geen woord dat zoveel misverstand oproept als 'individualisme'. Het zou de wortel zijn van het moderne kwaad. De zwakkere moraal zou zijn voortgekomen uit het proces waarin steeds meer mensen zich onttrekken aan standaard gedragsregels. Met wat minder individualisme zou er een einde komen aan het straatgeweld. En omdat voor veel mensen de toekomst niets anders is dan een optelsom van recente ontwikkelingen, voorspellen zij een totaal geïndividualiseerde samenleving, met miljoenen ego's die doen waar zij zin in hebben. Gevolg: totale chaos. Maar deze borrelpraat, die maar al te vaak in de serieuze pers staat afgedrukt, is aan herziening toe, schrijft Psychologie Magazine (januari 2000). Want er bestaat geen enkel bewijs, dat individualistische samenlevingen bol staan van eigengereidheid, zelfzuchtigheid en andere kwalijke eigenschappen. Eerder wordt daar een sterk zelfbewustzijn ontwikkeld en spelen waarden er een grotere rol. Die opkomst van waarden - zoals eerlijkheid en naastenliefde - is een opvulling van de, zwakkere, navolging van traditionele standaardregels. Een voorbeeld: de jongere die in de tram niet opstaat voor een oudere, zou zich in een collectivistische samenleving schamen wanneer hij erop zou worden aangesproken. Hierbij speelt zijn eigen geweten geen belangrijke rol, doordat de sociale controle een extern automatisme is geworden dat een veelvoud van normen oplegt. Vandaar geen gevoel van schuld, maar van schaamte. Het respect voor ouderen hoeft hij immers niet te ervaren, hij heeft het altijd als een norm opgelegd gekregen. Als deze jongere daarentegen zou opgroeien in een individualistische samenleving, zou hij veel minder worden geconfronteerd met kant-en-klare gedragsregels. Hij zou voortdurend zelf afwegingen moeten maken, doordat zijn gedrag meer wordt gestuurd door belangrijke, soms tegengestelde waarden. Al dan niet opstaan in de tram zou daarmee een eigen, zelfbewuste keuze zijn - en daarmee hoeft de samenleving niet slechter af te zijn. Integendeel, stelt het tijdschrift. De 'goede, oude tijd' met haar saamhorigheid en solidariteit wordt heel wat mooier afgeschilderd dan ze eigenlijk was. Vaak hadden die waarden een duidelijke grens: stelen mag niet binnen de familie. Traditionele solidariteit gold vooral een beperkte kring. Maar in een individualistische samenleving is de moraal meer universeel: zij geldt overal en voor iedereen. Vandaar de formulering van de 'Universele Rechten van de Mens', waarbij tegenwoordig de roep klinkt om die rechten ook op dieren toe te passen. Het zijn verworvenheden die juist mogelijk zijn gemaakt doordat normen minder belangrijk zijn geworden en waarden juist belangrijker. Dat is een voorwaarde voor een gunstig verloop van de verregaande internationalisering. Immers, een universele morele code kan losse verbanden met elkaar vervlechten.
Dat de mens van nature een groepswezen is - zoals vaak wordt beweerd als aanval op de individualisering - kan een misinterpretatie van de evolutie zijn, stelt Psychologie Magazine. De voorkeur voor verwisselbare, 'zwakke' banden zou heel goed ouder kunnen zijn dan de voorkeur voor onwrikbare, 'sterke' banden. In het bestaan van onze voorouders, die jagers en voedselverzamelaars waren, hadden geregeld hergroeperingen plaats. Het is aannemelijk, dat er geen sprake was van een hechte gemeenschap. Dat was eerder een product van de latere agrarische samenleving, die mensen erg afhankelijk maakte van grond en bescherming. Zo bezien heeft de moderne, geïndividualiseerde samenleving ons bevrijd uit een sociale kooi. Volgens De Groene Amsterdammer (9 juni 1999) zijn we zelfs weer helemaal terug in het tijdperk van het team. Het ik-tijdperk is voorbij. In de tweede helft van de jaren negentig is een ontwikkeling gestart die niet meedoet aan het 'ego-knuffelen' dat op televisie (reality-tv, Buch) en in de literatuur (I.M., Het Bureau) alom tegenwoordig is. Neem de muziek. De snelle opkomst van de technocultuur wordt gekenmerkt door de anonimiteit van de muzikanten. Wie kent de namen en gezichten van de leden van invloedrijke bands als Massive Attack, Underworld en Faithless? Vrijwel niemand. Megasterren als Madonna, Prince en Michael Jackson zijn onzichtbaar geworden. Te veel ego. Want ook xtc, volgens het weekblad dé drug van de jaren negentig, is niet gericht op uitvergroting van de eigen persoonlijkheid - zoals lsd, heroïne en cocaïne dat waren - maar juist op het versterken van menselijke connecties. En als populairste technologische innovaties van de laatste jaren zijn Internet en mobiele telefonie vooral gericht op contact - en dat is nog eens wat anders dan de personal computer uit de jaren tachtig. Of neem het voetbal. De Maradona's, Romario's en Van Basten's hebben het maar moeilijk. De meest succesvolle ploegen - Ajax onder Van Gaal, Frankrijk op het WK - waren hechte teams zonder individuen, zonder helden, waarin iedereen zich opofferde voor het belang van het geheel. Niet voor niets is 'teambuilding' het toverwoord in het bedrijfsleven geworden om problemen op te lossen. Nee, zoveel is duidelijk: het individualisme - voor zover het nog bestaat - moet nog maar eens overdacht worden. Samen.