|
|
Het aandeel van de werknemer
Op zoek naar meer evenwichtige verhoudingen binnen de onderneming.
Is het rechtvaardig dat directies van topondernemingen zoveel meer verdienen dan werknemers? Ja, is lange tijd een geaccepteerd antwoord geweest. Immers, de directie heeft zware verantwoordelijkheden, zorgt voor werkgelegenheid en kan het bedrijf in waarde doen stijgen. Maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de salarissen van werkgevers en -nemers zo sterk uiteenlopen, dat het noodzakelijk is deze trend te keren. Niet alleen neemt het verzet tegen de 'exorbitante' salarissen toe, ook wordt duidelijk dat ze slecht zijn voor het bedrijf. Business Ethics (september/december 1999) heeft een aantal cijfers voor de Verenigde Staten: in de laatste zes jaar is het verschil in salariëring tussen werkgevers en werknemers vertienvoudigd. De werkgevers zagen hun loon stijgen met 481 procent, de werknemers met 28 procent. Een onderzoek toont aan, dat bij meer dan de helft van de mensen op de werkvloer de moraal en productiviteit dalen. Maar ook aandeelhouders kunnen zich opeens tegen de topsalarissen keren. Nadat Computer Associates bekendmaakte dat de drie topmanagers samen een bonus van 1,1 miljard dollar ontvingen, zag het bedrijf zijn aandelenwaarde met meer dan dertig procent dalen. Het loon van Amerikaanse werknemers wordt laag gehouden met het argument, dat ze moeten concurreren in de mondiale economie. Maar uitgerekend aan díe kant van de oceaan zijn de verschillen sterker dan in Europa of Azië. Een voorbeeld: het Nederlands-Britse Unilever, één van de meest winstgevende bedrijven ter wereld, zag zijn winst in 1998 stijgen met 124 procent (naar 5,6 miljard dollar). De baas van Unilever verdient jaarlijks 2,4 miljoen dollar - een schijntje vergeleken bij de 52,7 miljoen die zijn Amerikaanse concurrent van Colgate-Palmolive ontvangt.
Het probleem is niet eens zozeer, dat bij sommige mensen zulke hoge bedragen op hun salarisstrookje staan, stelt The Futurist (november 1999). Voetballers en filmsterren verdienen ook veel en dat wordt redelijk geaccepteerd. Het probleem is, dat directies zelfs goed worden betaald wanneer het slecht gaat met het bedrijf en wanneer er ontslagen vallen. Sterker nog, voor dat laatste worden ze beloond wanneer ze opties hebben. Deze waren oorspronkelijk bedoeld om de belangen van de directie en haar aandeelhouders met elkaar te verbinden. Als de aandelenkoers zou stijgen, zou het bedrijf die inkomsten kunnen inzetten om zijn maatschappelijke positie te versterken of zijn werknemers te belonen. Een nobele doelstelling, die in de praktijk anders is uitgevallen. Opties werken namelijk niet. Doordat de beurs nog altijd de neiging heeft om ontslagen te belonen met een hogere waarde voor de aandelen van dat bedrijf, kunnen de directieleden flink bijverdienen wanneer ze aandelen verkopen die meer waard zijn.
Sommigen pleiten ervoor om de verdiensten van werkgevers en -nemers weer dichterbij elkaar te brengen door het hele personeel - dus niet alleen het management - opties te verlenen. Employee ownership: werknemers moeten aandeelhouders van hun onderneming worden, zo heet het. Dat verhoogt de betrokkenheid van werknemers bij hun bedrijf en het laat hen ook delen in de winst waaraan zij zelf een bijdrage leveren. De achterliggende gedachte is, dat op die manier het evenwicht tussen de explosief stijgende (koers)winsten en de personeelssalarissen kan worden hersteld. Voorstanders van dit beleid wijzen er ook op dat de constructie van werknemers als aandeelhouders helpt om uitwassen van het vrije marktmechanisme te beteugelen. Daar waar de invloed van nationale overheden op het bedrijfsleven vermindert door het proces van economische mondialisering, zou een sterkere positie van het personeel binnen de onderneming de belangen van de samenleving moeten waarborgen. Een goede zaak, zou je zeggen, maar Alternatives Économiques (november 1999) plaatst niettemin enkele kanttekeningen. Het blad vermoedt dat directies van ondernemingen op aandeelhoudersvergaderingen liever meer met hun eigen personeel hebben te doen dan met (institutionele) beleggers die lastige vragen stellen en die het management vanuit hun positie meer onder druk kunnen zetten. De vaak gespannen verhouding tussen directies en ondernemingsraden lijkt te onderschrijven dat een evenwichtig partnerschap binnen ondernemingen niet voor de hand liggend is. Alternatives Economiques vraagt zich ook af of werknemers zo blij moeten zijn met (opties op) aandelen van de onderneming waar zij werken. Aandeelhouderschap betekent uitstel van de uitbetaling van salarissen - vooral voor snel groeiende ondernemingen is dat aantrekkelijk. Ook voor het hogere personeel - dat al veel verdient - kan dat aantrekkelijk zijn, maar er zullen veel werknemers zijn die belang hebben bij directe uitbetaling van hun verdiensten. Het blad concludeert kortom dat de aandeelhouder-werknemer niet het meest voor de hand liggende model is op zoek naar evenwichtiger verhoudingen in het bedrijfsleven.
In zijn boek The New Rules of Corporate Conduct: Rewriting the Social Charter (Quorum Books, 2000) voorspelt Ian Wilson wel een toekomst voor werknemer-aandeelhouder. Hij stelt dat gewijzigde economische verhoudingen uitdagen tot aanpassingen in de organisatie van ondernemingen. De toenemende concurrentie dwingt ondernemingen sneller te reageren en die ontwikkeling vraagt om minder afstand tussen directie en werkvloer en om meer gespreide verantwoordelijkheden. Het lijkt erop dat de werknemer-aandeelhouder een concept is dat past bij nieuwe en vernieuwende ondernemingen - zoals bijvoorbeeld het Britse reclamebureau St. Luke's bewijst (zie pagina…). Bij die ondernemingen waar de ondernemingsraad geen noodzakelijk kwaad is, maar een creatief orgaan. Wilson meent dat de uit de hand gelopen salarisverhoudingen verwijzen naar voorbije tijden. De opwaartse spiraal waarin de topsalarissen zijn beland toen bepaalde managementvaardigheden zeldzaam waren en het hogere salaris dat de bekwame directeuren ontvingen ook werd opgeëist door de minder bekwame, zal onder publiek verzet worden gekeerd, schrijft hij. 'Directeuren krijgen 325 keer meer betaald dan de gemiddelde werknemer', heeft hij berekend. 'Zo'n disbalans kán het publiek niet begrijpen. Bedrijven kunnen proberen die statistieken te rationaliseren, maar de emotionele reactie van het grote publiek zal zich verzetten tegen iedere poging daartoe.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.