|
|
Seattle, 30 november 1999
In de vorige Ode stonden wij al uitvoerig stil bij de bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle. Wij berichtten over het uitgebreide verzet tegen de voortgaande liberalisering van de wereldhandel en over de zinnige argumenten voor een meer genuanceerde koers voor de mondialisering van de wereldeconomie. Seattle is in vele opzichten een symbolisch moment geweest. Daarom staan wij nog een keer uitvoerig stil bij de bijeenkomst. Ditmaal in de vorm van een ooggetuigenverslag van Paul Hawken, vooraanstaand verkenner van de weg naar het samengaan van milieu en economie en auteur van onder meer The Ecology of Commerce en Natural Capitalism.
Toen ik mijn ogen weer open kon doen, zag ik naast mij een jongeman van hooguit twintig jaar liggen. Hij was in shock, maakte krampachtige, ongecontroleerde bewegingen en lag te trillen. Hij was van dichtbij met traangas en peperspray bewerkt. Zijn brandende ogen waren stijf dichtgeknepen en hij haalde onregelmatig en schokkend adem. Even later gleed hij van een folterende pijn weg in een diepe bewusteloosheid, drijfnat van het water dat over hem heen was gegooid om zijn ogen schoon te spoelen.
Dit is wat ik mij herinner van het geweld. Geweld waarvan nauwelijks sprake was, tot de politie demonstranten begon aan te vallen, die dinsdag in Seattle. Michael Meacher, minister van milieuzaken van het Verenigd Koninkrijk, zei later: 'Wij hadden geen rekening gehouden met de politie van Seattle, die het in haar eentje voor elkaar kreeg een vreedzaam protest in een regelrechte opstand te laten ontaarden.' De politie bleef - in tegenstelling tot wat burgemeester Paul Schell de televisiekijkers die hele dag trots verzekerde - niet op afstand. Integendeel, zij beschoot de demonstranten met rubberkogels - nog iets wat Schell de hele dag bleef ontkennen. Uiteindelijk werden er meer woorden en filmbeelden gewijd aan kapotte ruiten dan aan kapotte tanden.
Toen ik - na de aanval met traangas en peperspray - mijn weg langs Sixth Street wilde vervolgen, zag ik niets meer. Anita Roddick (oprichtster van The Body Shop, red.) nam mij onder haar hoede. Als je ogen niets meer registreren, nemen je oren die taak over en ik kon dan ook haarscherp horen. Ik hoorde woede, ontzetting en angst. Voor veel mensen, inclusief de politie van Seattle, was dit hun eerste protestactie. Demonstranten die nota bene anti-gewelddadigheidstrainingen hadden gevolgd, waren verbijsterd over het politiegeweld. Ik hoorde jonge stemmen waarin ongeloof en verwarring doorklonk. De demonstranten waren studenten, docenten, geestelijken, advocaten en medisch personeel. Zij hadden borden bij zich met teksten tegen het geweld op Birma en waren gekleed als vlinders.
Meer dan zevenhonderd organisaties en tussen de veertig- en zestigduizend mensen namen deel aan het protest tegen de WTO-top. Deze groepen en individuen ervaren een golf van verlies van mensenrechten en recht op arbeid in de hele wereld. Seattle was niet het eerste, maar wel het meest opzienbarende protest van burgers die worstelen met een wereldwijde oligarchie, gefinancierd met bedrijfskapitaal - of beter gezegd: een plutocratie, een heerschappij van het grote geld. Oligarchie en plutocratie zijn geen neutrale termen. Ze worden vaak gebruikt om landen te beschrijven waar een kleine groep rijken de macht heeft. Maar daarmee worden nooit landen uit de 'Eerste Wereld' bedoeld - nooit landen als de Verenigde Staten, Japan, Duitsland of Canada - terwijl de WTO op dit moment hard bezig is om zo'n bedrijfsheerschappij van multinationals stevig in het zadel te helpen.
Nu al bezitten de tweehonderd topbedrijven van de wereld twee keer zoveel bedrijfsmiddelen als tachtig procent van de totale wereldbevolking. Deze splitsing en concentratie van rijkdom neemt alleen maar toe. Wereldwijd opererende ondernemingen vertegenwoordigen een nieuw imperium - of ze zich dat nu bewust zijn of niet. Zij hebben enorme hoeveelheden kapitaal tot hun beschikking, waarmee zij politici en publiek kunnen beïnvloeden waar en wanneer dat maar nodig is. Hierdoor vormen zij een bedreiging voor alle democratische instellingen. Een wereldwijde vrijhandel is een ware tirannie en ondermijnt de eigen cultuur en samenleving van een land.
De toonaangevende media - die altijd al problemen hebben met de berichtgeving over welk protest dan ook - hadden het nu helemaal moeilijk om aandacht te besteden aan zowel de thema's van de WTO-top als die van de actievoerders. Een columnist van de New York Times omschreef de demonstranten venijnig als 'een ark van Noach vol laag-bij-de-grondse advocaten, vakbondsleden en yuppen, op zoek naar het "jaren-zestig-gevoel".' Maar dat kwam niet overeen met de waarheid. Het waren goed opgeleide, vastbesloten en overtuigde mensen. Het waren mensenrechtenactivisten, vakbondsleden, priesters, staalarbeiders en boeren. Het waren groene activisten, mensen uit de milieubeweging, maatschappelijk werkers, studenten en docenten. En zij wilden dat de WTO naar hen luisterde. Zij spraken namens een wereld die er niet beter op is geworden door de vrije wereldhandel. Een wereld waarin de inkomensverschillen razendsnel groeien. Waarin de kloof tussen arm en rijk de afgelopen dertig jaar twee keer zo groot is geworden. Zesentachtig procent van de wereldgoederen gaat naar de rijkste twintig procent van de mensen, de armste vijf procent krijgt slechts één procent van alle goederen op de wereld.
Deze vrije wereldhandel creëert grote kapitaalconcentraties in de financiële en industriële centra in het rijke Westen. En omdat de mensen die zo'n vrije wereldhandel voorstaan zelf in dit soort centra wonen, spreekt het voor zich dat zij daar alleen maar de voordelen van zien. De demonstranten en activisten die naar Seattle kwamen, zijn niet tegen handel. Wel willen zij concrete bewijzen die aantonen wanneer en hoe de vrije handel - zoals de WTO die voor ogen heeft - voordeel oplevert voor arbeiders en producenten in de landen buiten het Westen. Die bewijzen zijn er wat hen betreft gewoon niet. Aanhangers van een vrije wereldhandel kunnen hun bewering dat open grenzen, lage handelstarieven en handelssubsidies ten goede komen aan de armste drie miljard mensen in de wereld, gewoonweg niet onderbouwen.
Op die dertigste november liep ik 's ochtends naar het conferentiecentrum. Ik hoorde trommels, gezang, sirenes en kreten. Voor mij zag ik duizenden demonstranten. Tegenover hen stond een kordon van oproerpolitie met gasmaskers en wapenschilden, een overvalwagen en waterkanonnen. Met dat politiekordon probeerde men demonstranten tegen te houden die zich wilden aansluiten bij de actievoerders die de ingang van het centrum blokkeerden. Op dat moment waren de politieagenten nog redelijk ontspannen. Voor ons krioelde het van de mensen. Er liep een groepje anarchisten, gekleed in zwarte broeken, met zwarte zakdoeken om hun nek, zwarte bivakmutsen op hun hoofd en kaplaarzen aan, één van de twee groepen die opvielen door hun kleding. De andere groep bestond uit ongeveer driehonderd kinderen, kleurig gekleed in schildpadkostuums. Deze vrolijke kostuums vormden een serieuze aanklacht tegen de WTO. Toen de Verenigde Staten probeerden de invoer van garnalen te blokkeren, omdat die in dezelfde netten werden gevangen waarin elk jaar 150 duizend zeeschildpadden terechtkwamen en verdronken, noemde de WTO deze blokkade 'omstreden' en 'niet gerechtvaardigd'. Tot nu toe wordt bij elk geschil in de WTO op het gebied van milieu in het geheim overlegd door de zogenaamde geschillenbeslechtingpanels. Hun besluit is steeds uitgevallen in het voordeel van het bedrijfsleven en in het nadeel van het milieu. De panelleden worden geselecteerd uit advocaten en regeringsambtenaren die geen enkele kennis hebben van biologie, milieu, sociale wetenschappen of antropologie.
De openingsceremonie voor de derde ministeriële top van de WTO zou die ochtend plaatshebben in het Paramount Theater naast het conferentiecentrum. De politie had het theater rondom afgezet met metrobussen die bumper aan bumper stonden. Actievoerders omsingelden op hun beurt de buitenkant van deze stalen cirkel. Het theater zelf was zo goed als leeg. Een vertwijfelde burgemeester Schell stond naast het podium. Omdat geen van de aangekondigde sprekers aanwezig was, liepen Kevin Danaher, Medea Benjamin and Juliet Hill van de organisatie Global Exchange naar het spreekgestoelte. Het drietal stelde voor in de tussentijd een discussie te voeren. Een niet-gouvernementele organisatie (NGO) had een conceptovereenkomst over de nadelen van een vrije wereldhandel opgesteld en de drie vertegenwoordigers dachten dat het een goed moment was om dit voorstel te presenteren, ook al bevond zich maar een handjevol afgevaardigden in de hal. Hoewel zij alle drie officiële WTO-deelnemers waren, werd de geluidsinstallatie razendsnel uitgezet, werden hun armen op hun rug gedraaid en kregen zij handboeien om. Medea liep daarbij een gekneusde pols op. Ze werden alle drie van het podium gesleept en gearresteerd.
Dit voorval was tekenend voor de manier waarop de WTO al vanaf de oprichting in 1995 te werk gaat. Het luisteren naar mensen is niet haar sterkste punt. De WTO lapt lokale handelsregels en wetten zonder enige consideratie aan haar laars. Men probeert rigoureus elke belemmering op de vrije handel in alle landen weg te nemen en bemoeit zich met de fabricage van een product, de fabrikant zelf en de distributie. Zo ontneemt de WTO feitelijk de afzonderlijke landen en regio's de mogelijkheid om hun eigen normen en waarden te hanteren en te beslissen welke handelsregels zij wel of niet ondersteunen.
Kinderarbeid, gevangenisarbeid, slavenarbeid, onderbetaling en slechte arbeidsomstandigheden kunnen op deze manier dus nooit een criterium zijn voor het selecteren van goederen die een land binnenkomen. Ook worden het vernietigen van het milieu, het verlies van de natuurlijke omgeving, het toepassen van productieprocessen waarbij giftig afval vrijkomt en de aanwezigheid van transgene materialen of synthetische hormonen op deze manier niet meegewogen bij de beslissing bepaalde goederen wel of niet in te voeren. Als de hele wereld hierover zou kunnen stemmen op de top van de WTO, zou dit voorstel het dan halen? Geen van de 135 lidstaten van de WTO heeft een referendum gehouden om te peilen of hun inwoners dit idee ondersteunen. De afgevaardigden die bij elkaar wilden komen in de Groene Kamers van het conferentiecentrum in Seattle, waren dan ook geen gekozen leden. Zelfs WTO-voorzitter Michael Moore is nooit gekozen.
Terwijl de vertegenwoordigers van Global Exchange het zwijgen werd opgelegd, werkte het Direct Action Netwerk (DAN) buiten het conferentiecentrum geheel volgens plan. Het idee was simpel: zet groepjes getrainde, vreedzame activisten op sleutelposities in de stad en de afgevaardigden kunnen geen kant op. DAN had gehoopt op vijftienhonderd deelnemers, er kwamen er meer dan tienduizend. Alle deelnemers waren het erover eens, dat ze geen fysiek of verbaal geweld zouden gebruiken, geen wapens en geen alcohol of drugs. Er waren geen charismatische leiders die orders blaften en er was geen bevelstructuur. Niemand was de baas. De politie van Seattle zei achteraf niet voorbereid te zijn op geweld in deze omvang, maar in feite was zij niet voorbereid op een netwerk van vreedzame demonstranten die maar één doel voor ogen hadden: de top van de WTO te laten mislukken.
De frustratie bij de betrokken ministers zoals de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Madeleine Albright, was groot, evenals bij het promotieteam van president Clinton. De WTO-top had een feest moeten worden, een overwinning, de kroon op het werk van de Clinton-regering, hét moment om te laten zien dat de Democraten erin waren geslaagd hun vrijhandelspolitiek gestalte te geven, waarop de multinationals wereldwijd zaken konden gaan doen. Want als er overeenstemming werd bereikt over de voorstellen op de WTO-top, zou Europa bijvoorbeeld niet langer de invoer van genetisch gemanipuleerde groenten kunnen blokkeren of eisen dat deze groenten van een speciaal etiket moeten worden voorzien. Zij zouden akkoord moeten gaan op straffe van vervolging en boetes. Sommige WTO-voorstellen bevatten regelingen die ruimte bieden om al het water in de wereld te privatiseren. Het zou ondernemingen de kans geven om patent te krijgen op alle levensvormen, zelfs op genetisch materiaal dat al duizenden jaren in bepaalde culturen wordt gebruikt. Indiase generaties boeren, die al meer dan duizend jaar groenten verbouwen in hun vallei, zouden dan moeten betalen voor het water dat ze gebruiken. En ze zouden noodgedwongen zaaigoed moeten kopen, veredeld en verbeterd door hun voorouders, bij bedrijven die de zaden zo hebben bewerkt dat ze alleen tot wasdom komen bij het gebruik van bepaalde voedingsstoffen die de boeren er dan bij moeten kopen. Als dit ooit gebeurt, gaan de grote organisaties die genetisch manipuleren met zaden en water privatiseren, heel veel geld verdienen. Maar wat krijgen die Indiase boeren?
Maar het glorieuze moment voor de Democraten en de multinationals kwam niet. De WTO-top kon niet beginnen. Overal waren demonstranten en politieagenten die eruit zagen als een stel gemaskerde Hollywood-karikaturen die gebukt gingen onder hun zware bewapening. Zij leken meer op getrainde soldaten van het Amerikaanse leger dan op agenten die hun ronde deden. Tussen hen in liepen speciale eenheden van de FBI, de geheime dienst en zelfs van de CIA.
Om tien uur die ochtend schoot de politie de eerste zeven bussen traangas de menigte in. De witte wolken zweefden langzaam de straat in. De zittende demonstranten werden bedwelmd, maar bleven zitten waar ze zaten. Toen kwamen de wapenstokken en de rubberkogels. Ik stond tussen een paar honderd mensen in die het hotel hadden omsingeld, armen in elkaar verstrengeld. We bleven zo lang kijken als we konden, totdat het traangas ons het zicht benam. De politie duwde en mepte zich een weg door de mensen voor en achter ons. We hadden onze gezichten bedekt met stukken kleding. Vlak voordat wij onze ogen dicht moesten doen, vingen we glimpen op van mensen voor ons die in elkaar werden geslagen. Het traangas was een mist, waarin mensen langzaam bewogen in een macabere dans van angst, pijn en verzet. De gemaskerde agenten sloegen, duwden en gebruikten hun wapenstokken als speren. We gingen zitten, bogen ons voorover en hielden elkaar nog steviger vast. Het traangas was inmiddels zo dik dat wij onze ogen niet meer open konden doen. Toen werden onze hoofden een voor een achterover gerukt en werd er peperspray in elk oog gespoten. Net als haarlak bij de kapper. Sssst. Sssst.
Er werden zulke enorme hoeveelheden traangas, rubberkogels en peperspray gebruikt, dat in de namiddag de voorraden opraakten. Wat leek op een tijdelijke wapenstilstand was een noodgedwongen pauze, omdat de politiemacht al zijn middelen had verbruikt. Agenten stroopten de omliggende districten af naar traangas, spray, granaten en andere munitie. Terwijl de politie zich opnieuw bevoorraadde, kwam er van het Witte Huis bericht dat de binnenstad van Seattle beter moest worden beveiligd - anders werd de WTO-top afgeblazen. In de late namiddag kondigden de burgemeester en de politiecommissaris aan, dat er vanaf zeven uur 's avonds een avondklok gold. Er werden gebieden aangewezen waar actievoerders zich niet mochten vertonen en de noodtoestand werd afgekondigd. De politieagenten van Seattle waren inmiddels doodmoe en gefrustreerd. In de uren die volgden, veranderden zij de binnenstad in een Amerikaans Beiroet.
Dinsdagochtend waren het de politiecommandanten die buiten hun boekje gingen en bevel gaven vreedzame demonstranten te lijf te gaan met traangas en peperspray. 's Avonds waren het de agenten die hun zelfbeheersing verloren. Hun opgekropte woede kwam tot een uitbarsting, demonstranten kregen keiharde knietjes en werden in hun kruis getrapt. Ondanks het steeds verder afnemende aantal demonstranten waren er in de avond nog zo'n vijftienhonderd over - een harde kern van actievoerders die stand hielden - vlak voor een zwaarbewapende politiemacht bleven zitten, vredestekens maakten en zich vrijwillig onderwierpen aan het geweld van traangas, peperspray en wapenstokken. Als zij zich moesten laten behandelen door een van de aanwezige artsen, namen anderen hun plaats in. Elk televisiekanaal vertoonde live-beelden van de demonstratie. Die lieten verwilderde, razende en ongemanierde politieagenten zien. De kijkers geloofden hun ogen niet. Passerende metrobussen vol met passagiers werden bestookt met traangas. Agenten spoten peperspray in de ogen van burgers en omstanders. En de burgemeester van Seattle verscheen die avond op televisie om te melden, dat hij ging doen wat hij als demonstrant uit de jaren zestig nooit voor mogelijk had gehouden: de hulp van het leger inroepen.
Op die dag stond het groepje anarchisten in het middelpunt van de belangstelling. Het waren er ongeveerd honderd en zij hadden zich gewapend met koevoeten, hamers en rotte eieren. Zij richtten hun woede op multinationale ondernemingen, die zij beschouwen als profiteurs van onderdrukking, uitbuiting van arbeiders en het stelselmatig laag houden van lonen. Zij geloven niet, dat zij in een democratie leven en zijn ervan overtuigd, dat het vernielen van andermans eigendommen zoals ruiten en vlaggen een geaccepteerde vorm van protest is en dat een actie pas gewelddadig is als er mensen bij gewond raken. Voor deze zwarte horde is het vernielen van ruiten een manier om de betovering van de kapitalistische overheersing te verbreken, een poging om de gladde, fraaie façade die bedrijfscriminaliteit en geweld verdoezelt, te slechten. En dat was dan ook precies wat zij deden op die dinsdag in Seattle. Journalisten deden precies wat ik net deed in deze laatste alinea: rapporteren over de wensen van de demonstranten en verhalen over de materiële schade veroorzaakt door een splintergroepering van de veertigduizend demonstranten.
Woensdagavond om negen uur had de politiemacht zijn taak volbracht en was de binnenstad schoongeveegd. Maar de agenten, onder wie een aantal nieuwe rekruten uit omliggende plaatsen, wilden helemaal niet stoppen. Zij achtervolgden demonstranten tot in buurten waar het verschil tussen actievoerders en gewone burgers vervaagde. Agenten begonnen omstanders aan te vallen, inwoners van de stad en forensen. Zij waren volledig buiten zinnen en hadden elke controle verloren. Toen president Clinton zich van het vliegveld naar het conferentiecentrum spoedde om half twee 's nachts, reed zijn limousine door een door de politie omsingelde stad met gebroken glas, dichtgetimmerde ramen en rondcirkelende helikopters. Hij was te laat, het draagvlak voor de WTO-top was die middag langzaam maar zeker opgelost.
In de dagen erna gingen overrompelde journalisten aan het werk en sponnen een web van verzonnen mythes en fabels. Zij ventileerden hun versluierde woede in hun nieuwskolommen en staken de beschuldigende vinger uit naar brutale, verwende, blanke kinderen die niet begrepen waar het werkelijk om ging bij de WTO-top. Zoals verwacht overheersten de verhalen van het groepje anarchisten. Misleide demonstranten vertelden in interviews hoe ze zich hadden laten meeslepen. En al die actievoerders waren natuurlijk tegen wereldhandel, schreven de kranten. Wat de meerderheid van de media op een vaak discutabele manier op deze tienduizenden vreedzame actievoerders projecteerde, was dat deze bang waren voor een wereld zonder grenzen, dat zij meer regels wilden, dat zij de WTO de schuld geven van alle problemen in de wereld, dat zij tegen integratie op wereldniveau zijn, dat zij tegen handel zijn, dat zij onwetend zijn van en ongevoelig voor de noden van de armsten in de wereld en dat zij anderen willen vertellen hoe zij moeten leven. De lijst is lang en tendentieus.
Geconfronteerd met zoveel verschillende opvattingen, kun je je afvragen, of de juiste vraag nog wel wordt gesteld. De vraag die naar voren wordt gebracht door internationale ondernemingen is, hoe de handelsregels in de hele wereld meer uniform kunnen worden. Maar de juiste vraag is - volgens mij - hoe je regels juist gedifferentieerder kunt maken, zodat verschillende culturen, steden, volken en landen allemaal optimaal kunnen profiteren van een vrije wereldhandel. Degenen die meeliepen in de protestmarsen zijn tegen een vrije wereldhandel, maar zijn niet noodzakelijkerwijs ook tegen internationalisering van de handel. De econoom Herman Daly heeft al lange tijd geleden het verschil tussen beide begrippen aangegeven. Internationalisering betekent handel drijven tussen landen. Terwijl vrije wereldhandel verwijst naar een systeem waar uniforme regels voor de hele wereld gelden, een wereld waarin kapitaal en goederen willekeurig worden gedistribueerd zonder enige inbreng en sturing van de afzonderlijke landen. Landen die, met al hun beperkingen, hun eigen handelsregels opstellen. Degenen die zich daaraan willen houden, kunnen zaken doen met dat land. Maar de meeste landen maken daar massaal misbruik van, waarbij de Verenigde Staten de grootste overtreder van andermans regels is. Toch biedt juist dit bestaande systeem van individuele handelsregels in een democratische samenleving mensen de ruimte om hun eigen beleid uit te stippelen, beslissingen te beïnvloeden en hun toekomst te bepalen. Vrije wereldhandel vernietigt de invloed van land, staat, regio en dorp. Het opheffen van landsgrenzen lijkt een goed idee, maar het tegelijkertijd opheffen van de onafhankelijkheid van dat betreffende land is een slecht idee.
Vrije wereldhandel leidt tot een concentratie van enorme rijkdommen binnen grote multinationale ondernemingen. Deze giganten vernietigen het sociale kapitaal, verstoren de balans in lokale systemen en laten één grote culturele eenheidsworst in hun kielzog achter. Landen die onderling zo verschillend zijn als bijvoorbeeld Mongolië, Bhutan en Oeganda, hebben dan geen keuze meer en moeten bedrijven als Burger King en Pizza Hut binnen hun grenzen toelaten. Hun eventuele weigering zou onder de nieuwe WTO-handelsregels kunnen worden genegeerd.
In die nieuwste WTO-voorstellen worden alle regeringen opgeroepen hun marktwerkingsbeleid open te stellen voor buitenlandse, multinationale ondernemingen. In dat geval kunnen lokale overheden niet langer inkopen bij de leveranciers van hun keuze. En kunnen regeringen worden gedwongen tot het privatiseren van de gezondheidszorg en buitenlandse bedrijven toestemming geven nationale gezondheidsprogramma's in hun land aan te gaan bieden. Wat weer kan leiden tot privatisering en aanpassing van het onderwijs of het belemmeren van culturele kunst en reclame-uitingen of het gebruiken van commercialisering als handelsbarrière. Gevolg hiervan kan zijn, dat een ongelimiteerde wereldhandel de zelfstandigheid van een land vernietigt, want de kleine nationale en lokale bedrijven kunnen zelden concurreren met de rijke, internationale bedrijven die een marktaandeel willen veroveren in plaats van winst maken. Op deze manier worden ontwikkelingen in een bepaalde regio ondergeschikt gemaakt aan ondernemingen op afstand, waarbij het grootste deel van het regionale inkomen naar buitenlandse in plaats van naar eigen producten gaat.
Wat in Seattle een gezicht kreeg, waren de details, de drama's, verhalen, de mensen en marionetten, die tot nu toe altijd genegeerd zijn door banken, diplomaten en rijken. Topmanagers van wereldbedrijven denken iets van onschatbare waarde te hebben ontdekt, een schat die zo onuitputtelijk is, dat iedereen op de hele wereld ervan zal profiteren. Het is de schat van de onbelemmerde commercie die zich in een enorm tempo als een olievlek uitbreidt over de hele wereld. Net als de romantische liefde; licht, schitterend, perfect en onaantastbaar. Maar in Seattle kwam deze snelheid in botsing met de trage tijd van de rest van de samenleving en cultuur. De schildpadden, boeren en priesters waren niet uitgenodigd en dat hoeft ook niet, want zij zijn de schaduwzijde die niet kan worden genegeerd en die de WTO, en al haar opvolgers, zal blijven achtervolgen en najagen zolang ze bestaan. De tegenstanders van een vrije wereldhandel zullen er altijd zijn en elkaar overal ontmoeten, zelfs in landen met een totalitair regime waar geen vrijheid van meningsuiting is. Ze zullen aanwezig zijn in de dromen van afgevaardigden op de bovenste verdiepingen van willekeurig welk luxe hotel. Zij zullen de persagenten bestoken die zo stellig beweren dat het toevoegen van de genen van schorpioenen aan ons voedsel goed is. Wat zich verzamelde rond het conferentiecentrum in Seattle, was alles wat de WTO gemakshalve altijd achter zich had gelaten.
Een oude legende uit de traditie van de Inuit-indianen verhaalt over een man die aan het vissen is in een baai. Als een stevige ruk aan de lijn van de visser zijn kajak naar zee trekt, denkt de man dat hij de allergrootste vis heeft gevangen die er rondzwemt - een vis zo groot dat hij er weken van kan eten, een vis zo vet dat die hem alleen nog voorspoed zal brengen, een vis die zo groot is dat het hele dorp zich zal verbazen over zijn moed. Maar terwijl hij denkt aan de roem en de rust die hem te wachten staat, blijkt hij de Skelettenvrouw te hebben gevangen, een vrouw die zich lang geleden van de rotsen wierp en daarna door iedereen werd vergeten. Een door de vissen aangevreten karkas dat op de bodem van de zee lag en nu vastgedraaid zit in zijn vislijn. De Skelettenvrouw zit zo verstrikt in zijn lijn, dat zij achter hem aan sleept waar hij ook gaat. Ze wordt over het water meegesleurd, over het strand zijn huis in, waar de man volslagen wanhopig instort.
In een andere versie van deze legende van Clarissa Pinkola Estes heeft de visser een vrouw gevangen die de dood en het leven verbeeldt, een geest die ons eraan herinnert dat elk begin ook een einde betekent, dat voor alles wat wordt genomen, iets moet worden teruggegeven, dat de aarde cyclisch is en respect verdient. De visser die medelijden met de Skelettenvrouw krijgt, maakt haar voorzichtig los, buigt al haar kromme botten weer recht en valt daarna in een diepe slaap. 's Nachts sleept zij zich over de grond naar hem toe, drinkt de tranen van de dromende visser en er groeit nieuw vlees aan haar skelet en ze krijgt een hart en een lijf.
Deze legende is op zowel deze visser als de vrije wereldhandel van toepassing. De voorstanders van de nieuwste WTO-voorstellen willen nog meer gemanipuleerd voedsel, nog snellere vliegtuigen, nog meer computers en nog meer kunstmatig groene golfterreinen. Zij accepteren geen belemmeringen en zien geen ondergrens. Maar het leven komt altijd samen met de dood, met een rekening die dient te worden vereffend, zij zijn elkaars gezelschap, onafscheidelijk en snel. De expansiedromen van een toekomstige, wereldwijde rijkdom kwamen perfect samen in de persoon van Bill Gates, 's werelds rijkste man en vice-voorzitter van het welkomstcomité in Seattle. Maar ook de Skelettenvrouw dook op in Seattle, als een ongenode gast, en de illusie van welvaart, rijkdom, onbegrensde groei en uitbreiding schrompelde ineen voor het oog van de wereld. Dansend, drummend, schreeuwend, marcherend, gekleed in het zwart met een symbolische doodskist die de wereld verbeeldde, trok zij in de nacht door de natte, naar zwavel stinkende straten. Zij kon niet worden vermoord of vernietigd, hoeveel traangas, peperspray of rubberkogels ook werden gebruikt. Ze bleef terugkomen, ging voor de politie zitten en hief haar handen met het vredesteken, ze werd geschopt en vertrapt en het maakte allemaal niets uit. De Skelettenvrouw maakte de afgevaardigden en de rijke landen duidelijk, dat zij de wereld niet mogen hebben. Die is niet te koop. De illusie van een wereldwijde heerschappij moet sterven, zoals elke illusie eens sterft. De Skelettenvrouw was daar om duidelijk te maken dat als het bedrijfsleven zaken wil doen met de hele wereld, het die wereld moet erkennen en respecteren met al haar levensvormen en al haar bewoners. De Skelettenvrouw eist dat de WTO eindelijk eens volwassen wordt en de moed heeft om te luisteren, sterk genoeg is om te buigen en edelmoedig genoeg om niet alleen te nemen, maar ook te geven. De Skelettenvrouw is omhooggekomen uit de diepte. Zij heeft haar ogen, stem en spiritualiteit weer terug. Ze is overal in de wereld en geen van haar dromen is hetzelfde. Zij ziet een wereld waar kinderen niet op straat leven, zij gelooft in het recht van elk mens om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Zij ziet een wereld waarin het doden van mensen geen zaak maar een misdrijf is, waar gezinnen niet verhongeren, waar vaders werk hebben, waar kinderen niet worden verkocht. Een wereld waar vrouwen niet tot armoede worden veroordeeld, want zij zijn boven alles moeders en geen hoeren. Zij ziet een toekomst waar geen plaats is voor mensen die patent hebben op zaden, dieren of fabricageprocessen, voor mensen die verslaafd zijn aan geld of aandeelhouders die eigenaar zijn van al het water in de wereld. Zij droomt dromen van trage tijden en zij is geduldig. Zij laat zich de mond niet snoeren en laat zich ook niet meer teruggooien in zee.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.