|
|
Satish
Zijn reis begon in India als monnik. Ooit liep hij de wereld rond om de vrede te bevorderen. Tegenwoordig leidt hij een van de parels van Ode's onderstroombladen, het Britse Resurgence. De inspiratie van het gemoedelijke, maar vastberaden idealisme van Satish Kumar.
In de regen klauter ik tegen een heuvel op. Aan mijn linkerhand de groene verten van het Engelse platteland, naar rechts de woeste kustlijn. Ik probeer Satish Kumar bij te houden, een gewezen monnik die ooit de halve wereld over liep om te pleiten voor ontwapening en ineens wordt de lucht
verscheurd door een gigantische dreun. Het klinkt alsof een onvoorstelbaar zware onweersbui recht op ons afkomt. Ik blijf stokstijf staan, midden op het modderpad. En dat doet Satish ook, die voor me loopt, en June Mitchell, zijn vrouw, vlak achter me.
'Wat is dat nou?' schreeuw ik en zoek de grijze lucht af naar bliksem. 'De Concorde', zeggen ze in koor. 'Die komt vaak precies hier Engeland binnen op zijn vlucht van New York naar Londen', legt June uit. Ik kijk omhoog naar Satish, die fronst in de richting van het vliegtuig. Hij heeft zijn hele leven gewijd aan pogingen om de wereld bij te brengen dat er meer is in het leven dan rijk zijn, snel, op de hoogte, en technologisch op voorsprong. Dit moet een onaangename herinnering zijn aan dat waartegen hij zich verzet. Ik kijk toe hoe hij zijn aandacht verlegt van de lucht naar de klotsende zee en dan de draad van ons verstoorde gesprek weer oppakt. 'Zwerven door de natuur is een van de dingen waarmee ik me voed', zegt hij, terwijl we met grote passen naar de top van een heuvel klimmen. 'Het vervult me met energie om te blijven doen wat ik graag doe.'
Satish wordt gerekend tot de toonaangevende spirituele denkers van Engeland. Hij heeft een aanzienlijke hoeveelheid energie nodig. Hij heeft zich ertoe gezet om niets minder te doen dan de wereld bewuster te maken van de schoonheid, het mysterie en de onderlinge verbanden van alles wat er is en die wereld minder gefixeerd te laten zijn op hiërarchie, wedijver en aanzien. Hij geeft samen met June al vijfentwintig jaar het tijdschrift Resurgence uit, volgens The Guardian 'het artistieke en spirituele vlaggenschip van de milieubeweging'. Ze opereren vanuit een volmaakt stenen pannenkoekenhuisje, overwoekerd door klimop en omgeven door een grote tuin.
En hij werkt mee aan het bestuur van een instituut dat de holistische beginselen van onderwijs in praktijk brengt, een alternatieve school in het dorpje waar hij woont en een uitgeverij - alle drie heeft hij ze zelf gesticht. Hij geeft over de hele wereld lezingen over diverse onderwerpen en gaat in februari en maart een tournee maken door de Verenigde Staten om de nieuwe Amerikaanse uitgave te promoten van zijn autobiografie Path without destination (Eagle Brook/William Morrow). Hij mag Prins Charles tot zijn aanhangers rekenen en hij is door diens Prince of Wales Institute for Architecture al vier keer uitgenodigd om een lezing te houden over spiritualiteit in de architectuur.
In tegenstelling tot vele ijveraars voor hoogstaande doelen leiden Satish en June werkelijk het eenvoudige bestaan dat ze aanbevelen. Zij ontvangt een bescheiden salaris van het tijdschrift en hij van zijn instituut. Hij geeft lezingen voor wat iemand maar te bieden heeft boven de prijs van een treinkaartje of vliegtuigticket. De hypotheek op hun huis met een kleine hectare grond wordt betaald uit een fonds van donateurs van Resurgence. Gemeten naar elke denkbare economische norm van de moderne wereld zijn ze arm en toch is het praktisch onmogelijk om niet jaloers te zijn op hun leven. Het eten komt doorgaans zó uit eigen tuin. In hun eeuwenoude landhuisje zit geen centrale verwarming, maar het is er net zo gerieflijk als in elke andere woning waar ik ooit binnen ben geweest. Het is rijkelijk voorzien van meubilair, kookgerei en beeldende kunst die de fraaie stijl van het platteland ademen waar tegenwoordig reeksen tijdschriften naar streven. Er staat een lange tafel midden in de keuken onder de houten balken, waar vrienden en familie aanschuiven bij de Indiase maaltijden van Satish en de toetjes van June. Het voelt als het middelpunt van de hele kosmos.
Hoewel het meeste werk aan het tijdschrift wordt verricht in een omgebouwde stenen schuur op een paar stappen afstand van de voordeur, fungeert de woonkamer eveneens als kantoor voor Satish. Hij gaat aan het grote houten bureau zitten tijdens ons gesprek. 'Mijn kerngedachte is dat we het bewustzijn van mensen moeten veranderen', zegt Satish. Hij is klein van stuk, pezig en verzorgd gekleed, met een grijs puntbaardje en vlammende bruine ogen. 'We gaan gebukt onder de macht van het hedendaagse bewustzijn, wat inhoudt dat we bezeten zijn van vooruitgang. Waar je ook bent gekomen, het is nooit goed genoeg. We willen steeds maar iets bereiken, in plaats van iets te beleven. Tegengesteld hieraan is een spiritueel bewustzijn. Daarmee bedoel ik, dat je een verrukking vindt in elke handeling die je uitvoert en niet alleen maar in het resultaat van die handeling.'
'Spiritueel bewustzijn is geen speciale religie,' voegt hij daaraan toe, 'maar een manier van zijn.' In de passage waar hij de uitgangspunten ervan toelicht in Path without destination, vertaalt hij een mantra die Mahatma Gandhi componeerde voor meditatie in de ochtend en de avond:
Geweldloosheid, waarheid, niet stelen;
Heilige seks, niet consumeren;
Fysieke inspanning;
Vermijden van slechte smaak;
Niet bevreesd zijn, ontzag voor elke religie;
Plaatsgebonden economie en respect voor elk levend wezen;
Nederigheid, liefde en toewijding.
'Deze beginselen zijn geen dwingend voorschrift', schrijft Satish. 'Het is niet iets dat je zweert te zullen doen. Het zijn doelstellingen en een bron van inspiratie. Ze zijn als goede voornemens die je uitspreekt op Oudejaarsavond... '
'Al lijken zulke gedachten misschien buitenissig, je vergist je als je Satish onderschat', zegt Richard Boston, die al jaren bevriend met hem is. 'Zijn mildheid gaat gepaard met een ijzeren wil', zegt Boston. 'Zijn plannen zijn ogenschijnlijk absurd omdat hij een Utopia schetst, maar in de praktijk blijken ze prima uitvoerbaar. Hij is aanzienlijk koppiger, slimmer en handiger dan hij op het eerste gezicht lijkt.'
Ik weet waar hij het over heeft. Er is een weinig urgente, maar toch belangrijke reden waarom ik nu in Engeland ben en achter Satish aansjok door dit modderige landschap: ik wil begrijpen wat me ertoe bracht om een column te schrijven voor Resurgence waarvoor ik geen cent betaald krijg. Het inkomen dat ik als freelance schrijver verdien, maakt een aanzienlijk deel uit van ons gezinsbudget. Maar toen Satish, die ik nooit eerder had gesproken, enkele jaren geleden contact met me opnam om de 'Brief uit Amerika' voor zijn tijdschrift te schrijven, stemde ik onmiddellijk toe zonder zelfs maar aan geld te denken. Nee zeggen tegen Satish, die Engels spreekt met een Indiaas accent dat sierlijk en melodieus van zijn tong rolt, zou je het gevoel geven dat je een prestigieus en haast onbereikbaar eerbetoon zou afwijzen. Niemand wiens werk wel eens in Resurgence is gepubliceerd, heeft ooit een stuiver voor zijn inspanningen ontvangen en op die lijst staan beroemdheden als Václav Havel, Gary Snyder, Ted Hughes, James Hillman, Winona LaDuke, Wendell Berry, Susan Griffin, Ivan Illich en Noam Chomsky.
Enkele van deze zelfde mensen geven les aan het Schumacher College, dat Satish heeft gesticht in 1991 met behulp van de Dartington Trust, een educatieve stichting. Het instituut is genoemd naar E.F. Schumacher, de visionaire econoom die de grensverleggende bestseller Small is Beautiful schreef, deels gebaseerd op artikelen die daarvoor waren gepubliceerd in Resurgence. De school biedt volwassen studenten cursussen aan van één tot vijf weken over spirituele en ecologische onderwerpen. De academie is gevestigd in een herenhuis uit de veertiende eeuw op het landgoed van Dartington, in het zuidwesten van Engeland. Studenten uit de hele wereld worden er in staat gesteld om zich in de leerstof te verdiepen en nieuwe ideeën te bespreken in de klas, tijdens het eten, de afwas, en buiten in de boomgaard in het maanlicht.
Het opmerkelijke gemak waarmee Satish mentale steun en financiële hulp van mensen weet te krijgen, berust op hoogontwikkelde gaven, die zijn versterkt tijdens een leven van intellectuele rebellie, spirituele bezinning en politieke actie. Hij trad op negenjarige leeftijd - tegen de wens van zijn Familie - toe tot een orde van Jain-monniken (een religie met spirituele beginselen die verwant zijn aan hindoeïsme en boeddhisme) en zwierf jarenlang door India, waarbij uitsluitend de gastvrijheid van dorpsbewoners garant stond voor zijn voeding en onderdak. Nadat hij een boek van Gandhi had gelezen - verboden lectuur voor de monniken - sloot hij zich op zijn achttiende aan bij de politieke campagne van Vinoba Bhave, die Gandhi had opgevolgd als leider van de plattelandsbeweging in India. Satish hielp mee om stakingen te organiseren van landarbeiders uit de klasse der paria's en maakte zich later verdienstelijk als redacteur bij een krant van de Gandhiaanse beweging. Toen werd hij ontslagen, omdat hij kritiek uitte op de plannen van een stel vooraanstaande lieden in die beweging die een sjiek modern kantorencomplex wilden neerzetten - in schaamteloze tegenspraak met Gandhi's eigen programma van leven in eenvoud.
Satish vertelt in Path without destination, dat hij enige tijd later met een vriend in een koffiehuis zat, een krant doorkeek en las dat de Engelse filosoof Bertrand Russell gevangen was gezet na een Ban-de-bom-demonstratie in Londen. Dat was in 1962 en over de hele wereld zaten de mensen nerveus aan hun ontbijttafel als er nieuws kwam van de volgende ronde nucleair wapengekletter tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie. Satish en zijn vriend Prabhakar Menon verzonken niet in wanhoop of cynisme, maar besloten daarentegen actie te ondernemen. Ze voelden zich bezield door de rotsvaste overtuiging van de negentigjarige Russell en namen zich die ochtend plechtig voor om een vredesboodschap te gaan brengen aan de politieke leiders van de toenmalige vier kernwapenlanden. Een paar maanden daarna begonnen ze aan hun pelgrimstocht, zonder geld op zak en legden de reis van Delhi naar Moskou naar Parijs naar Londen naar Washington voor het grootste deel lopend af. Onder de vele mensen die gedurende de tocht van 13.000 kilometer vriendschap met hen sloten en hun eten en onderdak verschaften, waren Martin Luther King en de sjah van Perzië, naast honderden eenvoudige boeren en fabrieksarbeiders.
De twee wisten in Moskou te ontsnappen aan regeringsgidsen en konden helemaal tot aan de Poolse grens uit handen van de sovjetpolitie blijven. In Parijs werden ze vier dagen vastgehouden in een smerige gevangeniscel, nadat ze hadden gepoogd Charles de Gaulle te spreken te krijgen. Ze werden overgezet naar Engeland en kwamen in contact met Bertrand Russell, die geld bijeenbracht voor hun overtocht naar New York aan boord van de Queen Mary, een luxueuze oceaanstomer. De eigenaar van een lunchroom in Albany, Georgia, drukte een pistool tegen de borst van Satish om zijn weigering kracht bij te zetten om klanten met een bruine huidskleur in zijn zaak toe te laten. Satish en Menon spraken medewerkers van Nikita Chroesjtsjov, Harold Wilson en Lyndon Johnson - maar niet van De Gaulle - en gaven hun elk een pakje thee van een vrouw die ze in Armenië hadden ontmoet en die had gezegd dat wereldleiders eerst een potje thee moesten zetten voor ze de beslissing namen om een raket af te vuren.
Nadat hij naar India was teruggekeerd, voerde Satish actie voor landhervorming en droeg hij bij aan de hulp voor vluchtelingen die aan een bloedige burgeroorlog in Bangladesh trachtten te ontkomen. Zijn humanitaire werk leidde tot een uitnodiging om naar Londen te reizen, zijn foto's van de oorlog te exposeren en te spreken op bijeenkomsten. Daar heeft hij toen June Mitchell ontmoet, die bibliothecaresse was en ook als hulpverlener in Bangladesh had gewerkt. Al spoedig woonden ze samen in Londen met een pasgeboren zoontje en maakten ze plannen om in India te gaan wonen. Maar toen hij op een dag zijn gebruikelijke wandelingetje maakte, stuitte Satish op John Papworth, een Engelse activist die Satish gezelschap had gehouden tijdens het Amerikaanse deel van zijn pelgrimstocht voor de vrede en die wat later het tijdschrift Resurgence had opgericht. Papworth stond op het punt het land te verlaten om adviseur te worden van de Zambiaanse president Kenneth Kaunda en hij besliste daar ter plekke dat Satish zijn rol als hoofdredacteur moest overnemen. Hoewel Satish geen formele schoolopleiding had genoten, zijn beheersing van het Engels beperkt was en hij niet over middelen van bestaan beschikte, nam hij de baan op zich, waarmee hij
niets kon verdienen. 'Het beviel me niet om ... iets te weigeren dat het lot op mijn pad had gebracht', legt hij uit in zijn autobiografie. 'Ik besloot de plannen om naar India terug te keren op de lange baan te schuiven ... Ik had kunnen weten dat het leven zich niet voltrekt langs uitgezette lijnen, hoe rationeel die ook zijn. Het ligt in mijn aard om de dingen te laten gebeuren, en ze niet te dwingen om te gebeuren.'
Juist deze mentaliteit van taoïstische onthechting, gekoppeld aan een onontkoombare wilskracht, maakt Satish tot zo'n krachtige persoonlijkheid. Hij lijkt een man die het universum een beetje zijn kant op kan laten buigen, een figuur die ogenschijnlijk onmogelijke ideeën op een of andere manier uitvoerbaar doet klinken. 'In het hart van het hedendaagse bewustzijn heerst versnippering', zegt hij, terwijl we aan de keukentafel zelfgebakken cakejes eten en een pot thee leegdrinken, half Earl Grey en half Assam. 'Je verdeelt kennis in aparte onderwerpen, je verdeelt mensen in soorten. Maar ik geloof dat de wereld meer te bieden heeft dan wat je kan meten, analyseren en optellen. In het spirituele bewustzijn bestaat er een dans tussen wat je weet en niet weet. De plek waar het mysterie huist, is een onmisbaar bestanddeel.'
Satish ziet het heelal zich in een cyclus ontvouwen, het volgt geen pad van lineaire voortgang en hij gelooft dat een spiritueel bewustzijn uiteindelijk het hedendaagse bewustzijn zal vervangen, of er althans tegenwicht aan zal bieden. 'De moderne visie is heel invloedrijk', geeft hij toe. 'Zij beschikt over de media, de grote bedrijven. Toch lijkt er bij veel mensen vandaag de dag een onvrede te heersen, ondanks alle schittering, vooruitgang, techniek en rijkdom. Men ervaart een verlies aan betekenis.' Hij geeft volmondig toe dat hij gekozen heeft voor een leven in die moderne wereld en weet dat het niet altijd gemakkelijk is om de aantrekkingskracht ervan te weerstaan. Daarom maakt hij elke ochtend twee uur vrij voor meditatie, mantra's en lezen, hoe dringend de taken van die dag ook mogen zijn. Ook gaat hij dagelijks wandelen met June en soms ook met hun dochter Maya, eenentwintig jaar en studente filosofie en hun zoon Mukti van vijfentwintig, filmmaker en bemanningslid van een zeilschip. (Maya en Mukti werken beiden mee aan het tijdschrift als ze thuis zijn.) Dit is ook de reden dat Resurgence wordt gepubliceerd in Hartland, een afgelegen boerendorp aan de kust van Devon, in Engeland. 'Als ik uit het raam van mijn kantoor kijk, zie ik krentenboompjes, aalbessen, pruimen, appels, reine-claudes, kweeperen en frambozen groeien in de binnentuin,' zegt Satish. 'Na een ochtend redacteurswerk lopen we de tuin in en oogsten we groente voor de lunch. Als het een prachtige zonnige dag is, zeggen we: "Kom, we gaan naar buiten. Vandaag geen tijdschrift."'
'We horen van mensen dat we erg inefficiënt en naïef zijn', voegt hij eraan toe en een sluwe grijns trekt over zijn gezicht. 'Dan zeg ik: "Ja, we zijn inefficiënt en naïef, maar we zijn gelukkig. Hou jij je efficiëntie maar, dan blijven wij bij ons geluk."' Ik vraag Satish of hij ooit de moed verliest om te proberen de wereld te veranderen. Dingen als het regelmatige gebulder van de supersonische Concorde tonen toch de almacht van het hedendaagse bewustzijn? 'Het spirituele bewustzijn beschouwt de wereld als heilig', antwoordt hij met nadruk. 'We moeten ons over de wereld verheugen, in plaats van hem alleen maar te willen verbeteren. Put vreugde uit wat er is. Het resultaat is niet van belang, we moeten het juiste pad kiezen.'
Twee jaar geleden werd Satish zestig, een leeftijd die voor veel mensen in India het sein is om de wereldse geneugten op te geven, hun bezittingen weg te geven en zich terug te trekken op een bergtop. Zulke voornemens heeft Satish in het geheel niet. Hij verklaart zich volledig tevreden met zijn leven zoals het nu is, want hij heeft alles bereikt waarop hij ooit heeft gehoopt. Maar dan geeft hij toe, terwijl hij aan zijn puntbaardje krabt en een beetje in zijn keukenstoel heen en weer schuift, dat hij erover denkt om een boek te schrijven over spiritueel bewustzijn en ecologie. Een ogenblik later meldt hij ook, dat hij het heerlijk zou vinden om de beweging van Arts and Crafts uit de negentiende eeuw nieuw leven in te blazen, als hij er ooit de tijd voor kan vinden. Die stroming maakte zich sterk voor kundig vakmanschap, humane werkomstandigheden en een eenvoudige, onopgesmukte schoonheid in de architectuur en bij alledaagse gebruiksvoorwerpen.
Nu zit hij daar roerloos en ziet er sereen uit op zijn gebruikelijke waardige manier, maar ik voel dat zijn gedachten vooruitsnellen naar plannen om nog meer projecten aan te pakken. Hij kijkt naar me met een warme blik en zegt: 'Kom mee nog even wandelen. Het regent nu niet meer. De kustlijn zal er prachtig bijliggen in het licht van de middag.'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.