|
|
'Opa, voelt u zich wel eens depressief'
De farmaceutische industrie heeft een nieuwe doelgroep ontdekt.
Dertig procent van de Nederlanders heeft last van depressiviteit, zo is uit een recent onderzoek gebleken. Verontrustend is dat. Vroeger waren Nederlanders niet depressief. Ze waren soms wel bedrukt, ze voelden zich niet zo vrolijk, ze waren verdrietig of treurig of ze hadden gewoon een stinkende pestbui. Maar depressief? 'Opa, voelt u zich wel eens depressief?' - is er ooit een ouderwetse opa geweest die zo'n vraag zou hebben begrepen, laat staan er 'ja' op zou hebben gezegd?
Want zo gaat het met dat soort onderzoeken. Een farmaceutisch bedrijf is op zoek naar een probleem voor zijn oplossingen en schakelt een enquêtebureau of telemarketingclub in. Een batterij uitzendkrachten krijgt een vragenlijst voor de neus, er worden voorbijgangers aangeschoten of argeloze mensen van het avondeten weggebeld - wie durft er tegenwoordig nog tussen zes en zeven aan tafel te gaan zonder de stekker uit de telefoon te trekken? - en dan komt de vraag 'Bent u wel eens depressief?' Zelfs als je het nog nooit bent geweest, zou je het bij zo'n gelegenheid spontaan worden en dat wordt dus geturfd en de uitkomst is dat dertig procent van ons het is.
Natuurlijk zijn er mensen die echt lijden onder depressiviteit. Misschien is dat een procent, misschien wel twee. Maar dertig procent, dat is niet eens een epidemie, dat is een doelgroep. Als je je vroeger verdrietig voelde, ging je op een herfstige najaarsmiddag een treurige wandeling maken in de regen en als je weer thuis was, dichtte je bij de open haard een Elegie op een dorpskerkhof. Of als je woedend was en je kon schilderen, dan smeet je Guernica op het doek. Of je ging de straat op, maakte revolutie en wierp de regering omver. Niet meer. Al dat soort emotie is een medisch geclassificeerde aandoening, depressiviteit en daar hebben we pillen en spuitjes tegen. Voort, op weg naar het ideaal: niemand meer triest of treurig, iedereen dezelfde geMcDonaldiseerde plastic confectieglimlach van de firma Prozac op de lippen en een zielloze holheid in de ogen.
In zijn nieuwste boek, De Mens in de Filosofie van de Twintigste Eeuw, plaatst J. Sperna Weiland ons keer op keer tegenover de nieuwe mens uit Aldous Huxley's Brave New World. Het is om depressief van te worden, zo dicht zijn wij hem aan het naderen: 'De mensen zijn gelukkig. Ze krijgen wat ze willen, en wat ze niet krijgen, kunnen ze niet willen.'
Wat is er, met dit perspectief voor ogen, verschrikkelijker dan doodgaan? Niet doodgaan.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.