|
|
Zo blijft de planeet op zijn plaats
Ze heeft geen naam en geen plaats. Toch laat haar verhaal de essentie van elk leven zien. Hoe je pijn, uithongering, persoonlijk verlies, rouw, dood en verwoesting overleeft om een plek te creëren waar het gerieflijk is, waar overvloed heerst, waardigheid en vergiffenis. Een liefdesverhaal.
Dit is een liefdesverhaal over iemand die een grote invloed op mij heeft gehad: een prachtige vrouw in een prachtig land. Ik kan zowel het land als de vrouw niet bij naam noemen, want zelfs in deze tijden waarin we onszelf op de borst kloppen vanwege de miljarden dollars die we uitgeven om onze wereld te verrijken met beschaving, fatsoen en de heerlijkste vormen van techniek, zijn er helaas nog steeds plekken waar het ultieme kwaad heerst, waar mensen om middernacht uit hun bed worden gesleurd en vervolgens verdwijnen, worden gemarteld, uitgehongerd en verkracht met veedrijverstuig. En het kan nog erger. In het geval van de inwoners van dit bepaalde land: ze worden gedwongen te verloochenen wat hen menselijk maakt: hun geloof, hun visie op het bestaan, hun familie. Als ze zich verzetten, worden ze op de knieën gedwongen door bedreigingen van hun kinderen en kleinkinderen. Dus zal ook deze vrouw naamloos blijven, omdat haar leven voortdurend in gevaar is, en dat van haar geliefden en van haar volk.
Deze vrouw is prachtig. Haar schoonheid vult de hele kamer en verschaft troost, rust en inzicht aan het zooitje ongeregeld van zwervers en prinsen dat de weg naar haar keuken weet te vinden. Als je een alledaags gesprek met haar voert, met je ellebogen geleund op de krakkemikkige tafel, verspreidt zich een glans van schoonheid die de poorten van begrip openzet, mensen voor altijd verandert en hen vrijwel onopgemerkt een duwtje geeft richting een leven van genegenheid en persoonlijke inzet. Ze woont op een plek waar het lelijke en mooie even dik gestapeld liggen, haar heelal is gelaagd als een sorbet. Zo kijk ik tegen haar aan.
Anderen, die haar wellicht dood wensen, of zelf een tikkeltje dood van binnen zijn, zien haar misschien als een gedrongen, tandenloze vrouw die gekleed gaat als een straatschoffie, met opvallende horizontale strepen grijs haar, afhankelijk van de vraag of ze eraan gedacht heeft om de zwarte kleurstof aan te brengen die daar verkrijgbaar is, die vaak vergeet om haar gezicht te wassen en wier tandvlees is ontstoken omdat haar kunstgebit zo slecht past. Haar keel is rauw. Als ze praat, komt ze nauwelijks boven het niveau van fluisteren uit. Als ze kleding of juwelen cadeau krijgt, geeft ze die door aan haar dochter. Ze draagt nooit iets anders dan een uitgewoonde trui vol gaten, met daaronder een stokoude, opgelapte broek en afgetrapte schoenen. Ik heb een foto van haar gezien van tien jaar geleden. Ze stond te stralen in een traditionele jurk en zag eruit als een tiener. Sindsdien is er een hoop gebeurd.
Bij haar geboorte was ze niet arm en had ze alle kansen. De doodzonde waarvoor ze op jonge leeftijd al gestraft zou gaan worden, was dat ze 'uit een verkeerde familie stamde'. Ze maakt deel uit van een invloedrijk geslacht, dat onder zijn leden landeigenaren, kooplieden, staatslieden en academici telt. Er kwamen bittere tijden. Plotseling stond ze bloot aan vernedering. In haar meisjesjaren - vóór de omwenteling - had ze een jaar in het buitenland doorgebracht om Engels te leren. Via duistere omwegen die slechts aan haarzelf bekend zijn, had ze haar woordenschat behouden, in een tijd dat kennis van het Engels op zich al een misdaad was. Toen de omwenteling kwam, werd alles haar zonder pardon ontroofd. Haar land, haar familiekapitaal, haar ouders. Ze werd bijna twintig jaar lang gedwongen om dagelijks heropvoeding en dwangarbeid te doorstaan. Haar man werd gearresteerd toen hij nog een tiener was. Hij bracht eenentwintig jaar door in een werkkamp, waar hij heimelijk beenderen van ratten en plantenwortels at om in leven te blijven. Van al degenen die net als hij waren opgepakt, kwamen er ruim twintig jaar later, slechts zeven levend weer vrij. Langzaam hebben ze hun leven opnieuw opgebouwd.
Met haar verleden staat ze niet alleen. Anderen in het land vertellen soortgelijke verhalen. Als ik naar die oude mensen zat te luisteren, rolden de tranen vaak langs mijn wangen. Ik huil nu veel minder, omdat ze - hoe ongelooflijk het ook klinkt - zich bij het vertellen vaak bescheuren van het lachen. 'O ja, en toen gingen mijn ouders dood en toen hebben ze mijn kinderen afgepakt van wie er een paar zijn gestorven, en toen zat ik drie jaar in de gevangenis en moest ik stenen sjouwen zonder iets te eten te krijgen, en mijn man hebben ze zoveel jaar gevangen gehouden, en ze verbrandden al onze boeken en sloegen elk beeldje kapot en vernielden alles wat ons dierbaar was, en haalden ons huis tegen de grond nadat ze ons hadden gedwongen om in de schuur te gaan wonen, en ze bouwden wel kantoren voor de bestuurders, en toen werd ik zo ziek dat ik niet meer overeind kon komen, maar ik moest mijn zieke kind vijfentwintig kilometer op mijn rug dragen naar het ziekenhuis, maar daar werd ik weggestuurd omdat ik maar drie cent in mijn zak had zitten, en ze hebben mijn lievelingszusje in het openbaar gemarteld, en zij stierf van schaamte zonder kleren aan, ...' - en dat zeggen ze allemaal met een lach!
Ik hou zoveel van deze mensen, dat ik soms niet meer naar hen kan luisteren. Ik krijg het gevoel dat iets mijn hart beetpakt en er zó hard in knijpt, dat de tranen wel in mijn ogen moeten schieten. Maar ze schenken me hun vertrouwen en vertellen me deze verhalen met één duidelijk doel voor ogen: mondelinge overlevering is een getuigenis van het menselijk leven en de betekenis ervan. Maar tegelijk leren ze me hoe je moet overleven, overleven op een waardige manier. Ik kan niet beweren dat ze geen enkele verbittering of haat voelen jegens degenen die hen zo hebben gekwetst. Maar dat is niet de voornaamste drijfkracht in hun leven. Ze lachen, omdat ze nog in leven zijn en hun leven draait om liefde en koestering. De prachtige vrouw uit dit verhaal heeft vele jaren honger geleden, en nu voedt ze zelf duizenden mensen, met eten, vriendelijke woorden en liefdevol advies. Ze hebben ontelbare hersenspoelingen en publieke bespottingen moeten doorstaan, maar ze hebben zich niet corrupt laten maken. Het ergste vergrijp dat ze giechelend toegeven, is het stelen van eten. Kreperend van de honger stopten ze rattenbotjes en verrotte rijst weg in geheime zakken, en smokkelden die zo mee voor familieleden die nóg hulpelozer waren.
Zo heb ik een lesje van hen geleerd. Vroeger zat ik te snikken in mijn verfrommelde zakdoekje als ik naar hun verhalen luisterde; nu leun ik met hen achterover en lach net zo hard mee. 'En toen namen ze mijn kind mee, en hij kon niet lopen en ze wilden hem niet opereren, maar we wisten ons die ene maand het hospitaal in te kletsen, en - ha, ha - we kregen wekelijks bezoek van hoge gezagsdragers, en de muziek kwam uit buizen in de muur, en we kregen vier maal per dag te eten, en - ha, ha - ik kon al mijn zakken vol rijst proppen, maar op een dag was ik zo bang, dat ze me bijna hebben gesnapt - ha, ha, ...' Ze maakte mij net zo goed aan het lachen. Alleen maar lachen en lachen. Het leek wel of ze in hun lichaam een nieuwe anatomische pijplijn hadden ontdekt: je pakt je hart beet en wringt het uit, maar wat er uit je borst opstijgt, is een vreugdevol blij geluid.
Tussen deze gruwelen verspreidt ze geluk om zich heen. Ze heeft uit haar lijdensweg een hele hoop schoonheid en genegenheid weten te distilleren. Ze is bij iedereen geliefd omdat ze iedereen liefheeft. Ze is cultureel beschaafd, gevoelig, vrijgevig en op een onopvallende manier uitzonderlijk intelligent. Ze maakt een breekbare indruk, maar toch kan ze me op een stevige wandeling achter zich laten. Dat gebeurde enkele jaren geleden dan ook. Hoe klein haar gestalte ook is, ze steekt met kop en schouders boven een groot deel van de mensheid uit. Ze kiest ervoor te laten zien dat de meest verheven kanten aan de menselijke natuur niets te maken hebben met wat voor kleren je draagt. Als ik later groot ben, zou ik graag zoals deze vrouw worden. Ik ben op mijn levenspad al zoveel 'wijze mensen' tegengekomen - academici, grote denkers, geestelijk leiders, deskundigen, lieden met titels, cv's, maatschappelijke erkenning, lauwerkransen en pluimen op hun hoed, of op hun kleren van een dure ontwerper - maar op een paar uitzonderingen na, kent zij haar gelijke niet. En je kunt haar helemaal niets teruggeven. He-le-maal niets. Ik heb het jaar na jaar telkens weer geprobeerd - met kleding, horloges, boeken, mooie stoffen - maar ze blijft bij haar verstelde oude broek en geeft alles weg. Ik ben er getuige van hoe deze vrouw de liefde uitdraagt en leer opnieuw waarom het in het leven draait: je geeft en ontvangt net zo natuurlijk als je in- en uitademt.
Ze noemt dit soort dingen nooit bij naam. Ze zorgt er gewoon voor, dat haar dochters je een verfrissing aanbieden en gaat zitten om het weer van vandaag met je te bespreken. Net als ik het helemaal gehad heb met mijn eigen problemen en ik op het punt sta af te haken, lijkt er bij haar een wekker af te gaan, wordt me een kop thee voorgezet en als de maaltijd en de gesprekken afgelopen zijn, lijken al mijn besognes zo nietig, dat ik als op een wolkje het pand verlaat. Een keer, toen we traditiegetrouw elkaars handen grepen bij het afscheid nemen, heb ik de vreemde gewaarwording gehad, dat ik haar niet los wilde laten. Haar handen zijn gekloofd, verweerd, knokig, rank en beweeglijk. De warmte die er doorheen straalt, voel je in je merg. Ze zal er waarschijnlijk voor kiezen om op deze plek te sterven. Ze helpt mee om dit gedeelte van de planeet op zijn plaats te houden.
Wat ze ook met haar daden precies laat zien, het heeft iets te maken met wat een mens in zijn mars moet hebben om de ergste vernederingen te ondergaan. Het heeft iets te maken met pijn, uithongering, persoonlijk verlies, rouw, dood en verwoesting. En hoe je dat allemaal overleeft om een plek te creëren waar het gerieflijk is, waar overvloed heerst, waardigheid en vergiffenis. Hoe kan ik een leven van opoffering, daadkracht en integriteit in een paar woorden vangen? Als het een rustige nacht is, slaat ze vaak de gordijnen aan de achterkant open en dan gaan we in de keuken zitten, op een wankele houten kruk. Ze raadt me opnieuw aan het hart te openen en obstakels uit de weg te ruimen en spoort me aan om haar taal beter onder de knie te krijgen. Ze buigt zich samen met mij over twee kommen met gekookte aardappels en ontdoet ze met haar vaardige vingers voorzichtig van hun schil. We eten onze aardappelpuree en ze zegt het nogmaals: goede dingen volgen de kwade dingen op, zo gaat het altijd maar weer in het rond, neem het allemaal niet zo serieus en hou nou echt eens op met al dat gepieker, zustertje van me. Dan vertelt ze een mop, herhaalt dat ik een warmere jas moet aantrekken en houdt goed in de gaten dat ik veilig thuis ben gekomen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.