|
|
Ziek van geld
Serotonine als aanjager van gezondheid en geluk.
Dat geld niet gelukkig maakt, wisten we al. Maar het blijkt ook nog eens ongezond te zijn.. Depressies, geweldsuitbarstingen en dwangmatig gedrag (eten, alcoholisme, gokken en drugsmisbruik) nemen vooral in rijke landen sterk toe. Inwoners van deze landen scoren op geluksonderzoeken steevast laag. Van alle Amerikanen lijdt twintig procent gedurende hun leven aan een ernstige geestelijke ziekte. Nog eens twintig tot veertig procent vertoont allerlei gerelateerde symptomen. Inwoners van armere landen als Ierland zijn over het algemeen een stuk gelukkiger, en aan het weer kan dat toch niet liggen. In het recent verschenen Personality and Social Psychology Bulletin (volume 25, nr. 5) schetsen Richard Ryan en Tim Kasser van de universiteit van Rochester in de Verenigde Staten een verontrustend portret van mensen die hun leven vooral doorbrengen met het najagen van externe doelen als geld en schoonheid - dit in tegenstelling tot mensen voor wie sociale contacten en een bijdrage aan de maatschappij leveren bovenaan hun verlanglijstje staan. Het blijkt, dat de eerste groep niet alleen vaker depressief is en psychische problemen heeft, maar bovendien vaker ziek is. Hoewel Ryan en Kasser hun onderzoek The Dark Side of the American Dream hebben genoemd, constateerden zij precies hetzelfde in Duitsland, Rusland en India.
Ook essayist Oliver James constateert in Prospect (oktober 1997) dat het eigenlijk over de hele linie steeds slechter met de 'beschaafde' mens gaat. Zeker als je het vergelijkt met zo'n veertig jaar geleden. Ook James kan zijn beweringen met cijfers staven: een vijfentwintigjarige heeft tegenwoordig drie tot tien keer meer kans om onder depressies gebukt te gaan dan in de jaren vijftig. Gelukkig weet James ook wat de oorzaak - of juist het gevolg? - is van de toegenomen agressie, depressie en dwangmatigheid: een tekort aan serotonine. Serotonine is een stofje dat in de hersenen wordt gemaakt en ons een goed gevoel geeft. Medicijnen als Prozac verhogen het gehalte serotonine in het bloed. Slechts tien procent van de hoeveelheid serotonine die iemand aanmaakt, wordt bepaald door zijn genetische aanleg. De andere negentig procent die wel of niet door de aderen stroomt, wordt bepaald door de omstandigheden. Met name onze maatschappelijke positie schijnt van grote invloed te zijn op de aanmaak van dit feel good-stofje.
De conclusie van de recentelijk belegde National Institute of Health-conferentie in de Verenigde Staten wees ook in die richting: onze gezondheid houdt direct verband met onze maatschappelijke positie. Psychology Today (september/oktober 1999) bericht dat de kans op ziekten als kanker en hartziekten toeneemt, als we een lagere maatschappelijke status genieten. Psychologische factoren als stress, schaamte, depressie, gebrek aan sociale ondersteuning en pessimisme blijken een belangrijke rol te spelen in het ontwikkelen van deze ziekten. De vraag is nu: is een lage maatschappelijke status - deels - de oorzaak van een gebrek aan serotonine, of is een gebrek aan serotonine er de oorzaak van dat we te weinig in onszelf geloven en - dus - een lage maatschappelijk status ervaren? Uit onderzoek met proefdieren bleek dat dominante mannetjes meer serotonine hadden dan onderdanige mannetjes. Ze aten en sliepen beter en waren beter in staat zichzelf te verdedigen. Toen wetenschappers de rollen wisten om te draaien, bleek dat de serotonine spiegel van de voorheen dominante mannetjes sterk was gedaald, terwijl de hoeveelheid serotonine in de voorheen onderdanige mannetjes sterk was toegenomen. De conclusie was dan ook, dat de hoeveelheid serotonine een effect - en niet een oorzaak - is van sociale status.
De reden dat zoveel mensen tegenwoordig te weinig serotonine hebben - terwijl zij in vergelijking met enkele decennia geleden zoveel meer welvaart en sociale status genieten -, is dat hun status in vergelijking met die van hun buren niet is toegenomen. Oftewel: omdat we allemaal in welvaart en sociale status zijn gestegen, voelen we ons nog steeds losers. Hierdoor komt het dat zwarte mensen in het zuiden van de Verenigde Staten - waar racisme nog een grote rol speelt - tevredener zijn dan hun broeders in het noorden. In het zuiden vergelijken ze zichzelf met andere zwarten, terwijl de noorderlingen zichzelf vergelijken met witten of rijke zwarten. Zo kan het merkwaardige feit ook worden verklaard, dat Japanse vrouwen - ondanks hun ondergeschiktheid - het meest tevreden zijn van alle vrouwen in de ontwikkelde wereld: ze verwachten nu eenmaal niet anders. In het Westen zijn het vooral de media die ons gek maken met onrealistische beelden van sterren en fotomodellen waarmee wij ons vergelijken. Bijna alle vrouwen worden depressief van alle beeldschone modellen die zij dag in dag uit te zien krijgen en die zij nooit zullen evenaren. Hun mannen verwachten teveel en kunnen zelf ook niet op tegen de rolmodellen van het witte doek. Misschien dat het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van beroemdheden wel een collectieve afweer is tegen onze onrealistische vergelijkingspatronen. Door onszelf met anderen te vergelijken, halen we onszelf steeds naar beneden. We vinden onszelf beter of slechter dan anderen en beide gevoelens ondermijnen ons zelfrespect. We raken geobsedeerd door status, macht, prestige en rijkdom ten opzichte van anderen. Zodra we iets hebben bereikt, stellen we meteen een nieuw doel, waardoor we voortdurend ontevreden zijn. James vindt ons - en dan vooral Amerikanen - a nation of wannabees, een natie met chronisch te lage serotoninespiegels.
En - zoals zo vaak - is er maar één winnaar: het grote geld. Bedrijven creëren een probleem om vervolgens met een 'oplossing' te komen. De prijs wordt betaald door ons innerlijke leven. Een voorbeeld van zo'n 'probleem' is het feit dat velen in hun hele leven een gevecht leveren tegen overgewicht. De industrie heeft een overvloed aan verschillende soorten voeding gecreëerd en verdient vervolgens een vermogen met het in toom houden van onze vetontwikkeling. Steeds weer hebben wij consumenten het gevoel een verliezer te zijn: we hebben te weinig tijd, te weinig spullen, te weinig schoonheid, te weinig uitstraling et cetera. Noch pillen, noch therapieën kunnen een lage-serotonine maatschappij genezen. We zullen de discrepantie tussen ons economische systeem en onze gevoelens van eigenwaarde onder ogen moeten zien. Laten we ons voortdurend opjagen door het grote geld en blijven we onszelf vergelijken met anderen en onrealistische rolmodellen die de media ons voorschotelen? Of gaan we eindelijk in onszelf geloven en vanuit onze eigen innerlijke waarden en waarheid leven? Loesje zei het laatst weer heel treffend: 'De mens is toch niet op aarde om de economie in stand te houden?'
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.