Email   Print

Terug van weggeweest

Mensen die kort klinisch dood waren, maar weer tot leven kwamen, blijken heldere en vergelijkbare beschrijvingen te kunnen geven van de weg na de dood. De Amerikaanse emeritus hoogleraar psychologie Kenneth Ring geldt als een van de meest vooraanstaande onderzoekers op het gebied van 'bijna dood' ervaring. Hij tekende het onderstaande verhaal van Craig op. Craig verdronk bijna tijdens een wildwatervaartocht

Kenneth Ring | 30 januari/februari 2000 issue

Ik realiseerde me dat de stroom me naar het midden van de rivier trok, waar een kleine waterval was van zo'n anderhalve meter hoog. Het water kolkte er woest en de rotswand van de waterval was door erosie zo gevormd, dat er een soort trechter was ontstaan waar ik naartoe werd gezogen. Ik probeerde, door mijn handen als roeispanen te gebruiken, de route te volgen die mijn kano-vriend Don had genomen, maar mijn pogingen liepen op niets uit. De stroming was te sterk en het enige resultaat van mijn inspanningen was, dat ik was gedraaid en nu achterwaarts in plaats van voorwaarts op de waterval afstevende. Ik keek over mijn schouders en zag dat ik met geen mogelijkheid nog de waterval kon vermijden. Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik trachtte de rotswand vast te grijpen maar deze was zo glibberig dat ik geen houvast kreeg. Ik tuimelde over de rand naar beneden. Met mijn hoofd vooruit werd ik de waterval ingeslingerd, waar ik door de brute kracht van het vallende water de diepte in werd gesleurd. Daar werd ik als het ware aan de bodem vastgenageld door een niet aflatende, vernietigende kracht. Ik lag met mijn gezicht in het rivierzand en kon slechts mijn handen bewegen. Ik vond niets waaraan ik mij kon opduwen. Ik leek gevangen...

Ik kon eenvoudig niet geloven dat mijn leven hier zou eindigen. Ik vond het ineens komisch dat ik zovele malen eerder in deze streek was geweest zonder te beseffen, dat ik hier later mijn dood zou vinden. In sneltreinvaart begonnen zich voor mijn ogen scènes uit mijn leven te ontrollen. In dit proces leek ik de rol van een passieve waarnemer te spelen, terwijl iemand anders de filmprojector bediende. Voor de allereerste keer keek ik objectief naar mijn leven. Ik zag het goede maar evenzogoed het slechte. Ik besefte dat deze beelden een soort laatste hoofdstuk in mijn leven vormden en dat ik voor altijd het bewustzijn zou verliezen wanneer ze stopten. Onwillekeurig moest ik denken aan een lamp die - zoals soms het geval is - het felst brandt vlak voor hij definitief dooft.
Ik was verrast mezelf in een hoge kinderstoel te zien zitten, met mijn rechterhandje graaiend naar voedsel om dat vervolgens op de vloer te gooien. En toen zag ik mamma, jaren jonger, die me toesprak dat brave jongetjes hun eten niet op de grond gooiden. Ik zag mezelf ook bij een meer tijdens een zomervakantie toen ik drie of vier jaar was. Mijn oudere broer en ik dreven in dat meer met een luchtkussen omdat we nog niet konden zwemmen. Ik stond verbaasd hoeveel episoden ik zag die allang uit mijn herinnering waren vervlogen. Al deze taferelen leken te maken te hebben met ervaringen waarvan ik of geleerd had of die op een bepaalde manier traumatisch voor me waren geweest. De beelden volgden elkaar met grote snelheid op. Ik wist dat mijn tijd bijna op was, omdat de scènes dichter en dichter bij het heden kwamen. Toen stopten de beelden en bleef er slechts duisternis over.

Ik merkte dat ik door een donkere, lege ruimte reisde. De ruimte leek een soort tunnel maar omdat het zo pikkedonker was, kon ik de doorsnede ervan niet waarnemen - het kon anderhalve meter zijn maar ook wel duizenden kilometers. Ik leek te versnellen en in een kaarsrechte lijn door de leegte te suizen. Het was alsof ik met de snelheid van het licht door de duisternis voortbewoog. In de verte zag ik een klein lichtstipje dat groter en groter werd. Op een of andere wijze wist ik dat daar mijn reisdoel lag. Ik spoedde voort tot het lichtje was uitgegroeid tot een enorme bol prachtig en glanzend wit licht. Ik stopte vlak voor dit licht, omdat ik inmiddels zó ver van de aarde verwijderd raakte, dat ik bang was anders de weg terug niet meer te kunnen vinden. Bovendien begon een vaag gevoel van heimwee in mij te knagen.
Toen ik daar zo stil zat, was het alsof het licht naar mij toe begon te zweven, alsof het de ruimte wilde overbruggen die ik tussen ons had gelaten. Het duurde niet lang meer alvorens ik in het licht werd opgenomen en ik er één mee leek te worden. Het scheen alles te weten wat er te weten valt en het aanvaardde mij als een deel van zichzelf. Voor een korte tijd voelde ik me alwetend. Opeens leek alles mij duidelijk te zijn. De gehele wereld verkeerde in een volstrekte harmonie. Ik herinner me dat ik dacht: Aha, dus zo zit dat. Alles is zo helder als glas en zo eenvoudig als wat. Ik was alleen nooit in staat geweest alles vanuit dit gezichtspunt te beschouwen.
Terugkijkend op dat moment, kan ik me de vragen die werden beantwoord, noch de antwoorden herinneren. Dit speelde zich allemaal af op een veel hoger gedachteniveau, dat onbereikbaar is binnen de fysieke grenzen waaraan ons bewustzijn normaal is onderworpen. Ik voelde mij één met het licht, hoewel ik tegelijkertijd mijn begrensde vorm ervoer. Ik voelde hoe ik mij, door het licht heen, kilometers uitbreidde, om daarna weer tot mijn eerdere grootte in te krimpen en terug te keren tot de eivormige samenballing van energie die ik kennelijk was. Ik voelde me beter dan ooit. Het was alsof ik was ondergedompeld in een totale liefde en een alomvattend begrip en ik koesterde me in dit bad. Het was alsof ik na een lange reis nu eindelijk was thuisgekomen. En ik meende hier al eens eerder geweest te zijn, misschien voordat ik geboren werd in de materiële wereld.
Plotseling had ik het gevoel te zweven, alsof ik omhoog ging. Ik was perplex toen ik merkte dat ik naar boven zweefde, de open lucht in boven de rivier. Het beeld van het voorbijglijdende wateroppervlak staat me nog duidelijk voor ogen. Ineens kon ik zien en horen als nooit tevoren. Het geluid van het vallende water was zo sprankelend helder, dat het niet in woorden is te vangen. Eerder dat jaar had ik gehoorschade opgelopen, toen er vlakbij mijn hoofd, rechts, vuurwerk ontplofte, terwijl ik naar een band luisterde in een bar. Maar nu kon ik uitstekend horen, beter dan ik ooit had gekund. Mijn gezichtsvermogen was zo mogelijk nog perfecter. Mijn zicht dichtbij was even scherp als dat in de verte en dat tegelijkertijd, wat me bijzonder verbaasde. Er was geen enkele onscherpte in mijn visuele waarneming. Het was alsof ik al deze jaren door mijn fysieke zintuigen beperkt was geweest en altijd naar een vervormd beeld van de werkelijkheid had gekeken.
Terwijl ik daar ongeveer anderhalve meter boven het water zweefde, keek ik naar de waterval onder mij. Ik wist dat mijn lichaam tweeëneenhalve meter onder het wateroppervlak lag, maar dat leek me niet te raken. Nu, gescheiden van mijn lichaam, ondervond ik dat ik kon overleven zonder al de pijn en het leed van het fysieke bestaan. Tijdens mijn leven had ik niet eerder in termen van pijn en leed gedacht over mijn lichamelijkheid, maar nu - na deze ervaring van volkomen geluk en harmonie - leek het dat ik in het leven ervóór in een soort kooi had geleefd.
Ik beleefde mijzelf als een energievorm die nooit kon worden vernietigd. Ik dacht aan die vele gehandicapte mensen in de wereld die niet konden zien, niet konden horen, en aan degenen die ledematen waren kwijtgeraakt of verlamd waren. Ik besefte dat deze fysieke handicaps worden opgeheven wanneer zij sterven en dat ze zich weer als heel zullen ervaren. Het was een enorme geruststelling te weten, dat al deze mensen ooit zullen worden bevrijd uit hun gekortwiekte lijf.

Ik keek stroomafwaarts de rivier over en zag Don die, zich vastklampend aan een rots, met ontzetting naar de waterval staarde. Ik schreeuwde hem toe: 'Don, ik ben hier, ik ben in orde, kijk, hier ben ik.' Hij antwoordde niet. Ik kon op geen enkele wijze met hem communiceren en spoedig gaf ik het op.
Ik voelde me beter dan ooit tevoren. Het leek erop, dat elke plek in het heelal in een oogwenk te bereiken was. Ik herinner me dat ik aan ons gezin dacht en plotseling bevond de energiebol die ik was zich in de achtertuin van ons huis. Zwevend nabij de veranda daar, keek ik naar binnen door het keukenraam. Er zat een vogel op het raamkozijn en ik was verbaasd dat ik zo dicht kon naderen zonder dat hij wegvloog. Ik zag een schaduw; er liep iemand door de keuken maar ik weet niet wie het was.
Ik was in een euforische stemming, op zoek naar een volgend experiment, toen een stem door mijn hoofd denderde: 'Waar ben je mee bezig? Het is niet de bedoeling dat je nu sterft! Je gedraagt je egoïstisch. Natuurlijk voel je je grandioos en ben je weg van deze nieuwe ervaringsmogelijkheid, maar je moet wel begrijpen dat dit totaal niet de afspraak was. Je hebt beloofd dat je niet zou opgeven voor je echt alles had geprobeerd. Herinner je je nog die worstelwedstrijd op de middelbare school? Je lag onder, neergedrukt op de vloer. Na afloop was je teleurgesteld in jezelf omdat je te snel opgaf. Je gooide gewoon het bijltje erbij neer. Het viel me van je tegen dat je niet harder je best deed om je los te vechten.' Die wedstrijd stond mij levendig bij. Ik dacht erover na en inderdaad: de stem had gelijk. Ik had me te makkelijk overgegeven en was zeker niet tot het bittere einde gegaan, maar ik legde uit dat ik destijds geen andere uitweg zag. Ik zei: 'Trouwens, het is nu toch te laat, mijn lichaam zal onderhand wel volgelopen zijn met water.' Het was alsof we niet met woorden spraken maar met gedachten communiceerden. Op dit punt aangeland werd ik een mannelijk personage gewaar, dat gedeeltelijk doorzichtig was en oud van uiterlijk. Toen realiseerde ik me, dat het zijn stem was geweest die in me gesproken had. Ter linkerzijde van hem merkte ik nu ook vijf andere gezichten op. Deze anderen kwamen met verdere aanmerkingen op mij en vervolgens besefte ik dat deze zielen of geesten me heel goed schenen te kennen. Ze leken wel vroegere bloedverwanten van me te zijn, maar toch herkende ik ze niet.
De stem van de mannelijke figuur vertelde me toen dat het nog niet te laat was om terug te keren. Op dat moment zag ik een dunne oranje lijn, die horizontaal oplichtte tegen een zwarte achtergrond. In het midden van de lijn zat een dikker gedeelte met een rode kleur. Links en rechts van dat rode stuk leek de oranje lijn tot in het oneindige door te lopen. De stem zei: 'Dat rode stuk is jouw leven.' Toen werd het rode gedeelte op een kwart van zijn lengte ineens doorsneden door een verticale zwarte lijn. Er werd me gezegd: 'Als je vandaag sterft, zal je leven daar eindigen; maar - zoals je zelf kunt zien - wanneer je verkiest te leven heb je in principe nog driekwart van je leven voor je liggen. Daarna toonde hij me beelden van wat er zou gebeuren als ik koos voor de dood. Ik zag ons gezin in tranen, ik zag taferelen met politiewagens, een ambulance, mensen in duikerspakken en mensen uit de omgeving die langs de rivier stonden om een blik van het gebeuren op te vangen. In een van de scènes zag ik Don aan de politie vertellen wat er precies was voorgevallen. Deze beelden ontstelden me behoorlijk, want ik wilde mijn ouders, mijn broer en mijn vrienden niet op deze manier verdriet aandoen. Vervolgens vroeg de stem me wat ik graag nog zou willen doen in mijn leven. Ik vertelde hem dat ik het erg fijn vond om te musiceren. Hij vroeg of ik met mijn muzikaliteit alles had gedaan wat ik me had gewenst. Ik antwoordde dat dat niet het geval was en vertelde hem dat ik er altijd van had gedroomd nog eens in het voorprogramma van een beroemdheid op te treden. Toen zei ik dat het geweldig zou zijn om het openingsoptreden te verzorgen van iemand die op Woodstock heeft gespeeld, bijvoorbeeld Arlo Guthrie. De stem 'zag' hoe ik Arlo Guthrie tot een held verhief en sprak tot mij dat hij niet meer was dan andere mensen op aarde. Hij zei verder dat, als je iets maar graag genoeg wilt, het ook zal gebeuren - als je er maar rekening mee houdt dat achteraf kan blijken dat het niet helemaal was waarnaar je had gezocht. Hij leek te willen zeggen, dat de wereld een stuk leefbaarder zou worden wanneer de mensen doordrongen waren van het belang van liefde en samenwerking in plaats van competitie. De stem spoorde me aan om maximaal gebruik te maken van mijn verstand; om er zoveel kennis mee te vergaren als ik kon. Ik dacht weer aan de oranje tijdslijn, die zich eindeloos uitstrekte voorbij het punt waar mijn leven zou eindigen, maar die tevens aanving ver voor mijn geboorte.
Stel dat er niets is vóór en ná dit leven. Waarom - zo vroeg ik me af - zag ik de lijn dan zonder einde doorgaan in beide richtingen; waarom was er niet alleen dat rode stuk, dat mijn leven in deze wereld voorstelde? Dit suggereerde dat ik al in een bepaalde vorm bestond vóór dit leven en dat ik niet zou ophouden te bestaan nadat dit leven was geëindigd. Toen zei de stem: 'Deze plek zal er altijd voor je zijn en als je nu wilt blijven, accepteer ik dat. Maar je zou me teleurstellen wanneer je deze kans om terug te gaan niet aangrijpt - aan jou de keuze.'
Ik was er plots van doordrongen dat ik dit wezen zo ongeveer persoonlijk zou beledigen, als ik niet zou weerkeren naar mijn huidige leven. Het was alsof hij me wilde vertellen hoe fantastisch het aardse bestaan kon zijn, mits vanuit de juiste visie beschouwd. Het duurde niet lang eer ik besefte dat ik - diep van binnen - echt terug wilde gaan om mijn leven ten volle te leven. Hoewel ik me geweldig voelde op deze plek, wist ik ook dat het kon wachten en dat er geen haast bij was hier weer te komen. Ik zei: 'Goed', en voor ik de woorden 'Ik ben er klaar voor' kon uitspreken, schoot ik bliksemsnel weer in mijn lichaam.

Deze ervaring heeft mijn leven in veel opzichten veranderd. Ten eerste ben ik in het geheel niet meer bang voor de dood. Vanzelfsprekend zou ik niet willen lijden, maar ik weet nu dat het stervensproces in werkelijkheid totaal anders is dan ik had gedacht. Het was waarschijnlijk de mooiste en vredigste ervaring die ik ooit heb meegemaakt. Ik weet nu dat onze tijd hier relatief kort is en dat maakt dat ik alles uit het leven wil halen. Ik leerde dat er weinig zaken zijn die we kunnen meenemen als we overlijden en dat liefde daarvan vermoedelijk de belangrijkste is. De enige dingen die behouden blijven nadat we ons lichaam verlaten hebben, zijn energie, liefde, persoonlijkheid en kennis. Het komt me voor dat er veel kostbare tijd verloren gaat als we bevangen raken door een materialistische denkwijze. Het geluid van tsjilpende vogels is zo mooi en geeft me een geweldig gevoel van binnen. Ik merk bomen planten en andere levende wezens meer op dan voorheen. Ik denk dat ik mijn geluk meer haal uit de kleine dingen van het leven dan uit kostbare bezittingen. Het leven in het algemeen beleef ik als veel complexer en verrassender dan eerst. Ons lichaam is volgens mij het grootste geschenk van alles, maar de meeste mensen staan daar niet bij stil. De meesten beseffen niet wat een geluk het is te mogen leven. Ik weet dat mij een tweede kans is gegund om te leven en daarom is iedere dag in mijn ogen zoveel waardevoller geworden. Het gevoel dat ik heb wanneer ik 's morgens wakker word terwijl de zon mijn kamer in schijnt, is niet in woorden uit te drukken. Het begin van een nieuwe dag, met allerlei kansen om nieuwe ervaringen op te doen waarvan ik kan leren, vervult me met ontzag. Ik weet nu dat ons allen na dit leven een andere vorm van bestaan wacht; dat de dood niet het einde is maar een nieuw begin.

Drie jaar na deze beleving besloot ik om fluit te leren spelen. Al na een paar maanden besefte ik dat ik anderen tot in het diepst van hun ziel kon raken met mijn spel, soms zelfs tot tranen toe. Het was mijn manier om veel mensen tegelijk te kunnen bereiken, zo stelde ik vast. Twee jaar nadat ik de fluit had opgenomen speelde ik in een bar. Na afloop kwam er een man op me af, die me vroeg of ik in de Shaboo Inn (een plaatselijke club toentertijd) het openingsopstreden wilde doen voor Arlo Guthrie. Ik zei: 'Graag', en er ging een golf van opwinding door me heen. Ik dacht terug aan wat er tijdens mijn bijna-doodervaring was voorgevallen. Een grote droom in mijn leven kwam uit. Na mijn optreden moest ik een traan wegpinken toen ik naar het podium keek en ik dacht bij mijzelf: 'Misschien heeft de stem wel gelijk. Misschien is dit toch niet wat ik uiteindelijk wil'. Diep van binnen verlangde ik er het meest naar, me nodig en geliefd te voelen en hoopte ik de harten van velen te kunnen bereiken.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
DePaarsePanda, Netherlands