Email   Print

Oase aan de Nijl

Op een plek in Egypte, waar twintig jaar geleden woestijn was, bevindt zich een gemeenschap die aantoont dat het ook in de Derde Wereld mogelijk is om milieu en gezondheid een plek te geven in de economie. Dit bedrijventerrein, waar mens- en natuurvriendelijke producten worden gemaakt, is bovendien een commercieel succes.

Marco Visscher | 30 januari/februari 2000 issue

Ruim tweehonderd mensen hebben zich verzameld aan de rand van de Nijldelta. Ze staan in twee grote cirkels naast elkaar. Tienermeisjes met hoofddoeken, ongeschoren mannen in bevuilde galabeyas, gehandicapte jongeren... Maar ook mannen - van wie sommigen blank - in nette pakken, de attachékoffer naast zich. Hier staan ze bij elkaar en vertellen op afroep wat ze die dag hebben gedaan en wat ze van plan zijn volgende week te doen. Het is donderdagmiddag, vier uur. Morgen zijn ze vrij.
Op datzelfde moment in Cairo, zestig kilometer verderop, drommen de mensen de kantoren, warenhuizen en farieken uit om in het drukke straatverkeer hun weg naar huis te vinden. Maar op het bedrijventerrein van Sekem verloopt het einde van de werkweek heel anders. Eigenlijk verloopt álles hier anders. Sekem is een broedplaats van vernieuwing. Hier groeien groentes en fruit op een biologisch-dynamische wijze. Hier worden natuurgeneesmiddelen en duurzame kleding gemaakt en geneeskrachtige theesoorten verbouwd. Arme en gehandicapte kinderen krijgen hier de kans om onderwijs te volgen, waarbij ze vooral leren hoe ze moeten leren. Sekem, een oud-Egyptisch woord dat 'levenskracht van de zon' betekent, geldt als één groot gemeenschapsexperiment dat een voorbeeld wil zijn voor een nieuw Egypte. Maar het is evengoed een voorbeeld voor andere landen die in het jargon van de mondiale politiek 'ontwikkelingslanden' zijn gaan heten. Sekem is het bewijs, dat verbetering van leefomstandigheden, zorg voor de natuur, de gezondheid en het onderwijs, vele malen beter loopt als vernieuwing van binnenuit geschiedt.
Binnen de landsgrenzen is Sekem vooral bekend vanwege de thee van haar dochteronderneming Isis. In achtduizend winkels worden de biologisch-dynamische groente en fruit verkocht, plus twaalf soorten thee, die geestelijke en lichamelijke rust kunnen brengen in de mens. Dan zijn er nog acht speciale Sekem shops. Onder de naam Nature's Best, met de leus 'Uw gezondheid is onze zorg', staan daar de producten van Sekem uitgestald: rijst, noten, cornflakes, koeken, koffie, champignons, aardappelen, tomaten, wortels, komkommers, eieren, brood, honing, speelgoed, kinderkleding, rugtassen. Een groot deel van die producten is eveneens verkrijgbaar in Europa en Noord-Amerika; bijna de helft van de productie wordt geëxporteerd. Ook naar Nederland. Natuurvoedingszaken verkopen de thee, groente en fruit; homeopaten de natuurgeneesmiddelen van Atos; biologische kledingwinkels truien, blouses, broeken en ondergoed met het label Conytex. Vier keer in de week worden containers vol biologisch-dynamisch verbouwde groente en fruit overgevlogen naar Schiphol en vervolgenws ingescheept in de haven van Rotterdam.
Het aandeel van de export daalt overigens. De Egyptische markt zelf blijkt steeds geïnteresseerder in Sekems producten. Het besef van milieu- en gezondheidsaspecten komt langzaam op, en steeds meer welvarende Egyptenaren uiten hun betrokkenheid in hun koopgedrag. Het grote Egyptische publiek daarentegen is nog weinig doordrongen van het belang van bijvoorbeeld onbespoten voeding. Waar een ecologisch keurmerk in Europa en Amerika zich heeft ontwikkeld tot een kwaliteitsstempel, halen Arabieren hun schouders nog op bij deze kwalificatie.

Terug naar de donderdagmiddag. De werknemers in de kring pakken elkaars hand. 'Het schone bewonderen, het ware behoeden,' klinkt het in monotoom Arabisch, 'het edele vereren, het goede besluiten: leidt de mens in zijn leven tot doelen, in zijn handelen tot het juiste, in zijn voelen tot vrede, in zijn denken tot licht; en leert het vertrouwen op goddelijke leiding in alles wat is: in het wijde heelal, in de eigen ziel.' Dit is de filosofie van Sekem, de mission statement, die bij iedere weekafsluiting wordt opgezegd.
Er is één persoon die vandaag schittert door afwezigheid. Dat is Ibrahim Abouleisch, de stichter en dirigent van Sekem. Voor een serie lezingen is hij die ochtend vroeg naar Duitsland afgereisd. Abouleisch heeft deze wekelijkse sessie in het leven geroepen, om zijn werknemers eraan te herinneren hoe ze in het leven kunnen staan en hoe Sekem probeert een rol te spelen in het verbeteren van de wereld. Dergelijke sessies hebben ook iedere ochtend plaats, vanaf zes uur, in de kleinere kring van ieder bedrijf of elke activiteit afzonderlijk.
Abouleisch, die zestig jaar geleden werd geboren in een dorpje buiten Cairo, bedacht het concept voor Sekem vijfentwintig jaar geleden. Als zoon van een belangrijke zakenman van zeepfabrikant Savon, kreeg hij de kans in Oostenrijk een medische studie te volgen. Daar ging het hem goed. Hij ging werken bij een farmaceutisch onderzoekscentrum in Wenen en stichtte een gezin. Om zijn zoon en dochter het geboorteland van hun vader te laten zien, bracht Abouleisch in 1975 een bezoek aan Egypte. Maar terwijl de tienerkinderen zich vermaakten bij de piramides, maakte hij zich zorgen. Niets was meer zoals hij het zich herinnerde. De straten waren vuil, de mensen ziek en arm. De miljoenenstad die Cairo al was toen hij er vertrok, was in inwonertal verdubbeld.
Verward keerde Abouleisch terug naar Europa. 'Het kostte me drie jaar om te analyseren wat er verkeerd was gegaan met Egypte', blikt hij terug in zijn ruime werkkamer. 'Ik zag hier zo veel verschillende ziektes en zo veel sociale problemen. Dat had ik me niet kunnen voorstellen.' Het antwoord vond hij in de verstoorde verhouding tussen mens en natuur. De chemische bestrijdingsmiddelen die op grote schaal in al het voedsel werden gestopt, achtte hij schadelijk voor de gezondheid en het milieu - Egypte behoorde in die tijd tot 's werelds koplopers in het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen per hectare. Die wanverhouding begon hij op meer plaatsen te herkennen, ook in zijn eigen werk als onderzoeker van een instituut dat geen boodschap had aan homeopathische methoden. Daarop nam Abouleisch een belangrijke beslissing. 'Ik besloot terug te gaan naar Egypte om het te veranderen.'
Met veel moeite kon Abouleisch een stuk grond kopen. De overheid vertrouwde zijn plannen aanvankelijk niet: waarom wilde iemand 'in harmonie met de natuur' landbouw bedrijven? De technisch-wetenschappelijke toevoegingen zorgden toch voor genoeg opbrengsten? En waarom zou dat voor de mens 'ongezond' zijn? Uiteindelijk werd Abouleisch zeventig hectare woestijnzand aangeboden, ten noordoosten van Cairo, waar helemaal niets groeide. Op die woestijngrond zorgde hij voor een wonder. Hij bouwde er een huis voor zijn gezin en deelde het terrein op in gebieden van vijf, zes hectare, die van elkaar werden gescheiden door lanen van eucalyptussen en casuarina's, de bomen die het meest geschikt zijn om woestijngrond vruchtbaar te maken voor cultivatie. Het duurde jaren voordat de investering resultaat had.
Tegenwoordig biedt Sekem werk aan duizend mensen bij zeven bedrijven op het terrein. Bovendien zorgt het initiatief voor klandizie voor zo'n driehonderd boerderijen die zijn overgeschakeld op een biologisch-dynamische productiewijze, waarbij ze door Sekem worden geadviseerd. Op vele honderden hectare grond in Egypte worden nu zestig verschillende gezonde en geneeskrachtige kruiden verbouwd en tot medicijn gefabriceerd. Uit de winst van deze activiteiten financiert Sekem onderwijs en medische zorg voor de dorpbewoners in de buurt. Het initiatief is goed voor een jaarlijkse omzet van ongeveer zeventig miljoen Egyptische ponden (bijna veertig miljoen gulden). Sinds kort heeft het programma navolging gekregen in andere Afrikaanse landen als Tanzania, Kenia en Zuid-Afrika. Sekem is bovendien het paradepaardje geworden van het Egyptische ministerie van Landbouw. Dankzij regelgeving is het gebruik van bestrijdingsmiddelen inmiddels in Egypte vijfmaal verminderd. Op eenderde van de Egyptische katoenvelden wordt gebruik gemaakt van een door Sekem ontwikkeld biologisch bestrijdingsmiddel.

Na het cirkelritueel lopen de werknemers van Sekem naar de poorten van het complex. Haastig steken enkelen van hen een sigaret op, want op het terrein zelf mag niet worden gerookt. Het verhaal gaat, dat Abouleisch in woede ontsteekt als hij iemand erop betrapt. Ook zijn afschuw van kunststof is bekend. Plastic speelgoed bijvoorbeeld, komt de klaslokalen niet in. De complete inrichting is gemaakt van natuurlijk materiaal: de tafels, stoelen, de kleden en het speelgoed zijn zelfs op het Sekem-terrein gemaakt. Vooral kinderen moeten zo ver mogelijk uit de buurt blijven van kunstmatige producten, is Abouleisch' overtuiging.
Maar de furie waarover wordt gesproken, steekt schril af tegen de beheerste indruk die Abouleisch maakt. Hij beweegt zich als een bedaarde hoofdonderwijzer of dorpsvader, die met iedereen een vriendelijk praatje maakt. Maar hij is evengoed de charmante intellectueel, die op een eenvoudige fiets het complex aflegt, waarbij zijn donkergrijze coupe Harry Mulisch keurig in model blijft. Eerder die week had een groep ouders van schoolgaande kinderen geboeid geluisterd naar een spreekbeurt die Abouleisch hield over de twaalf zintuigen van de mens, geïnspireerd op het werk van Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie. Op deze 'oudermiddag' had hij rustig gepraat. Over de zin van beweging, de zin van balans, van warmte, de bewustwording van het eigen zelf. Sommigen maakten aantekeningen in een schriftje.
Hoe anders is de Engelse les aan de vierde klas van de Sekem-school, de dag erop. Daar is het een oorverdovend kabaal uit twintig kinderkelen die de Engelse woordjes nabootsen. De leraar Engels is een jonge Egyptenaar in een spijkerbroek en een hippe blouse. Niet alleen zijn kledingsmaak, ook zijn kennis van de Engelse taal heeft hij met name van de televisie en de westerse popcultuur gehaald. Maar in Sekem heeft de 25-jarige Hossam Fekry nog het meest geleerd, zegt hijzelf, van de geregelde bezoekers uit het buitenland die al bij voorbaat 'nice people' zijn. 'In Egypte spreken mensen niet zo goed Engels', vindt Fekry. 'Maar Engels is heel belangrijk. Ik had de wil om de taal goed te spreken en daarom wil ik het nu graag leren aan kinderen.' Om de holistische filosofie achter Sekem toe te passen in het onderwijs heeft Fekry wel een bijscholing nodig gehad. Evenals veel van zijn collega's heeft hij traditioneel onderwijs genoten. Daarom is er aan het einde van de iedere schooldag een uur ingeroosterd waarop de onderwijzers bij elkaar komen om te leren. Ze dansen (euritmie), spelen toneel en muziek of bespreken problemen en oplossingen.
Soms is Abouleisch daarbij aanwezig om hen te ondersteunen. Niets is zijn ogen zo belangrijk als leren en daarom krijgen de werknemers van de bedrijven scholing in lezen en schrijven, maar ook inzicht in de verhouding tussen mens en natuur. 'Mensen moet niet alleen maar werken', legt hij uit. 'Als ze te veel werken, verliezen ze het contact met de hemel. Dan zijn ze verloren. Daarom moet je ook tijd hebben om te leren. Dat is de enige weg om een nieuw bewustzijn te ontwikkelen.' Dat is nog niet zo eenvoudig in een land waar veel inwoners analfabeet zijn. Omdat in Sekem ieder product - waar mogelijk - bij de grondstof begint en geheel vervaardigd en verpakt eindigt in een grote vrachtwagen, gaat er ook wel eens iets verkeerd. Soms blijkt pas in de winkels, dat de etiketten op de verkeerde producten zijn geplakt. Dan staat er in het Arabisch en Engels JAM op een pak rijst en BEANS op de kaas.

De school in Sekem, die daar tien jaar geleden is gestart, biedt onderwijs aan meer dan 260 kinderen, en hun aantal groeit jaarlijks. Onderwijs op een staatsschool is gratis, onderwijs op Sekem is dat niet. Ouders van Sekems schoolkinderen betalen een gering, haast symbolisch gedeelte van de eigenlijke kosten aan lesmateriaal en personeel; het overige deel is een schenking van de bedrijven op het terrein. Steeds meer ouders in de arme dorpen in de buurt zien in, dat de kosten voor het onderwijs op Sekem een belangrijke investering in de toekomst is. Andere ouders kunnen het geld niet opbrengen en sturen hun kinderen naar Sekem om te werken op het land. De kinderen ontvangen daarvoor hetzelfde loon als volwassen, maar werken tot het middaguur, waarna ze een paar uur onofficieel les krijgen in lezen, schrijven, euritmie, plus voorlichting over hygiëne. Wel kinderarbeid dus, maar dat is in ontwikkelingslanden vaak onvermijdelijk. Maar Sekem vult het beladen begrip aan met scholing - essentieel voor de ontwikkeling van het kind en zijn familie.
Het basis- en voortgezet onderwijs is wel degelijk officieel. Alle vakken in het verplichte staatscurriculum moeten in Sekem worden onderwezen; alle extra lessen (schilderen, muziek, euritmie) hadden van de overheid niet zo gehoeven. Duits is ook zo'n extra vak - vooral om praktische redenen ingevoerd, want Sekem heeft vanaf het begin gesteund op een antroposofische achterban in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Mensen uit die landen werken mee op het complex. Het is overigens de bedoeling, dat de Europeanen Sekem uiteindelijk zullen verlaten, om het volledig aan Egyptenaren over te laten. De Duitse Angela Leyde was werkzaam in homeopathische klinieken in haar land en in Zwitserland en is nu manager van het drie jaar geleden opgezette medisch centrum in Sekem. Als een magneet trekt de polikliniek bewoners van omliggende dorpen aan. Het spreekuur is gratis, net als de voorlichting over hygiëne, de behandeling van de tandarts en een test van de oogarts. Voor de duizend leerlingen op de vier scholen in de omgeving, is het medisch centrum hét gezondheidsinstituut, vertelt Leyde. 'Iedere dag rijdt er een sociaal-werker met een busje naar de scholen en iedere dag zitten er weer twintig kinderen in, die een speciale behandeling nodig hebben.'
De twintig artsen die er los en vast werken, zijn Egyptisch en in Cairo geschoold. Het zijn geen artsen met een holistische visie op mens en gezondheid - die zijn alleen uit het Westen over te vliegen, en dat gebeurt dan ook een paar keer per jaar. Ze geven er lezingen voor de Egyptische artsenij om de ideeën over gezondheid langzaam te veranderen, een werkmethode die Ibrahim Abouleisch zelf op het medisch centrum stap voor stap beoefent. Antibiotica worden nog altijd voorgeschreven, zo gebiedt de werkelijkheidszin, 'Zonder antibiotica zal een wondje hier niet helen', verzekert Leyde. 'Niet in deze omstandigheden. No way. Misschien over tien jaar.' Dat, én de volledige overschakeling op antroposofische medicijnen, én een uitbreiding van personeel, werkruimte en technische mogelijkheden, is haar toekomstideaal. Dat klinkt ver weg, maar Abouleisch heeft al eerder laten zien hoe wonderlijk snel de idealen van Sekem werkelijkheid worden. Het door de Duitse arts Hans Werner ontwikkelde Abnoba Viscum als middel tegen kanker, is in Europa nog niet officieel geregistreerd; Abouleisch heeft het in Egypte geïntroduceerd, waarna het in korte tijd uitgroeide tot de gangbare behandeling in de staatsziekenhuizen. En heeft Sekem ook niet binnen vijftien jaar het einde ingeluid van de chemische landbouw in Egypte?
Pillen en drankjes zijn in Sekem verkrijgbaar in de apotheek. Leyde laat zien welk deel uit de medicijnenkasten op het terrein wordt gemaakt. Medicijnen kunnen, in de filosofie van Sekem, namelijk heel goed uit de natuur worden gehaald en zonder chemische toepassingen worden gefabriceerd. In de Koran staat immers: 'Voor elke ziekte, heeft God voor een genezing gezorgd.' Dat heeft niet alleen betrekking op de theesoorten tegen onder andere verkoudheid, reuma en diarree, maar vooral ook op preparaten van het Sekem-bedrijf Atos, als producent van pillen en cosmetica met twintig miljoen Egyptische ponden (elf miljoen gulden) omzet, de melkkoe van het hele project. Atos kan nieuwe geneeswijzen ontwikkelen in twee laboratoria op het Sekem-terrein. Volgens Ibrahim Ismael, directeur van Atos, is het in Amerika goed gebruik een medicijn te ontwikkelen om vervolgens via een mediacampagne een ziekte te introduceren om het medicijn te verkopen. Bij Atos gaat het andersom, onderstreept hij. 'Wij zien een probleem, een ziekte, en proberen daarvoor een oplossing, een geneeswijze, te vinden.'

Als algemeen directeur van Sekem kent Helmy Abouleisch alle verkoop- en omzetcijfers uit het hoofd. Hij heeft tevens de lastige taak om 'de zoon van zijn vader' te zijn. Als Helmy de weekafsluiting 'voorzit', zijn er nog wel eens werknemers die stiekem ontsnappen aan het verplichte hand schudden bij het verlaten van de cirkel. Bij zijn vader zouden ze dat wel uit het hoofd laten. Maar Abouleisch junior, die als 16-jarige meeverhuisde naar de woestijn, is even bevlogen als zijn vader, en reist zo mogelijk nóg vaker de wereld over om het verhaal van Sekem te verspreiden. Helmy Abouleisch heeft gemerkt dat de laatste jaren het bedrijfsleven in Europa en Amerika aan het veranderen is, aan het 'vergroenen'. Op de wekelijkse ontmoeting op vrijdagavond spreekt hij voor een groep Duitse bewoners van het terrein, over de plannen en noodzaak van voedingsbedrijven als Nestlé om een biologische lijn op te zetten, náást hun bestaande producten. Daarmee kunnen ze klanten terugwinnen die zijn overgegaan op de biologische producten. De truc is, dat deze multinationals het biologisch assortiment veel goedkoper kunnen aanbieden, omdat ze met veel grotere budgetten werken. Dat is een ontwikkeling die Helmy weigert problematisch te noemen: er zal altijd kennis nodig zijn en die kan Sekem verkopen.
Een oplettend mens is Helmy Abouleisch zeker. Onderweg naar het hoofdkantoor in Heliopolis, even buiten Cairo, kijkt hij telkens op van zijn papierwerk of gesprekspartner om de verkeerssituatie nauwlettend te volgen, waarbij hij af en toe zijn privéchauffeur instrueert. Het chique hoofdkantoor - ironisch genoeg op een goede steenworpafstand van een vestiging van Glaxo Wellcome, 's werelds grootste en rijkste producent van chemische medicijnen - is het administratief centrum van Sekem. Hier werken nog eens zo'n tweehonderd mensen aan de productontwikkeling, marketing en het onderhouden van contacten met universiteiten, overheidsinstellingen en onderzoekscentra. Pal naast het gebouw is de laatste maanden nóg een prachtig gebouw herrezen. In maart zal hier een zoveelste, lang gekoesterde wens van Ibrahim Abouleisch in vervulling gaan: de opening van de Sekem Academy. Het moet een onderzoekscentrum zijn, waar kunst en wetenschap samenkomen. Hier zal een internationaal gezelschap van onderzoekers en andere denkers werken aan met name de ontwikkeling van biologisch-dynamische landbouw en homeopathische geneeskunst. Daarvoor is al een laboratorium. Ook vernieuwende ideeën over economie, architectuur en euritmie zullen hier nader worden uitgewerkt en later ook worden onderwezen. Hoewel de allure internationaal moet zijn, zullen de Egyptenaren de academie dragen. Zíj moeten vormgeven aan een nieuwe generatie en een nieuwe wereld, die hun wortels hebben in het Egyptische ideaal van Ibrahim Abouleisch.
Het 'tweehonderd-jaren-plan' waarover Abouleisch eens heeft gesproken, is verder op schema dan hij had kunnen vermoeden. 'Beginnen met Sekem was als het schilderen van een kunstwerk', zegt hij. 'Je begint eraan, maar je weet niet precies hoe het eruit gaat zien. Soms zit het tegen, maar met wil, moed en verbeelding kun je het toch maken. Wij zijn nog steeds bezig.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.