|
|
Hé, jij daar...
Op de plaats waar 'onze diepste vreugde en de diepste honger van de wereld elkaar ontmoeten', aldus de theoloog Frederick Buechner, horen we de oproepen die ons de wereld in voeren om ons blinkende zwaard te beproeven in de echte strijd: om mensen lief te hebben, levens te redden, anderen te inspireren, op te voeden, te verzorgen.
We kunnen leren de blik naar binnen te richten om onze roepingen, groot en klein, te ontdekken - of die nu op het gebied van werk, relaties, van leefwijze of dienstbaarheid liggen. Het kan gaan om een oproep om iets te doen (als zelfstandige te werken, terug te gaan naar school, een relatie te beëindigen of te beginnen, naar het platteland te verhuizen, ander soort werk te zoeken, een kind te krijgen) of om iets te zijn (creatiever, minder moraliserend, liefdevoller, minder bang). Het is de uitdaging om die oproepen in hun vele vermommingen te leren herkennen. Iedereen denkt altijd dat onze gaven en talenten de aangewezen plekken zijn om onze roeping te vinden. In de regel klopt dat wel, maar niet altijd. Soms worden we geroepen naar een gebied waarvoor we weinig vaardigheden en weinig ervaring of kennis hebben. Soms voelt de eenling die de massa meed, zich plotseling geroepen om milieuactivist te worden en zich te mengen in het publieke debat. Wat de juiste reactie op een oproep is, is volkomen subjectief. De een bemoeit zich met multinationals, wetgeving of de nood van een heel volk. De ander adopteert een kind uit de Derde Wereld en weer een ander veegt gewoon elke ochtend de stoep voor zijn winkel. Sommigen hebben al hun handen vol aan het redden van hun eigen ziel en kunnen meer actie in hun leven niet aan. Contemplatieve nonnen en monniken, schrijvers en de meeste kunstenaars kunnen de wereld bijvoorbeeld het beste in eenzaamheid dienen. Zij treden het nauwst in contact met de wereld wanneer ze helemaal alleen zijn en hun balsem door gebed en schilderij, door boeken schrijven en rozenkransen bidden aan de wereld kunnen toedienen.
Er zijn genoeg redenen te vinden om geen gehoor te geven aan een roeping, maar ook om het wel te doen, en beide reacties hebben goede en slechte gevolgen. Welke beslissing je ook neemt, vraag je erbij af of je er geboeid naar zult blijven kijken wanneer je leven aan je geestesoog voorbijtrekt. De pijn en moeite die met roepingen worden geassocieerd, komen vaak voort uit de poging ze te vermijden, er geen gehoor aan te geven. Hoe groot het bijbehorende offer ook is, de pijn die we voelen komt vaak alleen maar voort uit de verwachte pijn, niet uit de feitelijke overgave. Wij stellen overgave ten onrechte gelijk met een nederlaag en opoffering met vernietiging. We zijn net zo bang om iets af te zweren - 'O, God, dat kan ik niet opgeven' - als om intiem met iemand te zijn: het is de angst om te worden opgeslokt en overweldigd, om ons leven op te geven. Inderdaad gaat er iets in ons kapot wanneer we gehoor geven aan onze roeping, inderdaad moeten we concessies doen en lijden, maar dat is geen nederlaag, net zo min als een bloem een nederlaag lijdt wanneer hij verandert in zaad. Verzet floreert in aanwezigheid van veranderingen. Bij álle pogingen tot overheersing, hetzij lichamelijk hetzij spiritueel, zul je op verzet stuiten. Misschien is het een troost te weten dat iedereen die zich geroepen voelt dat heeft, althans in het begin. Iedereen deinst tot op zekere hoogte terug voor zijn eigen authenticiteit, iedereen neemt met minder genoegen, kluistert zijn eigen krachten. Iedereen negeert wel eens de aansporingen van de ziel en ook de daaropvolgende onvrede en probeert zichzelf af te leiden door alle redenen op te sommen waarom hij tevreden moet zijn met de bestaande toestand - met alles wat ooit misschien fantastisch was, maar na vijf jaar zijn aantrekkingskracht verloor, zodat je na tien jaar op de automatische piloot overging en je na vijftien jaar een gevangene voelde.
Hoe duidelijker de roeping, des te meer energie het kost om die te overstemmen en des te minder energie er overblijft om gehoor te geven aan de oproep zelf - wat misschien onbewust precies de bedoeling was. Voor mislukking is evenveel energie nodig als voor succes. Er zijn legio strategieën om niet te zwichten, zowel bewuste als onbewuste:
We verschuilen ons achter analyses. Als we een oproep helemaal aan flarden analyseren en alle verschillende implicaties onderzoeken, verliezen we via ons hoofd de geestdrift van ons hart.
We wachten op het juiste moment. We wachten op precies de juiste combinatie van tijd, geld, energie, opleiding, vrijheid en de ideale stand van de planeten.
We maken onszelf dingen wijs. Zo heb ik al verscheidene oproepen beantwoord met dezelfde onwaarheid: 'Ik kan het me niet veroorloven'. Ik kan me niet permitteren de tijd te nemen of het geld uit te geven of me de vaardigheid eigen te maken. Maar het was nooit waar. De waarheid was: 'Ik wíl het me niet veroorloven.' Ik wil geen nieuwe prioriteiten stellen in mijn leven, ik wil geen offers brengen, wil niet een half jaar niet uit eten gaan om de opleiding die ik nodig heb te bekostigen.
We kiezen een weg parallel aan die waartoe we ons geroepen voelen, een weg die er zo dicht bij ligt dat we er een oogje op kunnen houden, maar niet zo dicht bij dat we in de verleiding komen over te stappen. Je wordt kunstcriticus in plaats van kunstenaar, onderwijzer in plaats van vader of moeder, verslaggever in plaats van romanschrijver.
We proberen de ene roeping te vervangen door de andere, omdat deze ons niet aanstaat, onze ouders niet aanstaat en niet genoeg geld of prestige oplevert. Iemand kan zich geroepen voelen zich in te zetten voor de armen, maar probeert er iets anders voor in de plaats te stellen in de hoop dat een lucratievere, meer prestigieuze of veilige baan de geesten die hem roepen zoet zal houden.
We veranderen een roeping meteen in een groots project, zodat we van puur ontzag verlamd raken.
Zelfsabotage. Je voelt je geroepen naar de kunstacademie te gaan of medicijnen te studeren maar bent ook bang te ontdekken dat je het ware talent niet hebt, zodat je het inschrijfformulier 'vergeet' op tijd in te sturen.
We leiden onszelf af met andere activiteiten. We hebben opeens inspiratie om oude projecten af te maken waar we in geen tijden aan hebben gedacht.
'De druiven zijn zuur' spelen. We vrezen niet te zullen slagen in een bepaalde roeping of er onevenredig zwaar voor te moeten lijden en daarom proberen we ons wijs te maken dat we er toch al geen zin in hadden.
Passie is een staat van liefde, en honger. Het is ook een staat van enthousiasme, dat wil zeggen van bezeten worden door een god of godin. Je kunt bezeten zijn van de god van de dichtkunst of de godin der dieren, de god van de handel of de godin van huis en haard. Als we ons voorstellen dat oproepen van de goden komen, dan komen we in ons enthousiasme zo dichtbij als mogelijk is - bij de oproepen én bij de goden. We komen in een soort goddelijke aanwezigheid omdat we door onze passies tot het uiterste aanwezig zijn. We zijn tot het uiterste opgeladen en geconcentreerd. We zijn ons nergens van bewust, we vergeten onszelf, onze zorgen, de dagelijkse sleur en haken in op iets grootsers.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.