|
|
'Hier hebben we vroeger gewoond'
De wedergeboorte van een Engelse tweeling.
Een aankondiging in de Hexham Courant in Northumberland in 1958 deed weinig vermoeden van het merkwaardige verhaal dat op het punt stond zich te ontvouwen. Er stond:
POLLOCK. Aan John en Florence op Leazes Crescent 29, Hexham, op 4 oktober, Gods kostbare geschenk van twee dochters, Jennifer en Gillian Theresa. Dank aan God en aan onze Gezegende Vrouwe.
De naam Pollock was de meeste Engelse krantenlezers bekend, omdat hij achttien maanden tevoren prominent aanwezig was geweest in de kolommen nadat het lot John en Florence tragisch had beroofd van hun twee dochters, Joanna van elf en Jacqueline van zes. De meisjes liepen iedere zondag, samen met hun vriendje Anthony Layden, van hun huis naar St. Mary's Church om een speciale mis bij te wonen die werd gehouden voor de 250 leerlingen van de plaatselijke rooms-katholieke school. Maar op 5 mei 1957 kwamen ze nooit bij de kerk aan. Toen het drietal hand in hand over de Shafto Leazes liep, reed een auto, bestuurd door een vrouw die een overdosis medicijnen had genomen met de bedoeling een einde aan haar leven te maken, het trottoir op en reed recht op hen in. Door de klap vlogen ze de lucht in als lappenpoppen en Joanna en Jacqueline waren op slag dood als gevolg van veelvoudig letsel. Hun negenjarig vriendje was bij aankomst in het ziekenhuis ook overleden.
Hoewel ze kapot waren van verdriet, konden de Pollocks het opbrengen om de vrouw die verantwoordelijk was voor de tragedie een boodschap van condoléance en vergeving te sturen. John Pollock was al een zeer religieus man - op zijn negentiende was hij tot het rooms-katholicisme bekeerd - en Florence, getroost door de vriendelijkheid van hun plaatselijke priester, sloot zich al snel na de dood van hun dochters bij hem aan. Maar John was een ongewone katholiek, want hij geloofde ook sterk in reïncarnatie, een geloof dat hij níet deelde met zijn vrouw. Hij bad iedere avond voor een bewijs van wedergeboorte zodat hij de priesters kon laten zien dat hij gelijk had.
Aanvankelijk beschouwde John Pollock de dood van Joanna en Jacqueline als Gods oordeel over hem, omdat hij in reïncarnatie geloofde. Maar tegelijkertijd wist hij dat God van plan was zijn gebeden te verhoren en dat de meisjes bij hem zouden terugkomen. Ook dit was een geloof dat zijn vrouw niet deelde en het zette haar behoorlijk onder druk. Dus was het met enige bezorgdheid dat ze vroeg in het volgende jaar aankondigde dat ze zwanger was. De verrukte echtgenoot reageerde met vertrouwen dat God Joanna en Jacqueline aan hen teruggaf en dat ze twee meisjes zou krijgen. John Pollock moest nu niet alleen het ongeloof van zijn vrouw betwisten, maar ook de medische uitspraak van hun dokter en een gynaecoloog, dat er slechts één kind in de baarmoeder zat. Toch kwam als een wonder John Pollocks voorspelling uit en twee dochters Jennifer en Gillian werden, tien minuten na elkaar, gezond ter wereld gebracht.
Bijna onmiddellijk merkte hun vader een dun wit lijntje op, dat over het voorhoofd van de jongste, Jennifer, liep. Hij had precies zo'n lijntje eerder gezien: op het voorhoofd van Jacqueline. Ze had toen ze twee jaar was een snee in haar voorhoofd gehad en toen de wond was genezen, was er een wit litteken overgebleven. Ondanks haar scepsis merkte Florence Pollock een bruine moedervlek op, op Jennifers linkerheup, die in afmeting, vorm en plaats overeenkwam met een waarmee Jacqueline was geboren. Omdat de tweeling genetisch identiek was (de medische term is monozygotisch, wat 'van één enkele eicel' betekent), is zo'n verschil heel zeldzaam.
Deze fysieke tekenen waren genoeg om John Pollock te overtuigen, dat zijn overleden dochters opnieuw waren geboren. Al gauw zou hij nog meer bewijs krijgen. Ze hadden besloten naar een ander deel van Northumberland te verhuizen en gingen net vier maanden na de geboorte van de tweeling in Whitley Bay wonen. De meisjes waren drie jaar oud toen ze voor het eerst een bezoek van een dag aan Hexham brachten. Toch gedroegen Jennifer en Gillian zich of ze het goed kenden. Terwijl ze over straat liepen, luisterden hun ouders gefascineerd naar hun commentaar. 'De school is hier vlak om de hoek', zei een van hen, hoewel op dat ogenblik de school die hun zusjes hadden bezocht nog achter de kerk verborgen was. 'Daar speelden we altijd op het speelveld', zei de ander. 'De schommels en glijbanen zijn daar'. Ze knikte in de richting van een heuvel en haar ouders wisten dat hun dochters op schommels en glijbanen hadden gespeeld die buiten het zicht, aan de andere kant van de heuvel lagen. Toen ze langs het huis kwamen waar Joanna en Jacqueline vele gelukkige jaren hadden gewoond, zeiden ze beiden: 'Hier hebben we vroeger gewoond'.
De Pollocks hadden het speelgoed van hun overleden dochters bewaard in kartonnen dozen, ze wilden het niet wegdoen. Toen hun tweeling opgroeide, besloten ze gebruik te maken van het oude speelgoed, en dus werden twee oude poppen en een speelgoed mangel op een nacht voor de deur van de slaapkamer gelegd. Het was Florence Pollock die toekeek hoe ze ontdekt werden. Jennifer was de eerste die ze zag. 'Oh, dat is Mary. En dit is mijn Suzanne', riep ze uit, en voegde eraan toe: 'Ik heb haar al lang niet gezien'. Toen wendde ze zich naar haar tweelingzusje en zei: 'Hier is je mangel'. Jennifer had de juiste namen van de poppen genoemd en herkend aan wie de poppen en de mangel toebehoorden.
Griezeliger was hun reactie bij het spelen achter hun huis in Whitley Bay, bij een pad waar auto's waren geparkeerd. Toen John Pollock op een dag hysterisch gekrijs hoorde, rende hij naar buiten en vond de tweeling stevig in elkaars armen, weggekropen in een hoek, waar ze steeds riepen: 'De auto! De auto! Hij komt op ons af!' ze wezen naar een auto die met de voorkant naar hen toe stond en die net was gestart ..... Een scène die hen herinnerde aan de laatste ogenblikken van het leven van Joanna en Jacqueline. Nog macaberder was het duidelijke herbeleven van Gillian en Jennifer van hun dood, waar hun moeder getuige van was. In hun speelkamer, toen ze zich er niet van bewust waren dat er naar hen werd gekeken, wiegde Gillian het hoofd van haar jongere tweelingzusje in haar armen en zei: 'Er komt bloed uit je ogen. Daar heeft de auto je geraakt'.
Kort daarna begon de herinnering van de tweeling te vervagen, en tegen de tijd dat ze twintig waren, konden ze zich niets van die incidenten herinneren.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.