|
|
Moraal moet belangrijker zijn dan geld
Verantwoord ondernemen is een modieus begrip en dient steeds vaker als thema van congressen en mission statements. Maar het is nog op zoek naar werkelijke inhoud. Ter inspiratie biedt Ode aan het werk een serie visies op de nieuwe rol voor de onderneming binnen de samenleving. Dit is deel twee: Sir Geoffrey Chandler, voorzitter van de UK Business Group van Amnesty International.
Stel, dat onze kleding en ons schoeisel tegen een hongerloon worden geproduceerd in slavenhokken; stel, dat onze voetballen door Chinese dwangarbeiders worden gemaakt of in elkaar gestikt door uitgebuite kinderen in Pakistan of India; stel, dat én de olie én de petroleum die we gebruiken afkomstig zijn uit landen met repressieve regeringen..., dan zouden we ons toch afvragen wat wijzelf en de betrokken bedrijven kunnen doen om aan deze onmenselijkheden een einde te maken? Maar het zijn helemaal geen hypothetische gevallen. Het zijn misstanden van hier en nu. En met voldoende verstand, wijsheid en wilskracht kunnen we deze problemen inderdaad oplossen.
Bedrijven zijn dienaren van de samenleving en niet omgekeerd. Om te kunnen functioneren geniet iedere onderneming bepaalde voorrechten binnen de samenleving. Dáárom mag de samenleving verwachten, dat haar waarden in de bedrijfsvoering zijn terug te vinden. Maar helaas manifesteert zich maar al te vaak een gapende kloof tussen de legitieme verwachtingen van de samenleving enerzijds en de activiteiten van bedrijven anderzijds. Een kloof die we ook zouden kunnen beschrijven als het gat tussen de rijkdom van bedrijven en de armoede van mensen. Bedrijven genereren rijkdom en dat is goed. Maar dat mag niet ten koste gaan van diegenen van wie ze voor hun succes afhankelijk zijn, zoals werknemers, investeerders, leveranciers en klanten. Een bedrijf kan alleen opereren met de hulp of instemming van de samenleving in het algemeen en de sociale en fysieke omgeving waarin het actief is in het bijzonder. De stakeholders van een bedrijf zijn niet alleen de letterlijke aandeelhouders. De uitdaging waar bedrijven zich anno 2000 voor geplaatst zien, is om álle stakeholders - die voor elk bedrijf anders zijn - te definiëren en om adequaat tegemoet te komen aan de behoeften en belangen van ál deze partijen. Die uitdaging vereist een nieuw paradigma, een nieuw denkkader. Als bedrijven dit inderdaad accepteren als hun verantwoordelijkheid, en hun collectieve vaardigheden en kennis inzetten om tot daden te komen met betrekking tot ál hun stakeholders, zullen ze misschien niet alle problemen van de wereld oplossen, maar wel een bijdrage leveren aan het verbeteren van die wereld voor de mensheid en voor zichzelf.
Eigenlijk is het merkwaardig, dat het bedrijfsleven op dit moment de mond vol heeft van het streven naar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Geld en moraal zijn klaarblijkelijk van elkaar gescheiden geraakt. In geen enkele andere sector wordt gesproken over maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die is immers vanzelfsprekend en wordt geacht inherent te zijn aan wat men doet. Het impliceert, dat grote bedrijven geen inherente sociale verantwoordelijkheid kennen. Het is iets nieuws, het gaat kennelijk om een toevoeging. En dat past niet. Bedrijven zouden niet mogen bestaan zonder deugdelijkheid van ethiek en kernwaarden als vertrekpunt.
Waarom moet correct handelen van bedrijven zo vaak het resultaat zijn van druk van buitenaf en niet van eigen initiatief? En nog belangrijker: hoe kunnen we dat veranderen? Het antwoord op die vragen is te vinden in het isolement waarin het topmanagement zich vaak bevindt. Het is droevig om vast te moeten stellen, maar het hebben van visies en het open staan voor nieuwe ideeën is meestal omgekeerd evenredig aan de status in de hiërarchie. De waarneming en het begrip van de werkelijkheid worden beperkt door een afzijdig gedrag, gegenereerd door de bedrijfswagen met chauffeur, het zakenvliegtuig en de kantoren waarin topmanagers door secretaressen en woordvoerders worden afgeschermd van het leven van alledag.
Een andere oorzaak is het geloof in de mythe van de vrije markt. De markt is helemaal niet vrij. De markt is in de loop der tijden aan banden gelegd door de geldende waarden van de samenleving. Deze waarden bepalen de bewegingsruimte van bedrijven zonder de basale kracht en bruikbaarheid van de markt te ondermijnen. Welwillende bedrijven zullen méér doen dan wat de wet minimaal voorschrijft. Het is in hun eigen belang, dat er regels zijn die paal en perk stellen aan de praktijken van diegenen die proberen de kantjes eraf te lopen. En toch zien we bij de leiding van grote bedrijven, net als bij de instituties die hen vertegenwoordigen, maar al te vaak vijandige reacties op de uitbreiding van een gevestigd principe - een markt met morele begrenzingen. De meest fundamentele oorzaak ligt in een foutieve en misleidende voorstelling van de doelstelling van een bedrijf, in een verwarring van doel en middelen en in het feit dat geld daardoor de enige maat van prestatie is geworden. Aan veel bedrijfskundige instituten wordt onderwezen - met instemming van veel bestuurders van grote bedrijven - dat een bedrijf als doel heeft om 'de waarde ervan voor de aandeelhouders te vergroten'. In het rapport van de World Business Council staat, dat 'het bestaansrecht van bedrijven gelegen is in het genereren van aanvaardbare winsten voor de aandeelhouders en investeerders'. Als praktizerend manager vind ik dit buitengewoon bespottelijk. Uiteraard is het tevreden houden van aandeelhouders een essentiële voorwaarde voor het succes en het voortbestaan van een bedrijf, maar het is in alle gevallen baarlijke onzin om het als doel te beschouwen. Het is volstrekt onbruikbaar als leidraad voor ethisch handelen in de complexe omstandigheden waarin managers in de werkelijkheid moeten opereren. Het is aantoonbaar onjuist te beweren dat het dienen van de langetermijnbelangen van aandeelhouders tot ethisch handelen van het bedrijf zal leiden.
Potentiële prikkels om tot verandering te komen zijn de markt, de wet en de leiding van grote bedrijven. Van deze drie is de markt, met haar allesdoordringende werking, de belangrijkste. De markt werkt alleen effectief in op datgene wat kan worden gemeten. En aangezien dat nu nog alleen geld is, heeft de markt in wezen alleen een kortetermijnwerking. Als we vergelijkbare maatstaven hadden voor het meten van de kwaliteit en de ontwikkeling van menselijk kapitaal - wat veel belangrijker is voor het langetermijnsucces van het bedrijf - en als we in staat waren het milieueffect en het sociale effect van bedrijven te meten, dan zou de marktwerking een totaal andere tijdschaal hebben. Op dit moment zien we op dit gebied een opleving van activiteit - en zelfs van concurrentie. Afzonderlijke accountantsbedrijven, niet-gouvernementele organisaties en internationale samenwerkingsverbanden dragen allemaal hun steentje bij. Maar hoewel diversiteit in deze fase van het spel nuttig kan zijn, staat vast, dat metingen en rapportage op deze niet-financiële terreinen zullen moeten worden gestandaardiseerd om een egaal speelveld te creëren, om investeerders te kunnen helpen bij hun besluitvorming en om te voorkomen dat de goeden het moeten afleggen tegen de slechten. Deze 'driedubbele bodem' zal in de volgende eeuw de belangrijkste vorm van bedrijfsrapportage worden.
Als bedrijven worden gezien als rijke eilanden in een oceaan van ongelijkheid en onrecht, als de verwerving van financiële rijkdom tot vernietiging van andere vormen van rijkdom leidt en als die financiële rijkdom alleen ten goede komt aan een klein segment van de nationale of internationale gemeenschap, dan verdient de naamloze vennootschap het niet te overleven. Zonder een radicale verandering in ons denken over de rol en de verantwoordelijkheden van bedrijven, zonder zowel praktische als juridische erkenning van de betekenis van stakeholders, zonder algemeen erkende manieren om het effect van bedrijven op deze zaken te meten, zou niet alleen de volmacht van afzonderlijke bedrijven om te mogen opereren gevaar lopen, maar we zouden daarmee ook een opvallend effectief mechanisme voor de verwerving van rijkdom om zeep helpen, omdat we niet inzagen dat onze vertrekpunten ondeugdelijk waren: moraal dient belangrijker te zijn dan geld en principes belangrijker dan winst.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.