|
|
Een afschuwelijke vergissing
Als militair was de Amerikaanse generaal Lee Butler een meer dan warm voorstander van het ontwikkelen en op grote schaal produceren van kernwapens in het kader van de Koude Oorlog. Inmiddels gepensioneerd keert hij op zijn schreden terug. In een opmerkelijke boetedoening geeft Butler toe, dat nucleaire wapens een afschuwelijke vergissing zijn geweest. Wapens die nochtans de wereld nog steeds in zijn voortbestaan bedreigen. 'Het is mijn taak om met alle overtuiging die in mij is, te verklaren dat de kernwapens ons een slechte dienst hebben bewezen.'
Het is triest, maar het valt niet te ontkennen dat kernwapens door veel mensen nog steeds als nuttig, onmisbaar en rechtmatig worden gezien. De hardnekkigheid van deze opvatting, die duidelijk wordt weerspiegeld door de onlangs aangekondigde aanpassing van het Amerikaanse kernwapenbeleid, is voor mij een bron van grote zorg. Jarenlang heb ik tot de fanatieke belijders van het geloof in kernwapens behoord. Net als mijn tijdgenoten werd ik bewogen door angst en gedreven door overtuigingen die stammen uit de beginperiode van het atoomtijdperk. Het was een tijd van panische angst en crises. Wij zagen kernwapens als de verlosser die in 1945 een onverzoenlijke vijand op de knieën dwong. Wij geloofden, dat een superieure technologie strategisch voordeel zou opleveren, dat veiligheid school in kwantiteit en dat het doel - containment - alle benodigde middelen heiligde.
Er valt veel voor deze overtuigingen te zeggen en ik heb ze mijn hele militaire loopbaan lang aangehangen. En nu is het mijn taak om met alle overtuiging die in mij is, te verklaren dat ze ons een slechte dienst hebben bewezen. Ze zijn verantwoordelijk voor buitengewoon ernstige risico's en buitensporige uitgaven in het conflict tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Ze hebben een toch al scherpe ideologische controverse verhevigd en bestendigd. Ze hebben hele generaties van steeds nieuwere en destructievere kernwapens en afvuursystemen voortgebracht. Ze hebben geleid tot logge, alles verslindende bureaucratieën met mondiale agenda's. Ze speelden in op lage instincten, stimuleerden fanatisme en demagogie, en ontketenden krachten van onbeheersbare omvang en reikwijdte. Maar bovenal houden deze niet aflatende overtuigingen en de eraan ten grondslag liggende angsten een koude-oorlogspolitiek en koude-oorlogsdenken in stand die in strategisch opzicht volslagen onzinnig zijn. Nog steeds leiden ze tot gigantische uitgaven en wordt de hele mensheid erdoor blootgesteld aan ontstellende gevaren. Daarom kan ik niet blijven zwijgen. Ik weet te veel van dit soort zaken af, van de fouten en feilen van politiek en praktijk.
Nu de lessen van decennia van grote betrokkenheid dieper tot mij doordringen, kom ik tot een aantal zeer verontrustende conclusies. Dat degenen die met atoomoorlogen dreigden, vanaf het eerste begin van het atoomtijdperk geen goede afweging hebben gemaakt van de risico's en gevolgen. Dat niet alleen het voortbestaan van de tegenspelers, maar het lot van de hele mensheid op het spel staat bij een atoomoorlog. Dat er voor de vermoedelijke gevolgen van een atoomoorlog geen politieke, militaire of moreel aanvaardbare rechtvaardiging bestaat. En dat het dreigement atoomwapens te gebruiken dan ook onverdedigbaar is.
Deze conclusies roepen een heel scala aan onontkoombare vragen op. Als dat allemaal zo is, hoe valt dan de bereidheid - nee, de gretigheid - te verklaren waarmee horden koude-oorlogvoerders, zowel burgers als militairen, dergelijke gevaren niet alleen aanvaardden, maar zelfs versterkten en lieten voortduren? Wat verleent opeenvolgende generaties leiders van de kernmachten het gezag om over leven en dood op aarde te regeren? En bovenal: hoe kan dit schokkende lef blijven bestaan, terwijl we juist zouden moeten sidderen voor onze stompzinnigheid en samen ten strijde zouden moeten trekken om de dodelijkste manifestatie ervan af te schaffen? We mogen dit soort vragen niet aan de historici overlaten. De antwoorden zijn nu belangrijk voor ons. Ze raken de kern van huidige beleidsmaatregelen en beweegredenen. Ze bevatten lessen met actuele consequenties voor zowel de huidige als de aankomende kernmachten.
Hoe is het mogelijk, dat we een strategie onderschreven die een bijna volmaakt begrip vereiste van een vijand van wie we ernstig vervreemd waren en grotendeels geïsoleerd leefden? Hoe konden we de beweegredenen en bedoelingen van de sovjetleiders pretenderen te begrijpen zonder noemenswaardig persoonlijk contact? Waarom dachten we, dat een land dat een hele serie invasies en ontstellende verliezen had overleefd, zou meegaan in een strategie die gebaseerd was op angst voor een kernoorlog? Op fundamenteel psychologisch niveau hield afschrikking in de situatie van de Koude Oorlog een grove misvatting in: immers, de westerse rationaliteit werd geprojecteerd in de vervormde lens van een paranoïde vijand. Geen wonder, dat de afschrikking het eerste slachtoffer werd van een groeiende crisis, waardoor de tegenstanders angstig rondtastten in een mist van wederzijds wanbegrip. Terwijl wij vasthielden aan de gedachte dat een atoomoorlog met zekerheid kon worden afgewend, destilleerden de sovjetleiders uit hun historische ervaringen de overtuiging, dat zo'n oorlog hun kon worden opgedrongen en dat ze die dan niet mochten verliezen. Gedreven door die angst namen ze de herculische taak op zich om koste wat kost te vechten en te winnen. Afschrikking was een gesprek tussen blinden en doven. Uiteindelijk was afschrikking vooral een akkoord dat wij in het Westen met onszelf sloten.
Afschrikking was al evenzeer verkeerd, omdat de gevolgen bij mislukking onaanvaardbaar zijn. Hoewel de prijs van ongecontroleerde agressie in het tijdperk van uitsluitend conventionele wapens hoog kon zijn, leert de geschiedenis dat een land een onvoorwaardelijke nederlaag kan overleven en daarna zelfs kan opbloeien. Dat geldt niet in het atoomtijdperk. Kernwapens kennen geen genade. De gevolgen ervan gaan boven tijd en plaats uit, de aarde wordt erdoor vergiftigd en nog generaties van mensen worden erdoor misvormd. We zijn volkomen weerloos, alle hoop op een leven van enige betekenis vervliegt. Niet alleen het lot van naties, maar de beschaving zelf hangt ervan af. In het beste geval is het een gok die geen enkele sterveling zou moeten wagen. In het slechtste geval leidt het tot de dood op een schaal die de macht van de Schepper evenaart.
Is het dan een wonder, dat ik me aan het eind van mijn reis gedwongen zie op mijn schreden terug te keren om het bewijsmateriaal dat ik niet kon of wilde zien, grondiger te onderzoeken? Nu hoor ik de lang genegeerde stemmen, de waarschuwingen die nog steeds gedempt worden door de overgebleven haatgevoelens van de koude oorlog. Ik zie pijnlijk scherp, dat vanaf de eerste dag van het atoomtijdperk de objectieve, kritische instelling en het diepgravende debat - beide essentieel voor een adequaat begrip en betrouwbaar overzicht van de omvangrijke activiteiten - werden beknot of afgewezen. Het koude licht van onpartijdig onderzoek werd buitengesloten uit naam van de veiligheid, bedenkingen werden van de hand gewezen uit naam van een acute, niet aflatende dreiging, bezwaren werden overstemd door de bezweringen van de atoompredikers.
De tol bleek hoog. Regelmatig werden cruciale beslissingen genomen zonder grondig inzicht, te vaak zegevierden beweringen over analyse, verkeerden vereisten in vooringenomen standpunten van een organisatie, waren technische mogelijkheden en bedrijfswinst bepalend voor niveau en vermogen van aanvalskracht, en speelde politiek opportunisme mee bij de inschatting van wat militair noodzakelijk was. Gezag en verantwoordelijkheid werden van elkaar losgekoppeld, beleid werd gescheiden van planning, en theorie werd ontkracht door praktijk. De kortzichtige beslommeringen van een hele reeks invloedrijke belangen hinderden de rechtmatige rol van sleutelfiguren in het beleid en beperkten hun beslissingsruimte. Velen kregen domweg niet de essentiële informatie, benodigd om hun werk goed te kunnen doen.
In de loop der tijd kwam de planning steeds verder af te staan en uiteindelijk helemaal los te staan van ieder wetenschappelijk of militair werkelijkheidsbesef. Uiteindelijk creëerden de kernmachten, groot en klein, ongelooflijk kostbare infrastructuren, monolithische bureaucratieën en complexe processen die zich onttrokken aan alle controle en begrip. Nu pas komen de omvang, kosten en risico's van deze nucleaire onderwerelden aan het licht. En nu moeten we inzicht krijgen in de grondoorzaken, de mentaliteit en de overtuigingen waaruit ze voortkwamen. Ze moeten in twijfel worden getrokken en vervolgens ontkracht, maar bovenal moeten we ervan af.
Ik kan de bereidheid om atoomwapens goed te keuren alleen maar begrijpen, als ik geloof dat ze het natuurlijke verlengstuk zijn van instinctieve haatgevoelens. Ze gedijen in het emotionele klimaat dat voortkomt uit vervreemding en isolement. De grenzeloos wrede gevolgen passen precies bij de drang tot totale verwoesting. Ze spelen in op onze diepste angsten en parasiteren op onze duisterste instincten. Ze tasten onze menselijkheid aan, verlammen ons vermogen tot morele moed, en maken het onvoorstelbare denkbaar. Het vreselijke is, dat deze angsten en haatgevoelens duidelijk geen onderscheid maken tussen politieke stelsels en waarden. Zowel democratieën als totalitaire samenlevingen worden erdoor geplaagd, de normen voor beschaafd gedrag worden ondermijnd en de kansen om te ontsnappen aan de in onze genetische code besloten primitiviteit nemen erdoor af. Dat feit zou ons te denken moeten geven, als we ons voorstellen hoe we kernwapens moeten afschaffen in een wereld die dagelijks daden van ten hemel schreiend barbarisme te zien geeft. En het zou ons ook moeten sterken in ons voornemen.
Op ons als natie rust de grote verantwoordelijkheid een eind te maken aan het atoomtijdperk. Door onze huidige politiek en onze huidige plannen en standpunten ten aanzien van kernwapens zitten we nog steeds vast in een tijdperk van ontoelaatbaar gevaar. We kunnen niet het wonder van het bestaan voor onschendbaar houden en tegelijkertijd het vermogen dat te vernietigen heilig verklaren. We mogen de sleutels voor de uiteindelijke verlossing uit de nucleaire nachtmerrie niet opofferen aan een patstelling. We mogen de middelen die cruciaal zijn om uit die situatie te komen en de gevaren te verminderen, niet aan de wereld onthouden. We mogen niet in stille berusting de achterhaalde tirades van de atoompredikers aanhoren. Het wordt tijd om het primaat van het individuele geweten, de stem van de rede en de rechtmatige belangen van de mensheid te herstellen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.