|
|
De mens kan de hond niets leren
Voor Jan-Hond valt de reis samen met de bestemming.
Tijdens de korte perioden dat ik niet mijn leven deelde met een hond - als student, in mijn diensttijd, in de rouw na het verlies van de vorige - voelde ik me iemand die de weg was kwijtgeraakt. Terwijl ik dit zit te typen, zit mijn hond Toby op mijn schoot. Maar het gaat niet om Toby, maar om Hond. Om welke hond dan ook, om Jan-Hond! Als hij me straks op de kin kust, weet ik dat mijn tijd gekomen is. Ik zal moeten ophouden en hem mee naar buiten nemen, voor een plezierig samenzijn met Max, de labrador van de buren. Jan-Hond bepaalt het zelf wel. De mens kan Jan-Hond niets belangrijks leren. Jan-Hond weet dat en vraagt ook niet om nieuwe input. Wat ieder mens op zijn beurt voor zichzelf probeert te bereiken in het leven, heeft Jan-Hond bij aanvang al volop voor elkaar: hij heeft zijn ego los kunnen laten, accepteert alles zoals het is, elke reactie van hem is precies de goede - vrees, vechten, vluchten en vergeten - en na afloop gaat hij weer heerlijk slapen. Hij geeft niet te veel uit, werkt niet te hard en hangt geen bespottelijke leugens op. De regen houdt Jan-Hond niet tegen, maar de zon spoort hem net zo goed niet aan. Jan-Hond heeft geen norm voor schoonheid. De mens behangt zichzelf met goud en verschuilt zich achter de naam van een willekeurige onbekende - Tommy Hilfiger of zo. Voor Jan-Hond volstaat een simpele halsband. Jan-Hond weet niet wanneer de mens naakt is, en al zou hij er zich bewust van zijn, het maakt hem niks uit. Zelfs de zeldzaamste, duurste en meest exotische hond is hem tijdens zijn frisse neus even lief - of niet - als het doorsnee vuilnisbakkenkeffertje. En dan misschien wel het meest verlichte aspect: voor Jan-Hond valt de reis samen met de bestemming. Als Jan-Hond achter in de auto springt, kan het hem niks schelen of hij naar Karels huis verderop of naar Geleen gaat, naar het park of naar Parijs. Hij hoeft niet te weten hoe lang het duurt, hoe lang hij wegblijft of wat hij als bagage nodig heeft.
Wat snak ik er soms naar zo te zijn als Jan-Hond! En wat weet ik zeker, dat me dat nooit zal lukken! Hond eet veel vlees en heeft daar geen bedenkingen bij. Hij gaapt en laat winden waar iedereen bijstaat, zonder zich te verontschuldigen. Jan-Hond geeft over op je bed en is verbaasd dat je daar zo mopperig over doet. De mens loopt achter Jan-Hond aan op het Lange Voorhout en raapt zijn drollen op met een klein plastic zakje. In de duinen rolt Jan-Hond met zijn kop, nek en lijf door de beestendrek en kijkt je verwonderd aan als je begint te jammeren. 'Ik moet mijn geur maskeren, onbenul. De jacht is geopend!'
Wanneer Jan-Hond weer wat gefatsoeneerd is, zit de mens op de veranda zijn avondkrantje te lezen, met whisky en water op de leuning. Jan-Hond z'n neus snuffelt vrijwel onmerkbaar en hij ontvangt vanuit de hele buurt al het nieuws dat het weten waard is. Naar die whisky taalt hij niet, geef 'm dat water maar. Is Jan-Hond niet volmaakt? Wie zit er hoger op de veel te volle zitbank van het leven dan de hond? De kat?
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.