Email   Print

De eetkamer is de best bezochte tempel ter wereld

Van André Wolf verscheen begin dit jaar het opmerkelijke kookboek De Tao van Stamppot - koken met lichaam, geest en ziel. Wolf ziet het leven als stamppot. En zoals Thoreau nooit naar de kerk ging omdat hij 'altijd in de kerk was', zo is Wolf altijd aan het koken. Tijn Touber zocht hem op in New York, waar hij tegenwoordig woont en werkt. 'Alles wat we doen, meemaken, leren, hopen, dromen of fantaseren, is een ingrediënt dat bruikbaar is in de keuken van het leven.'

Tijn Touber | 29 november/december 1999 issue

Penn Station, eindpunt van de Long Island Express in hartje New York. Het laatste stuk van de reis is geheel ondergronds geweest. Geen idee waar ik inmiddels ben aangeland. De lange roltrappen leiden uit de dampende ondergrondse gangen langzaam omhoog. Ineens is er daglicht en sta ik op straat. De beroemde gele taxi's zoeven af en aan, verder alleen maar grote of hele grote auto's. Als ik omhoogkijk, zie ik gebouwen waar geen einde aan lijkt te komen. Het begint een beetje te draaien, dus ik kijk maar even voor me. Net op tijd - het licht is op groen gesprongen en ik word bijna onder de voet gelopen door een aanstormende horde business people die in volle galop naar hun werk rennen. Verder wordt de brandschone stoep (25 dollar boete voor een kauwgumpapiertje) vooral bevolkt door tussen de wal en het schip geraakte mensen en toeristen die te veel omhoogkijken, waardoor ze hun tasjes te snel kwijt raken.
Daartussen is André Wolf niet moeilijk te herkennen. Frisse kop, heldere blik. Zo te zien een jongen van stavast, duidelijk van below sealevel. Met zijn zesendertig jaar ervaring - waarvan vier in New York - beziet hij het leven nog steeds als een feestje. Zíjn feestje. Hoe meer surprises, hoe beter. Niet alleen prettige verrassingen worden met open armen ontvangen, ook rampen mogen er zijn. En rampen waren er. Zijn boek De Tao van Stamppot begint dan ook met een ramp. Een culinaire ramp, wel te verstaan.
'Het was een klassieke fout. Mijn keukentje was niet erg groot, noch erg professioneel ingericht. Mijn aanrecht was niet groter dan een schaakbord. Daarom hield ik het kookboek in mijn linkerhand, terwijl ik met de rechter volgens de aanwijzingen een snufje kerrie aan de courgettesoep toevoegde. Terwijl ik het recept nog eens bestudeerde en me afvroeg of ik alle aanwijzingen wel stipt had opgevolgd, schoot het strooidekseltje van het kerriepotje los en gleed de hele inhoud geruisloos mijn soep in. Ik kon het niet geloven. Ik smeet mijn kookboek op het aanrecht neer, waar het in een plas water terechtkwam, en probeerde met een lepel te redden wat er te redden viel. Maar in mijn paniek vergat ik het belangrijkste: het vuur uitzetten. In plaats van voorzichtig te scheppen begon ik wanhopig te roeren in de hoop dat de klont kerrie boven zou komen drijven. Al wat ik bereikte was, dat ik het voltrekken van de ramp bespoedigde. Misschien kan ik me eruit praten, suste ik mijzelf een kort moment. Ik kan de maaltijd spijzigen met excuses, terwijl mijn charme onze brandende monden en protesterende magen kalm tracht te houden. Of net doen alsof de soep zo heet hoort - dat het juist de bedoeling is, dat je niets meer van de rest van het diner proeft. Nee, er was maar één correcte oplossing: weg met de soep. Ineens hoorde ik een zacht gegrinnik. Ik besefte, dat het ongeluk met de kerriesoep niet alleen de soep had verknald, maar ook mijn verstand. "Wat is er mis met de soep?" vroeg de stem. "Niets, hij is toevallig alleen oneetbaar. Tenzij je eerst je mond asfalteert."'
En zo begint een prachtige dialoog tussen André Wolf en Jo Kwan, de Chinese God van de Keuken, die zich in sausjes en soepdampen manifesteert. Samen filosoferen ze, plagen ze en bekvechten ze 256 bladzijden lang. En samen beleven ze plezier met hun gezamenlijke passie, eten - of eigenlijk: koken. Jo Kwan stelt Wolf meermalen op de proef ('Wedden dat je zonder gas geen maaltijd kunt bereiden?'), waardoor het improviserend talent maximaal op de proef wordt gesteld. Het lukt Wolf zich uit de nijpendste situaties te redden. Alle recepten, die in geuren en kleuren worden beschreven, weet hij tot een - in ieder geval leerzaam - hoogtepunt te brengen. Jo Kwans boeddhistische verhaaltjes en spirituele wijsheden vormen de slagroom op de taart.

Meanwhile, back at the Penn Station…
'Ik heb imperfecties en rampen leren accepteren. Er gebeuren vaak prachtige dingen als iets niet gaat zoals je het had voorzien. Bijvoorbeeld, als je met vakantie bent en je autosleutels kwijtraakt. Als je niet in paniek raakt en niet denkt dat de hele vakantie nu bedorven is, maar open blijft staan, kun je de meest wonderbaarlijke mensen ontmoeten. Mensen die je helpen en je vertellen over een geheim dorp dat niemand kent, om daar vervolgens de rest van je vakantie te blijven hangen. Het gaat erom, dat je wakker blijft voor het toeval. Als je in paniek raakt, gaat het pas goed mis. Koken heeft me geholpen zo in het leven te staan. Neem kookboeken… je kunt alles precies volgens de feiten en de recepten doen, maar de vraag is, of het dan echt lekker wordt. Koken is geen wetenschap. Je moet een gerecht niet verknallen door de receptuur exact op te volgen. Jo Kwan is in staat om in één tel mijn uien te verbranden en mijn soufflé te laten inzakken, als hij vindt dat ik niet genoeg aandacht aan hem besteed. Ook als kunstenaar heb ik geregeld meegemaakt, dat je aan iets werkt wat niet wordt wat je ervan verwacht. Maar als je er vanuit een ander perspectief naar kijkt, zie je ineens dat het een begin is van iets dat veel interessanter is.
Het lukt niet altijd. Er zijn momenten dat ik in paniek raak en dat niet kan stoppen. Onlangs moest ik mijn hond in volle bewustzijn op de tafel van de dierenarts leggen om haar een laatste spuitje te laten geven. Op dat moment wist ik, dat ik me gewoon niet meer kon afkeren van een ramp en het gewoon moest nemen zoals het kwam. Ik hield haar vast, mijn handen op haar hart en voelde het leven wegtrekken. Dat zijn geen rampen die ik kan omdopen tot iets bijzonders wat geweldig is. Ik kon alleen maar volledig aanwezig zijn. Ik stapte daarna met een dode hond in mijn auto en reed naar huis. Ik huilde, reed bijna tegen een boom. Er was geen uitweg, het was precies wat het was.'

Al pratend lopen we het Metropolitan Museum in - het gigantische museum aan de rand van Central Park - waar we van de ene in de andere cultuur belanden. De zaal met de compleet overgevlogen Egyptische tempels is te huur voor chique feestjes. Je kunt er worden bediend door geheel in stijl gekle,de knapen, maar een rock-'n-roll band kan ook. Hey, this is America. En trouwens, wat is kunst? Jo Kwan XXXXXXX weet het antwoord: 'Alle kunst is één. Sommige mensen houden ervan om kunstwerken aan de wand te hangen, anderen prefereren het op te eten. Er is geen groter museum in de wereld dan je etensbord. Ik heb Picasso nog gekend en heb me suf en schor gezanikt, maar hij wilde geen kok worden. Een groot verlies voor de wereld.'
André kan zich er wel in vinden: 'Kunst beperken tot iets wat je kunt kopen - een kunstwerk met een handtekening eronder - is een beetje raar. Zoals je in een schilderij iets probeert vast te leggen - een sfeer, een gevoel, een moment - zo kun je dat ook in smaak vangen. Een van de redenen waarom ik ben gestopt met me te veel met kunst bezig te houden is, omdat het allemaal zo bedacht was. Je kunt net zo lang aan een gedicht sleutelen totdat het een wiskundige formule wordt. Maar dan is het niet meer te lezen. Als ik kook, flans ik gewoon wat door elkaar, zonder er te veel over na te denken. Het gebeurt gewoon. En omdat ik het leuk vind, lukken dingen automatisch. En als een gerecht niet lukt, dan kun je altijd nog zeggen, dat er heel speciale kruiden in zitten. Een taart die niet stevig genoeg is en als modderige vlokken uit elkaar valt op je bord, maar desondanks heerlijk ruikt, kun je met vers fruit en een saus zodanig optuigen, dat niemand merkt, dat het eigenlijk het resultaat is van een catastrofe.
Koken is zo lekker pretentieloos. Als je bord leeg is, is het op en verdwijnt het in de wc. Heerlijk, die wegwerpkunst. Ik wil mensen niet aanpraten, dat ze koken tot kunst of tot een spiritueel pad moeten verheffen. Ik weet wel dat ik in mijn boek schrijf, dat je keuken als het heelal moet worden, het fornuis als de zon, de koelkast als de tuin van Eden en je kraan als een waterval waaruit zorg en liefde stromen. Maar dat moet je maar niet te serieus nemen. Je moet de dingen - inclusief jezelf - sowieso niet te serieus nemen. Ik probeer natuurlijk wat wijsheid over te brengen, maar ik doe dat steeds vanuit het perspectief van een kok. Ik zie mezelf niet als spiritueel leraar. Dan zou ik de grootste onzin uitkramen. Het grote risico van bijna elke spirituele richting is, dat het allemaal zo serieus wordt genomen. Aan de andere kant: als we te lollig worden, gaat het ook mis. Ik kan wel heel lollig over dit soort dingen schrijven, maar je moet natuurlijk toch gewoon een goede maaltijd kunnen neerzetten. Je moet weten waarover je het hebt. Je moet zien te voorkomen, dat mensen door jouw lolligheid hun vingers branden en vervolgens drie dagen in het verband liggen en niet kunnen slapen van de pijn.
Niemand wordt geboren als kok, je wordt tot kok gekookt, of anders gezegd: je kookt jezelf tot kok. De wijze waarop je met recepten omgaat, zegt veel over de wijze waarop je met het hele leven omgaat. Ik heb dus ook totaal geen verstand van calorieën. Wil ik ook niet, want als ik daarover zou gaan nadenken, dan zou ik iedere maaltijd verpesten. Als je een beetje luistert naar wie je bent, denk ik dat je lichaam werkelijk in staat is om aan te geven wat goed voor je is. Het is vooral ook van belang hóé je eet. Veel mensen die in de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen zaten, zijn met ziekten teruggekomen. Maar er zijn er ook die sterk terugkwamen, terwijl ze op heel slecht eten moesten leven. Het lichaam is blijkbaar in staat om uit de goorste rotzooi voedingsstoffen te creëren en zichzelf op te bouwen. Daar heb je niet zo zeer vitaminen of allerlei andere preparaten voor nodig. Het lichaam zelf is een wonder, als we het de kans geven.
Koken is natuurlijk ook een heel aards gebeuren. Ik heb niet veel rituelen, behalve een hoop rotzooi maken. Als ik kook, gebruik ik graag mijn handen. Vooral kneden is heerlijk: de adem in het brood kneden en het woest tot leven slaan. Mensen - met name in Amerika - vinden dat een beetje vies, maar ik hou niet van dat steriele gedoe met plastic handschoenen en een kapje op je hoofd. Ik eet liever een paradijselijke soep waar een vlieg in drijft, dan een smerige, steriele soep zonder beestjes. Ik was overigens mijn handen wel vaak, hoor.'

In Central Park schijnt de zon. Breakdancers, skaters en musici laten hun kunsten zien. De meesten hebben een walkman op. Ze leven en dansen in een heel eigen universum. E $
ANOT
¥)çû MK én ding hebben ze gemeen: allen zijn sterren in spe. Het wachten is slechts op het moment dat ze worden ontdekt. Dat kinderlijke ongegeneerde maakt Amerika zo aantrekkelijk. Het is een van de redenen waarom Wolf hier ging wonen. 'De cultuur is nog jong en vernieuwt zichzelf voortdurend. Als je ziet hoe ze hier met zenboeddhisme omgaan: niets rigiditeit, maar vernieuwend en eigentijds. Mensen lijken hier gemakkelijker te zien dat alles - ook het lijden - een expressie van verlichting is. Oudere culturen leggen zichzelf wat dat betreft vaak onnodige beperkingen op. Alles is in beweging, staat nooit stil. Ik hou daarvan. Ik zoek ook bewust grenzen op. Tijdens zevendaagse retraites waar dagelijks acht uur per dag wordt gemediteerd, ben ik geneigd om er 's avonds nog een paar uur aan vast te knopen. Als ik hier nu toch zit, laat ik dan maar tot de bodem gaan, anders gebeurt er verdomme ook nooit wat. Tijdens zo'n retraite heb ik eens vier dagen lang het diepe gevoel gehad dat alles perfect was - inderdaad een expressie van verlichting. Ik had dat gevoel wel eerder gehad, maar nooit vier dagen achter elkaar. Ik herinner me, dat ik in de spiegel keek en eindelijk dacht: dit is perfect, er is niks mis mee, helemaal niks. Als je daar bij stilstaat, dan is het zo mooi om een mens te zijn en te mogen leven. Ik weet niet hoe ik aan het eind van de maand de huur moet betalen, maar dat is een ander verhaal.
Toch hoef je de tempel niet te bezoeken voor spiritualiteit. De eetkamer is de best bezochte tempel ter wereld. De stilte in je hart wordt de stilte in het eten en alle schoonheid en goedheid vloeit van de keuken naar de eetkamer, van jezelf naar je vrienden, familie en gasten. Dat is het wonder van de gemeenschappelijke maaltijd. Daarom bidden mensen voor het eten, uit dankbaarheid voor dit wonder.
En de kok, hij kookt zichzelf.'



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.