Email   Print

Blik op de weg

Een ochtendje racen met de dierenambulance.

Rob van Erkelens | 29 november/december 1999 issue

De fotograaf wil een kaaiman. Al bij de ochtendkoffie maakt hij zijn wens kenbaar. Een kaaiman voor een goeie foto. Want katten en honden, daar hebben de lezers niets aan.
'Het leukst zijn ontruimingen', zegt Yvonne van de dierenambulance opgewekt. Yvonne en haar collega Alga hebben reeksen dierenverhalen paraat. Bij ontruimingen wordt de dierenambulance vaak te hulp geroepen om het leeggehaalde pand te ontdoen van achtergebleven dieren. En daar kunnen de dames gloedvol over vertellen. Over die ene keer dat ze een aquarium vol piranha's moesten ophalen. Eerst koud water erbij doen, zodat de vissen verdoofd raken. Dan opscheppen.
Vroeger dacht ik wel, dat Sartre het goed gezien had toen hij in zijn toneelstuk Huis clos de hel definieerde als: 'L'enfer, c'est les autres.' Ha! Nou, mooi niet. L'enfer, c'est iets heel anders. L'enfer, c'est als je achter in de dierenambulance zit - de fotograaf zit voorin, voor het geval er een kaaiman ons pad kruist - en je net bij de spoedkliniek een kat hebt opgehaald met een doorgezakte voorvoet of zoiets. Die kat miauwt niet, nee, die gilt en snerpt en merg-en-beent als een peuter in een snelkookpan. Die kat stopt alleen met krijsen om adem te halen. En ik zit daar recht boven.
Ik houd niet van katten. Ook niet van honden. Ik weet me nooit raad met huisdieren. Ik begrijp ze niet, en zij begrijpen mij niet. Als ik iemand ontmoet met een hond, een heel aardige hond die niks doet, dan weet ik nooit hoe ik me moet gedragen. Dan voel ik me opgelaten. Aaien vind ik hypocriet; ik heb helemaal niet de behoefte om te aaien, en als ik dat toch doe, dan heeft die hond dat vast in de gaten - want honden voelen dat - en dan bijt-ie me alsnog. Katten vind ik nare beesten. Ze nemen iedereen in de maling. Ze voeren geen moer uit, zijn arrogant en eng. De hel waar ik me nu in bevind, gaat steeds harder rijden. Toen we instapten met de krijsende kat met de gedeukte knie of zoiets, kwam er een noodmelding binnen: in de Staatsliedenbuurt was er een spoedgeval. 'Er is een kat gevonden met een blikje op zijn kop.'
Yvonne zit achter het stuur. Nog nooit heb ik Amsterdam zo snel langs zien komen. Van de Weesperzijde tot de Van Hallstraat in een minuut of vier. Als Yvonne de verkeerslichten had gezien, had ze opgemerkt dat ze allemaal rood waren. Maar ze rijdt te hard om dat te kunnen waarnemen. Vanaf mijn zitplaats achterin - de kat met de gekneusde nagel zaagt mijn zenuwen aan flarden - zie ik hoe fietsers inhouden, hoe voetgangers terugdeinzen als ze ons zien en horen aankomen. Auto's stoppen met piepende remmen. Kruisingen worden vrijgemaakt. Want hier komen wij, de dierenambulance! Een klein meisje op een step valt om, ze dreunt met haar hoofdje op de stoeprand. Yvonne schakelt en steekt blind de kruising Bilderdijkstraat-De Clerqstraat over. In onze slipstream zie ik een pizzakoerier vertwijfeld zijn handen heffen. Zijn stuur slaat om en de jongen schuift onder tram 12.
Maar wij moeten verder. Wij zijn de dierenambulance. Maak plaats. Opzij. Er is een kat met een blikje over zijn kop! De fotograaf vraagt of we nog een kaaiman krijgen. Want alleen katten en honden, dat... Op twee wielen door de bocht. Volgens de reglementen mag de dierenambulance niet zijn zwaailicht gebruiken. Hoe ver is het nog? Het kan een kwestie van seconden zijn. Een kat met een blikje op zijn kop kan stikken. Moet ik de EHBO-koffer pakken? De zuurstofinstallatie? Of houd ik de afzuigset gereed, bedoeld om de maag mee leeg te pompen?
De fotograaf wil een kaaiman. Ik wil niks. Ik probeer niet te horen hoe de kat met de geamputeerde enkel mijn bloed aan de kook probeert te brengen. Ik probeer in gedachten Huis clos te reciteren. Ik moet me ergens aan vasthouden. 'L'enfer, c'est les autres. L'enfer, c'est - echt waar - les autres. L'enfer, c'est heus niet een kat die onophoudelijk gilt en snerpt en krijst.' Dat is het wél. Nog een kilometer. Het autobestuurtalent van Yvonne is groot. Ze rijdt onnavolgbaar. De auto schudt en stuitert. De fotograaf en Alga hobbelen heen en weer op de voorbank. Ik word in een scherpe bocht van de bank af gezwiept, tegen de schuifdeur aan.
Piepend en schuivend komen we voor het betreffende pand tot stilstand. Deuren worden opengegooid. Ik spring naar buiten. Voor me zie ik de fotograaf naar het huis rennen, camera in de aanslag. Hij hijgt: 'Ik hoop dat we gauw een kaaiman krijgen!' Achter hem aan stommel ik de donkere gang in. Yvonne en Alga zijn al in het benedenhuis verdwenen. Elke seconde kan de laatste zijn voor het dier dat wij nu komen redden. Maak plaats! Waar is de kat? De kat met het blikje op zijn kop? In de deuropening van de Staatsliedenhuiskamer blijf ik staan. Vier bewoners lopen rond in ochtendjas, de haren nat. Bij de leren tweezitsbank knielen
Yvonne en Alga. Ze aaien iets, zo te zien. Ze spreken kalmerende woorden. 'Ja stil maar, hoor. Stil maar.' Als ze allebei overeind komen, zie ik op de bank een witte kat liggen. Hij kijkt me recht aan. Met een valse, arrogante, uitdagende blik kijkt hij juist míj aan, van iedereen in de kamer.
Verbeeld ik me het of speelt er inderdaad een sadistische glimlach om zijn mond? 'Ja, o, dat blikje... dat heb die daar net losgeknipt. Niks aan de hand.' Uit de verte, door de openstaande voordeur, hoor ik het geluid van de hel.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
madjel, the netherlands
Margriet, The Netherlands