|
|
Te jong geleerd gaat later vaak verkeerd
Vierjarigen verplicht achter het computerscherm.
] Steeds meer kinderen gaan steeds vroeger naar school. In de Verenigde Staten worden kinderen al op hun vierde naar school gestuurd. Op een leeftijd waarin de meeste kinderen nog gewoon lekker willen spelen, zitten ze nu verplicht gebogen over hun schriftjes letters en cijfers te tekenen. Ook in Europa, waar de meeste kinderen niet voor hun zesde of zevende aan het echte werk beginnen, lijkt deze trend aansluiting te vinden. Vreemd, want het Amerikaanse National Federation for Education Research kwam erachter, dat de vroeglerende Amerikaanse kinderen met hun zevende niet verder waren dan hun Europese collegaatjes. Dit ondanks - of misschien wel dankzij - de vele commissies die op het wel en wee van deze aankomende geleerden moeten letten. De uitgebreide administratieve rompslomp die dit met zich meebrengt, maakt overigens ook van de leraar geen gelukkig mens.
Vooral jongens zijn er op de leeftijd van vier of vijf nog niet aan toe om stil te zitten. Ze verliezen hun zelfvertrouwen en haken - zo blijkt uit statistisch onderzoek - op latere leeftijd af. Logisch, want we weten al langer dan vandaag, dat het leerproces vooral gebaat is bij een gezonde dosis zelfvertrouwen. Natural Parent (mei/juni 1999) herinnert ons nog maar eens aan Senior Chief Inspector Edmond Holmes, die begin 1900 het eerste Nationale Engelse Leerplan moest begeleiden. Na dertig jaar trouwe dienst liet hij weten zich te schamen voor een onderwijssysteem waarin jonge kinderen werd verteld wat ze moeten doen en zij werden gedwongen dit uit te voeren. Volgens Holmes werkt dit slechts passiviteit, traagheid, ongezonde volgzaamheid of - in andere karakters - ongehoorzaamheid in de hand. De autoriteiten waren not amused en Holmes kon per onmiddellijk vertrekken. Hij schreef er nog wel twee boeken over. Inmiddels twijfelen niet veel meer aan Holmes' gelijk, maar lijken we aan het begin van het nieuwe millennium toch weer terug bij af.
Een van de grootste bedreigingen voor het jonge speelse kind is de tirannie van het 'nieuwe onderwijswonder' - de computer. Psychologie Heute (maart 1999) weet te melden, dat een kwart van alle Duitse scholen rond de eeuwwisseling bekabeld zal zijn. De gedachte hierachter is om kinderen zo vroeg mogelijk toegang te verschaffen tot de informatiesnelweg van het world wide web. Maar, zoals cultuurcriticus Neil Postman al eens opmerkte: 'Als er een nucleaire ramp plaatsvindt, zal dat niet gebeuren door gebrek aan informatie. En als kinderen in Somalië sterven, komt dat ook niet door gebrek aan informatie.' In feite zit veel van de op Internet vergaarde informatie ons juist in de weg om heldere beslissingen te nemen en een duidelijke koers te varen.
Ook het blad Lapis (nummer 7, 1998) vraagt zich af waarom computers zo nodig in het onderwijssysteem moeten worden geïntegreerd. De computer is tenslotte niet de eerste technologische uitvinding die een onderwijsrevolutie beloofde - en faalde. In 1923 schreef de New York Times: 'Radiogolven zullen onderwijs brengen naar de verre bossen, de afgelegen boerderijen en naar de bergen van Tennessee, Kentucky en West Virginia. De beperkingen van de plaatselijke schooltjes zullen voorgoed verleden tijd zijn.' Toen deze belofte niet werd waargemaakt, was er geen reden tot ongerustheid. Het volgende medium diende zich immers al aan: de televisie. In 1941 schreef mediamagnaat David Sarnoff: 'Terwijl kinderen zich misschien vervelen door alleen naar een stem te luisteren zonder de spreker in kweste te zien, zullen televisieuitzendingen voor scholen hun aandacht zeker vasthouden.' Inmiddels weten we beter: het passieve medium wordt minimaal ingezet voor educatie en maximaal voor geestelijke vervuiling.
Het probleem met nieuwe technologie in het onderwijs is, dat het niet wordt ontwikkeld om bestaande problemen op te lossen. Er wordt niet eerst een probleem gesignaleerd om vervolgens een toepasselijk antwoord te vinden. Eerst is er een antwoord (de computer en het world wide web), en vervolgens bedenken we waar dat allemaal goed voor kan zijn. Zo is het verkrijgen van informatie de afgelopen decennia geen enkel probleem meer op welke school dan ook - als het ooit al een probleem is geweest. Het probleem is veeleer hoe we de informatie die we willen overbrengen tot een werkelijk interessante en diepgaande leerervaring kunnen maken. Maar - werpen onderwijskundigen tegen - we moeten onze kinderen toch voorbereiden op een samenleving die volkomen geautomatiseerd zal zijn? Natuurlijk, maar als jonge kinderen niet de kans krijgen zichzelf in alle rust - en dus zonder een overdosis informatie - te leren kennen en ontwikkelen, worden ze nooit stabiele volwassenen die de druk van zo'n hightech-samenleving aankunnen. Hoe langer we onze kinderen kunnen behoeden voor de gekmakende grotemensenwereld van te veel informatie, op hol geslagen technologie en alomtegenwoordige commercie, hoe beter. Maar - de onderwijskundige weer - door aansluiting op Internet leren we onze kinderen toch om goede wereldburgers te worden? Ook hier rekent Lapis mee af: als je wilt weten of je kind een goede wereldburger wordt, kijk dan niet in zijn e-mail-postvakje, maar observeer zijn gedrag op het schoolplein - als het tenminste op het schoolplein speelt en niet achter de computer spelletjes zit te spelen. TT
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.