Email   Print

Je werk of je leven

Steeds meer talentvolle mensen komen aan niets anders meer toe dan hun werk. Steeds meer mensen raken vroegtijdig opgebrand. Karoshi - Japans voor 'dood door overwerk' dreigt een van de voornaamste doodsoorzaken te worden. Het is niet alleen een doodlopende weg voor deze harde werkers. Ook hun bedrijven lijden schade: door uitputting droogt vitale creativiteit en inspiratie op. Intussen groeit een generatie in de crèche op. Het wordt tijd voor afschaffing van deze 'nieuwe slavernij'. Voor nieuw en vervullend werk, dichter bij huis en haard. Werk dat voortkomt uit ieders persoonlijke streven. Tijd voor een stille revolutie, want werken moet vooral ook leven zijn.

Jurriaan Kamp | 28 september/oktober 1999 issue

Meteen al struikel ik over een paradox: dit verhaal, dat een pleidooi moet worden voor méér leven en minder werk, schrijf ik op de zondag van waarschijnlijk het mooiste weekeinde van deze zomer. Mijn kinderen hebben vakantie en dit is bij uitstek de dag voor een gezinsactiviteit, voor het leven. Ik troost mij met de gedachte, dat mijn goede vriend die advocaat is, vanmiddag om twee uur in Londen wordt verwacht voor een zakelijke bespreking die voor de beurs morgen opent, moet zijn afgerond. En wat nou als die bekendmaking dinsdagochtend wordt gedaan, vroeg zijn vrouw nog in een poging het gezinsweekeinde te redden. Het was de juiste vraag, waarop in deze dolgedraaide wereld van werk kennelijk geen juist antwoord mogelijk is.
Een vriendin werkt bij een grote bank. Als zij 's avonds naar haar twee kinderen thuis wil, neemt zij een stapel papier van haar bureau 'om te gaan kopiëren' en dan sluipt zij stiekem - als een van de eerste van haar collega's - naar huis. In de krant lees ik over de jonge advocaat, medewerker op een van de grote kantoren, die vier dagen per week wilde gaan werken. Zijn vrije keuze werd gerespecteerd, maar hij moest wel vergeten dat hij dan nog partner zou kunnen worden. Die weg was alleen begaanbaar voor iemand die minimaal 1500 declarabele uren per jaar zou maken. (Dat betekent zoiets als zeven declarabele uren per werkdag en dat dwingt dus tot lange werkdagen, die voor iets anders geen ruimte laten.) Een andere vriendin, die een hoge marketingfunctie heeft bij een groot levensmiddelenconcern, vertrekt met haar man en kinderen naar de andere kant van de wereld - naar Australië - in de hoop daar een samenleving te vinden waarin plaats is voor meer dan alleen maar werk. En Robert Reich, minister van arbeid van president Clinton, trok zich terug voor een nieuwe ambtstermijn, nadat zijn negenjarige zoontje hem had gevraagd - toen hij weer een keer opbelde dat hij 's avonds niet thuis zou komen - 'Wil je me wakker maken als je thuiskomt, ik wil weten dat je er bent.'
Minister van arbeid? Minister van slavernij, zou je eerder zeggen. Er woedt een nieuw soort slavernij in de samenleving. Een dodelijke slavernij. De topman van een van Nederlands grootste banken - zelf een zestiger - stelt wanhopig vast, dat hij steeds vaker medewerkers op hun 45ste aan een hartaanval verliest. Japanners kennen zelfs een woord - karoshi - voor 'dood door overwerk'. Een oplossing ziet de bankier niet. Ja, het hoofdkantoor heeft tegenwoordig zijn eigen in-house huisarts, er zijn ruime mogelijkheden voor het opnemen van betaald verlof en ten slotte is er de jaarlijkse kersttoespraak voor een moment van bezinning. Maar de overige 364 dagen regeert de concurrentie dwingend. We verliezen het leven, terwijl we het verdienen.

Ofschoon het woord arbeidstijdverkorting net een plekje heeft verworven in de nieuwe Van Dale, noemt - volgens een recent onderzoek van het FNV - bijna de helft van de Nederlandse werknemers de hoge werkdruk als hun grootste probleem. Hoewel dit verschijnsel vanzelfsprekend alle werknemers treft, is het effect op werkende ouders en hun kinderen het meest ingrijpend. Ik herinner me, dat mijn vader in mijn jeugd 's avonds om half zeven thuis was. Hij was misschien een avond per week weg en een enkele keer op zakenreis. En mijn vader was niet uniek, de vaders - want nog maar een enkele moeder werkte in die tijd - van mijn vriendjes waren 's avonds ook gewoon thuis. Mijn vader sprak ook niet over zijn 'vrije tijd', hij was gewoon thuis. Het begrip vrije tijd maakt van werk 'onvrije tijd', een gevangenis. Het is niet uit te leggen aan de geschiedschrijvers van straks, dat parallel aan de enorme toename van de welvaart sinds die tijd ouders steeds minder tijd hadden om hun kinderen op te voeden. Aan het begin van deze eeuw ging een kind met zeven jaar naar school, aan het einde is niet meer uitzonderlijk als een kind van drie maanden naar een crèche wordt gebracht. Gezinnen gaan verschillende malen per jaar met vakantie naar steeds exotischer oorden, twee auto's per huishouden is geen uitzondering, huizen bulken van moderne, elektronische apparatuur, maar er is geen tijd voor kinderen. Ooit schetste Aldous Huxley in Brave New World de nachtmerrie van een samenleving zonder gezinnen, waar iedereen werd opgevoed door het systeem van kinderopvang. Het is een boze droom die bezig is realiteit te worden.

Er groeit thans in hoog tempo een crèchegeneratie op zonder dat de sociologen van deze aan onderzoek verslaafde moderne samenleving hebben kunnen vaststellen welke gevolgen dat heeft voor het opgroeien van kinderen en voor gezinsverbanden. Maar je hoeft geen socioloog te zijn om aan te voelen, dat kinderen het liefst bij hun ouders - ouders, niet: moeders - zijn. Altijd. Gebrek aan aandacht, aan emotionele binding op jonge leeftijd heeft een negatief effect op de ontwikkeling van het zelfbeeld. Wat dat betreft, werken we massaal mee aan een schadelijk experiment, waarbij vele kleine, gekwetste zielen de grote wereld worden ingebracht. De uit nood geboren remedie heet 'kwaliteitstijd': het maakt niet zozeer uit hoeveel tijd ouders en kinderen met elkaar doorbrengen, als die tijd maar met werkelijke aandacht wordt benut. In de praktijk betekent dat vooral samen ijsjes eten: ouders en kinderen moeten het 'goed' hebben, als zij samen zijn. Maar zo simpel is het niet. Juist moeilijke momenten in relaties vormen karakters. Je kunt een relatie niet beperken tot goede kwaliteitstijd. De boeiende studie van de Oostenrijkse psycholoog Bruno Bettelheim over de kibboetsen in Israël illustreert dat. In de ideale kibboets werden kinderen collectief opgevoed en het contact met hun ouders bleef beperkt tot gezellige momenten. Bettelheim stelde vast, dat deze kinderen sterk op hun omgeving waren gericht, maar moeite hadden om zelfstandig hun keuzen - tussen juist en onjuist, goed en kwaad - te maken in de maatschappij. De ontwikkeling van hun 'geweten' bleek achtergebleven. En juist die ontwikkeling is vitaal voor het opgroeien tot verantwoordelijke burgers in een vrije samenleving.

Ouders willen graag anders. Zij willen ook bij hun kinderen zijn. Dat verklaart het grote succes in de Verenigde Staten van de website Watch Me! (www.watch-me.com). Deze site biedt ouders de mogelijkheid om via camera's in kinderdagverblijven op kantoor te volgen hoe het met hun kinderen gaat en of zij al wakker zijn van hun middagslaapje. Het is een mooie uitvinding, maar een bezoek aan de site laat je achter met een merkwaardig gevoel over de vooruitgang. Een recent Brits onderzoek wijst uit, dat de vierdaagse werkweek in managementkringen 'een verzwegen ideaal' is. Voor een aantrekkelijke functie wordt een hoog salaris verkregen, maar tegelijkertijd een hoge prijs betaald. NRC Handelsblad-redacteur Dick Wittenberg schreef onlangs een mooie column over de treinreis die hij op een doordeweekse dag maakte met de intercity van zes uur 's ochtends van Sittard naar Den Haag. 'Loop door het gangpad, en zie ze liggen, zie ze hangen: de slaven die hun slaap hebben verkwanseld voor het slijk der aarde.' Het is een volle trein die deze forenzen 's avonds om negen uur weer terugbrengt. Is dat leven? Het is natuurlijk een cliché, maar niemand wenst op zijn sterfbed dat hij meer tijd op kantoor zou hebben doorgebracht. Waarom kiezen mensen dan toch voor dergelijke banen?
Dergelijke slaventreinen en ook kinderopvang zijn tot mislukken gedoemde antwoorden op een identiteitscrisis. Je bent wat je doet in deze wereld. En dus doe je niet zomaar wat. Vroeger werd identiteit bepaald door dorp, kerk en afstamming. Als je vader een katholieke vioolbouwer was, werd jij dat ook. En als je moeder een protestantse boerin was, had jij dezelfde toekomst. De industriële revolutie bevrijdde de moderne mens en bood hem iets nieuws: keuze. Een mens kan tegenwoordig zelf zijn identiteit kiezen. Helaas zijn we daarbij nog niet verder gekomen dan dingen doen. 'Zijn' is voor de meesten geen identiteit. Die eenzijdigheid heeft geleid tot een nieuwe achtergestelde klasse: ouders. Ouderschap is immers - ondanks al het luier verschonen, boterhammen maken en naar school toe brengen - bij uitstek een 'zijnsfunctie'.

Als werk je identiteit bepaalt, verklaart dat waarom mensen - voor mannen geldt dit nog sterker dan voor vrouwen - niet makkelijk minder gaan werken. Waarom zij hun geheime verlangen naar een vierdaagse werkweek niet simpelweg afdwingen. Werk geeft levens betekenis en daarom kan op het recept voor de overwerkte samenleving niet simpelweg 'minder werken' staan. Toch begint meer leven met minder werken. En dat kan, zelfs in deze tijd van genadeloze concurrentie. Europeanen hebben gemiddeld zes weken vakantie, Amerikanen twee en toch blijken Europese ondernemingen succesvol met Amerikaanse bedrijven te kunnen concurreren. En dichter bij huis: als je om vijf over vijf bijvoorbeeld een beursgenoteerd bedrijf belt in het oosten of zuiden van Nederland, krijg je een antwoordapparaat, terwijl beursgenoteerde ondernemingen in de randstad op die tijd nog aannemen. Minder werken betekent dus niet, dat een bedrijf minder effectief is. Heel veel tijd in organisaties gaat onnodig verloren. Veel mensen reageren verbeten op de problemen die zij nu eenmaal voortdurend in hun werk tegenkomen. Die verbetenheid slurpt tijd. Het klinkt vreemd, maar de meest effectieve manier om een probleem op te lossen, is: ontspannen achterover leunen met je benen op het bureau en pauze nemen. Een ideale manier om tijd te besparen, is ook om af te spreken dat op kantoor alleen vóór tien uur en na vier uur wordt vergaderd. Uiteenlopende organisaties boeken geweldige resultaten met die simpele regel.
'Nee zeggen' tegen nog een bijeenkomst of vergadering kan een waardevolle investering zijn - niet alleen in jezelf, maar ook in je bedrijf, dat op een volgend moment kan profiteren van een werkelijk frisse, creatieve werknemer. Het personeel van het Amerikaanse bedrijf 3M - bekend van de gele plakvelletjes - wordt sinds een paar jaar geacht vijftien procent van de werktijd te lummelen. Lummelen bevordert creativiteit, is de visie van 3M. En jawel, dertig procent van de 50.000 producten die het bedrijf thans maakt, werd in de afgelopen vier jaar ontwikkeld. Internetgoeroe John Perry Barlow schreef als tekstschrijver voor The Grateful Dead ooit de fameuze zin: Too much of everything is just enough. 'Toen klonk het goed,' zegt Barlow twintig jaar later in Fast Company, 'nu geloof ik er niet meer in. Ik heb geleerd dat je de discipline nodig hebt om "nee" te zeggen. Dat is niet makkelijk. Juist als ik heb besloten dat ik meer dan genoeg te doen heb, gaat de telefoon en biedt iemand mij iets aan dat ik niet kan weigeren. Maar dan stel ik mijzelf een belangrijke vraag: "Hoe ver kan ik mijzelf uitrekken, voordat ik er niet meer ben?".'

Dat - voor velen herkenbare - uitgeperste gevoel wordt mede veroorzaakt door de strenge scheiding die in deze eeuw is ontstaan tussen werk en thuis. Die scheiding is een ongelukkig product van de industriële revolutie. Voordien waren werk en thuis rondom boerderij en dorp nauwelijks gescheiden. Sterker nog: werk en leven waren niet gescheiden. Het is illustratief, dat vele stammenculturen geen woord voor 'werk' kennen. Het lelijke woord 'job', dat ook hier intrede heeft gedaan, verwijst zelfs oorspronkelijk naar een vervelende klus. Maar in de moderne maatschappij ben je bevoorrecht, als je vanaf een hoge verdieping van je spiegelwandige kantoor de omgeving van je huis kunt zien. En andersom zijn kantoren voor de thuisblijvers - kinderen - verafgelegen, ontoegankelijke plekken. Van de belofte dat de technologie werk en thuis weer bij elkaar zal brengen, komt nog niet veel terecht. Voorlopig hebben faxen, mobiele telefoons en e-mail vooral tot gevolg, dat er - nu ook thuis - méér werk wordt gedaan. Het werk dringt het privéleven binnen zonder dat de technologie het privé-leven meer ruimte biedt in het werk. De technologie maakt mensen tot een mobiel kantoor, waardoor de vraag rijst of zij nog ooit thuis zijn.
Thuiskomen is ook al moeilijk, omdat dan twee werelden botsen. De wereld van competitie en egoïsme, van nemen en winst botst met de wereld van relaties en liefde, van geven en zelfopoffering. Dat is een pijnlijk conflict, waaruit maar één uitweg mogelijk is: ander werk. Werk gaat niet alleen over dagelijks brood, ook over dagelijkse zingeving. Het grootste taboe is daarom om het werk weer terug te brengen bij de liefde. Horden mensen zijn dagelijks bezig met werk dat hun hart niet heeft. Met de productie van auto's en blikjes frisdrank waarvan er al te veel zijn. Met het voorbereiden van fusies die misschien tot hogere beurskoersen leiden, maar niet tot gelukkiger mensen. Met produceren van producten die niet gezond voor mensen zijn.
Misschien wordt het tijd om er niet meer omheen te draaien en eerlijk tegenover onszelf te zijn. Hoe lang moeten we nog doorgaan met deze onbezielde manier van werken en produceren? Priester Matthew Fox - auteur van The Reinvention of Work (Harper Collins, 1994) - preekte enkele jaren geleden in een stad in de Amerikaanse staat Michigan daags nadat daar een autofabriek was gesloten: 'Allereerst betuig ik mijn medeleven aan al diegenen die hierdoor zijn getroffen. We zullen samen moeten staan om een sociaal vangnet te creëren. Maar ik wil vandaag ook iets anders zeggen. Misschien is hier wel meer aan de hand dan alleen het verloren gaan van de inkomens van een groep mensen. Misschien moeten we ons vandaag gezamenlijk de vraag stellen of we wel meer auto's nodig hebben. Er zijn al honderden miljoenen auto's die tezamen een groot deel van de problemen op de planeet veroorzaken. Je kunt natuurlijk zeggen: we hebben hier nu eenmaal altijd auto's gemaakt, maar als we dieper doordenken, moeten we ons afvragen welk werk Moeder Aarde thans van onze generatie vraagt. En wat voor werk vragen toekomstige generaties van ons? Eerlijk gezegd denk ik niet, dat het dan gaat om meer auto's.'
Het vergt moed om die confrontatie aan te gaan. Het vergt bovendien de overtuiging, dat elk mens een eigen, unieke bijdrage te geven heeft. Dat niemand de baan hoeft te vervullen die door een ander is bedacht. Het woord 'beroep' is te herleiden op een misschien verheven, maar treffend begrip: roeping. Als wij werkelijk naar onze innerlijke roeping zouden luisteren, hoeveel van ons zouden dan auto's of colablikjes gaan maken? Wie zou dan lange dagen in een kantoor slijten met als enkel doel de beurskoersen te zien stijgen? Wanneer onze professie - letterlijk: publieke declaratie van wie wij zijn en waarvoor wij staan - overeenkomt met onze innerlijke roeping, dan doen we vanzelf wat goed is voor onszelf, onze kinderen en voor de wijde samenleving. Als je werk maakt van je roeping, vloeien passie en liefde als vanzelf. Zoals het ouderschap een dienst is aan een nieuwe generatie, zo hoort dat eigenlijk te gelden voor elk werk. Ooit was werken 'overleven' - er was geen keuze. Wij hebben de keuze - en de mogelijkheden - om iets toe te voegen. Als dat waardevol is, zal het ook onze eigen levens verrijken en het zal ons bevrijden van het keurslijf van stress dat ons nu beknelt. Zulk werk is niet gescheiden van het leven, omdat het levenswerk is. Geen werk voor standbeelden of geschiedenisboekjes, maar werk dat levens vervult en inspireert. En het vreemde is, dat - als je leeft - het ook niet meer gaat over het aantal uren dat je 'werkt'. Het is een kleine, maar wezenlijke stap: van werk als prestatie naar werk als dienst, van werk voor ik naar werk voor wij. Dat werk is je leven.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.