Email   Print

Dat had je gedacht!

Simpele oefeningen voor telepathie.

Lynn Robinson | 28 september/oktober 1999 issue

We kennen allemaal die schijnbaar onverklaarbare voorvallen: je krijgt een telefoontje of een brief van iemand aan wie je net zat te denken. Je geeft iemand een cadeautje en hoort dat ze net van plan was om dat te kopen. Of je hebt het gevoel dat iemand van wie je houdt ziek is, je belt op en hoort dat het klopt. Uit onderzoek blijkt, dat de meeste telepathische ervaringen enkele kenmerken gemeen hebben. Ten eerste helpt een hechte emotionele band. Ook doet telepathie zich vaak spontaan voor op sterk emotionele momenten. Dat wil zeggen, dat men meestal niet gaat zitten denken: 'Laat ik eens iemands gedachten lezen.' Telepathische momenten treden eerder op in tijden van nood, wanneer de zender intense gevoelens of sensaties heeft. Telepathie lijkt het beste te werken, wanneer we geen gedachten maar emoties - vooral intense emoties - doorgeven. Telepathie werkt ook meestal ogenblikkelijk: telepaten delen hun gedachten mee op exact het moment dat ze zich voordoen - niet eerder. Het komt vooral veel voor bij mensen die voelen dat een bekende is overleden. Meestal ontvangen ze deze informatie op het moment van de dood zelf, zonder dat ze de persoon in kwestie van tevoren konden zien of iets aan de omstandigheden konden veranderen.

Als je het ontvangen van telepathische boodschappen wilt oefenen, kan je het beste beginnen met iemand met wie je een dierbare band hebt. Vergeet niet om jezelf eerst in een ontspannen of meditatieve toestand te brengen, zodat je verstand zwijgt en de intuïtie alle kans krijgt. Hier volgt een oefening om boodschappen met alle soorten zintuiglijke indrukken te leren ontvangen. Pak pen en papier. Ga in een ontspannen, gemakkelijke houding zitten. Het mag best in dezelfde kamer als je medewerker, de 'zender', zijn.

1. De zender moet verschillende malen de naam van een bepaald voorwerp in gedachten nemen, bijvoorbeeld van een soort groente of fruit of van een bloem. Hij hoeft het voorwerp niet echt te kunnen zien, zijn mentale beeld is voldoende.
2. Als de zender de naam enkele malen in stilte heeft herhaald, moet hij zich het voorwerp voorstellen. Als het een tomaat is, moet hij zich indenken hoe rood hij is, hoe vers hij ruikt, hoe zijn tanden erin wegzinken en het sap in zijn mond loopt en hoe hij smaakt, zoet of niet.
3. Na een halve of hele minuut beschrijf je het beeld dat je hebt ontvangen. Als het beeld niet scherp is, schrijf je de informatie op die je wel hebt ontvangen, bijvoorbeeld de kleur, vorm of geur. Je kunt het gevoel krijgen dat je het allemaal verzint, maar laat je daardoor niet van de wijs brengen. Probeer er gewoon plezier in te krijgen.
4. Praat niet met de zender over wat je voor je zag. Laat hem alleen zien dat je klaar bent met schrijven, zodat hij aan het volgende beeld kan beginnen. Herhaal deze procedure vijfmaal. Etenswaren doen het goed omdat er geur en smaak aan te pas komen.
5. Probeer gedurende de gehele oefening niet te praten. Wanneer je klaar bent, bekijk je je aantekeningen samen met de zender. Hij moet je vertellen in welke gevallen je het bij het rechte eind had.

Probeer nu eens een indruk van een zuiver visueel beeld te krijgen. Ook bij deze oefening heb je pen en papier nodig, plus twee bellen. Jij en je medewerker moeten in afzonderlijke ruimten gaan zitten, maar dicht genoeg bij elkaar om de bel te kunnen horen. Ga lekker zitten en breng jezelf in een kalme gemoedstoestand.
1. Je medewerker moet zonder iets te zeggen vijf verschillende afbeeldingen van een ansichtkaart, of uit een tijdschrift of een boek kiezen. Bekijk ze niet van tevoren.
2. Laat je medewerker zich op een ervan concentreren: hij moet proberen aan niets anders dan dat plaatje te denken. Dat moet hij een minuut lang doen, dan moet hij bellen.
3. Zodra je de bel hoort, beschrijf je of teken je je indruk van wat de afbeelding zou kunnen zijn. Als je niet een bepaald beeld voor je ziet, schroom dan niet om gewoon een lijstje te maken van de kenmerken.
4. Na ongeveer twintig seconden bel je, zodat je medewerker weet dat je klaar bent.
5. Herhaal dit procédé voor de andere vier plaatjes die je medewerker heeft uitgekozen. Gedurende de oefening mag je niet met elkaar praten.
6. Als je klaar bent, bekijk je samen je aantekeningen. Vraag je medewerker te vertellen in welke gevallen je het bij het rechte eind had.
Denk erom: span je niet te veel in, als je gespannen bent, wordt het alleen maar moeilijker. En veroordeel jezelf niet wanneer je het 'mis' hebt. Vergeet niet dat je vaak het gevoel zult hebben dat je het allemaal maar verzint. Bovendien leer je van je fouten. Onthoud ook dat je prestaties deels worden bepaald door je medewerker. Je bent allebei even belangrijk. Als hij zich niet kan concentreren of zijn dag niet heeft, heeft dat effect op jou. Het is voor beiden een nieuwe vaardigheid en altijd geldt: oefening baart kunst.

Je kunt ook in je eentje - zonder medewerker - proberen een naaste te bereiken. Tracht bijvoorbeeld een vriendin telepathisch zover te krijgen dat ze je opbelt. Kies iemand die vaak opbelt, zodat de kans dat ze belt bestaat, maar niet iemand die je hoe dan ook iedere dag opbelt.
Ga rustig zitten op een stille plaats, sluit je ogen en concentreer je op de persoon in kwestie. Neem haar naam in gedachten en stel je haar duidelijk voor. Je kunt haar ook met woorden opdragen je op te bellen. Stel je dan voor dat ze aan je denkt, naar de telefoon loopt en je nummer intoetst. Stel je dit heel langzaam en duidelijk voor, neem de tijd die het je vriendin echt kost en denk aan ieder detail van het tafereel - ook als je nog nooit bij haar thuis bent geweest. Stel je bijvoorbeeld voor waar de telefoon staat, hoe ze de hoorn opneemt en hoe haar vingers eruitzien als ze de toetsen indrukt. Hoor vervolgens hoe je zelf de telefoon opneemt en je naam zegt. Het hele proces zal vijf tot tien minuten duren. Wanneer je klaar bent, noteer je hoe laat je begon en eindigde met de oefening. Denk er dan niet meer aan. Je vriendin zal misschien niet meteen bellen, maar wanneer ze belt, moet je haar vragen wat ze deed op het moment dat je je boodschap stuurde. Misschien was ze bezig, maar dacht ze aan je en wachtte ze tot ze wel kon opbellen. Als je die dag niets van je vriendin hoort, bel haar dan de volgende dag op om te vragen of het idee in haar was opgekomen om je op te bellen toen je de boodschap stuurde. Wees niet ongerust als het je de eerste paar maal niet lukt. Probeer het nog een paar keer en probeer het dan eens bij iemand anders. Bij dit experiment heb je niets te verliezen. Op zijn minst zul je besparen op je interlokale telefoontjes!

Met toestemming bewerkt en overgenomen van Intuition juli 1999



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.