Email   Print

Er is leven na de stad

In de stad gebeurt het, meent de stedeling. En hij kijkt met minachting neer op de mensen die de stad verruilen voor een leven op het platteland. Een verslag uit de periferie.

Judy Jones | 27 juli/augustus 1999 issue

Het nieuws dat ik mijn twee-onder-een-kap-huis uit de jaren twintig ging inruilen voor een piepklein stenen buitenhuisje in een dorpje, was aanleiding voor drie standaardvragen: 'Groeien er rozen rond de voordeur?' 'Ga je ook kippen houden?' En 'Hoe ga je dat nou met werken doen?'
Nu ik een innige relatie met mijn nieuwe onderkomen heb opgebouwd, kan ik inmiddels concrete antwoorden verschaffen: 'Nee, een wilde winde.' 'Nee, het omdraaien van nekjes ligt mij niet zo.' En 'Net als vroeger. Zo goed en zo kwaad en met inzet van de passende hulpstukken van de freelance telewerker: telefoon, computer en faxmodem, die - merkwaardig genoeg - ook buiten de ringweg functioneren.'
Er heerst een hardnekkig geloof onder stedelingen, dat je het contact met de realiteit verliest, zodra je je buiten zekere geografische grenzen begeeft. Je verdwijnt over de rand van hun mentale landkaart van de beschaafde wereld in een soort rimboe, verstoken van enige culturele dan wel vakmatige ambitie. Deze zienswijze wordt nog versterkt door ontboezemingen in de media, die de stad opblazen tot Het Absolute Centrum van het Heelal.

Ben ik het contact verloren? Inderdaad, ik ben het contact kwijt met vervuilde lucht, metrocoupés waarin je naar adem snakt, het eeuwige gejank van weer een autoalarm, driemaal per jaar een junk die je auto kraakt, van je fiets worden gesneden door psychotische chauffeurs, en vooral met hoe voorspelbaar dat allemaal is. Hier word ik getroffen door de rijke schakering aan mensen die er is, hoe fraai dorpen en landschap zich aan je vertonen, door de wisselende en verrassende vormen van betaalde arbeid. Er bestaat een sterk gemeenschapsgevoel, maar van het soort dat genoeg zelfvertrouwen bezit om veranderingen en afwijkend gedrag te verwelkomen. Een van de leukste kanten aan mijn leven hier is, dat ik niet weet wat ik moet verwachten. 'Mag ik bij u wat paardebloemen plukken voor mijn konijnen?' vroeg een vrouw die ik scharrelend in mijn tuin aantrof. 'Hij heeft al die van ons al op, en van winde houdt hij niet.'
En toen kwam de politie langs. Mijn god, wie is er dood? 'Avond, mevrouw,' zei de agent. 'we proberen na te gaan van wie de fiets is die nu al drie dagen daar beneden de heuvel aan het hek vastzit. Is die van u?' Zucht. 'Nee, die van mij staat in het schuurtje.'
Mensen hebben gelegenheid om met je te praten en ik neem de tijd om met hen te praten. Het is prettig om in twee minuten naar het centrum te kunnen lopen, of naar weilanden met sloten erlangs. Het is heerlijk om in mijn tuin te lunchen, en daarna een beetje te wieden voor de spijsvertering, en niet te zitten zweten in een of ander veel te duur en te vol grand café. Natuurlijk mis ik mijn vrienden, maar ik geniet meer van ze als ik ze tegenkom of opbel. Ik mis mijn dagelijks bezoek aan de fitness voor wat toestellen of een paar baantjes, maar ik mis niet mijn lidmaatschap à 1500 gulden per jaar. Hier kan ik gratis wandelen, joggen of fietsen in een prachtig, doodstil landschap.
Uiteraard kun je niet buiten de mogelijkheden en wensen om je te verplaatsen, mensen te zien, een hapje te eten, en uit de eerste hand te horen wat zich elders zoal afspeelt. Nu ik er niet meer woon, is het plezierig om precies vanwege dat soort dingen naar de stad te gaan. Af en toe.

Het is uitermate verhelderend om de historische achtergronden te verkennen waarom de wijsgeren bij de media constant een kunstmatige scheiding aanbrengen tussen mensen uit de stad en die van het platteland, en om de contraproductieve clichés te onderzoeken die dat oplevert. Pas tijdens de industriële revolutie begonnen mensen in grote aantallen naar de stad te trekken. Dat deden ze, omdat ze werk zochten. Ze namen de overbevolking, stank en herrie voor lief in ruil voor een baan voor het leven en een regelmatig inkomen. De beste werkgevers wisten stabiele gemeenschappen te creëren, die niet alleen werk hadden, maar ook goedkope huisvesting en mogelijkheden tot ontspanning. De technologische revolutie van de afgelopen twee decennia heeft een eind gemaakt aan die oude zekerheden. We leven steeds meer in een cultuur van contracten, we maken geen dingen, maar doen ze, niet in een conventionele fulltime arbeidsovereenkomst met vast salaris, maar voor een honorarium als freelancer of onder flexibele werkafspraken.
De hedendaagse communicatiemiddelen maken het idee om buiten de stedelijke gebieden te werken en wonen aantrekkelijker, beter haalbaar en makkelijker vol te houden dan ooit tijdens deze eeuw. Wat niet wil zeggen, dat de stad op sterven na dood is. We zouden met smaak van deze twee walletjes moeten kunnen eten - het stadse en boerse walletje - in plaats van het ene op te hemelen en het andere te minachten.
Zeker, het buitenleven wordt dikwijls tot in het absurde geïdealiseerd. De benadering 'alles best, maar niet hier' is in de provincie erg populair. Armoede en ellende kan hier net zo schrijnend zijn als in de stad. Het gebrek aan deugdelijk openbaar vervoer heeft menig dorp tot economisch verval gebracht en in een maatschappelijk isolement geduwd. In de landbouw zijn duizenden banen opgeofferd aan een hoger rendement, en kijk eens waar zulk kortzichtig beleid ons heeft gebracht: een onkostenrekening van miljoenen vanwege varkenspest, en het gesteund door subsidie ombouwen van ooit prachtig landschap tot uitgestrekte prairies, met gewassen die stijf staan van de bestrijdingsmiddelen. Door elke crisis rond de betrouwbaarheid van voedingswaren worden we eraan herinnerd, dat we biologisch voedsel nodig hebben waar niet mee is geknoeid. Er zouden duizenden mensen extra een baan kunnen vinden op de akkers, zo arbeidsintensief is de biologische landbouw nou eenmaal. Nu worden de leemten in de werkgelegenheid opgevuld met toerisme, behoud van het stedelijk en landschappelijk milieu, kunstnijverheid en de modernere vormen van dienstverlening.

De echte wereld is niet de 'snelle' wereld van mediahypes en fantasiebeelden. Die berust op wat je doet met de plek waar je bent. Als je genoeg hebt van de stad, wil dat niet zeggen dat het leven je tegenstaat. Alleen maar, dat je er eens uit moet, de oogkleppen even moet afleggen, en die enorme grijze mist zien optrekken, terwijl je de schoonheid van mensen en plekken van buiten de stadsgrens leert kennen.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.