|
|
Een man die bergen verzet
Een eenzame monnik wacht in de bergen van Servië op de terugkeer van de koning. Want Servië lijdt onder de nasleep van het communisme.
Ik ken een man die bergen verzet. Broeder Sava woont in Midden-Servië op een beboste helling, vlak boven een rivier aan een griezelig steil kronkelpad dat hij nauwelijks onderhoudt. 'Waarom zou ik?' vraagt hij. 'Dan krijg ik maar bezoek.' Toen ik deze keer het pad naar broeder Sava's kloostertje opklauterde, was de winter op zijn retour. De bomen stortten tranen van opluchting en het was een vreselijke modderboel. Er lagen grote zwarte hopen modder, gesmolten sneeuw en rotte bladeren. Ook waren er sporen van een bulldozer. Het pad was omgeploegd, de bomen geschampt. De boskluizenaar had zich blijkbaar weinig van de winter aangetrokken.
Wanneer ik ex-Joegoslavië bezoek, ga ik steevast bij broeder Sava langs. Ik veins verbazing dat hij nog leeft. Hij veinst woede omdat ik hem kom storen. We koesteren een prettige, wederzijdse scepsis over de verstandelijke vermogens van de ander. Voor mij is broeder Sava het prototype van de Serviër: hij is absoluut zeker van alles wat hij zeker weet. Dat zijn, van één tot drie: de goedheid van God, de slechtheid van het communisme en de lotsbestemming van Servië. Hij denkt, dat de Serviërs op aarde zijn gezet om te lijden en dat buitenlanders zijn gezonden om hun het leven zuur te maken. Hij ziet mij als een zonderlinge indringer die af en toe op zijn heuvel komt kamperen. Als ik kom, vereist de traditionele kloostergastvrijheid, dat hij me koffie aanbiedt met een lepel jam, terwijl we elk nagaan of de ander sinds de vorige keer weer vreemder is geworden.
Dit keer trof ik hem halverwege de berg. Hoog boven me stak hij zijn gezicht over de rand, met een wilde haardos als een vertoornde trol. Hij keek verrassend schelms. Hij droeg zijn soutane in zijn rubberlaarzen gestopt, een wollen puntmuts, een gevoerd colbertje tegen het druilerige vocht en een lange, dunne, donkerblauwe das, die ettelijke malen om zijn keel zat gewikkeld. Zijn baard was reusachtiger dan ooit en natuurlijk herkende hij me niet. 'Wie bent u?' schreeuwde hij uit de hoogte. 'Wat komt u hier doen? Mijn klooster is geen cultuurmonument. Het is niet eens historisch.'
Hij is nu midden-zeventig. Zijn ogen zijn misschien een tikje minder blauw, maar zijn handdruk is nog van roestvrij staal en hij is onafgebroken aan het werk. Bij sommigen komt de verleiding in de vorm van seks, geld of macht. Broeder Sava is in de ban van het bouwen. Hij lijdt aan metselomanie, bouwkoorts, architectofilie. Hij heeft gelijk, als hij zegt dat zijn kerk weinig opzienbarend is naast de fraaie orthodoxe kloosters die her en der in deze streek de heuvels sieren. De zijne is klein, vergeten, onaf. Dat zal altijd zo blijven. En dat maakt dit kloostertje, net als zijn beheerder, zo hoogst origineel.
Als je broeder Sava vraagt waarom hij de berg heeft verzet, is het antwoord eenvoudig: hij stond in de weg. De berg begon bij de kerkdeur en dat beviel broeder Sava niet. Hij heeft er een hekel aan als hij zijn zin niet krijgt. De berg zat de kerk in de weg. Of preciezer gezegd: hij zat het kerkhof in de weg. Een heel klein kerkhofje: slechts drie houten kruisen herinneren aan de monniken die hier hebben gewoond vóór broeder Sava. Maar de berg zat er te dicht op. We zouden wel mogen zeggen, dat hij jegens die berg met zijn voet op het kerkhof hetzelfde voelde als jegens de communisten; dus regelde hij een bulldozer en begon hem te verplaatsen. Het kostte even tijd, maar nu bewaart de berg een eerbiedige afstand en hebben zelfs de doden de ruimte.
Onlangs heb ik hem voor het laatst gezien. Je kon de kanonnen horen, even verderop. In Servië worden de recente oorlogen steeds meer gezien als een ramp. Broeder Sava gelooft, dat God de Serviërs heeft gestraft met de oorlog, omdat ze niet naar Zijn woord leefden. Hij wijt de catastrofe aan de vele jaren van communistisch bewind. Broeder Sava werd in 1957 om zijn vrome geloof opgesloten - zijn tijd uitzitten, noemt hij het. Nu leven de Serviërs in de nasleep van de communistentijd. Kerk, elan, gezondheid, leven, alles wordt verziekt of gestolen. Er is één troost: de communisten waren zulke meesters in rampspoed en lusteloosheid, dat er nu niets meer te ruïneren valt. 'Kijk aan,' zegt hij, 'u schrijft het allemaal op. Dank zij u zit ik straks weer achter de tralies.' In broeder Sava's lach hoor ik een dreigende ondertoon, typisch Servisch. Iets in hem ontploft en je weet niet of je moet meedoen of wegduiken. We lopen naar zijn nieuwe, bijna voltooide huis. Een paar kleinigheden ontbreken nog, maar het heeft zijn interesse niet meer. Wat is een huis als er bergen te verzetten zijn?
Tegenwoordig heeft hij er een jonge monnik bij en nonnen die voor het eten zorgen. Een jong meisje, het gezicht zorgvuldig afgewend, brengt koffie. De eenling Sava hoort tot een zeldzame, paradoxale soort, die van de sociale kluizenaar. Wat, vraag ik hem, terwijl we onze koffie uitdrinken, is de aardse oplossing voor de beslommeringen van de Serviërs? Gesteld, dat Gods wil geschiede, maar dat dat vaak wel tijd kost. Er trekt een waas over zijn blauwe ogen, zijn baard waaiert uit als een zonnebloem en zijn vuist beukt neer op de tafel. 'De koning moet terug!' buldert broeder Sava. In de keuken kwetteren de nonnen als nerveuze zwaluwen. Vroeger zou hij hierom in het gevang zijn beland. Want broeder Sava is een voorstander van de restauratie, die roept om de terugkeer van de Karadjordjevi-dynastie. De laatste koning van Joegoslavië werd na de Tweede Wereldoorlog door de communisten verbannen. De huidige kroonprins, Alexander, is geboren in een suite van het Claridges Hotel in Londen, die de Britse regering voor de dag van zijn geboorte tot Joegoslavisch grondgebied had verklaard. Thans is hij een Londense zakenman, die zich uitspreekt tegen het huidige bewind van zijn land, de laatste dictators in Europa. Wat een wereld, waar de monnik monarchist is en de koning in ballingschap een democraat!
Zou de kroonprins, die zijn Servo-Kroatisch aan het bijspijkeren is, geschikt zijn? Wie kan het zeggen? Maar één ding staat vast: na reeksen van betogingen in de afgelopen jaren in wat ooit Joegoslavië was, is de boodschap duidelijk: de mensen willen hun land terug. De oude orde heeft afgedaan; de zittende machthebbers kunnen niet blijven. Maar het is een stel slimmeriken, hoor, mijmert broeder Sava nu. Aalglad. Iedereen wil ze weg hebben, maar hoe kom je van ze af? Dan klaart hij op en zijn lach begint ergens in zijn tenen en stroomt als lava naar buiten. 'Weet u wat?' zegt hij. 'Jullie hebben nooit onder de communisten geleefd. Als we ze eens aan jullie gaven!' Als ik zijn geschenk aanneem, antwoord ik, dan zal ik het zo snel mogelijk aan een ander doorgeven. Broeder Sava knoopt zijn das om, pakt zijn puntmuts, strijkt zijn baard glad. De berg wacht, er is werk te doen. Hij schudt zijn hoofd. Het is hopeloos: zelfs weggeven kun je ze niet, moppert hij in zijn baard. De meeste mensen in de wereld zijn zo verstandig ze niet aan te nemen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.