Aids bestaat niet
Al bijna twintig jaar siddert de wereldgemeenschap voor een verschrikkelijke ziekte met dodelijke afloop. Aids wordt gepresenteerd als de pest van de eenentwintigste eeuw. Dramatische voorspellingen volgen elkaar op, maar de epidemie is nog steeds niet uitgebroken. Zal ook nooit uitbreken. Want het wordt duidelijk, dat aids niet is wat we dachten. Aids wordt niet veroorzaakt door een virus. Aids is niet seksueel overdraagbaar. Aids is een gevolg van een totale uitputting van het immuunsysteem. Aids komt alleen voor bij groepen die een ware aanslag op hun lichaam plegen - zoals drugsgebruikers, homoseksuele mannen met veel wisselende contacten en mensen in erbarmelijke omstandigheden in ontwikkelingslanden.Deze radicale visie is niet nieuw. Al sinds het begin van de jaren negentig bestrijdt een groep van zo'n 500 wetenschappers - onder aanvoering van Nobelprijswinnaars en -kandidaten - de heersende hypothese. Want de ziekte aids is niet meer dan een veronderstelling: niemand zag ooit het gevreesde virus hiv onder een microscoop. Terwijl de 'virusvisie' geen enkel succes boekt, een aids-medicijn nog even ver weg is als tien jaar geleden en de zogenoemde aids-remmers levens verwoesten, laten de 'aids-dissidenten' goede argumenten zien dat aids te maken heeft met een ondermijning van het immuunsysteem, veroorzaakt door een slopende manier van leven.Te lang zijn de 'aids-dissidenten verketterd omdat hun visie 'onverantwoordelijk' en 'discriminerend' zou zijn. Onverantwoordelijk, omdat zij zich niet scharen achter de veilige sekscampagnes, discriminerend, omdat zij de levensstijl van bepaalde groepen in hun beoordelingen betrekken. Maar als het om dergelijke veroordelingen gaat, is de grootste schande de westerse benadering van de situatie in Afrika. Afrikanen gaan niet dood aan aids, maar aan de ziekten waaraan ze al heel lang doodgaan, zoals malaria, tuberculose en cholera. En veilige seks is zeker verstandig, maar het biedt geen bescherming tegen aids. Want aids is niet besmettelijk. In de komende vijftien pagina's duidt Ode uitvoerig hoe de heersende aids-hypothese is ontstaan en waarom die theorie wordt geveld door mankementen. Ons onderzoek is diepgaand geweest en onze bronnen zijn talrijk. Iedereen kan voor zichzelf vaststellen dat aids - zoals de ziekte ons wordt voorgesteld - niet bestaat. In onze presentatie gaan wij niet voorbij aan de heersende visie, maar wij concentreren ons op de meningen die al te lang worden geweerd. Meningen die thans alle aandacht verdienen. Want met een betere benadering van het verschijnsel aids kunnen vele levens worden gered. De tijd is rijp voor een ommekeer in het medisch denken.
Jurriaan Kamp
| 27 juli/augustus 1999 issue
Toen de New Yorkse arts Joe Sonnabend op een ochtend in 1982 een zeldzame vorm van huidkanker constateerde, was hij verbaasd. Kaposi's sarcoma kwam alleen voor bij oude mannen. De man die op zijn behandelingstafel lag, was echter hooguit vijfentwintig. Niet lang daarna verschenen er meer jonge mannen met dezelfde symptomen en Sonnabend wist, dat er iets dramatisch aan de hand was. De patiënten vertoonden een duidelijke overeenkomst: allen waren jonge homoseksuele mannen die in de fast lane leefden. Allen kwamen met de regelmaat van de klok antibioticakuren halen voor gonorroe, herpes, syfilis, hepatitis B en allerlei infecties aan de mond, slijmvliezen en huid. 'Volkomen krankzinnig', herinnert Sonnabend zich, 'ik zag hoe ze zichzelf opbrandden'. Hij begon zich zorgen te maken: zijn patiënten reageerden steeds slechter op antibiotica, hij moest steeds hogere doseringen en zwaardere medicijnen voorschrijven. Sonnabend besloot om niet meer mee te werken aan het kunstmatig oplappen van deze mannen. Hij waarschuwde, dat hun levensstijl hen zou doden. 'Ik zei: If you don't stop fucking around, you will die.'
Sonnabend besloot om bloedmonsters van drie verschillende typen patiënten op te sturen naar David Purtilo van de Amerikaanse universiteit van Nebraska. Purtilo experimenteerde met een nieuwe techniek, waarmee een bepaald soort witte bloedlichaampjes (lymfocyten) konden worden geteld. Deze T4-lymfocyten zouden een cruciale rol spelen in het bestrijden van infecties. Het bloed van dertig homoseksuele mannen werd geanalyseerd. Purtilo wist niet welke tien bloedmonsters toebehoorden aan mannen die seksueel zeer actief waren, welke monsters toebehoorden aan de monogame mannen en welke aan de zogenoemde 'weekendscharrelaars'. De uitslag bevestigde Sonnabends vermoeden. De hoeveelheid T4-cellen was omgekeerd evenredig met de intensiteit van hun seksleven. De monogame groep had een gezond immuunsysteem (veel T4-cellen), degenen die in het weekeinde scharrelden, hadden een enigszins onderdrukt immuunsysteem en de groep met vele wisselende seksuele contacten had een extreem lage telling. Dit onderzoek - het eerste in zijn soort - werd begin 1982 in het vooraanstaande medische tijdschrift The Lancet gepubliceerd.
Sonnabend ging verder. Hij waarschuwde collega's voor wat hij om zich heen zag gebeuren. James Curran van de Centers for Disease Control in Atlanta was een van de eersten die zeer geïnteresseerd was in het ziekteverloop van de patiënten van Sonnabend. Wat hem onmiddellijk trof, was dat er sprake was van een specifieke sociale groep. Voorzover Curran kon nagaan, was dat verschijnsel uniek in de medische geschiedenis. Er waren ziekten die geografisch waren bepaald, of alleen een groep met specifieke lichamelijke eigenschappen infecteerden. Maar een ziekte die een sociale groep - in dit geval gedefinieerd door seksuele geaardheid - treft, was nieuw. En dat niet alleen in New York, maar ook in Los Angeles en San Francisco. Wat was het, dat deze groep levensgevaarlijk ziek maakte?
Uit een onderzoek onder honderd slachtoffers uit deze eerste groep bleek, dat zij gemiddeld 1160 verschillende seksuele partners hadden gehad. Na de seksuele revolutie en de homo-emancipatie van de jaren zeventig, was er een bloeiende homosekscultuur ontstaan. In badhuizen, clubs en backrooms werd vrije seks bedreven onder het motto 'hoe meer, hoe beter'. In dergelijke gelegenheden werd vaak bij binnenkomst een dienblad vol antibioticacocktails geserveerd om enige bescherming te bieden tegen de welig tierende seksuele aandoeningen. De harde, anonieme seks was bovendien op den duur alleen vol te houden met stimulerende middelen. Zo werd de homoscene een proeftuin voor allerlei designer drugs. Er kwamen meer dan zeventig soorten drugs in omloop. Naast de bekende speed, cocaïne en heroïne werden er poppers, qualudes, ethylchloride en ecstasy gebruikt. Vaak werden meer dan zes verschillende drugs per avond ingenomen - ook nog in combinatie met alcohol. Niemand wist wat de effecten hiervan op het lichaam waren - zeker niet op langere termijn. David Black schreef in maart 1985 in zijn Rolling Stone artikel The Plague Years: 'De homobadhuizen en achterkamers waren - met hun slechte hygiëne - een afspiegeling van de ongezonde situaties van Midden-Afrika. Ze waren, op een manier die niemand heeft zien aankomen, een seksuele Derde Wereld.'
Dit overmatig drugsgebruik bleek - meer nog dan de seksuele uitspattingen - een gemeenschappelijk kenmerk van de homo's die ziek werden. Met name poppers - vluchtige vloeistoffen die werden geïnhaleerd - waren erg populair. Velen hadden in de discotheken permanent een flesje om hun nek hangen. Homotijdschriften - die vooral draaiden op de advertentie-inkomsten van de poppersfabrikanten - gaven tips over hoe je bepaalde drugs het beste in de ijskast kon bewaren.
Michael Callen was een van Sonnabends eerste patiënten in New York. Hij had toen seks gehad met zo'n drieduizend verschillende partners. Callen, die het boek Surviving Aids schreef, zag een verband tussen zijn levensstijl en de ziekte: 'Probeer maar eens vóór je zesentwintigste drieduizend mannen in je achterwerk te hebben en níet ziek te worden. Seks met zoveel gezonde mensen is wellicht niet ongezond, maar als het gros chronisch alle mogelijke infectieziekten onder de leden heeft - wat statistisch het geval bleek te zijn - dan is het een simpel optelsommetje om je te realiseren, dat je je immuunsysteem op een geweldige manier ondermijnt. Het effect van een doorsnee avond seks in een badhuis met vier mensen, die ieder op hun beurt seks hebben gehad met vier mensen, die allen weer seks hebben gehad met vier mensen, is een explosie van ziekten. En dit is precies wat er is gebeurd. Deze ziekte is eenvoudigweg het gevolg van zo vaak ziek zijn geweest en mijzelf voortdurend bloot hebben gesteld aan alle mogelijke infecties.' Callen waarschuwde zijn lotgenoten: 'Verwacht niet, dat er een vaccin of behandeling zal komen. We zullen moeten erkennen, dat onze levensstijl verantwoordelijk is voor onze ziekte.'
Joe Sonnabend ontdekt intussen in de medische literatuur, dat sperma een oorzaak kan zijn van infecties. Met name bij anaal geslachtsverkeer is sperma gevaarlijk, omdat de eiwitten rechtstreeks door de dunne wand van de anus in de bloedbaan terechtkomen. Een recent onderzoek op muizen laat zien, dat het anaal toedienen van sperma het immuunsysteem volledig doet instorten. Bij vaginaal geslachtsverkeer gebeurt dit niet, omdat de vagina een dikke wand heeft.
James Curran van de Centers for Disease Control heeft zijn conclusie dan al getrokken: er is sprake van een nieuwe besmettelijke ziekte, die zich verspreidt zoals hepatitis B dat doet. Twee andere risicogroepen voor hepatitis B - bloedtransfusiepatiënten en verslaafden die drugs direct in de bloedbaan spuiten - werden eveneens ziek en bleken na onderzoek ook een verzwakt immuunsysteem te hebben. De knapste koppen buigen zich over de nieuwe ziekte, die aids (Acquired Immune Deficiency Syndrome) wordt genoemd.
De doorbraak komt sneller dan gedacht. In april 1984 spreekt de Amerikaanse minister van volksgezondheid Margaret Heckler de legendarische woorden: 'Er is weer een wonder toegevoegd aan de lange erelijst van de Amerikaanse geneeskunde.' De waarschijnlijke oorzaak van aids is gevonden en luistert naar de naam hiv (Human Immunodeficiency Virus). Naast haar staat de man die het virus heeft ontdekt - viroloog Robert Gallo van de National Institutes of Health. Het was een mooie dag voor Amerika. Vooral ook, omdat de regering Reagan tot dan toe bepaald niet adequaat op de aids-paniek had gereageerd. Robert Gallo was betrokken geraakt bij de National Institutes of Health, nadat president Nixon in 1971 The War on Cancer had uitgeroepen. In die tijd werd ook gedacht, dat kanker misschien werd veroorzaakt door een virus. Veel overwinningen werden er niet geboekt in de oorlog tegen kanker, ondanks de vele miljarden die er in werden gepompt. De wetenschappers konden wel een opsteker gebruiken, en ook een nieuwe vijand.
Nog voordat er ook maar iets in enig wetenschappelijk tijdschrift was gepubliceerd, verspreidde het nieuws over het nieuwe dodelijke virus dat via seks werd overgedragen, zich als een lopend vuurtje over de wereld. Toen Gallo's onderzoek na drie weken eindelijk in het medische tijdschrift Science verscheen, werd het met gemengde gevoelens ontvangen. De methode waarmee hij het virus had aangetoond, liet veel te wensen over. Hier en daar werden wenkbrauwen opgetrokken, maar over het algemeen overheerste enthousiasme. Er was tenminste een duidelijke vijand en men kon op zoek naar een vaccin, dat - zo werd beloofd - over twee jaar beschikbaar zou zijn. Aan de slag, er lag een Nobelprijs te wachten!
Een man die zeker niet blij was met Gallo's overhaaste optreden in Washington, was Luc Montagnier van het Pasteur Instituut in Parijs. Montagnier was het virus al eerder op het spoor en had zijn bevindingen onder meer aan Gallo voorgelegd. Tot zijn stomme verbazing ging Gallo vervolgens met de eer strijken. Gallo was bovendien zo brutaal om Montagnier's foto's bij het verhaal in Science te plaatsen. En om alles nog erger te maken, had Gallo ook maar meteen octrooi aangevraagd. Montagnier besluit de Amerikaanse regering voor het gerecht te dagen. Om de zaak niet nog pijnlijker te maken, ontmoeten Gallo en Montagnier elkaar op verzoek van president Reagan en premier Chirac in een hotelkamer in Frankfurt. Zij besluiten daar de eer en de royalties van de intussen ontwikkelde bloedtest - waarmee vele miljoenen waren gemoeid - te delen.
Overigens is Luc Montagnier nooit overtuigd geweest, dat hiv de enige oorzaak van aids zou zijn. Hij geloofde, dat hiv alleen in samenhang met bepaalde cofactoren een rol speelt. Maar voor deze genuanceerde opvatting was geen plaats meer in het mediacircus dat inmiddels rond aids en hiv was uitgebroken. Vanaf nu gold de mantra: hiv=aids=dood. Robert Gallo zegt: 'Hiv-besmetting is, alsof je door een vrachtwagen wordt overreden en al dat gebazel over cofactoren die ook een rol zouden spelen, is onzin. Het virus zou, in de juiste dosering, zelfs in Clark Kent (Superman) aids veroorzaken. Zonder enige twijfel!'
Niet iedereen dacht er zo over. De Amerikaanse chemicus Kary Mullis - in 1993 Nobelprijswinnaar voor de chemie - toont zich uiterst verbaasd over de persconferentie van Gallo en minister Heckler: 'Waarom ze dat hebben gedaan, is me een raadsel. Niemand met een beetje verstand zou zoiets ooit doen. De minister van volksgezondheid die zomaar aankondigt, dat de man die naast haar staat de oorzaak van aids heeft gevonden… Het heeft niets van doen met enige weloverwogen wetenschap. Er waren wat mensen die aids hadden en sommigen - maar niet eens allemaal - van hen hadden ook hiv. Er was dus een bepaalde correlatie. So what?'
Mullis is ook niet te spreken over Montagnier's verhaal. 'Omdat iemand een klinische samenhang met een virus nodig heeft en dit virus toevallig in de lymfeklier van een patiënt met een nieuwe ziekte vindt, geeft hij dat virus maar de schuld. Heeft Montagnier alle ons bekende virussen onderzocht en uiteindelijk - met een goede reden - deze ene als de boosdoener aangewezen? Als hij ieder ander type virus in die lymfe had gezocht, dan had hij die ook gevonden. Maar ook dat was al bekend.'
Het meest uitgesproken echter is de viroloog Peter Duesberg van de Amerikaanse universiteit van Californië. Duesberg gold als dé expert op het gebied van retrovirussen - zoals Gallo en Montagnier hiv ook presenteren. Dergelijke virussen bestaan uit het eenstrengig RNA - in tegenstelling tot tweestrengig DNA - en moeten zich aan een cel koppelen om zich te kunnen vermenigvuldigen. Zonder gastcel kan een retrovirus niets beginnen. Retrovirussen liggen meestal passief in hun gastcel en doen niets. Vandaar dat Duesberg het onmogelijk acht, dat het retrovirus hiv de oorzaak zou zijn van aids: 'Dat kan niet. Hiv kan al die cellen niet doden. Daarvoor is geen mechanisme.'
Duesberg constateert, dat uit geen enkel onderzoek blijkt dat aids-patiënten een hoog virusgehalte in hun bloed hebben. Hiv wordt nooit in grote hoeveelheden gevonden, zelfs niet in vergevorderde stadia van aids en ook niet in lichamen van gestorven aids-patiënten. Bij een gewone virusinfectie kunnen grote hoeveelheden van dat virus eenvoudig worden getraceerd. Hiv blijft echter inactief en latent, iets wat karakteristiek is voor alle retrovirussen die als 'lui' worden omschreven. Als hiv aids zou veroorzaken, dan zou het de enige 'slapende' parasiet zijn die tegelijkertijd ziekmakend is. Nogal onwaarschijnlijk, dus.
Overigens, voegt Duesberg toe, is er nog nooit een wetenschapper geweest die in zijn laboratorium heeft kunnen aantonen dat hiv T4-cellen vernietigt. Slechts één op de 10.000 tot 100.000 T4-cellen wordt actief door hiv besmet. Het lichaam regenereert echter iedere twee dagen vijf procent van alle T4-cellen. Dus, al zou het virus iedere cel die het infecteert doden, dan nog zou het lichaam sneller regenereren en zou het effect minimaal zijn.
Maar het belangrijkste argument van Duesberg is, dat niemand hiv duidelijk heeft geïsoleerd. Er zijn negentien verschillende claims van zuivere hiv - alle zijn anders. Ofwel: niemand heeft hiv ooit gezien! Om het nog erger te maken: op de internationale aids-conferentie in Amsterdam (1992) vertelde Luc Montagnier, dat hij zo nu en dan aids-gevallen aantreft, die zelfs geen spoor van hiv vertonen! Toen hij dit aankondigde, stonden in de zaal verschillende artsen op die vertelden hetzelfde mysterieuze fenomeen tegen te komen.
De verwarring kan deels worden verklaard door de uitvinding van de moderne elektronenmicroscoop. Er ging een nieuwe wereld open, omdat cellen nu 50.000 konden worden vergroot. Virussen en retrovirussen bleken heel gewoon te zijn. De meeste cellen bevatten er vele - soms honderden verschillende soorten. Maar het feit dat iets er ís, is geen enkel bewijs dat het dus ook ergens de oorzaak van is. Het punt met virussen is, dat als je er een zoekt er altijd wel een te vinden is. Maar datzelfde virus vind je ook in gezonde mensen. Er zijn dan ook kolossale medische blunders gemaakt door ziekten toe te schrijven aan deeltjes, simpelweg omdat ze er waren. Hiv is een van de vele retrovirussen die ieder van ons met zich meedraagt. Ook gezonde mensen. De Australische biofysicus Eleni Eleopulos zegt: 'Als er zoiets is als een aids-veroorzakend retrovirus, dan zouden zijn unieke eigenschappen - dat wil zeggen de eiwitstructuur - alleen gevonden moeten worden in hiv-positieve mensen en mensen met aids. Maar dat is niet het geval.'
Volgens cijfers van het Amerikaanse Centers for Disease Control is het aantal seropositieve gevallen in de Verenigde Staten sedert 1982 stabiel gebleven (1,5 miljoen). Slechts één procent van dit aantal (15.000) ontwikkelt aids en slechts de helft van hen - minder dan 0,5 procent van alle seropositieve gevallen - overlijdt aan de gevolgen. Dit betekent, dat tussen de 98 en 99 procent van allen die seropositief zijn, geen aids ontwikkelt. Het enige 'bewijs' dat hiv met aids te maken zou hebben is, dat aids-patiënten antilichamen tegen hiv zouden hebben. Maar in feite is dit zelfs een argument tégen de dodelijke-virustheorie. Wie antilichamen tegen een virus bezit, is namelijk juist beschermd.
Omdat het hiv-virus nooit duidelijk is geïsoleerd, bestaat er ook geen gouden standaard op basis waarvan een goede test kan worden ontwikkeld. Er zijn al negen verschillende hiv-testen met verschillende criteria. Iemand kan legaal positief worden bevonden in Afrika en tegelijkertijd negatief testen in Australië. Of negatief bij het Amerikaanse Rode Kruis en positief bij de Centers of Disease Control. Bovendien zijn de testen niet specifiek. Ze zoeken niet naar hiv, maar naar antistoffen. Vandaar ook, dat zij positief testen bij tal van ziekten, zoals bijvoorbeeld hepatitis B en C, malaria, tuberculose, syfilis en lepra - maar ook reuma en zelfs te lang in de zon zitten!
De Britse programmamaakster Joan Shenton heeft op Channel 4 de verschillende aids-testen op de proef gesteld. Mensen die de ene week positief testten, testten een maand later negatief. Een en hetzelfde bloedmonster werd door verschillende testen in verschillende laboratoria volkomen anders beoordeeld. Er zijn vele schrijnende verhalen bekend van mensen die seropositief testten, te horen kregen dat ze nog hooguit tien jaar te leven hadden, als melaatsen werden behandeld, alles wat hen lief was kwijtraakten en vervolgens enkele jaren later seronegatief testten. Niettemin werd op basis van dit soort testen vrijwel standaard het geneesmiddel AZT voorgeschreven, na 1989 ook aan mensen die alleen maar seropositief waren getest - zonder een enkel verschijnsel van aids. AZT is een buitengewoon kwaadaardig middel - ooit ontwikkeld om kanker te bestrijden - maar toen te zwaar bevonden en afgekeurd. Het heeft dezelfde werking als chemotherapie: cellen worden massaal gedood, in de hoop dat genoeg gezonde cellen overleven. Bij kanker wordt chemotherapie voor een beperkte tijdsperiode gegeven. AZT wordt voor onbepaalde tijd toegediend - meestal tot de dood erop volgt. AZT geeft weliswaar even een opleving - na een maand of drie, vier - maar na ongeveer een jaar gaat het snel bergafwaarts.
AZT vernietigt de DNA-keten, de basis van het leven. AZT tast het beenmerg ernstig aan. Rode bloedlichaampjes worden vernietigd, waardoor je onvoldoende zuurstof opneemt. Bloedtransfusies worden onvermijdelijk. Het middel vernietigt het immuunsysteem en maakt ontzettend ziek. Patiënten kotsen hun ingewanden zowat uit hun lijf en hebben ondraaglijke hoofdpijnen. Een groots opgezet Frans-Engels onderzoek - the Concorde Trial - liet zien, dat het sterftepercentage onder mensen die AZT namen, vijfentwintig procent hoger lag dan bij patiënten die het medicijn niet gebruikten. Donald Abrams, coördinator van het aids-programma van het San Fransisco General Hospital, zegt het zo: 'Mensen die hebben gekozen om geen AZT te nemen, hebben al hun vrienden zien sterven.'
De verschijnselen die optreden als je AZT lang slikt, zijn niet te onderscheiden van aids-symptomen. Het is niet duidelijk of mensen lijden aan progressieve aids of de gevolgen van AZT. Peter Duesberg noemt AZT dan ook 'aids op recept'. Hij zegt: 'Hooguit een op de vijfhonderd cellen in gezonde of zieke mensen is met hiv geïnfecteerd. Om een geïnfecteerde cel te doden, doden we dus vijfhonderd gezonde cellen - cellen die mensen met aids wanhopig nodig hebben om te overleven. Het is, alsof je een terrorist probeert te doden door het hele waterleidingsysteem te vergiftigen. Je doodt de terrorist wellicht, maar de meeste andere mensen ook. Het is als het bombarderen van een onschuldig konijntje met een neutronenbom.' Joe Sonnabend zegt het niet minder kernachtig: 'AZT is onverenigbaar met leven.'
Michael Callen interviewde voor zijn boek Surviving Aids zo'n vijftig mensen die - nadat ze aids hadden gekregen - nog lange tijd leefden. Op vier na hadden ze allen geweigerd AZT te nemen. Van de vier die dat wél hadden gedaan, waren er bij het ter perse gaan van het boek inmiddels drie overleden. Callen beschrijft de verschrikkelijke effecten van AZT: 'Mensen krijgen de kleur van gekookte ham, hun spieren smelten weg, ze worden afhankelijk van transfusies en hebben psychoses.'
Twee jaar geleden werd een cocktail van medicijnen - waaronder nog steeds AZT - aangekondigd als een doorbraak in de strijd tegen aids. Een jaar later moest men daar al weer op terugkomen. Hiv, wordt nu gezegd, muteert zo snel, dat het de cocktails te slim af is. Hiv zou 'schuilplaatsen' in het lichaam hebben. De Britse All Party Parliamentary Group on Hiv/Aids rapporteerde in juli 1998, dat 'ernstige bijverschijnselen en lange-termijnproblemen met dit soort medicijnen (de cocktails - red.) nu aan het licht komen. Het blijkt, dat de meerderheid van de mensen die deze medicijnen gebruiken, hiervan het slachtoffer wordt.'
Tanne de Goei van de Hiv Vereniging Nederland deelt deze mening: 'Bij sommigen worden allerlei organen aangetast, anderen hebben vetverplaatsingen of lijden aan depressiviteit. Soms zijn die bijwerkingen zelfs dodelijk. De combinatietherapie begint uit te werken, mensen sterven alsnog.' Het Nederlandse Aids-fonds is niettemin van mening, dat je in een vroeg stadium met deze medicijnen moet beginnen. Op de Internet-site van het fonds staat te lezen: 'Het lijkt erop, dat behandeling in een vroeg stadium van de hiv-infectie de meest gunstige effecten heeft.' Maar dat advies wordt vervolgens weer ontkracht: 'De bijwerkingen van de medicijnen (aids-remmers) zijn fors. Mensen slikken soms meer dan 30 pillen per dag. Bovendien is aids, ook met de nieuwe medicijnen, niet te genezen. Vanuit een medisch perspectief lijkt behandeling nu te verkiezen boven niet behandelen, ondanks dat de nieuwe middelen bijwerkingen hebben en nog niet bekend is hoe lang ze werkzaam blijven. Ook is niet bekend of de medicijnen risico's met zich meebrengen op de lange termijn.'
Het enige dat inmiddels vaststaat is, dat mensen die in deze medische mallemolen terechtkomen, vroeg of laat sterven. De vraag is echter: waaraan? Aan aids - wat dat ook zijn moge - of aan een algemene uitputting van het immuunsysteem door een niet aflatende stroom zwaar giftige 'medicijnen'.
Ondanks het feit dat alleen al in de Verenigde Staten in de afgelopen vijftien jaar 45 miljard dollar - na de defensieuitgaven de grootste kostenpost van de overheid - is uitgegeven aan de bestrijding van aids, is er dus eigenlijk niets bereikt. Sterker nog: zelfs de analyse van de ziekte is nog allerminst bevredigend. Niettemin houdt het medische establishment krampachtig vast aan de aids-hypothese. Er is sprake van een opmerkelijke zelfcensuur. De argumenten van bijvoorbeeld Peter Duesberg worden op de internationale aids-conferenties niet eens aangehoord. Verslaggeefster Joan Shenton, die aids al vanaf het begin volgt, zegt: 'Als ik iets heb geleerd, dan is het, dat de wetenschappelijke samenleving niet meer vrij is. Vandaag de dag kan wetenschap worden gekocht en kan individuele, afwijkende stemmen het zwijgen worden opgelegd.'
Om die reden werd in 1992 de conferentie Aids: A Different View georganiseerd. Op deze Amsterdamse bijeenkomst konden de 'aids-dissidenten' voor het eerst vrijuit spreken. Hoewel, vrijuit… Het waren uitgerekend twee Nederlandse wetenschappers die zich erg vijandig opstelden. De epidemioloog Roel Coutinho en Frank Miedema hadden zichzelf tijdens Duesbergs uiteenzetting niet in de hand. Ze schreeuwden en trokken rare gezichten. Toen Duesberg hen later tijdens een informeel gesprek de absurditeit van de hiv-theorie nog eens uitlegde - namelijk dat er geen enkel retrovirus te vinden was dat mensen ziek maakte - was hun antwoord: 'Nou, deze wel.'
Het is de vraag, of deze kortzichtige houding niet heel gevaarlijk is en uiteindelijk misschien wel meer slachtoffers heeft geëist. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor de ziekte, werden velen nu een willoos slachtoffer van een 'eng, onvoorspelbaar virus'. Hoeveel mensen hebben de afgelopen jaren niet te horen gekregen, dat ze seropositief waren en nog hooguit tien jaar hadden te leven? Een diagnose die voor velen een regelrecht doodvonnis was. Als ze al niet meteen zelfmoord pleegden, dan gebeurde dit in stappen. De Britse redacteur van The Sunday Times, Neville Hodgkinson, die als eerste de moed had om de andere visie op aids in de Engelse gevestigde media te publiceren, noemt het een psychologische moord: 'They just curl up and die. Hoeveel seropositief geteste mensen dachten niet bij de eerste verkoudheid "oh god, daar ga ik…" om vervolgens naar de huisarts te rennen. Die schreef dan meteen antibiotica of erger voor om het "virus" te remmen. En dat alles op basis van een volkomen onbetrouwbare hiv-test. Die test moet absoluut verboden worden en ik voorspel, dat dat binnenkort ook zal gebeuren.'
Seropositief zijn heeft - ook in Nederland - heel wat gevolgen. Zo worden mensen met hiv onverzekerbaar beschouwd. Zij vinden minder gemakkelijk werk, want werkgevers draaien tegenwoordig zelf op voor de ziektekosten. Een nog ernstiger gevolg van een positieve hiv-test is de gedachte dat het dan allemaal toch niets meer uitmaakt en dat je er op los kan leven. Zelfs Ben Derksen, voorzitter van de Hiv Vereniging Nederland, zegt: 'Als je seropositief bent, is er wetenschappelijk gezien weinig reden om onderling veilig te vrijen.' Onveilige seks is dan ook weer populair aan het worden. Bij de ingang van homofeestjes in San Francisco hangen bordjes met de tekst: 'Wij gaan ervan uit, dat iedereen hier seropositief is.' Een vrijbrief om je gang te gaan. Ook in Amsterdam is onveilige seks de nieuwste trend.
Iedere week trekken de tien darkrooms en drie sekssauna's in Amsterdam honderden bezoekers. In een recente reportage in Vrij Nederland zegt een jonge bezoeker: 'Een paar jaar geleden dacht bijna niemand eraan het zonder condoom te doen, sinds een jaar is het geen punt. Zelf heb ik er nooit een bij me. Voor nog niet besmette mensen is aids-preventie heel belangrijk, maar voor ons is het te laat.' De jongen vrijt onder invloed van drank, drugs of poppers geregeld in darkrooms. 'Ik voel, nu het erom spant, weer een drang tot leven.' Wie de dood in de ogen kijkt, gaat het leven weer waarderen. Deze fatalistische houding gaat bij sommigen zo ver, dat er nu zogenaamde conversion parties zijn, waarbij mannen die nog seronegatief zijn van seropositieve mannen 'de gift' (de besmetting met aids - red.) ontvangen.
Deze ontwikkeling illustreert, dat in deze groep nog steeds geen relatie wordt gelegd tussen aids en levensstijl. Omdat de medische wetenschap op zoek is naar een virus en een medicijn, wordt verzuimd om zelf het immuunsysteem te verzorgen. Destijds was het begrijpelijk, dat niemand het lef had om te suggereren dat aids iets met de levensstijl van homoseksuelen had te maken. Op de agenda stond de emancipatie van de homo's en zo'n suggestie was politiek incorrect. Voor degenen die hun vrienden hadden zien sterven, kwam de aids-virustheorie als een opluchting. Nu konden ze rouwen zonder na te hoeven denken over het feit dat hun geliefde nachtenlang op de dansvloer poppers had gesnoven, meer dan honderd seksuele partners per jaar had gehad, al jaren niet meer goed at en sliep en het hele jaar door antibiotica slikte tegen steeds terugkerende (geslachts)ziekten. Wie in die tijd zei, dat de overledene misschien wel medeverantwoordelijk was voor zijn dood, was een homohater. Het was heiligschennis. Maar binnen de homobeweging worden nu ook andere geluiden gehoord.
Act-up in San Francisco - de organisatie die menig aids-congres op militante wijze verstoorde om het medisch establishment tot grotere haast te dwingen - plakt nu posters met de tekst Where is the epidemic?. Act-up spreekt over een 'aids-leugen': 'Ondanks de voortdurende angstcampagnes die ons moeten doen geloven dat niemand veilig is voor dit dodelijke virus, is er geen epidemie.' In tien jaar tijd - vanaf 1987 - zijn er in de Verenigde Staten 35.188 mensen aan aids-complicaties gestorven. Dat is - op een bevolking van 250 miljoen mensen - bepaald geen epidemie. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) blijft echter hardnekkig over een epidemie spreken en voedt de angst door voortdurend met voorspellingen te komen hoeveel mensen volgend jaar aids zullen hebben. Geen enkele voorspelling is ooit uitgekomen. Bij lange na niet. Zo voorspelden de Britse medische autoriteiten in 1989, dat de komende jaren honderdduizend mannen aan aids zouden sterven. Zeven jaar later, in september 1996, stond dat totaal op 9447! In Nederland komt het totaal aantal slachtoffers tussen 1982 en 1998 uit op 4441.
Van een epidemie is alleen sprake, als de situatie in Afrika wordt meegerekend. Maar in Afrika is iets heel anders aan de hand (zie kader). De 'epidemie' blijft nog steeds vrijwel beperkt tot de oorspronkelijke risicogroepen - seksueel zeer actieve homoseksuele mannen en intraveneuze drugsgebruikers.
Er bestaat geen duidelijke beschrijving van de ziekte. En - dus - ook geen effectief geneesmiddel. Er zijn alleen zogenoemde aids-remmers, waarvan je - als je het niet was - ziek wordt. De testen zijn volstrekt onbetrouwbaar. Ook al, omdat het virus - hiv - nooit is aangetoond of zelfs helemaal niet bestaat.
Bestaat aids eigenlijk wel? De Australische biofysicus Eleni Eleopulos ziet aids als een verzameling biologische factoren die wijzen op een overbelast immuunsysteem. Zij spreekt van een 'verzameling oude ziekten met een nieuwe naam'. Dat verklaart, waarom de ziekte met name bij groepen voorkomt die een ware aanslag op hun lichaam plegen - drugsgebruikers, homoseksuele mannen met veel wisselende contacten en mensen in erbarmelijke omstandigheden in ontwikkelingslanden. Dat verklaart ook, waarom de epidemie nooit uitbrak: als er geen virus is, kan dat ook niet - via geslachtsgemeenschap of via bloedtransfusie - worden overgedragen; een overbelast immuunsysteem is niet besmettelijk. Dat verklaart ook, waarom aids-patiënten aan zulke totaal verschillende kwalen overlijden. Eleopulos voorspelt, dat steeds meer seropositieve mensen zonder enige therapie zullen blijven leven. Want als overbelasting van het immuunsysteem het probleem is, dan zijn de giftige aids-remmers in elk geval geen remedie.
De situatie wordt onhoudbaar. Neville Hodgkinson, die destijds bij The Sunday Times het debat aanzwengelde, zegt het zo: 'De tijd is rijp, een geneesmiddel blijft uit, het establishment staat op springen.'
Het enige succesvolle antwoord op aids tot nog toe is: extra zorg voor het immuunsysteem. Ofwel: gezond leven. In de meeste gevallen zal dat voldoende zijn - zoals Michael Callen al beschreef. In een enkel geval is het immuunsysteem zodanig onherstelbaar beschadigd, dat ook een radicale verandering van levensstijl niet meer blijvend soelaas biedt. Wie dan sterft, sterft misschien aan een nieuw verschijnsel, maar niet aan een gevreesde besmettelijke ziekte.
Aids bestaat niet.
|

|