Email   Print

Pelgrims in Siberiƫ

Het stalinisme verbande God uit Rusland. Zestig jaar lang waren de kerken gesloten. Maar de religie ontwaakt in de nieuwe wereld van de vrije markt. De iconen zijn weer opgegraven en de kapellen worden gerestaureerd. Maar wat is God geworden na het gapende gat van de communisten? Is Hij inmiddels niet erg oud?

Colin Thubron | 26 mei/juni 1999 issue

Mijn hotel kost vijf dollar per nacht. Het stuc valt in de gang met brokken tegelijk omlaag en van het stalinistisch pleisterwerk aan het plafond. De nacht is benauwd en klam. Het is boven de dertig graden. Ik lig op bed te kijken hoe de volle maan schijnt door de fijnmazige bloemetjes in de kanten gordijnen. Ik kan niet slapen. Het zweet druipt van mijn borstkas en voorhoofd. En dit is Siberië.

De volgende morgen trof ik voor de grote, onfraaie kathedraal, die in Stalins dagen een bioscoop was geweest, een buslading pelgrims aan die vertrok naar een klooster op het platteland. Ze nodigden mij uit aan boord. De fundamenten van het klooster werden op dit moment net gelegd, vertelden ze, en ze gingen erheen om aanwezig te zijn bij de zegening van de wateren. Een graafmachine had in 1987 op die plek - vlakbij de kolchoze van Rechnoi - een massagraf blootgelegd en toen was onthuld dat op die plaats een complex van werkkampen had gelegen, die waren verlaten toen Stalin doodging. De gevangenen - voor het merendeel intellectuelen - waren uitgeput door het werk op de velden gestorven aan longontsteking en dysenterie en hun graven lagen nog steeds in de aarde verspreid.

Terwijl onze bus door vervallen dorpjes rolde, brachten de pelgrims het verhaal met een ondertoon van moederlijk medeleven. Het waren voornamelijk oudere vrouwen, onverwoestbare baboesjka's met bloemetjesjurken en schoenen van zeildoek, met knokige handen geklemd om een gebedenboek of rozenkrans en met een sjaal om het hoofd als omlijsting van een gezicht met een aangeboren soort weerbarstigheid. Toen voor in de bus een voorzanger met een schoongeboend gezicht een hymne begon voor te dragen, klonken hun stemmen de een na de ander op ten antwoord, als een herinnering van heel vroeger, schril en melodieus vanuit hun oude lijf, tot de hele bus met hun gezang werd gevuld.

We bereikten een dalletje vol berken op het boerenland van Rechnoi. Het was een van die alledaagse plekken op het platteland waarvan je nooit zou kunnen vermoeden dat er ooit zo'n duisternis heerste. Terwijl de baboesjka's uitstapten, nog altijd zingend, klonk er een echo van andere flarden gezang uit de kapel achter de bomen. Dat was de eerste van vier heiligdommen die op een dag de hoekpunten zouden markeren van een immens groot complex. Binnen stond een koor met witte sluiers om de treurig klinkende delen van de liturgie te kwelen. Terwijl de pelgrims hun favoriete iconen opzochten, ontstak er een ware bosbrand aan vrome kaarsvlammen onder de iconostase en een paar baboesjka's zonken bevend op hun knieën.

In de zuidelijke dwarsbeuk, die nog vol stond met een netwerk aan steigers, welfde zich boven ons een onvoltooid fresco voorstellende de Kruisafneming. Het was bijna klaar maar de kleuren des vlezes ontbraken nog, alsof de schilder bang was om te direct voor God te spelen en potten met kleurstof stonden in gelid op de steiger. Dus werd het verdriet van de discipelen alleen uitgedragen door hun kleurige gewaden en bleven hun handen en gelaatstrekken nog lege silhouetten in het pleister: hier een gezicht in ontzetting geheven, daar een kleurloze streling van het ongeschilderde lichaam van Christus dat een spookachtige leegte vertoonde, alsof de toeschouwers het zich maar verbeeldden.

Soms had ik het speelse gevoel dat deze scène weerspiegeld werd in het schip waar ik stond, en rondom de grote stilte die God had achtergelaten de gelovigen hun hoofd en handen ophieven, een kruis sloegen en een beetje moesten huilen.

Van buiten klonk het gegrom van bulldozers in een veld veraf. Ze effenden de aarde waar de werkkampen hadden gestaan tot ondergrond voor het klooster. Ik spande me in om het geluid op te vangen, maar ons gezang verdronk het in de treurige diminuendo's van de Russische kerkelijke rite. En uit de mond van deze stokoude vrouwen - wier zonden, zo stelde ik me voor, nauwelijks meer konden voorstellen dan een beetje vals geroddel - steeg de oneindige oerschuld op, 'Vergeef ons, o Heer', telkens opnieuw, alsof het uit een diep verborgen hoek van de nationale psyche opwelde, een behoefte aan hulpeloosheid.

De gordijnen voor het tabernakel gingen uiteen en onthulden een met wierook bewolkt gebied dat bewoond werd door een uiterst kleine priester. Zijn haar glinsterde langs zijn hoofd omlaag als een pruik uit de late zestiende eeuw en versmolt tenslotte met twee afhangende, in paars gehulde schouders. Af en toe zwaaide een van zijn armen zwakjes met een wierookvat. In de stiltes tussen de tegenzang ontsnapte uit de kooltjes binnenin een geluid als een onderdrukt gelach. Terwijl hij de gebeden opzegde, vergat hij voortdurend waar hij was gebleven, raakte de draad kwijt en liet zijn stemgeluid verhakkelen tot een warrig soort gepraat, waarop drie diakenen de juiste reacties bij hem souffleerden met behulp van kleine papiertjes. Daar staarde hij dan naar door een enorme bril die in zijn haar zat gestoken als de ogen van een baviaan en probeerde het nogmaals. Maar de oorzaak van al deze paniek was evident. Naast hem zat op zijn troon, omvangrijk en bewegingloos, Feodosy, de aartsbisschop van Omsk.

Tegen het middaguur maakte zich een processie los van de kerk en begon aan een tocht door de weilanden richting de nog niet gezegende wateren. Deze bewoog zich voort met een schuifelende, verbrokkelde soort plechtigheid. Achter het hooggeheven kruis, waaraan half losgeraakte gouden insignes slingerden, trok de aartsbisschop op in een waaier van turquoise en scharlakenrood, onder een bolvormige kroon bespikkeld met juwelen. Hij markeerde elke stap door zijn staf met een drakenkop in de grond te prikken en zijn borst glom van de opgebrachte versieringen in purper en goud, plus een menigte geëmailleerde kruisen. Hij leek een gigant. Naast hem schreed de vreemde, wanordelijke voorganger, en daarachter trippelde een kluwen jonge priesters in lila en een trio diakenen in frambooskleurige zijde.

Ik sloot me aan bij de pelgrims die na deze stoet volgden. Het was merkwaardig troostrijk. Als agnost tussen de gelovigen voelde ik me toch met hen verbonden. Ik wilde ook dat hun waters werden gezegend. Ik wilde dat die gemartelde aarde tot rust zou komen, dat de geschiedenis erkend werd en er vergiffenis kwam. Ik hielp de oude vrouw naast me haar flessen te dragen. Mijn gewaarwording van hypocrisie, van een persiflage op andermans geloof, verdampte al gauw. Toen ik haar een arm gaf om over de plassen te stappen en onze processie een lange lijn over het natte gras trok, leek het atheïstische verleden van Rusland slechts een bewolkte dag in de lange zomer van orthodoxie, en het hele land leek vanzelf en pijnloos tot zijn oude religieuze staat terug te keren. Ik had het gevoel dat dit zwalkende ceremonieel niet voortkwam uit een evangelische omwenteling, maar uit een eenvoudige culturele stap terug richting het oeroude wezen van het moederland - het hiërarchische, half-mythische erfgoed van de voorvaderen, de natuurlijke manier van bestaan.

Ik had het overal al gezien. Om de haverklap vond je een markt, luchthaven of busstation geclaimd door een baboesjka die kopieën van iconen verkocht of religieuze blaadjes en een doos bewaakte waarin je geld kon storten voor de restauratie van de plaatselijke kerk of kathedraal. Heilige afbeeldingen bungelden in taxi's aan het dashbord of hingen als versiering bij mensen thuis. God was teruggekeerd in het taalgebruik, het huiselijk leven, en in de gebaren van bedelaars die op straat een kruis sloegen. Veraf in Moskou werd de kerk vet van de concessies om belastingvrij alcohol en sigaretten in te voeren. Maar hier in Siberië, traditioneel onafhankelijk maar behoudend, betaalde deze corrumperende verstrengeling van kerk en staat - naar ik aannam - voor ons klooster. Maar het kruis zwaaide en glom zelfverzekerd tussen de berkenbomen. Het gezag bracht de verlossing, zoals het hier altijd ging. Het bracht innerlijke vrede aan de man in plaats van zelf nadenken, alsof deze mensen hun eigen gedachten niet waardig waren.

Maar wat was God geworden na het gapende gat van de communisten? Was Hij inmiddels niet erg oud? En was Hij niet te veel kinderen kwijtgeraakt? Een troepje jongemannen en meisjes keek naar ons vanuit hun auto's geparkeerd op een weg achter de bomen, uitdrukkingsloos, zoals toeristen kijken naar iets buitenissigs. Hoe hadden deze gelovigen alles overleefd? Zestig jaar lang was er in Siberië nauwelijks een kerk open geweest. De priesters waren van hun bezittingen beroofd, verbannen of doodgeschoten. Zelfs de oudste pelgrims die nu door deze weilanden ploeterden, zouden zich de liturgie nauwelijks kunnen herinneren uit hun kindertijd. Hoe hadden zij hun geloof vastgehouden?

'We hadden thuis iconen, die vlak onder het dak verborgen waren.' De jonge priester was flets en verlegen, met afwezige ogen. Hij had zich pas laat bij de processie aangesloten. 'Mijn vader werkte in de steengroeven van Kazachstan, dus woonden we mijlenver van alles verwijderd. Maar ouders geven deze iconen door aan hun kinderen, begrijpt u wel, en de familie van mijn grootmoeder had die van hun bewaard. Zo ben ik tot God gekomen, door de iconen, door mijn grootmoeder. Niet plotseling, maar vanuit het hart' - hij klopt op zijn borst - 'stukje bij beetje. Het is heel eenvoudig. God roept je dan.'

We kwamen bij een plek waar vanuit een zilverkleurige pijpleiding, geschraagd door een oude vrachtwagenband, warm water in een grote vijver stroomde. Een blonde diaken die veel weghad van een Scandinavische Christus plantte het processie-kruis aan de andere kant ervan neer, en de aartsbisschop, de priesters, de acolyten en pelgrims, de baboesjka's met hun tassen en flessen, een handvol oorlogsveteranen en één gefascineerde vreemdeling vormden een uitwaaierende halve maan langs de waterrand.

De morsige voorganger, die een kruis bezet met juwelen in zijn handen geklemd hield, kreeg de opdracht om het water in te stappen. Van tijd tot tijd sloeg hij meelijkwekkend de ogen op naar aartsbisschop Feodosy, maar die gaf hem geen teken om stil te blijven staan. Hij liep steeds dieper het water in, zijn gewaad dobberde zijwaarts over het oppervlak, de lichtpaarse zijde raakte verzadigd tot spijkerbroekenblauw, tot hij onder ons in de vijver was uitgespreid als een zeldzame vogel. Tenslotte verhief Feodosy een vinger. De priester wankelde, staarde een ogenblik in wanhoop naar ons omhoog - of naar de lucht - hervond zijn evenwicht en stond stokstijf. Toen trok hij met een zeer religieuze frons op zijn gezicht onder water een bibberend kruis.
Een diepe gezamenlijke zucht leek aan de pelgrims te ontsnappen. De optocht verspreidde zich weer rond de vijver, terwijl de aartsbisschop, die een zilveren kelk vasthield, het oppervlak besprenkelde met zijn eigen water en het wankele kruis wees de weg terug naar de herrie van de bulldozers.

Maar de baboesjka's bleven waar ze waren. De glinstering van de processie doofde langzaam achter de duistere bomen, de aartsbisschop verdween veilig uit het gezicht en toen borrelde een nieuw soort geestdrift op. Ze rolden hun dikke kousen en smeten hun schoenen weg. Ze waren er klaar voor. Ze doken lege flesjes op uit hun tas - met merken als Fanta of Coca-Cola erop. Toen klauterden en gleden ze van de modderige oevers af en waadden langzaam het zojuist gezegende water in. In het begin namen ze alleen een handjevol van het oppervlak. Het water was mineraalrijk, modderig en warm. Ze dronken met grote teugen uit hun doorvlochten handen en hesen zichzelf weer terug om hun flesjes op de oever neer te zetten.

En toen raakten ze geheel bezeten. Een stuk of zes vrouwen gooiden eerst hun vest af, daarna hun omslagdoek en rok, tot ze tenslotte onverschrokken, met niet meer aan dan een gebloemde onderbroek en beha, het water inliepen. Alle bedeesdheid was nu verdwenen. Hun benen als pilaren, gestriemd door de spataderen, droegen hen schommelend de oever af. Hun dijen liepen tapsgewijs toe naar kleine en nogal ranke voetjes. Kleine gouden kruisjes gingen verloren tussen hun borsten. Er klonken plonzen alsof er een berg omviel. Ik stond boven hen in verbijstering toe te kijken en vroeg me af of ik hier wel bij hoorde te zijn. Maar ze bleven maar schreeuwen en jubelen. Ze vingen het water in de holte van hun handen en kletsten het in hun gezicht. Het heilige was vloeibaar geworden, tastbaar. Je kon het indrinken, erin verzuipen, en het mee naar huis nemen als een bos bloemen voor een zieke.

Twee van de brutaalste vrouwen - opgewekt, stokoud, met een romp als een bierton - waadden naar de gulpende zilveren pijp en duwden hun hoofd eronder. Ze plensden de waterval vol overgave over elkaar heen, lieten zich er dan in zakken en dronken zich vol met het water. Ze riepen naar hun vriendinnen die nog op de wal stonden, tot een paar jongere vrouwen hun rokken optilden en voorzichtig het water instapten. Fles na fles werd gevuld en naar de oever gebracht. Maar de jongeren waren degenen die aarzelden, niet de ouderen. De oudjes waren in een uitgelaten stemming. Een van hen riep naar mij dat ik mee moest komen doen, maar ik stond daar gevangen tussen een lachbui en tranen. Dit waren vrouwen die al die jaren met Stalin hadden doorstaan, het totale gebrek aan alles, de bureaucratische kwellingen, om nu lange tijd weduwe te zijn en te moeten rondkomen van een armzalige pensioentje. Hun uitbundigheid maakte me sprakeloos. Misschien leek de wereld in deze geheiligde en chaotische waterpoel voor hen eindelijk eens op zijn plek te vallen en vond al dit gemartelde, uitgeputte vlees tenslotte toch een vorm van reiniging.

Intussen was de processie aangekomen bij de open velden waar de bulldozers aan het werk waren. Het hele eind tot aan de toekomstige kathedraal, die in het hart van het complex zou komen te staan, lagen de geteerde pijpleidingen klaar naast hun greppels en het kanaal werd gezegend. Ik sloot me aan bij de overgebleven pelgrims, die in de uitgestrekte weilanden op een kluitje stonden naast de imaginaire kathedraal. Hier zegende Feodosy, boven de eenzame zwaai van een wierookvat, de gruwelijke plek 'waar duizenden zonder naam hadden gezwoegd en waren gestorven' en we staarden uit over velden bedekt met het lakwerk van blauwe en witte bloemetjes terwijl de wierook boven ze verwoei. Af en toe vroeg ik me af het verleden niet te gemakkelijk in slaap werd gewiegd, werd vergeten. Maar daarvoor zou het klooster als tegenwicht dienen, zei de timide priester. In de jaren die kwamen zouden mensen vragen: 'Waarom staat dit hier?' en de totstandkoming ervan opvatten als een zuivering en een gedenkteken. Dit werd hier gedaan voor de doden.

De processie trok weer verder. Ik kwam terecht achter een kwajongensachtige oorlogsveteraan die voorthobbelde met een stok en merkte dat ik me weer hardop afvroeg: waarom toch, waarom was dit geloof uit het niets weer tot leven gewekt, alsof een hoofd na de guillotine weer aan het lichaam was vastgemaakt? Er moest een cruciale levensader zijn die het had weten te behouden. En terwijl ik zag hoe de andere pelgrims uit de vijver in groepjes bij ons terugkwamen, dacht ik: het kwam door de vrouwen. 'Ja,' antwoordde de soldateske oude man. 'Bij mij was het mijn moeder. We woonden in een afgelegen gebied in de buurt van Voronesj - helemaal geen stad, hoor, gewoon een plattelandsdorp. De eerste kerk honderden kilometers verderop. Mijn moeder was analfabeet, maar ze herinnerde zich alle gebeden uit vervlogen tijden en die leerde ze mij.'

Ik probeerde me zijn oude gezicht jong voor te stellen en trof een doerak van een jongen aan. Een plukje haar op zijn hoofd was nog bruin. Hij zei: 'En in de oorlog bad ze voor me toen ik aan het front was en ik heimelijk ook voor haar. Ze gaf me er hier eentje van' - en hij trok een miniatuur-icoontje uit zijn portefeuille. 'Maarschalk Zjoekov had er de hele oorlog door eentje in zijn zak zitten - en de andere generaals ook. En niemand wist dat.'

Hij moest even stoppen vanwege de pijn in zijn voet. Zijn icoontje en de gebeden van zijn moeder hadden hem niet kunnen behoeden voor een Duitse sluipschutter. De kogel had een wond van vijfentwintig centimeter gemaakt en nu had hij het dus moeilijk met lopen. 'Zulke kogels hadden we niet in Rusland, het was een soort granaatje. Toen ik erdoor getroffen werd, explodeerde hij en verbrijzelde de botten in mijn been. Nu probeer ik soms zo te lopen...dan weer zo...maar niets helpt.' Hij zei: 'God keek zeker even de andere kant uit.'

Toen we terugkwamen bij de kapel zagen we een lange tafel in de schaduw staan, beladen met salades en meerdere soorten jam. De baboesjka's waren er weer. Hun handen lagen klaar in gesloten gelid naast hun soepbord, twee rijen van door de zon gebarsten knokkels en afgebroken nagels. De aartsbisschop, die aan het hoofd zat, commandeerde me om naast hem te komen zitten - 'We hebben een gast uit Engeland,' donderde hij. 'We moeten hem gastvrij onthalen!' - en ik keek langs een lange laan van knikkende hoofddoekjes, die zich als één vrouw omdraaiden om mij aan te staren, onder het mompelen van 'Engeland...Engeland'. Hun wangen trokken zich samen tot een glimlach, en onregelmatige rijen tanden gingen vaneen ten teken van welkom.

Feodosy dreunde met een fles op tafel. 'Dit is voor jou,' zei hij. 'Het water van ons klooster. Het geneest alles!' Hij las het etiket voor. 'Chronische ontsteking van dikke en dunne darm. Leverkwalen. Alle maagproblemen. Blaasontsteking. Niet-kwaadaardige maagzweren. Zweren aan de twaalfvingerige darm...'

De baboesjka's sloegen een kruis en bevalen me aan bij God. Ze zagen er uitermate respectabel uit. Niemand had kunnen vermoeden dat ze elkaar een half uur geleden halfnaakt hadden ontdoken in een waterbekken. Toch stonden hun tassen onder de banken bol van de flessen met heilig water en ze zaten er volledig kalm bij, bijna zelfvoldaan, in de gloed van hun succes.

Om me heen waren de priesters aan het hoofd van de tafel verbleekt in het ontheiligende lichtschijnsel. Hun kledij was teruggebracht tot eenvoudige soutanes en in de buurt van de aartsbisschop zaten ze nerveus aan hun bord te frunniken. Aan zijn andere kant leek de voorganger voor de veiligheid in slaap te zijn gevallen. Het viel me op dat zijn baard wit was aan de rand maar rossig bij de haarwortels, alsof het ontkleurd was door een of andere schok waar hij nu langzaam van bijkwam. Alleen Feodosy zat er nog steeds imposant bij. Zijn zwarte ogen en adelaarsneus braken majesteitelijk door de golf grijs haar die de kruisen in de borststreek aan het oog onttrok en in zijn nek uitliep. Hij baste commando's tegen de nonnetjes die uit het niets verschenen om ons te bedienen, of riep uit volle borst over de tafel. 'Broeders en zusters, geef het mineraalwater eens door... Zusters, de kasja kan nu op tafel.' De groentensoep was in een oogwenk verdwenen en al spoedig propte hij de rijst in zijn mond met behulp van enorme brokken brood. 'En het water is op! Zusters...' Ik vroeg me af of hij carrière had gemaakt op kracht van zijn uiterlijk. Een struikgewas van gitzwarte wenkbrauwen gaf hem de uitstraling van een onlangs bekeerde Mefistoteles. Niemand waagde het om hem een vraag te stellen. Hij sprak mij aan met erupties in het Duits die ik maar zelden kon volgen. 'De man die hier het massagraf aantrof - daar was Gods hand werkzaam - dat was de plaatselijke partijsecretaris! En nu is hij priester geworden, ja! Hij is aalmoezenier bij een regiment kozakken in Omsk. Zusters, waar blijft dat brood?...'

Hij schepte een kwak aarbeienjam bovenop mijn kom met rijst. Het was alsof ik weer op school zat. 'En in de lente beginnen we aan de bouw van de kathedraal, ja, God is aanwezig op deze plek vol tragedie!' Ik maakte een gebaar richting de velden. 'Gebouwd op graven?'
'Ja, er liggen daar doden.' Hij werd somber. 'En overal. Het klooster zal inlichtingen over hen verzamelen en de monniken zullen bidden voor hun zielenheil.' 'En wat gaat u doen met zoveel ruimte?'
'Doen?' bulkte hij. 'We planten het vol met rozen. Niets dan rozen!' De geëmailleerde kruisen beefden op zijn gevulde buik. 'Een oceaan van rozen!'

Langs de hele tafel brak er weer een glimlach door op de gezichten en losse strengen haar schudden zich los van onder de hoofddoekjes. Toen de maaltijd werd beëindigd, tikte een van de vrouwen me op de arm en reikte me een dunne blauwe sjaal aan waarop gebeden stonden gedrukt. 'Deze is voor u,' zei ze, 'die kunt u dragen op de trein.' Toen vertrouwde ze me toe aan Gods hoede, en liep terug naar haar vriendinnen.

Ik spreidde de sjaal uit in mijn handen, en las: 'Hij zal Zijn engelen opdragen over u te waken, om u allerwege te behoeden. Zij zullen u in hun handen verheffen...'

Ja, dacht ik, ik zou hem dragen als een broekriem. Ik moest afgevallen zijn, want mijn broek hing los om me heen. Ik knoopte de sjaal om mijn middel. Een lichte beneveling, iets dat welkom was en onverwacht - want we hadden alleen water gedronken - daalde op me neer vanuit het half-genezen land. Een priester luidde een carillon vol klokken op een tijdelijke verhoging nabij de kapel, maar deed het zachtjes - misschien oefende hij alleen maar - alsof hij de geesten wilde bezweren en de pelgrims liepen in groepjes van twee en drie terug naar de bus. Ik klom temidden van hen aan boord. Een ogenblik lang wenste ik te geloven dat alles was zoals zij dat geloofden. Ik was dankbaar voor hun koppige noden en geestdrift. Ik zat ingeklemd tussen twee baboesjka's - er waren zitplaatsen te weinig - en ze begonnen te zingen. 'Zing, zing!' riepen ze. Ik trok mijn sjaal wat verder op: 'Hij zal u met Zijn verenkleed bedekken,' ging deze verder, 'en onder Zijn vleugelen zal uw vertrouwen groot zijn...' Ja, dacht ik, alles zal beter worden. We zullen de rede afzweren en elkander liefhebben. Misschien zullen de kloosterwateren ons schier onsterfelijk maken. De geschiedenis zal ons alles vergeven en de aarde zal rozen voortbrengen...



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.